maandag 10 januari 2011

Een filosofische analyse - het concept geloof vs. mens

Na het nodige te hebben gelezen over het geloof (lees: het christendom) en mijn huidige kennis over het wezen dat de mens heet vond ik het weer eens tijd om een diepgaande analyse te houden over het verband tussen de twee.

Soren Kierkegaard was een religieus persoon (hij geloofde in god), maar tegelijk was hij ook een felle criticus van het christelijk geloof of om specifiek te zijn, de christelijke kerk. Hij was van mening dat hetgeen het christendom voor staat niet overeenkomt met hetgeen de christendom zou moeten uitspreken. Hij heeft hier dan ook een bijzonder woord voor gemaakt: de christenheid. Wat mij fascineert is dat deze persoon zo geleerd was en toch diep overtuigd was van de existentie van de entiteit "god". Hij zag dan ook de verschillende thema's van het menselijke leven terug in de begrippen van de bijbel - de ethiek in het verhaal van Abraham, de mogelijkheid van herhaling bestaat in het verhaal van Job, de liefde dat wordt geproclameerd door het christelijk geloof en de zonde als grond van het begrip angst.

En dan hebben we het wezen genaamd "mens". Een wezen dat voorkomt met een grote diversiteit aan milieu, samenlevingen en culturen. Al deze begrippen bevatten een historische grondslag. In weze zou je kunnen veronderstellen dat het deze drie factoren zijn plus de mogelijkheid voor een indoctrinatie van het geloof die de grootste invloed uitoefenen op de ontwikkeling van een individu.
Ik kies bewust voor de woordenkeuze van "indoctrinatie", ongeacht de negativiteit die mensen doorgaans associëren met dit woord. Laten we eerlijk zijn, het is de mate van invloed van jouw ouders die bepalen hoe groot jouw waarde van "het geloof" is.
De ironie is echter dat dit secundair wordt bepaald door de samenleving en de desbetreffende cultuur waarin het individu opgroeit. Tenslotte is het niet helemaal ondenkbaar dat indien een persoon geen aanhanger is van een geloof, dat deze persoon zal worden verstoten door de samenleving vanwege de (soms uitzonderlijke) waardering die een samenleving heeft van een bepaald geloof. En dat bij elkaar vormt de cultuur dat onlosmakelijk verbonden is met een samenleving.

De gevolgen zijn dan ook destraseus en zouden bijna een grondreden zijn voor het afschaffen van het geloof: namelijk de afsplitsing dat een geloof kan veroorzaken tussen bevolkingsgroepen.
Een voorbeeld is wat zich nu voltrekt in Sudan, waar de zuidelijke deel grotendeels christelijk gelovig is en het noordelijke deel islamitisch. De onderliggende redenen om een zelfstandige natie te worden zijn logisch en begrijpelijk voor een ongelovig persoon als ik. Het zuidelijke deel krijgt de islam door zijn strot gedouwd, terwijl zij niet in staat zijn om hun eigen geloof te praktiseren.

Laten we eens een kijkje nemen op onze samenleving. Er is ooit een onderzoek gedaan door de Quest naar de "geloofs-samenstelling van Nederland". Hieruit bleek dat iets van 60% van Nederland gelovig is. En hetgeen ik tegenwoordig vaak hoor is het "iets". Blijkbaar voltrekt zich hier in Nederland een beweging van een soort geloof dat niet hoeft te worden gepraktiseert maar waarbij er wel sprake is van het geloof in een hogere macht dat wordt betiteld als iets.
Ik vraag mij dan altijd af, waarom kunnen wij niet als object van dat "iets" ons eigen lichaam invullen en zodoende een soort afsplitsing maken tussen ons bewustzijn en het lichaam dat dient als een soort "behuizing" van ons bewustzijn, als een soort analogie naar de existentie van de ziel? Waarom moeten wij altijd grote gebeurtenissen in ons leven herleiden naar een hogere macht terwijl de oorzaak meestal ligt in de toevalligheden van het leven zelf?
Ik denk dat dat komt omdat bij mensen onbewust danwel bewust weten dat het leven té complex is om te omvatten in onze simpele hersenen. Wij hebben de wil om te redeneren en wanneer deze redernatie niet kan uitten in een conclusie of een syllogisme (= sluitrede) dat wij uit een soort onmacht de reden neerleggen bij "die hogere macht".

En dat zou betekenen dat het concept genaamd geloof nooit en te nimmer zal kunnen verdwijnen uit onze samenlevingen, hoe hard wij ook onze best doen. Het ene geloof is gebaseerd op praktiseren en een bepaalde levensovertuiging, terwijl bij de ander al een levensovertuiging voldoende is om een aanhanger te zijn van dat "geloof", als het zou voldoen aan zogenaamde vooropgestelde "eisen van een geloof".
Dan vraag ik mij toch af, waarom doen sommige bevolkingen dan zo hard hun best om zich af te zonderen van andere bevolkingen? Zijn zij zo blind in hun vooronderstellingen van hun geloof dat zij niet zien hoe zij zichzelf aan het distantiëren zijn van andere bevolkingen? Terwijl het toch echt een vereiste van overleving is om met elkaar te kunnen samen te werken? Welke van de twee volgende woorden is dan hét sleutelwoord: minimaliseren (van de invloed van het geloof in onze gedachtenpatronen) of tolereren (dat er ook mensen bestaan die een andere levensvisie hebben).
Ik als persoon kies voor de gulden middenweg: de invloed van een potentieel geloof dusdanig minimaliseren zodat wij als persoon een zo helder mogelijke visie op het leven kunnen uitoefenen en tegelijk de gedachtenpatronen cq. geloof van andere mensen tolereren, zonder daarbij de ander uit te sluiten.

Mijn vrienden, ik wens ieder een hele fijne zondagavond toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof - Halbe

Geen opmerkingen:

Een reactie posten