dinsdag 27 mei 2014

Filosofisch intermezzo - De scheiding tussen kerk en staat

Geloof houdt geen verband met dwang of bevelen, en kan er niet door worden opgewekt. Het hangt uitsluitend af van de zekerheid of waarschijnlijkheid van een bewijsvoering die berust op de rede, of op iets wat mensen al langer geloven. Daarom hebben de dienaren van Christus in deze wereld uit hoofde van hun ambt geen enkel macht om iemand te straffen, als zij hen tegenspreekt of niet gelooft wat zij zeggen. Ik bedoel dat zij deze macht om iemand te straffen niet kunnen ontlenen aan hun ambt als dienaren van Christus. Maar als zij beschikken over de soevereine macht in de staat, als een politieke instelling, zijn zij inderdaad gerechtigd om iedere inbreuk op hun wetten te bestraffen. [...]
Maar wat moeten we doen (zullen sommigen misschien tegenwerpen) als een koning, een senaat, of een andere soevereine persoon ons verbiedt om in Christus te geloven? Mijn antwoord hierop is dat dit soort verboden geen uitwerking kunnen hebben, want geloof en ongeloof zijn niet het resultaat van menselijke bevelen. Geloof is een geschenk van God. Mensen kunnen het niet geven en ook niet wegnemen, door het uitzicht op beloningen of door bedreiging met martelingen.
- Thomas Hobbes, Leviathan
, Nederlandse vertaling door Boom, pagina 366 - 367.

Al langere tijd ben ik mijzelf aan het ontwikkelen op het gebied van politiek. Ik ambieer absoluut geen politieke carriére, maar ik vind het uiterst fascinerend om mijn gedachten over bepaalde ontwikkelen op papier te zetten en hoe deze een potentiële uitwerking hebben op onze samenleving.
Een belangrijk punt van mij is mijn afgunst jegens de PVV en diens fascistisch gedachtegoed. Ik heb deze zorgen eerder geuit door felle kritiek te uitten op onze moderne cultuur. Daarentegen begin ik steeds meer overtuigd te raken van de noodzaak van het uitten van een mening. Hoe ongefundeerd en beledigend deze ook mag zijn, wij leven in een vrij land waarin ieder individu kritiek mag uitten op een religie. Er zijn uiteraard grenzen en meneer Wilders heeft deze grens bereikt met zijn beruchte "minder-uitspraak". Het is fascinerend om gewaar te worden van het spanningsveld tussen enerzijds mensen die hun mening willen ventileren, hoe ongefundeerd en achterlijk deze ook mag zijn, en anderzijds mensen die hun mening uitten op basis van hun perspectief op bepaalde zaken. Voor mijn gedachten omtrent de vrijheid van meningsuiting verwijs ik mijn lezer graag naar deze link. Hier en nu is niet de plek om hier nader op in te gaan. Hoewel er zeker raakvlakken zijn met deze essay, wil ik nu een betoog schrijven over de essentie en de noodzaak van de scheiding tussen kerk en staat.

Laat ik beginnen door te stellen dat ik erken dat elke staat gesticht is op basis van een staatsgodsdienst; een godsdienst dat werd belijdt door de heerser van de staat. Vroeger waren dit voornamelijk koningshuizen met een christelijke achtergrond. Dit is niet verwonderlijk, gezien het feit dat juist in de bijbel wordt gesproken over de koning en hoe deze de hoogste macht binnen een staat bezit.
Door de eeuwen heen was er constant sprake van een machtsstrijd binnen de kerkelijke stromingen, hoewel religie altijd werd beschouwd als zijnde een discutabel feit of dit wel of niet aanleiding gaf tot bepaalde oorlogen. Wij leven in een land waar ook een soortgelijke oorlog heeft plaatsgevonden: de 80-jarige oorlog. Deze begon in de eerste instantie vanwege diens losrukking van het Spaanse rijk, maar het werd eveneens ondersteunt in de drang naar religieuze vrijheden met uiteraard Willem van Oranje als een van de voornaamste voorvechters van deze religieuze vrijheden.
Binnen het Spaanse rijk was namelijk het katholicisme de staatsgodsdienst. Ieder mens die een andere geloofsovertuiging beleed, werd geclassificeerd als ketter en op de brandstapel gegooid. De Spaanse inquisitie is hiervan een praktisch voorbeeld, hoe een bepaalde religie andere religies onderdrukte.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist humanisten een sterke veroordeling hadden jegens dergelijke religieuze onderdrukkingen. Ik ga ze niet allemaal benoemen, maar los van de vraagstelling welke humanist nou daadwerkelijk wel of niet religieus waren in hun geloof jegens God, allemaal waren ze voor meer vrijheid, ook in de religieuze zin van het woord.

Dan ga ik nu een hele grote sprong maken van deze geschiedenis tot aan de hedendaagse wereld. Een wereld waarin er sprake is van geseculariseerde staten; staten waarin iedere verbinding tussen een bepaalde staatsgodsdienst en verwijzingen vanuit rechtspraak richting een bepaalde godsdienst zijn afgeschaft en vervangen door humanistische normen. De grondwet werd sindsdien een fundament van de vrijheid van het individu met diens vrijheid op het belijden van een bepaalde godsdienst.
In mijn hoofd ontstaat dan de volgende vraag: is het afschaffen van godsdienstvrijheid een gevolg van het afnemende geloof onder mensen of is het geloof van mensen juist afgenomen doordat er sprake is van godsdienstvrijheid? Een hele interessante vraag, maar uitermate lastig om een dergelijke kip/ei-vraagstelling te beantwoorden. Ik onthoud mij er dan ook van om deze vraagstelling te beantwoorden, hoewel ik mijn lezer wel uitnodig om eens stil te staan bij deze vraagstelling.
Het is echter een feit dat geloof in onze hedendaagse wereld een moeilijk te bevatten concept is. Wetenschap heeft in onze moderne wereld meer macht dan geloof. Toch blijven mensen geloven om verschillende redenen. Een voornaamste reden is uiteraard dat het via opvoeding is geleerd om te geloven in god, een andere reden zou kunnen zijn dat mensen die of niet in staat zijn om de moderne wetenschap te begrijpen, of die geen voldoening vinden in het beantwoorden van hun vragen, hun heil vinden in religie. Juist hierdoor zal religie altijd blijven bestaan zolang bepaalde vraagstukken niet opgelost zijn door de wetenschap.
Het is een open deur om nu de atheïstische vraagstelling op te werpen: als wetenschap uiteindelijk alles kan beantwoorden, wat heeft het dan nog voor zin om te geloven in een goddelijke entiteit? Als wetenschapper erken ik juist de grenzen van de wetenschap; ben ik ervan overtuigd dat wij nooit een volledig antwoord zullen kunnen vinden op de vragen des levens. Het is louter een individuele aangelegenheid hoe ieder individu omgaat met de vraagstukken en diens levensproblematiek. Religie is voor enkele individuen een steunpunt; voor anderen een (mentale) gevangenis. Het is niet aan mij om een oordeel te vormen op de meerwaarde van religie, danwel onderliggende problemen die bestaan en ontstaan als gevolg van religieuze overtuiging.

Wat mij als religie-criticus wél een doorn in het oog is, is het gegeven feit dat religieuze overtuigingen van bepaalde groeperingen nog altijd aanleiding vormen voor conflicten. Een vluchtige kijk op verschillende conflictgebieden op onze wereld laat zien dat er in essentie nog altijd een fundamenteel conflict bestaat tussen mensen van tegenovergestelde religies. Soedan, Nigeria, Israël, Syrië; stuk voor stuk zijn het conflictgebieden waarin ofwel sprake is van groeperingen met diens eigen religie die de andere groepering met diens religieuze overtuiging weigeren te erkennen, danwel sprake is van een burgeroorlog tussen groeperingen die verwikkeld zijn in een machtsstrijd en religie ge(mis)bruiken als ondersteuning voor hun strijd.
Het is een triest feit dat religieuze onderdrukking ook in onze moderne wereld aanleiding geeft voor conflicten.
De Britse filosoof Thomas Hobbes erkende dit feit. Er bestaat nog altijd veel speculatie over de vraag of hij wel of niet gelovig was. Toch had hij een accuraat beeld van een geloof met diens geloofsovertuiging. Iemand die met volle overtuiging geloofd in God hoeft niet over te gaan tot geweld om diens geloofsovertuiging uit te dragen naar diens medemens. Ik beschouw geloof als een vorm van onderwerping aan een hogere macht; iets wat ik pertinent afkeur. Een ander beschouwt het als een punt om kracht uit te kunnen putten. Ik vind het waarlijk prachtig om te zien, net als in de vele discussies die ik heb gevoerd met gelovige mensen, maar mijn persoonlijke overtuiging erkent dit idee simpelweg niet. Noem mij een atheïst, ik beschouw mijzelf eerder als een humanist, ik ga uit van de rede. Ik heb vorig jaar een blog geschreven over dit thema, ik sta nog steeds volledig achter elk woord dat ik hierin schreef: demonisering der religie.

Het is echter deze humanistische overtuiging dat leidt tot mijn felle afkeuring van naties die nog steeds een staatsgodsdienst erkennen. Vorige week las ik al in het NRC dat Saoedi-Arabië beledigd is door de sticker die Geert Wilders vorig jaar december liet drukken. Zij dreigen nu met handelssancties en onze regering moet deze kwestie proberen goed te praten, zoals te lezen is in het NRC.
Ik geef toe: het is een dwaze actie van meneer Wilders om aan populariteit te winnen; om zieltjes te winnen door te laten zien hoe zij het van oudsher christelijk gedachtegoed verdedigd door de islam weg te zetten als zijnde 'de moderne vorm van religieuze onderdrukking'. Daarom erken ik ook de noodzaak van onze regering om deze kwestie op diplomatieke wijze op te lossen, vooral vanwege de potentiële economische schade dat hieruit volgt. Toch heb ik een sterke afkeuring van de handelwijze van Saoedi-Arabië. Dat zij nochtans een staatsgodsdienst hebben beschouw ik als zijnde onderontwikkeld. Het weerhoudt een samenleving om zich verder te ontwikkelen. Hoe kan een samenleving zich ontwikkelen als de vrijheid van het individu wordt beperkt door religieuze regels?
Dat een religie een moreel fundament creëert erken ik ook, net als de onlosmakelijke invloed van cultuur op religie en vice-versa. Ik heb het concept van moraliteit en cultuur uitvoerend behandeld in een vorig schrijven. Al hoewel ik het begrip religie niet expliciet op filosofische wijze heb onderzocht, erken ik zeker de invloed van religie op het individu die het kan gebruiken als een fundament hoe het diens leven moet leiden.

Maar als humanist vraag ik mij dan weer af: waarom een leven leiden op basis van regels die vanuit een religieus perspectief zijn opgesteld, als je ook kan leven louter op basis van morele regels met een humanistisch fundament?
Het probleem zit hem in het feit dat een gelovig persoon het argument kan aanleveren dat diezelfde morele regels ook staan omschreven binnen de regels van de religie. Terwijl ik als humanist juist het religieus element ervaar als zijnde 'onderdrukking van mijn vrijheid'. Misschien ben ik wel getekend voor mijn leven met mijn humanistische houding, ik beschouw het enkel als een gezond wantrouwen jegens elke vorm van religie.
Het is dit gezond wantrouwen jegens religie dat mijn uitgangspunt vormt voor de scheiding van kerk en staat. Binnen een religieuze context is ieder mens gebonden aan de religieuze conventies. 'Kritiek uitten op een religie mag niet op straffe van de dood' volgens oude regels die nog steeds worden gehanteerd in onze moderne wereld in bepaalde staten die juist een staatsgodsdienst hebben. Ik zeg dit, mijn beste gelovige:
God is dood, zijn liefde voor de mens is hem noodlottig geworden.
Allah is ook dood, elke zinloze dood leidt tot verder uitsterving van de Islam.
Nee, mijn beste gelovige, het is niet mijn bedoeling om jou te shockeren met deze confronterende uitspraak. Het is mijn doel om jou aan het denken te zetten. Voel je vrij om jouw geloof te belijden zoals jij dat wilt. Ik ervaar enkel de regels die jij opgelegd krijgt vanuit jouw religie als een inperking van vrijheid. En dat is juist het punt waarop Wilders' PVV aan populariteit wint. De gemiddelde PVV-stemmer is bang voor een groeiende invloed van de islam. Het is een irrationele vorm van angst, dat zeker, maar het is wel iets waar jij als gelovige ook bij stil moet staan wanneer jij een uitspraak doet zoals 'Allah is groot'. Noem het gerust een botsing van ideologieën tussen gelovigen en niet-gelovigen, ik beschouw het als een gezond wantrouwen jegens elke vorm van religie.
En dát, mijn beste gelovige, is de essentie waarom een natie een scheiding moeten hebben tussen kerk en staat. Ieder mens is gelijk, ongeacht diens religieuze overtuiging. Een staat die een staatsgodsdienst heeft, kan nooit en te nimmer de vrijheid van religieuze overtuiging danwel de mogelijkheid om geen enkele religeieuze overtuiging te hebben, waarborgen. Ergo: inperking van vrijheid.
Waar we het best in zijn, daarvan wil onze ijdelheid dat het beschouwd wordt als wat ons het moeilijkst valt. Ligt ten grondslag aan menige moraal. - Friedrich Nietzsche, Voorbij Goed en Kwaad, pagina 81
Mijn vrienden, dank u voor het lezen van deze complexe blog! Ik wens u allen nog een hele fijne dag toe.
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

Ps. gelieve haatmail wel enigszins gefundeerd te mailen. Ik heb mijn tijd beter te besteden dan het beantwoorden van mensen die niet in staat zijn deze tekst op een redelijke manier te interpreteren.

woensdag 21 mei 2014

Filosofisch intermezzo - Het begrip Europa

Iets als waar beschouwen is een gebeurtenis in ons verstand die op objectieve gronden kan berusten, maar in de geest van wie het oordeel uitspreekt ook subjectieve oorzaken vereist. Wanneer het oordeel voor iedereen geldig is, voorzover hij maar met rede begaafd is, is de grond ervan objectief toereikend, en heet als-waar-beschouwen ervan overtuiging. Als het alleen een grond heeft in het bijzondere karakter van het subject, noemen we het als-waar-beschouwen overtuigdheid.
Overtuigdheid is louter schijn, omdat de grond voor het oordeel dat uitsluitend in het subject ligt, als objectief wordt beschouwd. Daarom heeft zo'n oordeel ook alleen privé-geldigheid, en kan het als-waar-beschouwen ervan niet worden meegedeeld. [...]
Ik kan alleen datgene beweren d.w.z. als een voor iedereen noodzakelijk geldig oordeel uitspreken, wat overtuiging bewerkstelligt. Overtuigdheid kan ik voor mezelf houden als ik me daarbij wel bevindt, maar ik kan, en mag er buiten geen geldigheid voor opeisen. [...]
Ik mag het nooit wagen te menen, zonder tenminste iets te weten, waardoor het op zich louter problematische oordeel een verbinding met de waarheid krijgt, die weliswaar niet volledig is, maar in elk geval meer dan een willekeurig verzinsel. - Immanuel Kant, Kritiek van de Zuivere Rede
, Nederlandse vertaling door Boom, pagina 651 - 653.

Zoals ik eerder heb geschreven, leven wij in een land waarin de cultuur is gedegradeerd tot een verkapte vorm van nationaal-socialisme. De twee kampen, die van de onderontwikkelde moslim die mij met de dood bedreigd wanneer ik roep Allah is een leugen en de xenofoob die het liefst een nieuwe geblondeerde Hitler ziet opstaan, geheel in de trant van het Arische ras; zijn op scherpe voet met elkaar komen te staan. Gelukkig leven wij nog altijd in een samenleving die het belang van vrijheid en vrijheid van meningsuiting erkent én verdedigd.
Morgen zijn de verkiezingen voor het Europese Parlement en ik vermoed dat er een hoge opkomst zal zijn. Zoals politiek verslaggever Jos Heymans al is opgevallen, leeft er een steeds groter wordend anti-EU sentiment. Hij schrijft: Nederland is een naar land geworden. Dit sentiment wordt verder gevoed, omdat mensen het idee hebben dat de EU ondemocratisch is, zoals Matthijs Bouwman schreef in zijn column Als Europa ondemocratisch is, dan is Nederland dat ook..
Hoe interessant ik deze artikelen ook geschreven vind, ik mis nog steeds een oorzaak; een vinger die op de zere plek wordt geplaatst. Waarom kunnen mensen niet begrijpen dat Europa noodzakelijk is voor ons land? Het antwoord op deze vraag vond ik in een artikel van De Correspondent: Europa heeft haar lager opgeleiden uitgesloten.
Het is fascinerend om tot deze realisatie te komen. Vroeger was ik ook nooit pro-EU. Ik vond het raar, ik kon maar niet begrijpen waarom het zo belangrijk is en zou zijn voor ons land. Hoe meer ik mij verdiep in dergelijke complexe materie, des te groter wordt mijn begrip van Europa.

Laat ik eens beginnen met deze vraagstelling: Wat is Europa?
Europa is een unieke samenwerking tussen onafhankelijke lidstaten. Ieder land heeft zijn eigen soevereiniteit: het bepaald zijn eigen staatsinrichting en vormgeving van rechtspraak. Soevereiniteit is binnen deze context louter een machtsconstruct, waarbij iedere lidstaat cq. natie de macht heeft om zelf te bepalen hoe het zich ontwikkeld.
De wereld is echter significant veranderd t.o.v. van de originele oprichting van de EU in 1958. Waar er destijds een verbond werd opgesteld tussen zes landen, is het nu uitgegroeid tot een intensief samenwerkingsverband tussen 28 (!!!) lidstaten.
Wat wellicht de belangrijkste ontwikkeling is, is dat er langzaam maar zeker soevereiniteit van lidstaten werd afgestaan aan de EU. Er zijn mensen die dit ondemocratisch noemen; ik noem het noodzakelijk. De wereldbevolking is enorm toegenomen sinds 1958; met deze groei moet de welvaart ten alle tijde worden gewaarborgd en dat kan enkel worden bewerkstelligt met de groei en ontwikkeling van de economie van iedere lidstaat. Import - en export van goederen tussen alle lidstaten fungeerde als een belangrijke factor voor de groei van elke economie en om dit goed te kunnen reguleren was het noodzakelijk dat er op Europees niveau afspraken werden gemaakt cq. verdragen werden afgesloten waardoor de handel gewaarborgd zou worden.
Het summum hiervan is de oprichting van een economische unie; alle lidstaten zouden hun munt vervangen door een Europese munt. Dit zou allerlei gunstige effecten hebben op de economieën van alle lidstaten. In de eerste instantie had het ook daadwerkelijk een gunstig effect. De eerste paar jaren werden weliswaar gekenmerkt door een lichte recessie; dit werd echter ook ondersteunt door de zogenaamde 'internetbubbel', waardoor beurzen in 2000 plotseling zware verliezen te kampen hadden. Als samenleving hadden wij de recessie destijds aangemerkt als zijnde een gevolg van de invoering van de euro, maar niemand die zichzelf de vraag stelt:
Werd de recessie niet veroorzaakt als gevolg van de uiteenspatting van de internetbubbel? En waardoor de invoering van de Euro en de recessie die hierop volgde enkel parallelle gebeurtenissen waren?

Dit is niet de plaats om deze overigens enorm interessante vraagstelling te beantwoorden. Nee, wat ik wil bereiken is dat mijn lezer een objectief oordeel gaat vormen over Europa. Nu hoor ik bijna mijn lezer schreeuwen tegen zijn beeldscherm vervloekte jongeman! Het enige wat jij schrijft is hoe geweldig Europa is, waar blijft de kritische noot?! Hoe is het godverdomme mogelijk dat die klootzakken in het Europese parlement maandelijks honderden euro's in hun zak kunnen steken zonder ook maar een vinger aan arbeid te besteden? Mijn beste lezer, ik was inderdaad van plan om op dit punt een kritische noot te laten zien.
Laat ik eerst eens beginnen met de voornaamste kritiek dat ik hoor en lees: wij pompen geld in landen die lid zijn van de EU en dat wij nooit terug zullen zien.
Het is een feit dat andere landen een incorrect economisch beleid hebben gevoerd. Bij de invoering van de euro ging men klaarblijkelijk van uit dat ieder land een verantwoord economisch beleid ging voeren. Helaas was er een diepgaande, kapitalistische crisis voor nodig, waarbij de hele economische structuur van de mondiale economie op instorten stond, voor dit wanbeleid aan het licht kwam. Noem het gerust naïviteit van de mensen die het originele plan hadden bedacht voor de oprichting van een economische unie, ik beschouw dit als inherent aan de mens. De quote die dit het beste omschrijft is afkomstig uit het werk Leviathan, geschreven door de politiek filosoof Thomas Hobbes:
Goed en kwaad zijn namen die onze begeerten en aversies aanduiden. Omdat mensen verschillen van temperament, gewoonten en overtuiging, zijn deze begeerten en aversies overal verschillend. [...] Ja, zelfs een en dezelfde mens verschilt voortdurend van mening met zichzelf, en prijst de ene maal iets (dat wil zeggen, noemt iets goed), wat hij bij een volgende gelegenheid afkeurt en slecht noemt. Hierdoor ontstaan meningsverschillen, strijd, en ten slotte oorlog, zodat de mens in de natuurstaat leeft (met andere woorden, in een toestand van oorlog), zolang als zijn individuele begeerte de maatstaf is van goed en kwaad.
Wellicht dat er mensen zijn (geweest) die hebben geprofiteerd van alle ellende dat is voortgekomen uit de benoemde 'eurocrisis'. Net als velen was ik een sympathisant van de occupy-beweging die heel tragisch een stille dood heeft gehad. Net als iedereen hoopte ik een verandering te zien in het gedrag van bankiers met diens exorbitant bonusbeleid. Helaas is niks hiervan waar... Maar dan komt nu de vraag: ligt de schuld cq. de oorzaak van de eurocrisis en van alle individuen die een rol hebben gespeeld bij de EU, of vinden wij de oorzaak terug in de mens? Ik stel dat de schuld bij de mens ligt; het individu dat zichzelf macht toeëigend en aldoende zijn eigen (maatschappelijke) positie verstevigd is in de ogen van één een huichelaar en in de ogen van een ander een succesverhaal. Oordeel zelf, ik ben van mening dat ik niet bij machte ben om hierover te oordelen. Wellicht dat ik hierover een ethisch intermezzo kan schrijven, hier is het althans niet de goede plek om erover te praten.
Afijn, dan blijft de originele propositie bestaan: 'wij pompen geld in een bodemloze put'. Wat men echter vergeet is de noodzaak van de stabiliteit van de eurozone als economische unie. Het construct is zo complex, dat geen mens hiervan een begrip kan vormen. Economie wordt nog altijd beschouwd als een gamma-wetenschap; het hanteren van grote foutenmarges bij de implementatie van een bepaald model dat functioneert als fundament van een bepaalde economie. Er zijn teveel onvoorspelbare factoren aanwezig waarmee een waarheidsgetrouwe voorspelling kon worden gedaan indien een bepaald land failliet zou gaan.
Een faillissement van de complete economische unie was wel degelijk een reëel gevaar bij het faillissement van een lidstaat. Tenslotte zijn alle economieën op een bepaald fundamenteel niveau verbonden aan elkaar, waardoor het construct als een kaartenhuis in elkaar zou storten. Dit zou onvermijdelijk hebben geleid tot maatschappelijke onrust en misschien zelfs oorlog. Dit zijn zaken waar de gemiddelde burger niet bij stilstaat wanneer het praat over de EU. Wanneer men over de EU praat, dan praat men voornamelijk over alle bureaucratie en alle 'onnodige regelgeving'. Maar met praat nooit over hetgeen dat is voorkomen met de oprichting van de EU.

De volgende kritische vraagstelling zou dan zijn: Hadden wij dan in de eerste instantie de EU niet moeten oprichten of op zijn minst niet moeten meedoen met de euro als de gevaren zo groot zijn?
Ten eerste waren de gevaren helemaal niet zo groot. Opnieuw was de verwachting dat ieder land een degelijk economisch beleid zou gaan voeren. Dat dit niet gebeurd is, heeft nu tenminste geleid tot (politieke) gewaarwording en is men aan het nadenken over mechanismen die men kan gebruiken indien er signalen zijn dat een land geen goed economisch beleid voert. In deze zin hebben wij geleerd van onze fouten en is het nu zaak om te kijken naar de toekomst; niet naar de gemaakte fouten. Dit is hetzelfde leerproces als ieder individu die een vak moet leren; zo leren wij als eenheid hoe wij de EU beter kunnen inrichten.
Ten tweede vergeet iedereen het belang van de eurozone voor onze economie; ons land heeft een open economie. Dat betekent dat wij voornamelijk inkomsten genereren op basis van diensten die betrekking hebben op import - en export van goederen. Willen wij als land ons huidige niveau van welvaart behouden én in de toekomst een betere welvaart creëren, dan zijn juist die open grenzen en onze open economie van groot belang. Onze economie groeit op basis van de handel die wij of zelf bedrijven, of doorvoeren naar andere landen in de eurozone. Het sluiten van grenzen zal enkel een vertragend zo niet negatief effect hebben op onze economie. Wij hebben al zeven jaar lang een recessie gehad, willen jullie nog langer in deze recessie blijven zitten?

Het laatste puntje is uiteraard al het geld dat wij kwijt zijn aan Europa en wat wellicht nog belangrijker is: hoe het komt dat europarlementariërs zoveel inkomsten hebben zonder dat wij daar iets van merken.
Als eerste is dit probleem gelijkwaardig aan hetgeen wij ervaren met de politici van ons eigen land. Zij krijgen een vrij riante beloning voor het werk dat zij verrichten. Maar een hoop werk dát zij verrichten, ervaren wij niet direct. Wij ervaren het enkel indirect; op basis van het beleid dat ten uitvoer wordt gebracht onder leiding van een bepaalde minister. Kunnen wij nu ook stellen dat onze politici geen danwel slecht werk leveren?
Ten tweede wordt er een hoop gedebatteerd buiten onze informatiekring om. Ik laat het politieke vraagstuk of dit verantwoord is of niet in het midden; mij gaat het enkel om de bewustwording van mensen dat de politici onze belangen vertegenwoordigen, maar dat zij eveneens kijken naar de toekomst en welke regels en wetten op europees niveau noodzakelijk zijn voor de stabiliteit van de eurozone. Ook wij zullen als natie soms water bij de wijn moeten doen. En als dat betekent dat wij soms iets meer moeten betalen voor diensten die wij niet direct ervaren, dan is iets wat wij zullen moeten accepteren. Of willen wij dan de wereld niet in dezelfde conditie doorgeven aan onze kinderen, als wij die hebben gekregen van onze ouders?

Nu kan ik begrijpen dat de lezer mij op dit punt classificeert als een eurofiel. Wat ik echter wil benadrukken en dan kom ik nu terug op de inleiding, dat hetgeen wij als waarheid accepteren, geen echte waarheid is. Ik beschouw mijzelf namelijk niet als een eurofiel; ik beschouw Europa als een noodzaak voor een toekomstig Nederland. Een land waarin wij ooit trots op kunnen zijn om te wonen; dat wij trots kunnen zijn om ons als Nederlander te benoemen. Wat is Europa meer dan enkel een psychologisch construct waarmee politici vorm proberen te geven aan de intensieve samenwerking tussen alle mensen die lid zijn van de EU? 'Europa als natie bestaat niet', zoals ik ooit schreef over de zogenaamde Europese identiteit. Het enige wat wij moeten doen is stemmen op een partij waarvan wij overtuigd zijn dat het ons een pad laat bewandelen waarmee wij een zonnige toekomst tegemoet zien.

Mijn vrienden, ik wens jullie allen een hele fijne dag toe! Het is vandaag wederom een zonnige dag, hopelijk hebben jullie ervan genoten.
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

dinsdag 20 mei 2014

Psychologisch intermezzo - Waarom Project P een flutprogramma is

In geestelijke vermogens zijn mensen, voor zover ik kan zien, zelfs nog meer aan elkaar gelijk dan in kracht. (De kundigheden die op woorden berusten laat ik nu even buiten beschouwing, en in het bijzonder de vaardigheid om op algemene en onfeilbare regels af te gaan, die we wetenschap noemen. [...]) Dat deze gelijkheid misschien niet algemeen wordt erkend, komt omdat iedereen een ijdele voorstelling heeft van zijn eigen wijsheid. Bijna iedereen denkt dat hij hiermee veel rijker is begiftigd dan de grote massa, dat wil zeggen dan ieder ander behalve hijzelf en enkele anderen, met wie hij instemt omdat zij beroemd zijn of omdat zij dezelfde mening hebben als hij. [...]
Uit het feit dat wij gelijke mogelijkheden hebben, volgt dat wij gelijke hoop kunnen koesteren om onze doeleinden te verwezenlijken. Daarom worden twee mensen elkaars vijanden, als zij dezelfde zaak begeren waarvan zij niet beiden tegelijk kunnen genieten.[...] Het gevolg van dit wederzijds wantrouwen is dat er geen redelijker manier bestaat waarop iemand zich in veiligheid kan brengen dan door de ander een slag vóór te zijn.[...]
Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat mensen, gedurende de tijd dat zij niet onder een gemeenschappelijke macht leven die allen ontzag afdwingt, in een toestand verkeren die we oorlog noemen, en wel een oorlog van allen tegen allen. - Thomas Hobbes, Leviathan
, pagina 96 - 97.

Laat ik direct met de deur in huis vallen: deze quote is enigszins uit zijn context gerukt. Thomas Hobbes was een politiek filosoof die in zijn werk Leviathan een construct had ontworpen hoe een mens zich bevind in de zogenaamde 'natuurstaat' en hoe sociale conventies i.e. het onderwerpen aan een soevereine macht leidt tot het vormen van een natie, waarmee de 'natuurstaat' van het individu ook wordt onderworpen aan de soevereine macht.
De reden waarom ik toch heb gekozen voor deze quote is vanwege de psychologische mechanismen die aan de grondslag liggen van dit construct. Hieruit volgt namelijk dat een individu dat niet gebonden is aan sociale conventies geen moraal heeft en kent. In feite is deze propositie inherent aan de definitie van een moraal:
Moraliteit is de transcendente norm gesteld door het individu waarop wordt bepaald op wat voor wijze mensen op een deugdelijke wijze interacties aangaan met elkaar.
Hieruit volgt impliciet dat de inleiding ook toepasbaar is op afgeleide vormen van een natie, zoals die van een klas waarin jongeren zich 'onderwerpen' aan de leraar. Ik realiseer dat het begrip onderwerpen niet helemaal tot zijn recht komt, maar bij gebrek aan een accurater begrip zal ik gedurende dit schrijven dit begrip blijven hanteren, binnen deze context.
Nu was ik al gedurende langere tijd aan het twijfelen of ik mijn mening over het veelbesproken programma Project P: Stop het pesten zou gaan uitten of niet. Aan de ene kant kan ik begrijpen dat een kind dat gepest wordt, op een gegeven moment niet meer weet wat wijsheid is en uiteindelijk besluit tot een bepaald handelen. Het is een tragedie wanneer een jongere geen enkele kans ziet op een normaal leven en besluit om zelfmoord te plegen. Hoewel men altijd vergeet dat dit fenomeen voorkomt in elk westers land, zijn de zelfmoorden van Fleur Bloemen (link naar artikel) en Tim Ribberink (link naar artikel) veelbesproken geweest in de media.
Aan de andere kant begin ik een zekere aversie te ontwikkelen jegens zenders die het zo noodzakelijk vinden om het probleem van pesten zoveel aandacht te geven. Enkele jaren geleden werden volwassenen die vroeger ooit iemand hadden gepest geconfronteerd met hun 'slachtoffer'. Hoewel ik dit programma eveneens 'emo-tv' vond, kan ik het rationeel wel begrijpen. De persoon die gepest is, heeft toch in zekere zin psychische cq. emotionele problematiek ondervonden van het idee dat hij/zij een minderwaardig mens was in de ogen van 'de pester'. De confrontatie zou in theorie moeten leiden tot een afsluiting, waardoor degene die vroeger gepest was op deze manier uiteindelijk diens leven moest kunnen vervolgen.

Los van de vraagstelling of de zelfmoord van Fleur Bloemen het gevolg was van pesten, of dat er andere zaken meespeelde, heeft de zelfmoord van Tim Ribberink een groot effect gehad. Hij was daadwerkelijk het slachtoffer geworden van pesten en als gevolg daarvan kon hij geen normaal leven voor zichzelf bedenken in de nabije toekomst.
Het is moeilijk te stellen of deze gebeurtenis indirect aanleiding is geweest voor het bedenken van Project P; dat de programmamakers dermate geraakt waren door de tragedie van Tim's dood dat zij vanuit een idealisme besloten op actieve wijze het pesten aan te pakken in de vorm van een programma of dat er louter sprake is van een 'gat in de markt' in televisieland, waarin zij een nieuw concept hadden bedacht waarmee zij kijkcijfers zouden trekken door het aanbieden van de nieuwste vorm van 'emo-tv'. Een programma waarin Nederland verontwaardigd reageert op het lijden van een jongeman die heel zielig is en hoe hij wordt gepest zonder enige vorm van tegenmacht te bieden.
Waar ik voornamelijk van walg is de ronduit barbaarse manier van handelen van de presentator (die ook maar een script volgt). De vreselijk gepeste jongen filmt zijn pesters in het geheim, waarbij deze pesters op een later tijdstip zomaar worden overvallen door de presentator die hun dwingt te kijken naar de 'confronterende beelden'.
Hoe is dit pedagogisch verantwoord? Want dat is toch het doel van het programma? Zij willen dat het pesten stopt en hun idee is dat dit te bewerkstelligen is door het confronteren van de pesters met hun onvriendelijk gedrag, dat zij tot de realisatie komen dat zij fout zijn en hun gedrag gaan aanpassen. Volledig rationeel verantwoord, maar in de praktijk ronduit amateuristisch ten uitvoer gebracht.

Ten eerste is het een illusie om te stellen dat pesten kan worden uitgebant. Er is in een klas sprake van een groepsdynamiek met een leider en volgers. Zoals ik heb omschreven in de inleiding onderwerpen de volgers zich aan de leider. Maar deze leider staat machteloos wanneer er een leraar aanwezig is. De leider wordt een volger van de leraar en bevind zich dan op een gelijk niveau met diens volgers. Het moment dat de leraar uit het beeld verdwijnt, komen diezelfde primaire machtsstructuren terug en bepaald de leider de groepsdynamiek. Vanwege diverse redenen wordt vervolgens iemand uitgekozen die de leider als minderwaardig beschouwt en vangt het pesten aan.
De gepeste persoon heeft op dit punt 2 keuzes: 1) hij/zij confronteert de pester, waarmee indien de confrontatie succesvol is, de machtsbalans wordt verstoord. 2) hij/zij onderwerpt zich aan de pester; deze beschouwt de onderwerping als zijnde een succesvolle uiting van macht.
Ten tweede behoudt de leider vooralsnog zijn machtspositie, ook na het zien van alle 'confronterende beelden'. Waarom? Omdat hij/zij geen reden ziet om zijn gedrag te veranderen, daarom! Een volwassen persoon zal wellicht inzien dat zijn/haar handelen immoreel is en diens eigen gedrag aansturen, maar een kind zal geen ontwikkeld begrip kunnen vormen van diens immorele omgangsnormen. Zolang hij/zij de leider blijft, bevindt hij/zij zich in de machtspositie en zal ieder individu dat als minderwaardig wordt geacht door de leider worden onderworpen aan diens onvriendelijke gedragingen --> pesterijen. Geen gedrag is zo moeilijk te veranderen als het eigen gedrag; vooral die van een kind die nog zoekend is naar zijn eigen positie in een groep en hoe het op een goede manier moet gedragen onder bepaalde omstandigheden.
Komen wij aan bij het derde punt: is het een kwestie van opvoeding? In essentie niet. Niemand onderwerpt zich aan een ander, zonder dat daar een reden voor is. Bij voorkeur gaan wij als individu het gevecht aan, om ons in een hogere positie te plaatsen --> oorlog van allen tegen allen. Dergelijke gedragingen zijn immoreel, maar tegelijk niet van toepassing omdat er geen sprake is van sociale conventies. Enkel een hogere macht, die van een ouder of een leraar, kan een groep sociale conventies opleggen.

Nu ik de voornaamste facetten rondom het pesten heb toegelicht, kan ik de volgende vraagstelling volledig beantwoorden: Waarom is Project P: Stop het pesten een flutprogramma?
Omdat het elke vorm van pedagogisch inzicht mist; omdat kinderen/jongeren worden geconfronteerd met beelden die zij weliswaar afkeuren, maar niet in staat zijn om een verandering in aan te brengen. Het is louter het plaatsen van de pesters aan een schandpaal, om te laten zien 'hoe slecht de pesters zijn', terwijl er nergens inhoudelijk het gesprek wordt aangegaan met de pesters. Dit noem ik niet pedagogisch verantwoord en de eerste persoon die dit wel pedagogisch verantwoord vindt nodig ik uit om te reageren en met mij de discussie aan te gaan.

Mijn vrienden, ik dank u voor het lezen van deze blog! Ga lekker genieten van de zon en het weer, ik wens jullie allen een hele fijne dag toe.
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

donderdag 20 maart 2014

Grenzen van de Vrijheid van Meningsuiting

De geschiedenis leert dat die stam van een volk zich het beste staande houdt, waarin de meeste mensen een levendige gemeenschapszin hebben als gevolg van de gelijkheid van hun vaste, onbetwistbare principes, dus als gevolg van hun gemeenschappelijk geloof. Hier wordt de goede, degelijke zede sterk, hier wordt ondergeschiktheid van het individu geleerd en vastberadenheid het karakter als geschenk gegeven en naderhand nog verder bij hem aangekweekt. [...] Aan elke vooruitgang in het groot moet een gedeeltelijke verzwakking voorafgaan. De sterkste naturen houden het type vast, de zwakkeren helpen het verder te ontwikkelen. - Friedrich Nietzsche, Menselijk, al te Menselijk. Nederlandse vertaling door Thomas Graftdijk, pagina 147.

Vrijheid van Meningsuiting; tezamen met de begrippen Moslim, Islam, terrorisme en Wilders is dit begrip het laatste decennium het onderwerp geweest van stevige discussies, hoogoplopende emoties en uiteindelijk zelfs de executie van een man die 'het lef had' om te praten over de vijfde colonne van geiteneukers.
Ik heb waarlijk respect voor deze man, Theo van Gogh, die nu alweer bijna 10 jaar dood is. Vermoord door, hoe ironisch kan het, een Nederlandse man die zich had bekeerd tot de islam. Deze moord werd niet alleen maatschappelijk veroordeeld, nee het zorgde voor een verheffing van het maatschappelijk debat over de vrijheid van meningsuiting; iets wat door sommigen wordt bestempeld als de vrijheid van beledigen.
Ik vind dit een fascinerende uitspraak, waarom wordt een zeer kritische mening direct opgevat als zijnde een belediging? Is het soms een kwestie van onbegrip? Waarom zou je gebruik moeten maken van genuanceerde uitspraken, die soms ook nog eens binnen een bepaalde context verkeerd kunnen worden geïnterpreteerd, als je ook direct een mening kan verkondigen door gebruik te maken van krachtige termen?

Ik voel mij steeds meer een voorvechter voor de vrijheid van meningsuiting. Waar ik ooit in 2011 een simpele blog had geschreven, waarin ik geïntrigeerd raakte door het begrip 'Vrijheid van Meningsuiting', ben ik nu van mening dat ieder mens alles mag zeggen wat hij of zij maar wilt. Spui jouw ongenuanceerde mening, het is jouw goedrecht dat in menig (voornamelijk westers) land is vastgelegd in de grondwet dat ieder mens vrij is in de grondwettelijke zin van het woord.
Wat mensen moeten realiseren is dat een mening ook kan worden bekritiseerd. Het heeft geen enkel zin om in een discussie voortkomend uit een verschil van mening over een bepaald onderwerp te gaan roepen "RESPECTEER MIJN MENING!!!"; het voegt namelijk niks toe aan de discussie. Sterker nog, het laat zien hoe zwak de desbetreffende mening is, dat het louter wordt gevormd op basis van onderbuikgevoelens.
Een simpel voorbeeld is een discussie over God. Ik geloof niet in een God in de gelovige zin van het woord. Het concept intrigeert mij, het laat mij nadenken op een dieper, metafysische wijze over het leven. Gelovigen zijn van mening dat hun leven wordt bepaald door God. Ik vind het prima, hun levensbeschouwelijke visie is in conflict met die van mij, maar je kan maar enkel tot een zeker punt op basis van argumenten een discussie voeren. Daarna wordt het louter een emotionele kwestie waarmee de discussie in feite over is; over gevoelens kan je niet discussiëren.

Hoe anders is het met een discussie over thema's zoals gezondheid, maatschappij en criminaliteit. Ieder mens vormt een mening over de verschillende facetten van deze thema's. Het probleem zit hem echter in het feit dat er enorm veel kennis bestaat over al deze thema's. Ze zijn allemaal zo enorm complex dat het onmogelijk is voor een enkel individu om een volledige waarheidsgetrouwe mening te kunnen vormen over al deze thema's.
Oppervlakkige (causale) verbanden zijn direct te verklaren aan de hand van een logische redenatie. Je hoeft geen geleerde te zijn in de criminologie om te begrijpen dat mensen die zijn opgegroeid in een laag sociaal-economisch milieu een grotere kans hebben om een delict ten uitvoer te brengen in de hoop snel rijk te kunnen worden.
MAAR dit is enkel een oppervlakkig verband; het is een volledige generalisatie van mensen die zijn opgegroeid in een laag sociaal-economisch milieu; factoren die net zo belangrijk zijn zoals culturele achtergrond en de normen en waarden die van invloed zijn op de gedragingen van het individu worden louter geëgaliseerd onder het mom van "gelijkheid", terwijl er helemaal geen sprake is van gelijkheid, omdat ieder mens in de breedste zin van het woord uniek is.
Generalisatie is een begrip dat enorm handig is in wetenschappelijk onderzoek, omdat er juist wordt gestreefd naar de ontwikkeling van een model waarmee ieder individu op gelijke wijze met elkaar kan worden vergeleken. Maar er is nog altijd een grote brug tussen theorie en praktijk. En het is deze brug die men voorzichtig moet oversteken wanneer men bepaalde thema's gaat bediscussiëren waarbij vanuit een onderzoek een maatschappelijke debat wordt gevoerd.
Dat gezegd hebbende kan ik enkel het volgende verklaren: een mening wordt altijd beperkt door de kennis van het individu die de mening uitdraagt.
Betekent dit dat niemand iets mag zeggen? Absoluut niet! Ik blijf een voorvechter van de vrijheid van meningsuiting. Maar ga niet zielig lopen doen als een persoon een mening verkondigd en deze mening wordt volledig teniet gedaan door krachtige argumenten van de ander.

Het wordt echter een complexe kwestie wanneer een mening wordt verkondigd die nadelig is voor een grote groep mensen. Over emoties en gevoelens kun je niet discussiëren, omdat deze een persoonlijke aangelegenheid zijn. Je kan echter wel de mening ontkrachten op basis van argumenten. Opzicht is het vanuit een sociologisch perspectief beschouwd een positieve ontwikkeling dat mensen met tegenovergestelde meningen met elkaar in contact kunnen komen en op die manier elkaar kunnen proberen te overtuigen. Het is alleen zo triest om te moeten constateren dat de rede op een zeker moment volledig verdwijnt. Op dit punt vervallen een hoop potentiële interessante discussies tot een ronduit ordinaire, zielige vertoning waarbij de meningen van de mensen lijnrecht tegenover elkaar staan, terwijl er geen enkel rationeel gefundeerd argument kan worden aangeleverd. Het zijn net kinderen die met elkaar een ja/nee-ruzie hebben.
Om precies dezelfde reden vond ik de rechtszaak die enkele jaren geleden tegen Geert Wilders was aangespannen volslagen onzin. Wellicht was het niet het doel van de aanklagers om Wilders te berechten, maar wilden zij enkel een ideologisch statement maken; ik vond het allemaal vrij onzinnig. Ja, het gros van zijn uitspraken liggen op de grens van de fatsoensnormen in het kader van vrijheid van meningsuiting. En zijn electoraat steunt dit; zij steunen en masse de fascistische ideeën die door neerlands grootste xenofoob worden uitgedragen. Ik heb in een vorig schrijven mijn zorgen geuit over de opkomst van het moderne nationaal-socialisme.
Men pretendeert zijn woorden te begrijpen door ze op te vatten als zijnde "hij maakt ons land schoon en zorgt ervoor dat Nederland weer in oude ere wordt hersteld". Wat men vergeet is dat wanneer men een zin begint met de woorden 'ik wil niet discrimineren', dat men al een aanvang maakt om juist te gaan discrimineren! Dat men diens mening baseert op onjuiste, oppervlakkige verbandtrekkingen die op een ronduit irrationele wijze verder wordt verwerkt op basis van een selectieve beeldvorming. Dat wanneer men in de media alweer verhalen leest over Marokkanen, dat men in diens irrationele denkwijze direct de bewijsvoering gaat aandragen voor hun racistische denkwijze.
Hierdoor komt het individu op basis van of onjuiste informatie, danwel onjuist geïnterpreteerde informatie, tot de nationaal-fascistische denkwijze dat dé autochtone Nederlander superieur is aan al die achterlijke buitenlanders, want Nederlands plegen NOOIT, maar dan ook echt NOOIT misdaden!!! Waarom? Omdat ik hierover NOOIT iets lees in de media!!!

Wilders kwam volgens mij iets van anderhalve maand geleden ook al in het nieuws. Hij had een sticker gemaakt met daarin de tekst: De islam is een leugen. Mohammed is een boef. De koran is gif.
Ik kon hier alleen om lachen. Dit is provocatie pur sang en het meest grappige is: het mag! Waarom zou hij dit niet mogen zeggen? Alleen maar omdat mensen zich beledigd voelen? Een echte moslim moet hier ook om lachen, die denkt bij zichzelf: 'Ach, Wilders heeft weer een nieuwe ideetje om ons op de kast te jagen. Wat een triest figuur is het toch ook'. Een redelijk mens prikt door deze provocatie heen en laat zichzelf leiden in zijn mening door zijn rede, niet door zijn emoties die het beledigen van 'zijn profeet' zou losmaken.
Overigens vind ik het hoe dan ook een volslagen onbegrijpelijke uitspraak door te stellen 'MIJN profeet', alsof het een bezit is, terwijl het geloof juist een levensbeschouwelijke overtuiging moet zijn dat richtlijnen geeft hoe een goede moslim zou moeten leven. Het stellen van een bezit kan ik persoonlijk niet plaatsen onder dit concept, het getuigt eerder van een individu die zich uit alle macht vastklampt aan het concept van hoe een goede moslim zou moeten leven in de hoop dat hem/haar gaat lukken. Knap hoor, wat een stevige geloofsovertuiging! Ironisch genoeg waren het ook deze individuen die op publiekelijke pagina's Wilders dood wensen of zoals sommigen het zo poëtisch omschrijven: Allah straft Wilders.
Friedrich Nietzsche schreef het volgende:
Wie met monsters vecht, moet oppassen zelf geen monster te worden. En als je lang in een afgrond kijkt, kijkt de afgrond ook bij jou naar binnen.
Al die mensen die Wilders dood wensen zijn geen haar beter dan Wilders zelf. Het moment dat men beter luistert naar het gevoel, dan naar de rede, is het moment dat onze samenleving gedoemd is.
Laat ik stellen dat ik nog steeds blijf praten over kut-marokkaantjes, wanneer ik alweer voor de zoveelste keer zie hoe in mijn straat een aantal kutjochies enorm irritant zijn (en meestal ook het voorkomen hebben als zijnde dat zij van Marokkaanse afkomst zijn). Meestal hoef ik ze niet aan te spreken en vertrekken ze uit zichzelf. Een enkele keer spreek ik hun aan en dan vertrekken ze meestal. De ene keer dat ze niet waren vertrokken was ik behoorlijk pissig geworden en schijnbaar hadden ze toen uiteindelijk het signaal begrepen dat zij moesten vertrekken, of het zou uitlopen op een hele intense ruzie waarbij ik het niet zou laten om geweld toe te passen indien de situatie het vereist. Maar betekent dit dat iedere Marokkaan in essentie slecht is? Dat zij niet in staat zijn om te conformeren naar de voor de gemiddelde Nederlander geldende normen? Absoluut niet! Ik heb samengewerkt en gelachen met hardwerkende Marokkanen.
Het is zo simpel om een volledige bevolkingsgroep te veroordelen, louter op basis van het handelen van enkele individuen. Maar dit is wederom een onjuiste gevolgstrekking; een incorrecte interpretatie van feiten. Wilders maakt hier gretig misbruik van; voor het eerst heeft hij in mijn ogen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschreden. Tot mijn grote verbazing heeft hij op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen in een kroeg een groep PVV-aanhangers gevraagd: Willen jullie meer of minder Marokkanen? waarop de groep het woord minder bijna uitschreeuwde.
Het was bijna alsof er een explosie van Nationaal-Socialisme zichtbaar was op bekende beelden die te vinden zijn op de verschillende mediasites. En tot mijn grote verbazing erkent niemand zichzelf als een racist zijnde, want er volgt altijd de toevoeging: alleen criminele buitenlanders moeten worden uitgezet. Mensen die zich aan de wet houden, mogen wel blijven.
Aha, dus een autochtone Nederlander die zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstig delict mag tientallen jaren opgesloten blijven, maar buitenlanders moeten worden getransporteerd naar het land waar zij geboren zijn toch? En wat als zij hier in Nederland geboren zijn?

Het spreekt voor zich dat een individu met een degelijk niveau van inzicht direct inziet hoe groot de rechtelijke en uiteraard de ethische gaten zijn die ontstaan in dergelijke concepten. Ik vind het dan ook echt knap van de PVV-aanhanger dat het hen lukt om mij telkens opnieuw te verbazen, door telkens een nieuwe dieptepunt te laten zien. Ik had nooit kunnen bedenken dat dergelijke individuen zich zo onmenselijk, racistisch en fascistisch zouden kunnen uitspreken in een modern ontwikkeld land als Nederland, totdat ik die beelden zag. Proficiat, mijn waarde xenofoob! jullie hebben een nieuw dieptepunt bereikt. Wanneer gaat de eerste Anders Breivig opstaan?

Mijn vrienden, ik dank u allen voor het lezen van deze blog. Verspreidt het woord, laat zien dat wij als maatschappij dergelijke uitspraken niet tolereren! Ik heb mijn steun al betuigt en uiteraard heb ik de facebookpagina 'Ik doe aangifte tegen Wilders' geliked. Ik wens jullie allen nog een hele fijne avond toe, een dikke knuffel van jullie wereldverbeteraar, Halbe!

donderdag 27 februari 2014

Het faillissement van de Nederlandse samenleving

Ach, waar ter wereld zijn groter dwaasheden geschied dan bij de medelijdenden? En wat ter wereld stichtte meer leed dan de dwaasheden der medelijdenden?
Wee alle liefhebbenden, die niet nog een hoogte kennen, welke boven hun medelijden uitsteekt! Eens heeft de duivel aldus tot mij gesproken: 'Ook God heeft zijn hel: dat is zijn liefde tot de mensen.'
En onlangs hoorde ik hem dit woord zeggen:'God is dood; aan zijn medelijden met de mensen is God gestorven'. [...]
Mijn noodlot namelijk laat mij de tijd: heeft het me soms vergeten? Of zit het achter een grote steen in de schaduw vliegen te vangen?
Waarlijk, ik ben het deswege goed gezind, mijn eeuwige noodlot, dat het me niet haast en prest en mij tijd laat voor grappen en streken: zo dat ik vandaag om te vissen deze hoge berg besteeg. [...]
Ik echter en mijn noodlot - wij spreken niet tot het heden, wij spreken ook niet tot het nimmer: wij hebben om te spreken wel geduld en tijd en tijd over. Want eenmaal moet het toch komen en mag niet voorbijgaan.
- Friedrich Nietzsche, Aldus sprak Zarathoestra
, Nederlandse vertaling door P. Endt en H. Marsman, pagina 183 - 185.

Sinds tijden voel ik mij vervreemd van de Nederlandse samenleving. Wellicht is mijn beeld van de Nederlandse samenleving vertekend door het feit dat ik ben opgegroeid in een klein dorpje in Noord-Holland, maar ik heb altijd gedacht dat onze samenleving er een was van cohesie, samenwerken met een saamhorigheidsgevoel.
Men noemt mij weleens naïef; persoonlijk vind ik dit een verschrikkelijk woord, vanwege de negatieve connotatie die hieraan hangt. Aan de andere kant zit er een bepaalde waarheid verscholen in dit woord, omdat ik vanuit mijn persoonlijkheid enorm optimistisch ingesteld ben.
Misschien is het harde leven makkelijker te verkroppen met een positieve instelling; al hoewel de visie van een kind op het leven naar mijn idee louter afhankelijk is van zowel het karakter van het kind alsmede de opvoeding. Hoe dan ook wordt ieder persoon vroeg of laat geconfronteerd met de harde lessen des levens. Een periode waarin een persoon tegelijk wordt gebroken en gemaakt; soms ten goede, soms ten slechte.
Nu ik eens aan het reflecteren ben op mijn leven, bevind ik mij al in deze periode sinds vorig jaar. Er hebben een aantal kleine veranderingen plaatsgevonden, die uiteindelijk hele grote effecten hadden. Effecten die ik nooit correct had kunnen inschatten. Pas met de wijsheid van het nu aanschouw ik de details die zich op een verkeerde plek bevonden. Ironie ten top, zoals het altijd met wijsheid gaat, is dat wijsheid enkel achteraf wordt verkregen. Op dat moment vraag ik mij altijd af: 'Wat voor meerwaarde heeft deze wijsheid als het mij nu niks concreets oplevert?'

Het enige wat mijn wijsheid mij nu oplevert, is walging en veroordeling van mijn medemens. Wij leven in een egocentrische samenleving, waarin het lijden van het individu wordt uitgebuit in de vorm van sensationele mediaverhalen en de aanschouwer een begrip pretendeert te hebben van dit lijden en verder gaat met de waan van de dag, terwijl het individu verder lijdt.
Een individu kan prima leven in een egocentrische samenleving zoals die van Nederland, als alle sociale voorzieningen correct zouden functioneren. Helaas worden dergelijke middelen collectief gefinancierd en leven wij in een samenleving waarin de welvaart onder druk staat en dus ook alle sociale voorzieningen onder druk komen te staan. Het individu dat gedurende jaren '90 van de vorige eeuw misbruikt heeft gemaakt van alle sociale voorzieningen door enkel de hand op te houden, zonder enige poging te gaan doen om een actieve bijdrage te leveren aan onze maatschappij bevindt zich in een uiterst gunstige positie. Dit individu heeft nooit gewerkt, dus is het niet staat om op hoge leeftijd alsnog een arbeidsethos te creëren. Maar die sociale voorzieningen staan nog steeds onder druk! Dus wat gaat de politiek doen? Die gaat eens opnieuw kijken naar alle sociale voorzieningen en komt uiteindelijk tot de conclusie dat wij van een verandering moeten ondergaan van een zorgstaat naar een participatiemaatschappij.

Dat een mens verantwoording moet afleggen voor het gebruik maken van collectieve voorzieningen is rationeel verantwoord. Dat onze politiek een verandering heeft doorgevoerd in het sociaal beleid kan ik enigszins mee instemmen. Maar dat er als gevolg van een ontmoedigingsbeleid mensen de armoede ingaan, is onbegrijpelijk voor een ontwikkeld, westers land als Nederland!
Ieder mens kankert maar in de rondte; men heeft de mond vol hoe slecht de politiek bezig is, hoe slecht buitenlanders zijn en hoe groot hun bijdrage is aan de criminaliteit. Maar aan het einde van de dag is het buikje rond gegeten, heeft men diens maatschappelijke plicht ten uitvoer gebracht in de vorm van werkzaamheden in de breedste zin van het woord en heeft men diens dagelijkse portie emo-nieuws gehad. Ik walg van dit individu! Men pretendeert te begrijpen hoe andere mensen leven, men roept om verantwoording van publiekelijk geld en "terugverdiensten voor de maatschappij", terwijl men geen enkel idee heeft wat de gevolgen zijn voor de mensen die een dergelijk beleid door hun strot gedouwd krijgen; men kan niet begrijpen hoe machteloos een individu staat die zich in de bijstand bevindt.
Het is zo makkelijk om een ander mens te veroordelen, zonder ook maar enige kennis te hebben van de veroordelende. Nu doe ik het eens terug naar hen; de veroordelende wordt de veroordeler. Helaas is de positie van mensen als ik die in de bijstand zitten zodanig slecht dat onze stem wordt verstomd voordat er kan worden geschreeuwd. Ziedaar de macht van de democratie, waarin het individu dat afhankelijk is van collectieve middelen niks waard is.

Hierbij benoem ik onze "sociale" samenleving failliet; waar bepaalde individuen in vroeger tijden als een parasiet konden leven van gemeenschappelijke middelen, bevinden wij ons in huidige tijden aan de tegenovergestelde kant van het spectrum waarin mensen die genoodzaakt zijn om gebruik te maken van gemeenschappelijke middelen worden beschouwd als échte parasieten. Geprezen zij de egocentrische democratie en de politiek die de stem van de democratie opvolgt!

De mens is iets, dat overtroffen moet worden; en daarom moet zij uw deugden liefhebben -: want gij zult aan hen te gronde gaan. - Aldus sprak Zarathoestra

Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze blog. Ik had eigenlijk verwacht dat de tekst meer anti-socialer zou zijn dan het is, maar schijnbaar heb ik nog steeds een bepaald geloof in onze samenleving. Ach, dan hou ik tenminste genoeg denkvoer over voor een volgende blog. Tot schrijfs!

woensdag 5 februari 2014

Bestaansrecht?

Heb je weleens het gevoel gehad dat je geen bestaansrecht had? Dat alles wat jouw leven maakte, jou werd afgenomen? Dat alle keuzes, gemaakt met de volste wijsheid van het moment, hebben geleid tot het uiteenvallen van het leven dat je ooit had? Dat het verleden mooi was, het heden een hel en de toekomst niet bestaat?

Ik ga nu door deze fase heen. Voor het eerst sinds jaren voel ik mij depressief en vervloek ik mijn leven.
Het is een rare en enge gewaarwording, om die leegte te voelen van eenzaamheid, niet wetende wat wijsheid is, welke keuzes de verstandigste zijn. Het moeilijkste vind ik nog het hebben van hoop. Ik weet dat hoop hetgeen was wat mij vroeger staande had gehouden; hoop dat alle ellende tijdelijk was en dat er betere tijden op komst waren. Die waren er gelukkig ook gekomen; de afgelopen jaren ben ik intens gelukkig geweest met alles wat ik had bereikt. Ik denk dat er weinig mensen zijn die met de tegenslagen die ik heb gehad, in staat zouden zijn geweest om het pad te bewandelen dat ik heb bewandeld.

Maar nu ben ik aan het einde van het pad gekomen. Ik sta met mijn rug tegen de muur, afhankelijk van alle sociale voorzieningen in mijn levensonderhoud. Begrijp mij niet verkeerd, ik mag mijzelf gelukkig prijzen dat ik in een modern land als Nederland woon. Dat ik überhaupt de mogelijkheid heb om gebruik te kunnen maken van sociale voorzieningen die collectief in stand worden gehouden.
Het is die leegte van mijn leven dat het allemaal erg deprimerend maakt. Het is eigenlijk heel bizar, de realisatie dat ik smacht naar sleur; om elke dag hetzelfde werk te doen en van half 9 tot 5 arbeid te verrichten, om 6 uur thuis te komen en te gaan eten, 's avonds gezelligheid met Cynthia en om 11 uur naar bed, zodat de volgende dag om half 7 mijn wekker gaat en een nieuwe dag aanbreekt.

Er zijn verschillende gedachten die nu door mijn hoofd gaan. Het eerste waaraan ik moet denken is een artikel van de Quest waarin stond dat bepaalde hersenen optimaler functioneren onder omstandigheden die gelijkstaan aan die van sleur; terwijl andere hersenen juist minder optimaal functioneren.
Persoonlijk denk ik dat ik na een paar weken al helemaal gestoord zou worden van de sleur en dat ik op zoek zou gaan naar ander werk. En toch zou ik mijn huidige leven opgeven voor een leven vol sleur.
De andere gedachte is een quote van de deense existentiefilosoof Soren Kierkegaard uit zijn werk Het begrip angst, pagina 46-47, nederlands vertaald door J. Sperna Weiland.
De onschuld is onwetendheid. In de onschuld is de mens niet bepaald als geest, maar psychisch bepaald in onmiddelijke eenheid met zijn natuurlijkheid. [...]
In deze toestand is er vrede en rust; maar tegelijk is er iets anders: het is geen onvrede en geen strijd, want er niets om mee te strijden. Wat is het dan? Het niets. Maar welke werking heeft het niets? Het baart angst. De diepste geheimenis van de onschuld, is dat ze tegelijkertijd angst is. Dromend projecteert de geest zijn eigen werkelijkheid. Die werkelijkheid is niets, maar dat niets ziet de onschuld bestendig buiten zich.
'Het niets zou gepaard gaan met angst'; ik denk dat er een grond van waarheid aanwezig is in deze woorden. Ik voel mij onrustig, gefrustreerd, verdrietig over de gevolgen van de keuzes die ik heb gemaakt. Ik weet dat ik de beste keuzes heb gemaakt, uit de slechtste van alle keuzes. Maar ik had nooit gedacht dat ik in een dergelijk zwart gat zou vallen als hetgeen ik mij nu in bevind.
Ik heb gemerkt dat het bevatten van mijn huidige situatie het moeilijkste is van alles. Accepteren dat mijn leven een hel is; het loslaten van mijn hoop. Rationeel kan ik het bevatten; maar mijn emoties hebben een grens bereikt. De enige vraag die ik mijzelf nu nog kan stellen is de volgende: Hoe kan een persoon bestandsrecht hebben, ervaren in de psychologische zin van het woord, als het individu het gevoel heeft dat het geen plek heeft in de maatschappij?

Ik denk dat ik mijn plek in de maatschappij moet herdefiniëren; dat ik moet accepteren dat wij leven in een tijdperk waarin fundamentele veranderingen plaatsvinden in onze maatschappij, waarin het individu ondergeschikt wordt aan de grillen van onze maatschappij.
Wat mij persoonlijk raakt is de gedachte dat het mij altijd was gelukt om het pad te volgen dat ik zelf koos; ik was zelf heer en meester van mijn leven. Dat gevoel is weg; met het verdwijnen van dit gevoel heb ik het gevoel in een existentiële crisis te verkeren. Hah, ironie ten top! De maatschappij heeft een crisis; dus het individu ervaart eveneens een crisis.
Wat gaat mijn leven mij brengen? Ik weet het niet...en ik vind het eng, heel eng. Het maakt mij onrustig en het creëert angst. Angst dat ik op een plek ga komen waar ik niet wil zijn; angst dat mij de mogelijkheid wordt ontnomen om zelf mijn pad te creëren, angst voor het onbekende.
En mijn bestaansrecht? Die krijg ik van alle mensen om mij heen, mijn familie en mijn vrienden en bovenal van Cynthia.

Mijn vrienden, ik wens jullie een hele fijne avond!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

donderdag 30 januari 2014

Filosofisch intermezzo - Culturele sentimenten

In het algemeen is het oordeelsvermogen het vermogen om het bijzondere als vallend onder het algemene te denken. Als het algemene (de regel, het principe, de wet) gegeven is dan is het oordeelsvermogen dat het bijzondere daaronder subsumeert, bepalend (ook wanneer het als transcendentaal oordeelsvermogen a priori de unieke voorwaarden aangeeft, volgens welke iets onder dat algemene gesubsumeerd kan worden). Als echter alleen het bijzondere is gegeven, waarbij dat oordeelsvermogen het algemene moet zoeken, dan is dat vermogen louter reflecterend.
Het bepalend oordeelsvermogen, dat volgens algemene transcendentale wetten opereert die het verstand geeft, subsumeert alleen. De wet wordt a priori aan dat vermogen voorgeschreven, en het hoeft dus niet zelf een wet te bedenken om het bijzondere in de natuur aan het algemene te kunnen onderschikken. Maar er is zo'n grote verscheidenheid aan vormen in de natuur, er zijn als het ware zoveel modificaties van de algemene transcendentale natuurbegrippen, die door de wetten welke het zuivere verstand a priori geeft, onbepaald worden gelaten, omdat die wetten alleen de mogelijkheid van een natuur (als object van de zintuigen) in het algemeen betreffen.
- Immanuel Kant - Kritiek van het oordeelsvermogen, pagina 67/68.

Deze quote bevat een complexe gedeeltelijke omschrijving van de interactie die het individu aangaat met de omgeving. Waarom heb ik gekozen voor een stuk tekst als deze? Omdat ik een essay wil gaan schrijven over de invloed van culturele sentimenten op het oordeelsvermogen van het individu. Ik heb al eerder geschreven over het oordelend individu, waarin ik een gedetailleerde omschrijving heb gemaakt van onze kennisverwerving en het belang hiervan bij het uitvoeren van een oordeel in de filosofische zin van het woord.
Cultuur is eveneens een thema waar ik al vele essays aan hebt gewijd en moraliteit is onlosmakelijk verbonden met dit thema; beide begrippen zijn uitgebreid omschreven in een eerder geschreven filosofisch intermezzo. Maar dan komt nu de belangrijkste vraag: 'hoe kan ik alle verschillende thema's op een gedegen wijze met elkaar verbinden?' en wat wellicht een nog belangrijkere vraag is: 'horen deze thema's wel met elkaar te worden verbonden?'
Laat ik eerst eens beginnen met het bekijken van de opgestelde definities. Cultuur is als volgt gedefinieerd:
cultuur als existentieel fenomeen is een dynamisch sociologisch mechanisme dat veranderlijk is en per definitie onmogelijk kan worden behouden. Het existeert in het nu en nu is een ongedefinieerde tijdsperiode dat bestaat tussen het verleden en de toekomst.
Moraliteit heb ik vervolgens als volgt gedefinieerd:
Moraliteit is de transcendente norm gesteld door het individu waarop wordt bepaald op wat voor wijze mensen op een deugdelijke wijze interacties aangaan met elkaar.
Ik ga nu niet opnieuw de conclusie opsommen die ik eerder heb opgesteld m.b.t. cultuur & moraliteit. Het is voldoende om als uitgangspunt de gestelde definities te gebruiken voor verdere stappen. Laat ik nu eerst eens de belangrijkste vraag proberen te beantwoorden, namelijk of alle drie de thema's met elkaar kunnen worden verbonden. Cultuur en moraliteit zijn onlosmakelijk verbonden met elkaar gegeven het feit dat de één bepalend is voor de vorming van de ander en vice versa. Het oordeelsvermogen is louter een individuele aangelegenheid, waarbij op basis van kennis een oordeel wordt gevormd. Een oordeel impliceert echter een vergelijking; net als in het geval van het begrip moraliteit. Hoe verhoudt dit oordeelsvermogen zich tot de moraliteit van het individu? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, zal ik eerst een definitie moeten opstellen van het begrip oordeelsvermogen.

Het oordeelsvermogen van een individu wordt bepaald door de kennis die het individu heeft van het object waarover wordt geoordeeld. Wij verkrijgen kennis door het uitvoeren van observaties en deze observaties te verbinden aan het object dat wordt onderzocht. Op basis van deze kennis krijgen wij meer inzicht in onze wereld; een wereld die ironisch genoeg wordt beperkt door de reikwijdte van observaties. Ten eerste wordt ik beperkt in het opdoen van observaties door mijn zintuigen; ten tweede wordt ik beperkt door de ruimtelijke positie die ik inneem. Ik kan vanuit mijn huis geen observaties doen in andere steden. Ik kan zelfs geen observaties doen door heel Den Haag. Ik kan enkel naar buiten kijken via mijn raam en op die manier observaties doen.
Natuurlijk zijn er talloze methoden te bedenken waarmee een individu observaties kan uitvoeren door het uitvoeren van metingen en het plaatsen van meetapparatuur op verschillende ruimtelijke posities, waarmee de kennis van het object ter observatie wordt vergroot. Het probleem zit hem nu in het feit dat onze realiteit uit een veelvoud van objecten bestaat en dat het een onmogelijke taak is om kennis van ieder object te kunnen verkrijgen. Gelukkig zijn bepaalde objecten zodanig opgebouwd dat enkele observaties leiden tot een volledig begrip van het object, waarmee de kennis van dit object zodanig volledig is, dat verdere observaties geen toevoeging meer zijn aan een accurater begrip van het object.
Ik ben nu in staat om de volgende definitie op te stellen:
Het oordeelsvermogen van een individu is de uitkomst waarbij de som van kennis waarover een individu beschikt leidt tot een waarheidsgetrouw oordeel over een object. Het uitvoeren van observaties die een bijdrage leveren aan een vernieuwd inzicht in een bepaald object leidt tot meer kennis, waardoor een meer waarheidsgetrouw oordeelsvermogen wordt ontwikkeld van het object.
Deze definitie leidt direct tot de volgende vraagstelling, in het kader van moraliteit: moraliteit is gedefinieerd als een norm, kan moraliteit het object zijn waar ons oordeelsvermogen betrekking op heeft?
Moraliteit als norm is een begrip dat tot stand komt aan de hand van interacties en (zelf)reflectie op gedragingen tussen individuen. Het gedrag wordt vergeleken met het gewenste gedrag; indien het gedrag niet conformeert met de norm, wordt er geoordeeld dat de norm niet wordt gehanteerd en moet er worden gehandeld. Het oordeelsvermogen van het individu is het fundament van het oordeel; dit gegeven impliceert dat het oordeelsvermogen de uitvoering is van moraliteit - het oordeelsvermogen van het individu leidt tot de vorming van een bepaald moraal, waarmee uiteindelijk de cultuur beïnvloedt wordt en een interactie teweegbrengt in het morele individu met diens oordeelsvermogen.
Hiermee zijn direct alle vragen beantwoord; de drie verschillende thema's horen inderdaad met elkaar te worden verbonden en zijn op een gedegen wijze met elkaar verbonden.

Dan ga ik nu door naar het volgende punt: hoe zit het met het culturele sentiment?
Dit culturele sentiment bepalen wij met zijn allen, als samenleving. Helaas draagt de moderne media op doordringende wijze bij aan het vergroten van dit sentiment. Mensen zijn van nature emotionele wezens; daar is niks mis mee. Het wordt echter een gevaar wanneer wij als samenleving onze emoties de baas laten worden van ons handelen. Juist het rationeel handelen, de redelijkheid moet bij een overmaat aan handelen de belangrijkste drijfveer zijn. Al hoewel ik voor dit moment het onderscheid in stand houdt tussen onze emoties en ratio, bestaat er de mogelijkheid dat deze twee psychologische denkwijzen wellicht niet heel veel van elkaar verschillen, zoals ik ooit eens eerder heb omschreven.
Wij mensen zijn dieren; wij kennen dezelfde instinctieve gedragingen als ieder ander dier. Het verschil tussen mens en dier is louter het besef van onszelf; een hogere vorm van een zelfbewustzijn. Dat betekent niet dat dieren geen zelfbewustzijn hebben, maar dat de mens als diersoort een evolutionair plafond heeft bereikt waardoor wij in staat zijn geworden om de dominante diersoort van onze planeet te worden (waarmee wij helaas ook onszelf de macht over deze planeet hebben toegeëigend, doordat wij het besef hebben verkregen dat wij op dit moment de meest ontwikkelde diersoort zijn van onze planeet). Het is dit hogere besef dat het fundament vormt voor onze ratio; de rede. Het moment dat wij louter gaan handelen op basis van onze instinctieve gedragingen is het moment dat wij afstand hebben genomen van ons huidige niveau van evolutie en dat wij enkel gaan handelen als dieren. Juist daarom is het belangrijk om te handelen als mensen, door gebruik te maken van onze rede, door gebruik te maken van ons hoger niveau van denken. Door onszelf te ontwikkelen kunnen wij onze huidige cultuur verheffen naar een hogere cultuur.

Maar dit cultureel sentiment kan onze cultuur ook verkrachten, zoals de laatste paar jaren onze cultuur langzaam wordt verkracht door de gepolariseerde samenleving waarin wij leven. Gelukkig voert de rede nog altijd de hoofdmoot, maar ik vrees de dag dat ook onze cultuur ten gronde gaat aan de steeds groter groeiende roep voor het "emotioneel handelen".
Roep het woord 'pedofilie' en mensen verkrampen direct in hun denkwijzen; mensen zien in hun hoofd enkel een oudere man die op een zeer immorele wijze omgaat met kleine kindertjes. Dergelijke associatiepatronen zijn funest voor onze rede en draagt enkel bij aan het creëren van een emotioneel cultureel sentiment waarin op maatschappelijke wijze een dergelijke belangrijke kwestie overschaduwt wordt door het geschreeuw van emoties.
Roep het woord 'dierenleed', het liefst gepaard met verschrikkelijke beelden waarin een onschuldig schepsel op brute wijze geweld is aangedaan. Dergelijke berichtgeving wordt gretig verspreid via sociale media, bij voorkeur met volledige naam van de dader in de hoop dat deze dader direct wordt veroordeeld door een individu die besluit voor eigen rechter te gaan spelen; iets wat gelukkig verboden is in een rechtstaat en voor altijd verboden moet blijven! Ook misdadigers hebben mensenrechten; het uitvoeren van een misdaad is niet equivalent aan het afstand doen van mensenrechten, deze zijn een gegeven feit in een rechtstaat.
Roep het woord 'buitenlander' en men roept direct 'PVV!!!'. Maar al te graag wijzen mensen op de verschrikkelijke misdaad die enkele Oost-Europese bendes hebben uitgevoerd door onze zuurverdiende belastingcenten op een ronduit schandalige wijze te hebben afgepakt. En de hardwerkende Nederlander, pardon, Henk en Ingrid, moeten nóg harder werken om hun verschrikkelijk niet-luxueus leven, bestaande uit alle gemakken van de moderne welvaartsstaat, nog in stand te kunnen houden. En maar al te graag wilt men ALLE buitenlanders ons land uit trappen, terug naar hun eigen land toch?

Ik walg van dit culturele sentiment. Ik walg van mijn medemens die het lef heeft om louter op basis van vooroordelen een oordeel te vellen over andere mensen. Het is typerend voor de hedendaagse onderontwikkelde mens om diens bekrompen mening te uitten op de verschillende publiekelijke pagina's. Dat vind ik nog niet eens ernstig; wat ik pas ernstig vind is de invloed die de hedendaagse onderontwikkelde mens heeft op de politieke agenda. Dergelijke groepen dragen bij aan de nieuwste ziekte der Nederlanden, die van het moderne nationaal-socialisme.
Ik vraag mij alleen wel af waarvan ik meer walg, van dergelijke individuen, of de moderne moslimjongeren die bij ieder nieuwsbericht over de PVV het nodig vinden om diens eveneens irrationele mening te verkondigen? Ik had altijd gedacht dat tolerantie jegens andersdenkenden een speerpunt was bij de moderne moslims, maar schijnbaar is dit gegeven onbekend bij een kleine groep jongeren die een zeer grote mond hebben, maar niet staat zijn om een degelijke discussie te voeren.

Misschien is het wel tijd voor een derde wereldoorlog; misschien kan uit het as van de verloren gegane culturen een nieuwe cultuur ontstaan die wél in staat is om zichzelf te verheffen, zodat Nederland eindelijk weer eens een verlichte natie wordt zoals het ooit is geweest.
Of heel misschien kunnen wij het tij keren, kunnen wij teruggaan naar onze rede zodat wij als samenleving een nieuw culturele sentiment kunnen ontwikkelen: het sentiment van het humanisme waarin de ander wordt erkent en de vrijheid van meningsuiting ten alle gewaarborgd wordt. Maar tot die tijd ben ik steeds meer sceptisch geworden over onze ooit zo moderne natie, met diens bekrompen culturele sentimenten waarin men elkaar met argusogen bekijkt en enkel kan oordelen op basis van een verschil in denkwijze.

En moge alles breken, wat aan onze waarheden breken- kan! Menig huis valt er nog te bouwen - Friedrich Nietzsche - Aldus Sprak Zarathoestra

Mijn vrienden, ik wens jullie allen een hele fijne avond toe! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!