Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen

dinsdag 27 mei 2014

Filosofisch intermezzo - De scheiding tussen kerk en staat

Geloof houdt geen verband met dwang of bevelen, en kan er niet door worden opgewekt. Het hangt uitsluitend af van de zekerheid of waarschijnlijkheid van een bewijsvoering die berust op de rede, of op iets wat mensen al langer geloven. Daarom hebben de dienaren van Christus in deze wereld uit hoofde van hun ambt geen enkel macht om iemand te straffen, als zij hen tegenspreekt of niet gelooft wat zij zeggen. Ik bedoel dat zij deze macht om iemand te straffen niet kunnen ontlenen aan hun ambt als dienaren van Christus. Maar als zij beschikken over de soevereine macht in de staat, als een politieke instelling, zijn zij inderdaad gerechtigd om iedere inbreuk op hun wetten te bestraffen. [...]
Maar wat moeten we doen (zullen sommigen misschien tegenwerpen) als een koning, een senaat, of een andere soevereine persoon ons verbiedt om in Christus te geloven? Mijn antwoord hierop is dat dit soort verboden geen uitwerking kunnen hebben, want geloof en ongeloof zijn niet het resultaat van menselijke bevelen. Geloof is een geschenk van God. Mensen kunnen het niet geven en ook niet wegnemen, door het uitzicht op beloningen of door bedreiging met martelingen.
- Thomas Hobbes, Leviathan
, Nederlandse vertaling door Boom, pagina 366 - 367.

Al langere tijd ben ik mijzelf aan het ontwikkelen op het gebied van politiek. Ik ambieer absoluut geen politieke carriére, maar ik vind het uiterst fascinerend om mijn gedachten over bepaalde ontwikkelen op papier te zetten en hoe deze een potentiële uitwerking hebben op onze samenleving.
Een belangrijk punt van mij is mijn afgunst jegens de PVV en diens fascistisch gedachtegoed. Ik heb deze zorgen eerder geuit door felle kritiek te uitten op onze moderne cultuur. Daarentegen begin ik steeds meer overtuigd te raken van de noodzaak van het uitten van een mening. Hoe ongefundeerd en beledigend deze ook mag zijn, wij leven in een vrij land waarin ieder individu kritiek mag uitten op een religie. Er zijn uiteraard grenzen en meneer Wilders heeft deze grens bereikt met zijn beruchte "minder-uitspraak". Het is fascinerend om gewaar te worden van het spanningsveld tussen enerzijds mensen die hun mening willen ventileren, hoe ongefundeerd en achterlijk deze ook mag zijn, en anderzijds mensen die hun mening uitten op basis van hun perspectief op bepaalde zaken. Voor mijn gedachten omtrent de vrijheid van meningsuiting verwijs ik mijn lezer graag naar deze link. Hier en nu is niet de plek om hier nader op in te gaan. Hoewel er zeker raakvlakken zijn met deze essay, wil ik nu een betoog schrijven over de essentie en de noodzaak van de scheiding tussen kerk en staat.

Laat ik beginnen door te stellen dat ik erken dat elke staat gesticht is op basis van een staatsgodsdienst; een godsdienst dat werd belijdt door de heerser van de staat. Vroeger waren dit voornamelijk koningshuizen met een christelijke achtergrond. Dit is niet verwonderlijk, gezien het feit dat juist in de bijbel wordt gesproken over de koning en hoe deze de hoogste macht binnen een staat bezit.
Door de eeuwen heen was er constant sprake van een machtsstrijd binnen de kerkelijke stromingen, hoewel religie altijd werd beschouwd als zijnde een discutabel feit of dit wel of niet aanleiding gaf tot bepaalde oorlogen. Wij leven in een land waar ook een soortgelijke oorlog heeft plaatsgevonden: de 80-jarige oorlog. Deze begon in de eerste instantie vanwege diens losrukking van het Spaanse rijk, maar het werd eveneens ondersteunt in de drang naar religieuze vrijheden met uiteraard Willem van Oranje als een van de voornaamste voorvechters van deze religieuze vrijheden.
Binnen het Spaanse rijk was namelijk het katholicisme de staatsgodsdienst. Ieder mens die een andere geloofsovertuiging beleed, werd geclassificeerd als ketter en op de brandstapel gegooid. De Spaanse inquisitie is hiervan een praktisch voorbeeld, hoe een bepaalde religie andere religies onderdrukte.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist humanisten een sterke veroordeling hadden jegens dergelijke religieuze onderdrukkingen. Ik ga ze niet allemaal benoemen, maar los van de vraagstelling welke humanist nou daadwerkelijk wel of niet religieus waren in hun geloof jegens God, allemaal waren ze voor meer vrijheid, ook in de religieuze zin van het woord.

Dan ga ik nu een hele grote sprong maken van deze geschiedenis tot aan de hedendaagse wereld. Een wereld waarin er sprake is van geseculariseerde staten; staten waarin iedere verbinding tussen een bepaalde staatsgodsdienst en verwijzingen vanuit rechtspraak richting een bepaalde godsdienst zijn afgeschaft en vervangen door humanistische normen. De grondwet werd sindsdien een fundament van de vrijheid van het individu met diens vrijheid op het belijden van een bepaalde godsdienst.
In mijn hoofd ontstaat dan de volgende vraag: is het afschaffen van godsdienstvrijheid een gevolg van het afnemende geloof onder mensen of is het geloof van mensen juist afgenomen doordat er sprake is van godsdienstvrijheid? Een hele interessante vraag, maar uitermate lastig om een dergelijke kip/ei-vraagstelling te beantwoorden. Ik onthoud mij er dan ook van om deze vraagstelling te beantwoorden, hoewel ik mijn lezer wel uitnodig om eens stil te staan bij deze vraagstelling.
Het is echter een feit dat geloof in onze hedendaagse wereld een moeilijk te bevatten concept is. Wetenschap heeft in onze moderne wereld meer macht dan geloof. Toch blijven mensen geloven om verschillende redenen. Een voornaamste reden is uiteraard dat het via opvoeding is geleerd om te geloven in god, een andere reden zou kunnen zijn dat mensen die of niet in staat zijn om de moderne wetenschap te begrijpen, of die geen voldoening vinden in het beantwoorden van hun vragen, hun heil vinden in religie. Juist hierdoor zal religie altijd blijven bestaan zolang bepaalde vraagstukken niet opgelost zijn door de wetenschap.
Het is een open deur om nu de atheïstische vraagstelling op te werpen: als wetenschap uiteindelijk alles kan beantwoorden, wat heeft het dan nog voor zin om te geloven in een goddelijke entiteit? Als wetenschapper erken ik juist de grenzen van de wetenschap; ben ik ervan overtuigd dat wij nooit een volledig antwoord zullen kunnen vinden op de vragen des levens. Het is louter een individuele aangelegenheid hoe ieder individu omgaat met de vraagstukken en diens levensproblematiek. Religie is voor enkele individuen een steunpunt; voor anderen een (mentale) gevangenis. Het is niet aan mij om een oordeel te vormen op de meerwaarde van religie, danwel onderliggende problemen die bestaan en ontstaan als gevolg van religieuze overtuiging.

Wat mij als religie-criticus wél een doorn in het oog is, is het gegeven feit dat religieuze overtuigingen van bepaalde groeperingen nog altijd aanleiding vormen voor conflicten. Een vluchtige kijk op verschillende conflictgebieden op onze wereld laat zien dat er in essentie nog altijd een fundamenteel conflict bestaat tussen mensen van tegenovergestelde religies. Soedan, Nigeria, Israël, Syrië; stuk voor stuk zijn het conflictgebieden waarin ofwel sprake is van groeperingen met diens eigen religie die de andere groepering met diens religieuze overtuiging weigeren te erkennen, danwel sprake is van een burgeroorlog tussen groeperingen die verwikkeld zijn in een machtsstrijd en religie ge(mis)bruiken als ondersteuning voor hun strijd.
Het is een triest feit dat religieuze onderdrukking ook in onze moderne wereld aanleiding geeft voor conflicten.
De Britse filosoof Thomas Hobbes erkende dit feit. Er bestaat nog altijd veel speculatie over de vraag of hij wel of niet gelovig was. Toch had hij een accuraat beeld van een geloof met diens geloofsovertuiging. Iemand die met volle overtuiging geloofd in God hoeft niet over te gaan tot geweld om diens geloofsovertuiging uit te dragen naar diens medemens. Ik beschouw geloof als een vorm van onderwerping aan een hogere macht; iets wat ik pertinent afkeur. Een ander beschouwt het als een punt om kracht uit te kunnen putten. Ik vind het waarlijk prachtig om te zien, net als in de vele discussies die ik heb gevoerd met gelovige mensen, maar mijn persoonlijke overtuiging erkent dit idee simpelweg niet. Noem mij een atheïst, ik beschouw mijzelf eerder als een humanist, ik ga uit van de rede. Ik heb vorig jaar een blog geschreven over dit thema, ik sta nog steeds volledig achter elk woord dat ik hierin schreef: demonisering der religie.

Het is echter deze humanistische overtuiging dat leidt tot mijn felle afkeuring van naties die nog steeds een staatsgodsdienst erkennen. Vorige week las ik al in het NRC dat Saoedi-Arabië beledigd is door de sticker die Geert Wilders vorig jaar december liet drukken. Zij dreigen nu met handelssancties en onze regering moet deze kwestie proberen goed te praten, zoals te lezen is in het NRC.
Ik geef toe: het is een dwaze actie van meneer Wilders om aan populariteit te winnen; om zieltjes te winnen door te laten zien hoe zij het van oudsher christelijk gedachtegoed verdedigd door de islam weg te zetten als zijnde 'de moderne vorm van religieuze onderdrukking'. Daarom erken ik ook de noodzaak van onze regering om deze kwestie op diplomatieke wijze op te lossen, vooral vanwege de potentiële economische schade dat hieruit volgt. Toch heb ik een sterke afkeuring van de handelwijze van Saoedi-Arabië. Dat zij nochtans een staatsgodsdienst hebben beschouw ik als zijnde onderontwikkeld. Het weerhoudt een samenleving om zich verder te ontwikkelen. Hoe kan een samenleving zich ontwikkelen als de vrijheid van het individu wordt beperkt door religieuze regels?
Dat een religie een moreel fundament creëert erken ik ook, net als de onlosmakelijke invloed van cultuur op religie en vice-versa. Ik heb het concept van moraliteit en cultuur uitvoerend behandeld in een vorig schrijven. Al hoewel ik het begrip religie niet expliciet op filosofische wijze heb onderzocht, erken ik zeker de invloed van religie op het individu die het kan gebruiken als een fundament hoe het diens leven moet leiden.

Maar als humanist vraag ik mij dan weer af: waarom een leven leiden op basis van regels die vanuit een religieus perspectief zijn opgesteld, als je ook kan leven louter op basis van morele regels met een humanistisch fundament?
Het probleem zit hem in het feit dat een gelovig persoon het argument kan aanleveren dat diezelfde morele regels ook staan omschreven binnen de regels van de religie. Terwijl ik als humanist juist het religieus element ervaar als zijnde 'onderdrukking van mijn vrijheid'. Misschien ben ik wel getekend voor mijn leven met mijn humanistische houding, ik beschouw het enkel als een gezond wantrouwen jegens elke vorm van religie.
Het is dit gezond wantrouwen jegens religie dat mijn uitgangspunt vormt voor de scheiding van kerk en staat. Binnen een religieuze context is ieder mens gebonden aan de religieuze conventies. 'Kritiek uitten op een religie mag niet op straffe van de dood' volgens oude regels die nog steeds worden gehanteerd in onze moderne wereld in bepaalde staten die juist een staatsgodsdienst hebben. Ik zeg dit, mijn beste gelovige:
God is dood, zijn liefde voor de mens is hem noodlottig geworden.
Allah is ook dood, elke zinloze dood leidt tot verder uitsterving van de Islam.
Nee, mijn beste gelovige, het is niet mijn bedoeling om jou te shockeren met deze confronterende uitspraak. Het is mijn doel om jou aan het denken te zetten. Voel je vrij om jouw geloof te belijden zoals jij dat wilt. Ik ervaar enkel de regels die jij opgelegd krijgt vanuit jouw religie als een inperking van vrijheid. En dat is juist het punt waarop Wilders' PVV aan populariteit wint. De gemiddelde PVV-stemmer is bang voor een groeiende invloed van de islam. Het is een irrationele vorm van angst, dat zeker, maar het is wel iets waar jij als gelovige ook bij stil moet staan wanneer jij een uitspraak doet zoals 'Allah is groot'. Noem het gerust een botsing van ideologieën tussen gelovigen en niet-gelovigen, ik beschouw het als een gezond wantrouwen jegens elke vorm van religie.
En dát, mijn beste gelovige, is de essentie waarom een natie een scheiding moeten hebben tussen kerk en staat. Ieder mens is gelijk, ongeacht diens religieuze overtuiging. Een staat die een staatsgodsdienst heeft, kan nooit en te nimmer de vrijheid van religieuze overtuiging danwel de mogelijkheid om geen enkele religeieuze overtuiging te hebben, waarborgen. Ergo: inperking van vrijheid.
Waar we het best in zijn, daarvan wil onze ijdelheid dat het beschouwd wordt als wat ons het moeilijkst valt. Ligt ten grondslag aan menige moraal. - Friedrich Nietzsche, Voorbij Goed en Kwaad, pagina 81
Mijn vrienden, dank u voor het lezen van deze complexe blog! Ik wens u allen nog een hele fijne dag toe.
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

Ps. gelieve haatmail wel enigszins gefundeerd te mailen. Ik heb mijn tijd beter te besteden dan het beantwoorden van mensen die niet in staat zijn deze tekst op een redelijke manier te interpreteren.

maandag 23 september 2013

Filosofisch intermezzo - Demonisering der Religie

Het geloof is de hoogste hartstocht in een mens. Misschien zijn er in elke generatie velen die er niet eens aan toe komen, maar niemand komt verder. Of er ook in onze tijd velen zijn die het geloof niet ontdekken, wil ik niet uitmaken. Ik durf me alleen op mezelf te beroepen, en dan verberg ik niet dat het zijn tijd met mij nog duurt. Maar daarom wil ik mijzelf of het grote nog niet bedriegen door het geloof tot iets onbetekenends te maken, een soort van kinderziekte die je zo snel mogelijk te boven moet zien te komen. Maar ook voor degene die niet eens tot bij het geloof komt, heeft het leven opgaven genoeg. En als hij die eerlijk liefheeft, is zijn leven allerminst verspeeld, ook al wordt het nooit gelijk aan dat ven hen die het hoogste vernomen en gegrepen hebben. Maar hij die tot het geloof komt (en daarbij maakt het niet uit of hij eenvoudig is of buitengewoon begaafd), blijft niet staan bij het geloof. [...] Hij zou zeggen: 'Ik blijft helemaal niet staan, want ik leef erin'. Toch komt hij ook niet verder, hij komt niet tot iets anders. Want als hij dat zou ontdekken, dan heeft hij daarvoor een andere verklaring. - Soren Kierkegaard - Vrees en Beven, pagina 130/131.

Religie is een lastig concept om te bevatten, vooral voor mensen als ik heeft religie totaal geen meerwaarde. Ik heb geen geloof in een God, of een macht dat boven mij staat. Ik heb ooit in een vorige blog de volgende woorden geschreven: God is Dood. Een paar jaar later heb ik een poging gedaan om een serie te wijden aan de onlosmakelijk verbonden concepten van God, Geloof en Religie. Helaas ben ik gestopt bij de derde essay, waarin ik op een dieper niveau mijn gedachten op constructieve wijze ging uitten in een poging een beter begrip te ontwikkelen van het concept religie. Het uitgangspunt van deze essay is echter niet om een filosofisch accurater begrip te vormen van het concept religie, nee ik ben eens gaan nadenken hoe het komt dat dit begrip in onze moderne maatschappij is verworden tot een soort van scheldwoord, hoe het komt dat religie in ons tijdperk in zekere zin wordt gedemoniseerd tot een ouderwetse denkwijze dat enkel wordt toegeschreven aan mensen die vanwege een gebrek aan intelligentie op die manier de werkelijkheid proberen te aanschouwen.
Religie is niet meer van deze tijd en de verklaring hiervoor is heel simpel: onze moderne maatschappijen is gebouwd en ontwikkeld op basis van technologie. En hoe ontstaat technologie? Door wetenschap, door wetenschap te bedrijven en wetenschappelijke ontdekkingen doen. Wij mogen grote wetenschappers als Newton, Maxwell, Planck en Einstein op onze knieën bedanken voor hun ontdekkingen. Zonder hun werk zouden wij hier niet staan en zou onze wereld er anders hebben uitgezien. Het is de wetenschap, het verlichtende denken dat leidt tot verheffing van naties en op sommige punten zelfs verheffing van de mensheid. En het is deze verheffing, dit verlichtingsdenken dat vaak ten koste gaat van het geloof in een hogere macht. Dit is een goed punt om bij stil te staan, hoe komt het toch dat wij nog steeds denken in termen van een hogere macht?

De franse filosoof Voltaire wordt beschouwd als een typische verlichtingsdenker. In zijn tijd was hij een van de grote denkers van zijn tijd, naast Jean-Jacques Rousseau en Denis Diderot. In zijn werk Philosophical Dictionary staat het volgende geschreven onder de noemer Religie:
If the religion he announces is true, will transports of rage and insolence make it any truer? Should one lose one's temper while saying that people should be gentle, patient, beneficient, just, and fulfil all the duties of society? No, because everybody agrees with you.
De ironie van religie is dat wat in de 'heilige geschriften' staat geschreven louter vaak hetzelfde uitgangspunt kent als sociaal wenselijk gedrag cq. moreel gedrag. In oude tijden werd een zekere hoeveelheid aan macht toegeschreven aan religie. Het dicteerde in zekere zin morele gedragingen zoals die enkel acceptabel waren in de ogen van god, want aan het einde van ieders leven moet je boete doen voor je gedragingen en zal je door petrus worden beoordeeld of je de hemel mag toetreden (naar mijn weten is dit het idee van het christendom?).
In onze verwetenschappelijkte maatschappij erkennen wij deze gedachtegang niet meer als valide, omdat wij dankzij verschillende perioden van verlichting op een rationele manier hebben leren denken en op een rationele wijze geleerd onze wereld te aanschouwen. Hoe komt het dan dat wij nog steeds denken in termen van een hogere macht? Is het ons besef dat wij maar een mens zijn dat wij in staat zijn om dit gegeven te onderscheiden van de omvang van het heelal? Of bevindt zich in ons conform het sociale wezen dat wij zijn, de drang om ons te kunnen verbinden met alle andere wezens op een "hoger niveau"?
Het is fascinerend om het leven op rationele wijze te aanschouwen om tot de conclusie te komen dat het leven enkel op irrationele wijze geleefd kan worden. Elk proces kan via de wetenschappelijke methode worden onderzocht, terwijl de essentie van het onderzochte wellicht nooit op een dergelijke kan worden vastgesteld, het kan louter op irrationele wijze, door middel van gevoel worden ervaren. Het is dit gegeven dat wellicht de deur des levens op een kier laat staan voor het ontwikkelen van een volstrekt irrationele conclusie van het leven, dat hierdoor het geloof tot stand komt. Geloven, voelen, ervan overtuigt zijn dat alles wat op wetenschappelijke wijze kan worden aangetoond louter een methode is om een object te onderzoeken, maar dat de essentie van het object enkel op een metafysisch niveau kan worden ervaren.

De opkomst van wetenschap is gelijk op gegaan met de teloorgang van religie, of althans van diens macht. Wetenschap is het woord van vandaag, als iets op wetenschappelijke cq. empirische wijze kan worden aangetoond, dan wordt het voor waarheid aangenomen en worden er keuzes gemaakt. Toch blijven er nog steeds mensen volhouden dat allerlei ziekten het gevolg zijn van dergelijke ontwikkelingen; dat door bepaalde toevoegingen allerlei 'onverklaarbare' ziekten ontstaan. Het is alsof deze mensen de wetenschap weigeren te accepteren en blijven volhouden aan hun eigen principes. Gelukkig leven wij in een maatschappij waar de vrijheid van het individu ten alle tijden gewaarborgd is, iets wat in andere landen vrij lastig is. Dit geeft echter stof tot nadenken. Er is een zogenaamde holistische denkwijze waarbij mensen denken dat natuurlijke systemen bestaan uit een geheel en door het reduceren van dergelijke systemen tot diens elementen is geen verklaring voor de werking van het systeem.
Toegegeven, wat ik hierboven schreef kan in zekere zin worden geïnterpreteerd als dat het suggereert naar een holistische denkwijze. Ik heb mijn eigen standpunt op dit punt nog niet heel helder voor wat betreft onze menselijke denkwijze van ons menselijk leven. Echter ben ik sterk van mening dat binnen de exacte wetenschap absoluut geen ruimte is voor een holistische danwel andersoortige denkwijze. Het is zo makkelijk te stellen dat de opkomst van wetenschap de oorzaak is van allerlei ziekten. Deze redenatie stoelt op hetzelfde concept als 1 + 1 = 2; het is een louter causaal verband dat in onze hedendaagse maatschappij meer bepaalde ziekten voorkomen dan x jaar geleden toen er net werd begonnen met het registreren van alle verschillende ziekten.
Los van het feit dat er een scala aan mogelijke verklaringen zijn voor dit fenomeen, wil ik echter teruggaan naar de complexe patstelling dat ogenschijnlijk bestaat tussen onze ratio en ons bewustzijn. Waar het holisme pretendeert de oplossing te bieden, met name in het zogenaamde "new-age denken", geeft de wetenschap ons als mensheid houvast aan het creëren van een begripsvorming van alle complexe facetten van ons leven. Maar tegelijk met die begripsvorming blijft er nog steeds een hoop onbegrijpbaar. De wetenschap is in dit licht bezien niks meer en niks minder dan een model dat ons in staat stelt om binnen de menselijke epistemologie een begripsvorming te maken op basis van een theorie, terwijl het nog altijd een theorie is en nooit een volledige reflectie zal kunnen zijn van de werkelijkheid.

Wat is dan die werkelijkheid? Is religie de manier om tot die werkelijkheid te komen? Kan die werkelijkheid op rationele wijze worden omvat binnen het menselijk denkvermogen, of is die werkelijkheid te complex om te bevatten binnen het menselijk denkvermogen?
De wetenschap biedt ons een denkframe aan; een denkframe dat ieder individu in staat stelt om een aspect van de werkelijkheid te kunnen begrijpen. Maar het begrijpen van de werkelijkheid is iets wat ik niet verwacht dat mogelijk ligt binnen het menselijk denkvermogen. In metafysische termen omvat de werkelijkheid iedere dimensie van de realiteit; vanaf elk niveau van materie, of dat nou kwantumniveau is of atomair niveau, tot aan het stellair niveau waarin hele melkwegstelsels bestaan. Dát beschouw ik als de werkelijkheid, los van het concept van de tijd-ruimte dimensie.
Religie daarentegen is volgens velen de werkelijkheid zoals die bestaat, los van ieder niveau. En dat is wat ik beschouw als de oorzaak waarom religie en wetenschap twee zijden van een munt zijn, waardoor ze nooit op een niveau met elkaar kunnen existeren. Religie kan niet worden omschreven in exacte termen. Het is een denkwijze over het bestaan van materie, over het bestaan van de realiteit. Waar de wetenschap deze omschrijft op reductionistische wijze door ieder niveau van de werkelijkheid te ontleden volgens de natuurwetten, gaat de religie uit van een meer holistische wijze van het bestaan van de realiteit waardoor er op irrationele wijze altijd gevoelsmatig een deel overblijft van de realiteit dat onverklaarbaar is.
Het is deze verhouding tot de realiteit dat naar mijn idee de oorzaak is van het hedendaagse demonisering van religie. Iedere keer wanneer mensen worden geconfronteerd met beelden uit een oorlogsgebied, of dat nou Iran of Irak is, of Shri Lanka of Sudan, iedere keer wanneer een terroristische organisatie terreurdaden uitvoert onder het mom van een bepaalde religie beschouwen wij in de verlichte westerse wereld dergelijke organisaties/individuen als mens-onwaardig, als barbaren die over geen enkele vorm van ontwikkeling beschikken. Hoe ironisch is het dat juist in deze landen waar religie van grote invloed is op de lokale cultuur, religie kan fungeren als leidraad voor ontwikkeling van deze landen. Landen waar op termijn wetenschap kan worden geïntroduceerd en waardoor mensen daar ook uiteindelijk de patstelling zullen ervaren tussen religie en wetenschap.

Er wordt weleens gesteld dat wetenschap ook een vorm van religie is. Ik vind dit een drogredenatie pur sang; religie en wetenschap kunnen samen nooit bestaan. Wetenschap gaat uit van het empirische, van het uitvoeren van observaties en het opstellen van een hypothese waaruit een theorie volgt. Religie is het irrationele element van ons bestaan, het is ontastbaar en juist daardoor is het lastig, zo niet onmogelijk om te stellen dat er geen hogere macht bestaat. Wij weten het nou eenmaal niet en mij dunkt dat wij dit nooit zullen weten.
All i know, is that i know nothing - Socrates
Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze blog! Ik wens jullie allen een zeer fijne avond.
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

zaterdag 3 augustus 2013

Filosofisch intermezzo - Tolerantie jegens de intolerante

Je vijanden liefhebben? Me dunkt dat men dat goed heeft aangeleerd: het komt tegenwoordig onnoemelijk vaak voor, in het klein en in het groot; en soms doet zich het nog hogere en subliemere al voor - we leren te verachten wanneer we liefhebben, en juist wanneer we het meest liefhebben: - maar dit alles onbewust, zonder rumoer, zonder ermee te praten, met de beschaamde verborgenheid der goedheid, die de mond plechtige taal en deugdzame formules verbiedt. Moraal als attitude - druist tegenwoordig in tegen onze smaak. Ook dat is een vooruitgang [..]. Het is de muziek in ons geweten, de dans in onze geest, waar puriteinse litanieën, zedenpreken en burgerlijke braafheid niet mee willen samenklinken. - Friedrich Nietzsche - Voorbij Goed en Kwaad, blz. 129, Nederlandse vertaling door Thomas Graftdijk.

Gisteren werden twee opmerkelijke columns online geplaatst, de eerste column was geschreven door Hafid Bouazza, een bekende islamcriticus. Hij vond het een zorgwekkende ontwikkeling dat mensen beperkt worden in hun woordkeuze binnen een publiekelijke ruimte vanwege de angst dat een individu zich dermate beledigd voelt dat de persoon in kwestie over gaat tot bedreigingen en wellicht zelfs overgaat tot actie.
De tweede column was van Ebru Umar, een columnist voor dagblad Metro. Zij kiest ervoor om geen blad voor haar mond te nemen, zij weigert pertinent zelfcensuur toe te passen in haar columns en haar woordkeuze bevind zich dan ook op het randje van fatsoen. Ik moet bekennen dat ik haar columns minder interessant vind om te lezen dan die van Theo van Gogh. Mogelijkerwijze is dat te wijten aan het feit dat Theo soms over het randje ging, dat hij het lef had om het schrijven over "de 5e colonne van geitenneukers". Nietzsche zou hem de hand hebben geschud en in hem een gelijke hebben gezien. Wellicht dat dat juist voor mij de reden is dat ik de columns van Theo leuker vond om te lezen dan de columns van Ebru. Zij probeert diezelfde schrijfstijl toe te passen, maar de scherpe randjes die kenmerkend waren voor zijn columns zijn helaas nét niet aanwezig in haar columns. Desalniettemin kan ik soms wel degelijk genieten van een column van haar. Helaas is Theo van Gogh op 2 november 2004 in koele bloede vermoord door een persoon die zich had bekeerd tot een extremistische denkwijze van de islam.
Ik was van ook vrij verbaasd om te horen/lezen dat er dergelijke bedreigingen werden geuit aan het adres van Ebru. Eerst dacht ik dat het nog wel meeviel, maar naarmate ik las betrok mij een gevoel dat er toch blijkbaar sprake is van een veel grotere groep jongeren die de islam aanhangen op een dergelijke wijze dat zij in staat zijn om over te gaan tot actie. Natuurlijk is het uitten van een bedreiging iets heel anders dan daadwerkelijk overgaan tot actie, maar het feit dat zij 2000 tweets heeft ontvangen met allerlei verwensingen is toch wel degelijk een zorgelijk ontwikkeling. Wat is er gebeurd met de vrijheid van meningsuiting? Ik was altijd in de veronderstelling dat onze samenleving de afgelopen decennia enorm is verhard, maar afgaande op deze situatie zou ik eerder het tegenovergestelde veronderstellen.

Heeft de PVV dan toch gelijk, met diens anti-islam-retoriek?
Absoluut niet! Ik blijf bij mijn standpunt dat de PVV een fascistische partij is. Laten wij alsjeblieft niet vergeten dat dergelijk gedachtengoed heeft geleid tot de aanslag uitgevoerd door Anders Breivig in zijn persoonlijke oorlog die hij had ontketend tegen de multi-culturele samenleving. Maar laten we ook niet vergeten dat het recht op de vrijheid van meningsuiting een fundamenteel recht is. Ik heb een jaar geleden een blog geschreven over de vrijheid van meningsuiting. Ik begon met deze woorden:
O sancta simplicitas! In welk een zonderlinge vereenvoudiging en vervalsing leeft de mens! Men kan zich niet genoeg verwonderen als men eenmaal zijn ogen voor dit wonder heeft geopend! Hoe helder en vrij en licht en eenvouding hebben we alles om ons heen gemaakt! Hoe goed hebben we onze zintuigen een vrijgeleide voor al het oppervlakkige, ons denken een goddelijke begeerte naar baldadige sprongen en verkeerde conclusies weten te geven! - hoe goed zijn we er van het begin af in geslaagd onze onwetendheid te bewaren, om van een bijna onbegrijpelijke vrijheid, onbezonnenheid, onvoorzichtigheid, moed, vrolijkheid des levens, - om van het leven te genieten!
Deze woorden waren eveneens afkomstig uit hetzelfde werk van Friedrich Nietzsche als de quote waarmee ik deze essay begon. Beide quotes zijn kenmerkend voor de morele gedragingen van de mens. Moraliteit is een fundamenteel begrip in onze omgang. De zogenaamde fatsoensnormen zijn in dit licht bezien niks meer dan een abstractie van moraal, uiteindelijk hebben beide begrippen betrekking op de interacties die plaatsvinden tussen mensen. Dit zorgt ervoor dat wij elkaar leren te begrijpen, dat wij het standpunt van de ander kunnen begrijpen. Maar taal kent zijn beperkingen. Gevoel kan je niet onderbrengen in taal, hoe goed je ook je best doet. Je kan enkel een reflectie creëren van de omstandigheden waarbij de lezer de ervaring individueel aanvult door diens gevoel te betrekken tijdens het lezen/aanhoren van die woorden. Geloof is eveneens een dergelijk gevoel, je kan het niet omschrijven in woorden. Soren Kierkegaard, een filosoof met een intense liefde voor God, wist dit maar al te goed, zoals te lezen is in zijn werk Vrees & Beven, blz. 51 , Nederlandse vertaling door Damon:
De oneindige resignatie is het laatste stadium dat aan het geloof voorafgaat, en wel zo dat iedereen die deze beweging niet heeft gemaakt het geloof niet bezit. Want pas in de oneindige resignatie krijg ik een helder zicht op mijzelf in mijn eeuwige geldigheid, en pas dan kan er sprake van zijn krachtens het geloof het bestaan te grijpen.
Toch zijn er weinig thema's waar mensen zoveel waarde aan hechten als hun geloof. Persoonlijk kan ik niet begrijpen hoe het geloof nog steeds zo groot is in ons wetenschappelijk tijdperk, maar ik respecteer de keuze van het individu. Er is tenslotte nog een hoop dat wij mensen niet begrijpen en waarschijnlijk ook nooit zullen begrijpen van het leven. Als ik nu eens verder ga denken over het begrip geloof, dan is dit wellicht een thema waar mensen een deel van hun identiteit op bouwen, dat sommige mensen hun persoonlijke identiteit gaan vereenzelvigen met het concept van een bovennatuurlijke macht. Wellicht dat dit de oorzaak is dat discussies over het geloof zo hoog kunnen oplopen in termen van emoties & gevoel. Dat een persoon zich bedreigd voelt in een fundamenteel deel van diens persoonlijkheid dat het individu alles zal doen om zijn/haar identiteit te kunnen beschermen tegen de kwalijke invloeden van buitenaf. Ervan uitgaande dat deze stelling klopt, zijn wij in staat om dit monoloog op een hoger niveau te plaatsen, namelijk als potentiële verklaring van het gedrag van dergelijke individuen.

Laten we eerst eens teruggaan naar het begin, naar de eerste column van Hafid. Hij schreef: "Ik heb geen respect voor de mythe van Mohammed". Eerlijk genoeg, Nietzsche heeft God ook dood verklaard en daarmee kan ik prima leven. Een christen zal waarschijnlijk net zo erg gekwetst zijn door deze woorden als dat een moslim gekwetst raakt door de verwijzing van de profeet Mohammed en hiermee dit concept reduceren tot iets dat nooit heeft bestaan (en waarmee dus het hele islamitisch geloof nooit zou hebben bestaan). Toch zal een moslim veel heftiger reageren dan een christen, hoe komt dit? Is het de tijdsgeest? Is dit tijdperk dermate belangrijk voor de islam met internationale spanningen tussen de islam en andere geloven dat een moslim de noodzaak voelt om zijn/haar ongenoegen op een dergelijke wijze te uitten in de hoop dat het zich verbonden zal voelen met alle moslims over de hele planeet?
Ik was in de veronderstelling dat wij leven in een individualistisch tijdperk, dat wij dankzij onze technologische voortgang in staat zijn om op een zekere individualistische wijze ons leven vorm te geven. Natuurlijk zal er altijd de drang bestaan voor coherentie, gegeven het feit dat wij nog altijd sociale dieren zijn. Nochtans heb ik enorm veel moeite om het concept van geloof onder te brengen binnen de notie van coherentie. Is een collectieve identiteit in de vorm van een psychologisch construct als geloof dermate belangrijk dat een samenleving ondergeschikt moet worden gemaakt aan dit begrip?
Alvorens ik verder ga, is het wellicht handig om eerst terug te gaan naar het begrip identiteit. Ik heb in mijn vorige essay het begrip identiteit op uitvoerige wijze filosofisch onderzocht. Mijn conclusie als gestelde definitie van identiteit was als volgt opgesteld:
Identiteit is een psychologisch construct dat ons in staat stelt om op basis van onze primaire karaktereigenschappen een gedrag te vormen en dit gedrag verder om te vormen in een beeld waarin wij de persoon aanschouwen die wij wensen te zijn. Dit beeld is echter een dynamisch fenomeen - het is inherent aan externe invloeden, informatie die wij tot ons nemen, waarderen op basis van een intrinsieke waardeoordeel cq. moraal en hieruit volgend al dan wel of niet een verandering doorvoeren in ons gedrag om aldoende een nieuw beeld te vormen dat een reflectie is van de persoon die wij wensen te zijn. In feite is identiteit vanuit dit perspectief beschouwt een constant doorlopend proces waarin wij onszelf wensen te vormen op basis van het beeld dat wij van onszelf hebben gevormd en het beeld van onszelf dat wij wensen te zijn.
Als wij het individuele geloof beschouwen als een fundament van waaruit een identiteit wordt gevormd, dan kan het gedrag van dergelijke individuen worden verklaard. Het gelovig individu hecht veel waarde aan diens geloof en zal dan ook handelen vanuit diens geloof met een zeker moraal. Zoals gezegd is het moraal leidend voor de interacties die plaatsvinden tussen mensen. Wij leven in een wetenschappelijk tijdperk waarin steeds minder mensen gelovig zijn, dit heeft een onlosmakelijk effect op de interacties tussen gelovigen en niet-gelovigen. Als ik wil zeggen dat God dood is, dan zeg ik dat. Het is mijn goedrecht om dit te zeggen. Hetzelfde recht heeft ook een gelovige om te zeggen dat God bestaat. Hetzelfde geld ook met uitspraken m.b.t. de islam. Als ik wil zeggen dat het verhaal van Mohammed een mythe is, dan zeg ik dat!
Het probleem zit hem vooral in het gegeven dat een volwassen Christen die het niet eens is met mijn uitspraak zich zal bedienen van een ander woordgebruik dan een jongere die zijn identiteit aan het vormen is op basis van het islamitisch geloof. Dit proces gaat gepaard met een verandering in interacties en dat kan soms leiden tot zeer onwenselijke situaties, zoals dus de moord op Theo van Gogh.

Het zit het dan moet tolerantie? Tolerantie is van fundamenteel belang voor het bestaan van samenlevingen. Als wij niet het gedrag en diens uitingen van spraak van de ander tolereren, hoe kunnen wij ooit als samenleving functioneren? Ik zal de fatsoensnormen respecteren en mijn gedrag aanpassen conform sociale conventies. Maar als ik wil zeggen dat God dood is, dan doe ik dat! Als ik wil zeggen dat de Islam een achterlijk geloof is, dan zeg ik dat! Als ik wil zeggen dat kutmarokkaantjes hard moeten worden aangepakt, dan zeg ik dat! Niemand heeft het recht om mij te beperken in mijn uitspraken. Hetzelfde geld namelijk ook voor de christen die op de hoek van de straat gaat staan en roept "God leeft!", of een Arabisch uitziende man met een lange baard die tegen mij zegt "Je weet dat Allah groot is hé, mijn jongen". Fatsoensnormen zijn afhankelijk van sociale conventies, dat klopt volledig. Vooralsnog leven wij in een samenleving waarin iedereen het recht om uitspraken te doen die mogelijk kwetsend kunnen zijn voor de ander. Dát mijn vrienden, is de vrijheid van meningsuiting en dát, mijn vrienden is hetgeen dat onder druk komt te staan als groepen mensen zich gekwetst voelen doordat iemand een ongenuanceerde uitspraak heeft gedaan en dat die mensen zichzelf het recht toe-eigenen dat die persoon zijn/haar mening voor zichzelf moet houden. Dit noem ik een aantasting van onze grondwettelijke vrijheden.

Als iemand op individuele basis een uitspraak doet dat kwetsend is voor de ander, kan dit leiden tot een conflict. Echter kan dit conflict altijd op een volwassen wijze worden opgelost. Maar het uitten van bedreigingen als gevolg van een kwetsende uitspraak is volstrekt niet inherent aan elkaar. Het kwaad dat wordt aangericht met het doen van een kwetsende uitspraak ligt niet in het verlengde van het kwaad dat wordt aangericht met het uitten van bedreigingen. Het kwetsen van iemand en het uitten van bedreigingen zijn geen menselijke interacties die als een causaal verband aan elkaar verbonden zijn binnen menselijke interacties. Iemand die is gekwetst kan mogelijk agressie uitten wat volledig menselijk is. Maar het uitten van agressie is niet hetzelfde als het uitten van bedreigingen! Ik geef toe, er bevindt zich een dunne lijn tussen deze manieren van communicatie, toch zit er een wezenlijk verschil tussen beiden. Het uitten van woede is het uitten van ongenoegen en niet inherent aan het uitten van potentieel handelen. Het uitten van een bedreiging geeft aan dat de persoon die de bedreiging uit de mogelijkheid heeft om over te gaan tot handelen, met alle gevolgen van dien, zoals te zien was in het geval van Theo van Gogh.
Als islamitische jongeren het idee hebben dat dit een normale manier van communicatie is, dat het uitten van bedreigingen inherent is aan het uitten van agressie, dan is het tijd dat deze jongeren duidelijk wordt gemaakt dat hun moraal niet volledig strookt met westerse normen & waarden; normen & waarden die gefundeerd zijn op westerse vrijheden.

Dan nog een laatste wellicht interessante gedachte. Iemand die zich bedreigt voelt in zijn/haar eigen identiteit, omdat bepaalde fundamenten van diens identiteit op een kritische wijze worden uitgelicht, hoe realistisch is dan diens eigen identiteit? Juist iemand die een eigen identiteit heeft gevormd is in staat om bepaalde facetten van diens identiteit op kritische wijze te aanschouwen, want dát is de manier hoe een identiteit tot stand komt.
En moge alles breken, wat aan onze waarheden breken- kan! Menig huis valt er nog te bouwen - Friedrich Nietzsche - Aldus Sprak Zarathoestra

Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze essay! Ik wens jullie allen een zeer fijn weekend toe.
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

zaterdag 23 april 2011

Een filosofisch intermezzo - God, geloof, religie - Geloof als persoonlijke propositie

Geloof, het spreekt tot de verbeelding en toch laat het begrip een hoop mensen in het ongewisse. Wat houdt een concept als “geloof” eigenlijk in? Is eigenlijk niet alles per definitie verbonden aan een soort van geloof? Sommigen houden namelijk meetbare concepten zoals die voorkomen in de wetenschap ook voor een geloof. Het is dat er sprake is van een causaal verband tussen twee of meerdere objecten dat het fundament legt voor een wetenschap. De eerste vraag die wij onszelf kunnen stellen is: “bestaat dit verband wel echt, of is er sprake van de ontwikkeling van een dogmatiek?

Voor het vervolg van deze blog, klik hier

maandag 10 januari 2011

Een filosofische analyse - het concept geloof vs. mens

Na het nodige te hebben gelezen over het geloof (lees: het christendom) en mijn huidige kennis over het wezen dat de mens heet vond ik het weer eens tijd om een diepgaande analyse te houden over het verband tussen de twee.

Soren Kierkegaard was een religieus persoon (hij geloofde in god), maar tegelijk was hij ook een felle criticus van het christelijk geloof of om specifiek te zijn, de christelijke kerk. Hij was van mening dat hetgeen het christendom voor staat niet overeenkomt met hetgeen de christendom zou moeten uitspreken. Hij heeft hier dan ook een bijzonder woord voor gemaakt: de christenheid. Wat mij fascineert is dat deze persoon zo geleerd was en toch diep overtuigd was van de existentie van de entiteit "god". Hij zag dan ook de verschillende thema's van het menselijke leven terug in de begrippen van de bijbel - de ethiek in het verhaal van Abraham, de mogelijkheid van herhaling bestaat in het verhaal van Job, de liefde dat wordt geproclameerd door het christelijk geloof en de zonde als grond van het begrip angst.

En dan hebben we het wezen genaamd "mens". Een wezen dat voorkomt met een grote diversiteit aan milieu, samenlevingen en culturen. Al deze begrippen bevatten een historische grondslag. In weze zou je kunnen veronderstellen dat het deze drie factoren zijn plus de mogelijkheid voor een indoctrinatie van het geloof die de grootste invloed uitoefenen op de ontwikkeling van een individu.
Ik kies bewust voor de woordenkeuze van "indoctrinatie", ongeacht de negativiteit die mensen doorgaans associëren met dit woord. Laten we eerlijk zijn, het is de mate van invloed van jouw ouders die bepalen hoe groot jouw waarde van "het geloof" is.
De ironie is echter dat dit secundair wordt bepaald door de samenleving en de desbetreffende cultuur waarin het individu opgroeit. Tenslotte is het niet helemaal ondenkbaar dat indien een persoon geen aanhanger is van een geloof, dat deze persoon zal worden verstoten door de samenleving vanwege de (soms uitzonderlijke) waardering die een samenleving heeft van een bepaald geloof. En dat bij elkaar vormt de cultuur dat onlosmakelijk verbonden is met een samenleving.

De gevolgen zijn dan ook destraseus en zouden bijna een grondreden zijn voor het afschaffen van het geloof: namelijk de afsplitsing dat een geloof kan veroorzaken tussen bevolkingsgroepen.
Een voorbeeld is wat zich nu voltrekt in Sudan, waar de zuidelijke deel grotendeels christelijk gelovig is en het noordelijke deel islamitisch. De onderliggende redenen om een zelfstandige natie te worden zijn logisch en begrijpelijk voor een ongelovig persoon als ik. Het zuidelijke deel krijgt de islam door zijn strot gedouwd, terwijl zij niet in staat zijn om hun eigen geloof te praktiseren.

Laten we eens een kijkje nemen op onze samenleving. Er is ooit een onderzoek gedaan door de Quest naar de "geloofs-samenstelling van Nederland". Hieruit bleek dat iets van 60% van Nederland gelovig is. En hetgeen ik tegenwoordig vaak hoor is het "iets". Blijkbaar voltrekt zich hier in Nederland een beweging van een soort geloof dat niet hoeft te worden gepraktiseert maar waarbij er wel sprake is van het geloof in een hogere macht dat wordt betiteld als iets.
Ik vraag mij dan altijd af, waarom kunnen wij niet als object van dat "iets" ons eigen lichaam invullen en zodoende een soort afsplitsing maken tussen ons bewustzijn en het lichaam dat dient als een soort "behuizing" van ons bewustzijn, als een soort analogie naar de existentie van de ziel? Waarom moeten wij altijd grote gebeurtenissen in ons leven herleiden naar een hogere macht terwijl de oorzaak meestal ligt in de toevalligheden van het leven zelf?
Ik denk dat dat komt omdat bij mensen onbewust danwel bewust weten dat het leven té complex is om te omvatten in onze simpele hersenen. Wij hebben de wil om te redeneren en wanneer deze redernatie niet kan uitten in een conclusie of een syllogisme (= sluitrede) dat wij uit een soort onmacht de reden neerleggen bij "die hogere macht".

En dat zou betekenen dat het concept genaamd geloof nooit en te nimmer zal kunnen verdwijnen uit onze samenlevingen, hoe hard wij ook onze best doen. Het ene geloof is gebaseerd op praktiseren en een bepaalde levensovertuiging, terwijl bij de ander al een levensovertuiging voldoende is om een aanhanger te zijn van dat "geloof", als het zou voldoen aan zogenaamde vooropgestelde "eisen van een geloof".
Dan vraag ik mij toch af, waarom doen sommige bevolkingen dan zo hard hun best om zich af te zonderen van andere bevolkingen? Zijn zij zo blind in hun vooronderstellingen van hun geloof dat zij niet zien hoe zij zichzelf aan het distantiëren zijn van andere bevolkingen? Terwijl het toch echt een vereiste van overleving is om met elkaar te kunnen samen te werken? Welke van de twee volgende woorden is dan hét sleutelwoord: minimaliseren (van de invloed van het geloof in onze gedachtenpatronen) of tolereren (dat er ook mensen bestaan die een andere levensvisie hebben).
Ik als persoon kies voor de gulden middenweg: de invloed van een potentieel geloof dusdanig minimaliseren zodat wij als persoon een zo helder mogelijke visie op het leven kunnen uitoefenen en tegelijk de gedachtenpatronen cq. geloof van andere mensen tolereren, zonder daarbij de ander uit te sluiten.

Mijn vrienden, ik wens ieder een hele fijne zondagavond toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof - Halbe

woensdag 22 december 2010

Een filosofisch intermezzo - geloven in de liefde

Liefde - hoe je het wendt of keert is toch een universeel fenomeen. Ongeacht de taal, leeftijd, cultuur of religie, liefde is liefde.

De subtiele verschillen is het object waarop deze liefde wordt geprojecteerd, alsmede het subject die deze liefde projecteert. Een religieus persoon zal zijn liefde voornamelijk richten op het object van zijn religie - of dat nou een god of anderszijdig metafysische substantie is, dat veranderd niks aan de projectie.
De liefde die wij als persoon projecteren naar onze familie en vrienden is van een andere soort dan hetgeen wij projecteren naar onze partner - diverse psychopathologieën daar nagelaten.

Ik vraag mij altijd af, waarom doen wij dit? Wat is de onderliggende reden voor het überhaupt projecteren van liefde?
Doen wij het in de verwachting er iets voor terug te mogen ontvangen? Dat betekent dat er sprake is van een oppertunisme - terwijl dat de essentie van liefde zou ondermijnen. Wat is dan de essentie van liefde? Is de essentie van liefde niet het projecteren van een prettig gevoel cq. "gelukkig gevoel" naar het object van projectie zonder er iets voor terug te verwachten - als een soort altruïsme? Dat zou moeten betekenen dat er nooit een vorm van oppertunisme aanwezig kan zijn in liefde - tenzij er sprake is van een schijn-liefde, een liefde dat in wezen geen liefde is.

In wat de liefde doet van Soren Kierkegaard lees ik de volgende zin: liefde gelooft alles - en wordt toch nooit bedrogen. De liefde gelooft alles en juist hierdoor zullen wij ook alles geloven - het geloven in de liefde zoals menig malen wordt geproclameerd in onze neerlandse film "alles is liefde".
Ik zie het bovenstaande als een duidelijk onderscheid tussen het "object liefde" en het "subject mens" die deze liefde projecteert. De ironie zit hem namelijk in het feit dat wij mensen heel goed in staat zijn om waanbeelden te maken die wij aannemen voor realiteit - een schijn van het object. Is geloof niet per definitie gebaseerd op de aanname van het individu? Zo ja, dan geldt dit dus ook voor alle invullingen op dit mechanisme - liefde in dit geval.

Het gevaar zit hem nu in het individu die als het ware een "self-fulfilling prophecy" voor zichzelf creeërt - idem opnieuw een invulling van het geloofs-mechanisme in een contradictoir perspectief. Dat gebeurd door selectief te toetsen hoe betrouwbaar dit "geloven in liefde is". De paradox zit hem in het feit dat geloof niet kan worden getoetst! Het enige dat zou kunnen worden getoetst is de eerder beschreven "schijn-liefde", omdat deze een feedback regeneert van oppertunisme. Dus dat geeft een negatieve meerwaarde voor de toetsing, waardoor alsnog de primaire vraagstelling blijft staan: waarom uitten wij liefde?

En deze vraagstelling krijg ik helaas niet beantwoord, want eerlijk gezegd weet ik er geen antwoord op. Ik zou zeggen, weet jij als lezer een antwoord dan hoor ik dit graag!
Mensen, ik wens ieder een hele fijne dag toe!
Dikke knuffel van jullie semi-filosoof Halbe