Posts tonen met het label ratio vs emoties. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ratio vs emoties. Alle posts tonen

donderdag 30 januari 2014

Filosofisch intermezzo - Culturele sentimenten

In het algemeen is het oordeelsvermogen het vermogen om het bijzondere als vallend onder het algemene te denken. Als het algemene (de regel, het principe, de wet) gegeven is dan is het oordeelsvermogen dat het bijzondere daaronder subsumeert, bepalend (ook wanneer het als transcendentaal oordeelsvermogen a priori de unieke voorwaarden aangeeft, volgens welke iets onder dat algemene gesubsumeerd kan worden). Als echter alleen het bijzondere is gegeven, waarbij dat oordeelsvermogen het algemene moet zoeken, dan is dat vermogen louter reflecterend.
Het bepalend oordeelsvermogen, dat volgens algemene transcendentale wetten opereert die het verstand geeft, subsumeert alleen. De wet wordt a priori aan dat vermogen voorgeschreven, en het hoeft dus niet zelf een wet te bedenken om het bijzondere in de natuur aan het algemene te kunnen onderschikken. Maar er is zo'n grote verscheidenheid aan vormen in de natuur, er zijn als het ware zoveel modificaties van de algemene transcendentale natuurbegrippen, die door de wetten welke het zuivere verstand a priori geeft, onbepaald worden gelaten, omdat die wetten alleen de mogelijkheid van een natuur (als object van de zintuigen) in het algemeen betreffen.
- Immanuel Kant - Kritiek van het oordeelsvermogen, pagina 67/68.

Deze quote bevat een complexe gedeeltelijke omschrijving van de interactie die het individu aangaat met de omgeving. Waarom heb ik gekozen voor een stuk tekst als deze? Omdat ik een essay wil gaan schrijven over de invloed van culturele sentimenten op het oordeelsvermogen van het individu. Ik heb al eerder geschreven over het oordelend individu, waarin ik een gedetailleerde omschrijving heb gemaakt van onze kennisverwerving en het belang hiervan bij het uitvoeren van een oordeel in de filosofische zin van het woord.
Cultuur is eveneens een thema waar ik al vele essays aan hebt gewijd en moraliteit is onlosmakelijk verbonden met dit thema; beide begrippen zijn uitgebreid omschreven in een eerder geschreven filosofisch intermezzo. Maar dan komt nu de belangrijkste vraag: 'hoe kan ik alle verschillende thema's op een gedegen wijze met elkaar verbinden?' en wat wellicht een nog belangrijkere vraag is: 'horen deze thema's wel met elkaar te worden verbonden?'
Laat ik eerst eens beginnen met het bekijken van de opgestelde definities. Cultuur is als volgt gedefinieerd:
cultuur als existentieel fenomeen is een dynamisch sociologisch mechanisme dat veranderlijk is en per definitie onmogelijk kan worden behouden. Het existeert in het nu en nu is een ongedefinieerde tijdsperiode dat bestaat tussen het verleden en de toekomst.
Moraliteit heb ik vervolgens als volgt gedefinieerd:
Moraliteit is de transcendente norm gesteld door het individu waarop wordt bepaald op wat voor wijze mensen op een deugdelijke wijze interacties aangaan met elkaar.
Ik ga nu niet opnieuw de conclusie opsommen die ik eerder heb opgesteld m.b.t. cultuur & moraliteit. Het is voldoende om als uitgangspunt de gestelde definities te gebruiken voor verdere stappen. Laat ik nu eerst eens de belangrijkste vraag proberen te beantwoorden, namelijk of alle drie de thema's met elkaar kunnen worden verbonden. Cultuur en moraliteit zijn onlosmakelijk verbonden met elkaar gegeven het feit dat de één bepalend is voor de vorming van de ander en vice versa. Het oordeelsvermogen is louter een individuele aangelegenheid, waarbij op basis van kennis een oordeel wordt gevormd. Een oordeel impliceert echter een vergelijking; net als in het geval van het begrip moraliteit. Hoe verhoudt dit oordeelsvermogen zich tot de moraliteit van het individu? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, zal ik eerst een definitie moeten opstellen van het begrip oordeelsvermogen.

Het oordeelsvermogen van een individu wordt bepaald door de kennis die het individu heeft van het object waarover wordt geoordeeld. Wij verkrijgen kennis door het uitvoeren van observaties en deze observaties te verbinden aan het object dat wordt onderzocht. Op basis van deze kennis krijgen wij meer inzicht in onze wereld; een wereld die ironisch genoeg wordt beperkt door de reikwijdte van observaties. Ten eerste wordt ik beperkt in het opdoen van observaties door mijn zintuigen; ten tweede wordt ik beperkt door de ruimtelijke positie die ik inneem. Ik kan vanuit mijn huis geen observaties doen in andere steden. Ik kan zelfs geen observaties doen door heel Den Haag. Ik kan enkel naar buiten kijken via mijn raam en op die manier observaties doen.
Natuurlijk zijn er talloze methoden te bedenken waarmee een individu observaties kan uitvoeren door het uitvoeren van metingen en het plaatsen van meetapparatuur op verschillende ruimtelijke posities, waarmee de kennis van het object ter observatie wordt vergroot. Het probleem zit hem nu in het feit dat onze realiteit uit een veelvoud van objecten bestaat en dat het een onmogelijke taak is om kennis van ieder object te kunnen verkrijgen. Gelukkig zijn bepaalde objecten zodanig opgebouwd dat enkele observaties leiden tot een volledig begrip van het object, waarmee de kennis van dit object zodanig volledig is, dat verdere observaties geen toevoeging meer zijn aan een accurater begrip van het object.
Ik ben nu in staat om de volgende definitie op te stellen:
Het oordeelsvermogen van een individu is de uitkomst waarbij de som van kennis waarover een individu beschikt leidt tot een waarheidsgetrouw oordeel over een object. Het uitvoeren van observaties die een bijdrage leveren aan een vernieuwd inzicht in een bepaald object leidt tot meer kennis, waardoor een meer waarheidsgetrouw oordeelsvermogen wordt ontwikkeld van het object.
Deze definitie leidt direct tot de volgende vraagstelling, in het kader van moraliteit: moraliteit is gedefinieerd als een norm, kan moraliteit het object zijn waar ons oordeelsvermogen betrekking op heeft?
Moraliteit als norm is een begrip dat tot stand komt aan de hand van interacties en (zelf)reflectie op gedragingen tussen individuen. Het gedrag wordt vergeleken met het gewenste gedrag; indien het gedrag niet conformeert met de norm, wordt er geoordeeld dat de norm niet wordt gehanteerd en moet er worden gehandeld. Het oordeelsvermogen van het individu is het fundament van het oordeel; dit gegeven impliceert dat het oordeelsvermogen de uitvoering is van moraliteit - het oordeelsvermogen van het individu leidt tot de vorming van een bepaald moraal, waarmee uiteindelijk de cultuur beïnvloedt wordt en een interactie teweegbrengt in het morele individu met diens oordeelsvermogen.
Hiermee zijn direct alle vragen beantwoord; de drie verschillende thema's horen inderdaad met elkaar te worden verbonden en zijn op een gedegen wijze met elkaar verbonden.

Dan ga ik nu door naar het volgende punt: hoe zit het met het culturele sentiment?
Dit culturele sentiment bepalen wij met zijn allen, als samenleving. Helaas draagt de moderne media op doordringende wijze bij aan het vergroten van dit sentiment. Mensen zijn van nature emotionele wezens; daar is niks mis mee. Het wordt echter een gevaar wanneer wij als samenleving onze emoties de baas laten worden van ons handelen. Juist het rationeel handelen, de redelijkheid moet bij een overmaat aan handelen de belangrijkste drijfveer zijn. Al hoewel ik voor dit moment het onderscheid in stand houdt tussen onze emoties en ratio, bestaat er de mogelijkheid dat deze twee psychologische denkwijzen wellicht niet heel veel van elkaar verschillen, zoals ik ooit eens eerder heb omschreven.
Wij mensen zijn dieren; wij kennen dezelfde instinctieve gedragingen als ieder ander dier. Het verschil tussen mens en dier is louter het besef van onszelf; een hogere vorm van een zelfbewustzijn. Dat betekent niet dat dieren geen zelfbewustzijn hebben, maar dat de mens als diersoort een evolutionair plafond heeft bereikt waardoor wij in staat zijn geworden om de dominante diersoort van onze planeet te worden (waarmee wij helaas ook onszelf de macht over deze planeet hebben toegeëigend, doordat wij het besef hebben verkregen dat wij op dit moment de meest ontwikkelde diersoort zijn van onze planeet). Het is dit hogere besef dat het fundament vormt voor onze ratio; de rede. Het moment dat wij louter gaan handelen op basis van onze instinctieve gedragingen is het moment dat wij afstand hebben genomen van ons huidige niveau van evolutie en dat wij enkel gaan handelen als dieren. Juist daarom is het belangrijk om te handelen als mensen, door gebruik te maken van onze rede, door gebruik te maken van ons hoger niveau van denken. Door onszelf te ontwikkelen kunnen wij onze huidige cultuur verheffen naar een hogere cultuur.

Maar dit cultureel sentiment kan onze cultuur ook verkrachten, zoals de laatste paar jaren onze cultuur langzaam wordt verkracht door de gepolariseerde samenleving waarin wij leven. Gelukkig voert de rede nog altijd de hoofdmoot, maar ik vrees de dag dat ook onze cultuur ten gronde gaat aan de steeds groter groeiende roep voor het "emotioneel handelen".
Roep het woord 'pedofilie' en mensen verkrampen direct in hun denkwijzen; mensen zien in hun hoofd enkel een oudere man die op een zeer immorele wijze omgaat met kleine kindertjes. Dergelijke associatiepatronen zijn funest voor onze rede en draagt enkel bij aan het creëren van een emotioneel cultureel sentiment waarin op maatschappelijke wijze een dergelijke belangrijke kwestie overschaduwt wordt door het geschreeuw van emoties.
Roep het woord 'dierenleed', het liefst gepaard met verschrikkelijke beelden waarin een onschuldig schepsel op brute wijze geweld is aangedaan. Dergelijke berichtgeving wordt gretig verspreid via sociale media, bij voorkeur met volledige naam van de dader in de hoop dat deze dader direct wordt veroordeeld door een individu die besluit voor eigen rechter te gaan spelen; iets wat gelukkig verboden is in een rechtstaat en voor altijd verboden moet blijven! Ook misdadigers hebben mensenrechten; het uitvoeren van een misdaad is niet equivalent aan het afstand doen van mensenrechten, deze zijn een gegeven feit in een rechtstaat.
Roep het woord 'buitenlander' en men roept direct 'PVV!!!'. Maar al te graag wijzen mensen op de verschrikkelijke misdaad die enkele Oost-Europese bendes hebben uitgevoerd door onze zuurverdiende belastingcenten op een ronduit schandalige wijze te hebben afgepakt. En de hardwerkende Nederlander, pardon, Henk en Ingrid, moeten nóg harder werken om hun verschrikkelijk niet-luxueus leven, bestaande uit alle gemakken van de moderne welvaartsstaat, nog in stand te kunnen houden. En maar al te graag wilt men ALLE buitenlanders ons land uit trappen, terug naar hun eigen land toch?

Ik walg van dit culturele sentiment. Ik walg van mijn medemens die het lef heeft om louter op basis van vooroordelen een oordeel te vellen over andere mensen. Het is typerend voor de hedendaagse onderontwikkelde mens om diens bekrompen mening te uitten op de verschillende publiekelijke pagina's. Dat vind ik nog niet eens ernstig; wat ik pas ernstig vind is de invloed die de hedendaagse onderontwikkelde mens heeft op de politieke agenda. Dergelijke groepen dragen bij aan de nieuwste ziekte der Nederlanden, die van het moderne nationaal-socialisme.
Ik vraag mij alleen wel af waarvan ik meer walg, van dergelijke individuen, of de moderne moslimjongeren die bij ieder nieuwsbericht over de PVV het nodig vinden om diens eveneens irrationele mening te verkondigen? Ik had altijd gedacht dat tolerantie jegens andersdenkenden een speerpunt was bij de moderne moslims, maar schijnbaar is dit gegeven onbekend bij een kleine groep jongeren die een zeer grote mond hebben, maar niet staat zijn om een degelijke discussie te voeren.

Misschien is het wel tijd voor een derde wereldoorlog; misschien kan uit het as van de verloren gegane culturen een nieuwe cultuur ontstaan die wél in staat is om zichzelf te verheffen, zodat Nederland eindelijk weer eens een verlichte natie wordt zoals het ooit is geweest.
Of heel misschien kunnen wij het tij keren, kunnen wij teruggaan naar onze rede zodat wij als samenleving een nieuw culturele sentiment kunnen ontwikkelen: het sentiment van het humanisme waarin de ander wordt erkent en de vrijheid van meningsuiting ten alle gewaarborgd wordt. Maar tot die tijd ben ik steeds meer sceptisch geworden over onze ooit zo moderne natie, met diens bekrompen culturele sentimenten waarin men elkaar met argusogen bekijkt en enkel kan oordelen op basis van een verschil in denkwijze.

En moge alles breken, wat aan onze waarheden breken- kan! Menig huis valt er nog te bouwen - Friedrich Nietzsche - Aldus Sprak Zarathoestra

Mijn vrienden, ik wens jullie allen een hele fijne avond toe! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

donderdag 2 mei 2013

Existentiële vraagstukken der leven

Vanavond zag ik voor het eerst de film 'American Beauty'. Hij was mij ooit aangeraden door een zeker persoon, maar helaas kwam het er nooit van om hem te kijken. Ik had nooit verwacht dat ik een film zou zien die een dergelijke indruk op mij heeft achter gelaten. Een half uur later ben ik nog steeds aan het bijkomen van dit verhaal, van de unieke vraagstukken die voortkomen uit het unieke verhaal - vraagstukken waar menig existentialist zich aan durft te wagen.

Ik kan het niet laten om mijn gedachten niet op digitaal papier te plaatsen, dus ik begin direct met het eerste vraagstuk.
Hoe belangrijk is conformiteit voor het individu? Wat is de invloed op de identiteit van het individu?
Ik begin eerst door te refereren naar mijn blog waarin ik vanuit een psychologisch perspectief een beeld heb gevormd van de unieke interactie die bestaat tussen het individu en de groep. Ieder individu doet zijn/haar best om te conformeren naar de norm zoals die geldend is binnen de gegeven cultuur. In deze film wordt dit prachtig weergegeven door het uitdragen van 'the american dream', waarin de vrouw van de hoofdrolspeler constant succes nastreeft. Het is deze cultuur dat soms ten koste gaat van fundamentele eigenschappen waarover het individu beschikt - eigenschappen die door de groep als bedreigend worden ervaren, eigenschappen die niet gepast zijn binnen de geldende cultuur van de groep. Een individu die hiervoor vatbaar is, zal zich aanpassen; op een negatieve wijze welteverstaan, het zal diens unieke eigenschappen, die eigenlijk kenmerkend zijn voor de persoon in kwestie, onderdrukken en ondergeschikt maken aan de groep.
Hierdoor raakt het individu onlosmakelijk ondergeschikt aan de groep en is dat alleen al niet slecht? Een individu die zich ondergeschikt maakt aan de groep verliest diens identiteit; althans voor de tijd dat het individu deel uitmaakt van de groep. Maar is dat alleen al niet slecht? Waarom zou een individu zich ondergeschikt moeten maken aan de groep, terwijl het juist de kunst is om een co-existentie te vormen tussen de groep en het individu? Op die manier kunnen beiden partijen op een gelijkwaardige wijze door het leven gaan, profiteren van elkanders krachten en ondersteunen op elkanders zwakheden. Dát is de meerwaarde van een groep - een groep waarin het individu onderschikt wordt gemaakt aan de groep heeft vanuit dit perspectief bezien geen toekomst. Enkel individuen waarvan de identiteit geen meerwaarde heeft op de identiteit zoals die wordt vormgegeven door de groep zullen deel uitmaken van deze groep. Ieder ander individu die de prikkel ervaart van het creëren cq. vormen van een eigen identiteit zal een gezonde balans kunnen vormen tussen zichzelf en de groep waar het deel van uitmaakt.
Het mooiste voorbeeld is SPOILER ALERT! de vader van Ricky, die op het einde zelf homo blijkt te zijn. Zijn agressie cq. homofobie wordt enkel bewerkstelligt door zijn eigen ontkenning van zijn geaardheid. Waarom doet hij dit? Ik kan hier geen antwoord op geven, enkel een persoon die zelf homoseksuele gevoelens ervaart zal dit op een verhelderende wijze kunnen uitleggen. Het enige wat ik mij kan voorstellen is dat het voor dergelijke mensen een constant gevecht is om diens eigenschappen te erkennen en deze uit te dragen, met de wetenschap dat er mensen zijn die het zullen afwijzen en dientegevolg zal uitbanning uit de groep een onvermijdelijk gevolg kunnen zijn.
De identiteit is bezien vanuit dit perspectief een constante dynamische uitwisseling tussen het individu en de groep. Het individu fungeert primair als een reflectie van het groepsdenken - hiermee wordt ook invloed uitgeoefend op de identiteit. De vraag "wie ben ik?" raakt hierdoor in feite in diskrediet, omdat met deze vraagstelling enkel het individu wordt belicht, terwijl de werkelijk identiteit gedeeltelijk wordt gevormd door het groepsdenken of in psychologische termen de "peer group", wat zo goed en kwaad kan worden vertaald als een abstractie van een vriendengroep waarbij er sprake is van de uitwisseling van denkbeelden, ideeën en standpunten op een bepaald thema.

Toegegeven, de eerste vraagstelling is al goed genoeg voor het schrijven van een volledige blog, maar ik laat het voor nu bij dit beknopte antwoord. Op naar de tweede vraagstelling!
Waarom laten wij ons leiden door onze angsten en niet door onze dromen? Waarom is het leven volgens esthetische regels niet wenselijk voor ons? Het is reëel om ons te laten leiden door onze angsten - sociale constructen die ons worden opgelegd door de maatschappij en de angst om hieraan niet te kunnen voldoen, ook in het kader van de eerste vraagstelling zijn angsten van grotere invloed op onze identiteit dan onze dromen. Hoe komt dit? Waarom is het zo moeilijk om een doel te stellen en ons leven te vormen naar dat doel toe? Wat is het nut van dromen als je het niet kan najagen?
Het is zo makkelijk om ons leven op een doelloze manier te leiden - dat de waan van de dag ons moraal aanspreekt en dat wij gedwongen worden om een uitspraak te doen over iets waar wij al over hebben geoordeeld op het moment dat wij het waarnemen, zonder dat wij het waargenomene op een rationele wijze hebben benaderd. Iedereen kan een mening hebben en deze uitspreken, maar het is de kunst om erover te hebben nagedacht en een weloverwogen uitspraak te doen dat tevens een representatie is voor onze mening. Iedereen laat zich al leiden door diens angsten, enerzijds vanwege de enorme invloed op onze identiteit, anderzijds vanwege de angsten die worden gevormd door de onmacht die wij ervaren op de sociale constructen waar wij allemaal onlosmakelijk deel van uitmaken. Het individu die zich daadwerkelijk hiervan kan loswrikken is degene die leert om diens dromen na te jagen - het leven is al insignificant genoeg, waarom niet een poging doen om er iets moois van te maken? Het is deze gedachte die de hoofdrolspeler ertoe bracht om een verandering door te voeren in zijn leven. Hij zou voortaan zelf zijn leven bepalen!
Leven volgens esthetische regels is makkelijk, wij doen het al iedere dag van ons leven, zonder dat wij er gewaar van zijn. En op het moment dat er een jaar voorbij is, kijken wij elkaar aan en zeggen "Hé!? Is er nu alweer een jaar voorbij!? Waar is de tijd heen gegaan!?"
Mijn vrienden, de tijd is nergens heen gegaan, het is er altijd geweest (en zal ook waarschijnlijk voor altijd zijn). Het is enkel onze invulling van onze tijd waar wij niet voldoende bewust van zijn geweest, waardoor wij niet ervaren hoe snel de dagen voorbij gaan. Leven volgens esthetische regels is niet slecht, maar het is wél een leven dat wordt bepaald door angsten. Het individu dat leeft volgens dromen kiest ervoor om voorbij het esthetische te gaan. Het esthetische is louter datgene dat vorm geeft aan alles - het is als het ware dat wat wij zien. Maar dat wij zien is niet de essentie van het bestaan, nee dat is een niveau dieper. Juist daarom is het niet wenselijk om te leven volgens esthetische regels - hoe kan je jezelf ontwikkelen als je niet voorbij het oppervlakkige prikt en tot een dieper niveau van bewustzijn komt? Het antwoord is heel simpel - niet.

Dat was alweer de tweede vraagstelling, waar ik eveneens een paar blogs over kan schrijven, maar dat is wellicht iets voor in de toekomst. Voor nu wil ik mij gaan richten op de derde en laatste vraagstelling.
Is het leven daadwerkelijk insignificant? Zo nee, hoe kunnen wij dan vorm geven aan ons leven? Zo ja, wat is dan het doel van het leven? Iedere filosoof weet dat een dergelijke vraagstelling in dit stadium onbeantwoord zal blijven. Er zijn teveel variabelen om hierop een sluitend antwoord te kunnen geven. Er valt zelfs nog wat te zeggen over de vraagstelling an sich, of deze wel goed is gesteld, in de veronderstelling dat hiermee een sluitend antwoord kan worden gevonden op dit existentiële vraagstuk.
De hoofdpersoon ervaarde zijn leven als insignificant, dus besloot het zelf over te gaan tot persoonlijke veranderingen. Ricky ervaart zijn leven op een andere wijze, hij beschouwd het leven als een pallet van schoonheid - "there is so much beauty that i cannot comprehend". Kunnen beide perspectieven op het leven worden vereenzelvigd in één denkwijze? Kan het leven daadwerkelijk vol schoonheid zitten en toch voor ons als individu insignificant zijn?
De omvang van collectieve denkwijzen toont ons de invloed van het collectief bewustzijn op het individu. Doordat wij als individu kunnen deelnemen aan een collectieve gebeurtenis ervaren wij als individu de ervaring vanuit het perspectief als groep zijnde. Voor het individu wordt het leven inderdaad als insignificant beschouwd, maar door deel te nemen aan een groep wordt er een waarde toegekend aan het leven - een waarde ingevuld vanuit het perspectief als groep zijnde.
Een louter esthetisch leven beschouw ik persoonlijk daadwerkelijk als insignificant - een persoon die enkel leeft volgens de waan van de dag zal ooit op het punt komen dat het zich gaat afvragen wat voor doel het heeft gehad in het leven. Wij proberen uiteindelijk allemaal een verklaring te vinden voor het feit dat wij leven - iets wat wij mogelijkerwijze nooit kunnen bevatten. Sommigen kiezen ervoor om dit te wijten aan het bestaan van een hogere macht - anderen kiezen ervoor om de insignificantie van diens leven te accepteren. Het zijn enkelen die ervoor kiezen om diens dromen achterna te jagen - het zijn deze enkelen die daadwerkelijk in staat zijn om vorm te geven aan hun leven.

Wat is het doel van het leven? Ieder mens zal ooit in zijn/haar leven op het punt komen om deze vraag pogen te beantwoorden. Ik heb in mijn korte leven al het geluk gehad om deze vraagstelling al een paar keer te hebben gesteld. Waar ik vroeger enkel god vervloekte voor de ellende dat ik heb moeten meemaken in mijn leven, heb ik tegenwoordig een ander standpunt in mijn leven genomen. Mijn eerste poging op een antwoord was heel simpel:memento mori - de vergankelijk van het leven. Het feit dat wij ooit doodgaan is de reden dat wij leven!
Is dit niet een cirkelberedenatie? In feite wel, daarom is dit antwoord niet sluitend. De hoofdpersoon in american beauty heeft gezegd "i've enjoyed every second of my insignificant life". In feite is dit een vrijbrief voor het leiden van een esthetisch leven, zonder enig besef van een dieper bewustzijn. Toch zit er waarheid in deze woorden. Waarom zouden wij niet mogen genieten van de korte tijd dat ons gegeven is in dit leven?
Misschien zit hier het probleem - genieten is een voorrecht van ons bestaan, maar is het niet zaak om tegelijk bewust te worden van het voorrecht dat ons is gegeven van dit leven? Een zinvolle invulling van het leven lijkt mij een betere kijk of het leven wanneer je ligt in je sterfbed dan wanneer je louter esthetisch leeft. Natuurlijk is het begrip "zinvol" aan interpretatie onderhevig en denk ik dat ik het hierbij ga laten.
Tenslotte wil ik eindigen met deze woorden: Dwaal niet in het verleden, maar leef in het heden met het zicht op de toekomst!

Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze blog. Ik heb nog een hoop ideeën die ik graag zou willen uitwerken, maar ik hoop dit verder te kunnen doen in de toekomst. Ik wens jullie allemaal een hele fijne nachtrust toe. Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

donderdag 8 november 2012

Filosofisch intermezzo - Ethische dillemma's tussen mens en dier

Welovergwogen keuze is duidelijk iets vrijwilligs, maar zij is niet hetzelfde als vrijwillig, want wat vrijwillig is, heeft een groter bereik. Immers ook kinderen en andere levende wezens dan de mens zijn in staat tot het verrichten van een vrijwillige handeling, maar niet tot een weleoverwogen keuze, en van plotselinge handelingen zeggen we wel dat ze vrijwillig zijn, maar niet dat ze op een weleoverwogen keuze zijn gebaseerd. Alles wijst erop dat de mensen ongelijk hebben die beweren dat weleoverwogen keuze gelijk is aan bgeerte, temperament, het willen, of een bepaalde opvatting. De niet-rationele levende wezens immers hebben niet de weloverwogen keuze, maar wel de begeerte en temperament met ons gemeen. - Ethica Nicomachea - Aristoteles - Pagina 120, nederlandse vertaling door Charles Hupperts en Bartel Poortman.

Een kleine week geleden werd ons land opgeschud door een nieuwsbericht in de media. Ironisch genoeg was dit item al lang koud geworden in het land waar deze kwestie ter sprake was gekomen, aangezien dit item al in de belgische media een week eerder ter sprake was gekomen. Waar ging de rel over?
Er was een belgische kunstenaar genaamd Jan Fabre die in het kader van een uitvoering van kunst over was gegaan tot het gooien van katten. Het verhaal klinkt raar, maar laten we eerlijk wezen, over het algemeen zijn kunstenaars dan ook vrij excentrieke mensen. Niks mis mee, want het zijn juist de mensen die onconventionele gedachten aandragen die een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan een maatschappij.
Terug naar het desbetreffende filmpje. De beelden spreken voor zich. De katten vinden het overduidelijk niet leuk om in de lucht te worden gegooid. Het is zelfs duidelijk dat een kat vrij hard neerkomt. Daarna komt Fabre in beeld die een betoog gaat houden dat hij al 30 jaar lang kunst produceert waarmee hij de relatie tussen mens en dier probeert te verbeelden. Ik ga verder geen oordeel vellen over deze kwestie, nee ik wil verder gaan over de vraagstelling of hier daadwerkelijk sprake is van dierenmishandeling. Een hoop mensen roepen dit direct, terwijl ik hier persoonlijk mijn vraagtekens bij zet. Het is zo makkelijk om iets als dierenmishandeling te benoemen, terwijl het in een andere situatie veroorloofd is om te handelen op de manier zoals wordt gehandeld.

Dierenrechten zijn nog steeds een onbestaand feit. Rechtspraak is een proces dat is ontstaan sinds de mensheid tot het besef is gekomen van gelijkwaardigheid tussen mensen. Met het ontstaan van rechtspraak kwam het ontstaan van mensenrechten. Mensenrechten is al een discutabel thema, zo behoren ze universeel te zijn voor het bestaan van het individu, maar worden ze vaak maatschappelijk-cultureel bepaald. Ik ga hier niet verder over uitweiden, een betoog dat hier het dichtst bij aansluit is een vorige blog waarin ik vanuit het perspectief van nihilisme vrijheid heb bekritiseerd. Waar ik verder over wil gaan is het ogenschijnlijke bestaan van dierenrechten. Waar wij een compleet systeem hebben ontwikkeld als model voor het bestaan van mensenrechten, zijn dierenrechten verworden tot een abstract idee dat alleen maar dient ter begripsvorming.
Zo laten wij primair onze irrationele gevoelens bepalen hoe wij staan ten overstaande van een bepaalde diersoort. Hoe 'knuffeliger' wij een dier vinden, des te eerder zijn wij bereid om concessies te doen voor het behoud van een dier. Dat mensen in andere landen hiervan hinder ondervinden vergeten wij vaak. Dat een boer een tijger afschiet omdat het of iemand van de stam heeft aangevallen en wellicht opgegeten geeft de boer een reden om het dier te doden. Voor een boer is het oninteressant dat een tijger in de westerse wereld wordt beschouwd als een bedreigde diersoort, hij beschouwt het als een bedreiging voor zijn leven, dus is het zijn goedrecht om over te gaan tot handelen; of toch niet?

De mensheid is nog steeds groeiende, de parasiet die wij zijn voor onze planeet wordt steeds groter en het enige waarmee wij ons bezig houden is het ten uitvoer brengen van onze doelstellingen, want dat is vooralsnog de manier waarmee wij als mensen ons leven kunnen vormgeven. Hoe vreemd is het dan wel niet dat het behoud van de planeet nog steeds een ondergeschoven thema is binnen de politiek. Politiek gaat over economie, het verbeteren van de koopkracht, het oplossen van politieke kwesties, het nemen van belissingen waarmee de koers van een land wordt bepaald.
Maar natuurbehoud komt op de laatste plaats, want er moet worden gekozen tussen de economie en de natuur, dan kiest de politiek voor de economie. En niet alleen de politiek, u en ik dragen bij aan de verdere verloedering van onze planeet door ons te gedragen als consument. Ik vraag mij af, hoe kunnen wij deze cirkel doorbreken? Heel simpel, zoals ik in mijn vorige blog heb betoogt voor een algehele ontwikkeling die wij als mensheid moeten doorstaan, moeten wij tegelijk meer oog krijgen voor het behoud van onze planeet. Helaas zal iets dergelijks in de praktisch moeilijk, zo niet onmogelijk zijn om te bewerkstelligen.

Een ander voorbeeld is de noodzaak voor het gebruik van proefdieren. Sinds de opkomst van wetenschap zijn proefdieren fundamenteel voor het bevestigen danwel ten uitvoer brengen van experimenten. Zelfs met de huidige stand van wetenschap zijn proefdieren nog altijd een noodzakelijk kwaad voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Geen enkel weldenkend cq. moreel ingesteld persoon is voor het gebruik van proefdieren, maar iedere wetenschapper, biomedisch analist of zelfs biotechnicus zal deze uitspraak bevestigen: voor het ten uitvoer brengen van wetenschap is het gebruik van proefdieren noodzakelijk. In feite staat de wetenschap nog in zijn kinderschoenen.
Een vrij gewaagde uitspraak, maar afgaande op de huidige stand van de epistemiologie durf ik deze uitspraak te doen. Elk antwoord op een wetenschappelijke vraagstelling levert meer vragen op, omdat er meer mogelijkheden zijn die kunnen dienen ter verklaring van de onderzochte wetenschappelijke vraagstelling. De enige mogelijkheid dat ons rest is het afkaderen van het onderzoek, abstraheren naar een model dat d.m.v. wetenschappelijke bewijsvoering kan worden aangetoond en het ten uitvoer brengen van experimenten waarmee een model kan worden aangetoond danwel ontkracht. Het voordeel met wetenschappen als wiskunde, natuurkunde, scheikunde, astronomie etc. is dat er geen sprake is van een biologisch systeem, de opzet van de experimenten bevatten een volledig andere manier van uitvoering dan binnen een biologisch systeem.
Door de eeuwen heen heeft de biologie diverse baanbrekende ontdekkingen gedaan, waarvan de laatste de ontdekking was van het DNA dat fungeert voor het doorgeven van genetische informatie van moeder op kind. Maar de exacte mechanismen zijn verre van doordrongen. Om dit te onderzoeken moeten experimenten worden uitgevoerd. Experimenten die vereist zijn willen wij als mensheid ziekten als kanker kunnen verslaan. Het uitvoeren van experimenten binnen een zogenaamd in vitro model ("buiten het lichaam", i.e. in een 'reageerbuisje')is bij lange na geen bevestiging van hetzelfde effect in een biologisch organisme, omdat er dan sprake is van compleet andere (biochemische/biofysische) interacties dan wanneer een model wordt getest binnen een gesloten celsysteem.

Als analist ben ik werkzaam geweest binnen organisaties waarvan ik weet dat er dierproeven werden uitgevoerd. Hoe diep mijn ethische bezwaren gaan, erken ik de noodzaak en zal mijn aversie jegens dierenactivisten blijven bestaan. Echter zal ik nooit mijn principes overhoop kunnen gooien en dierproeven ten uitvoer kunnen brengen. Misschien is dat zwak van mij en ben ik gewoon een hypocriet, ik beschouw mijzelf als een integer persoon met een diep gevoel van moreel besef.
Ik ben iemand die kennis heeft van beide werelden, ik vind dieren een prachtig en uniek fenomeen dat voortkomt uit de natuur. Nog steeds ben ik van mening dat ook dieren tot een zeker punt beschikken over veel meer cognitieve vaardigheden dan dat wij erkennen. Mensen spreken vaak over emoties en gevoelens bij dieren; zelf ben ik nog altijd van mening dat er een metafysisch onderscheid bestaat tussen deze substanties, zoals ik heb verwoord in mijn betoog over ratio vs. emoties. Desalniettemin ben ik wel degelijk van mening dat dieren emoties bevatten. De vraagstelling in wat voor mate dieren over een gevoelsmatig bewustzijn beschikken laat ik in het midden, hier is niet de plek om hier verder op door te gaan.
Dieren beschikken over emoties, zij ervaren angst, hebben lust, een interne drijfveer om zichzelf voort te planten en niet te vergeten de basale drijfveer van honger en dorst. Het zijn levende wezens, ook wij zijn in feite dieren; het enige dat ons onderscheid van andere dieren is dat wij ons als diersoort hebben ontwikkeld met een enorm besef van bewustzijn, waardoor wij onze cognitieve functies zijn gaan ontwikkelen. Op basis van fysiologische bouw is er concreet een onderscheid waarneembaar in de vorming van de zogenaamde "voorhersenen" tussen diersoorten. Vanzelfsprekend beschikken wij in termen van fysiologische bouw over de grootste hoeveelheid voorhersenen t.o.v. andere diersoorten. Wellicht dat dit in verband staat met de evenredige ontwikkeling van een hoger besef van bewustzijn en natuurlijk onslosmakelijk het effect van socialisering en het vormen van groeperingen.
Toch is ook op dit punt een overeenkomst waarneembaar met verschillende dieren. Zoals Frans de Waal heeft aangetoond is empathie, een psychisch fenomeen dat vroeger alleen aan mensen werd toegeschreven, ook aanwezig bij andere diersoorten als dolfijnen, olifanten en natuurlijk apen. Terugkerend op hetgeen is gezegd, geeft dit ons nou als mensheid het recht om ons hoger te plaatsen dan andere diersoorten? Ik denk dat het antwoord voor de lezer wel duidelijk is.

Fabre beschouwt zijn handelen niet als dierenmishandeling. Een zeker persoon beschouwt het onrespectvol behandelen van dieren ook als een vorm van dierenmishandeling. Dit lijkt in zekere zin op hetzelfde idee dat uit Amerika is overgewaaid en op animal planet te zien is onder de noemer van 'Animal Cops', dat overigens hier in Nederland op een compleet verkeerde manier zou zijn uitgewerkt, dat terzijde.
Er zit wel degelijk een punt van waarheid in deze woorden. Juist vanwege het besef dat wij als mensheid hebben ontwikkeld zou het juist van belang zijn om te erkennen dat wij een beter band moeten opbouwen met dieren, dat wij dieren meer als ons gelijke gaan beschouwen en niet als een lager organisme. Het gooien met katten is een voorbeeld hiervan, dit degradeert een organisme, een dier dat emoties kent, een bewustzijn, tot een object dat als een levenloos object wordt behandeld. Dat getuigt niet van respect. Kan je het gemis van respect dan ook direct als dierenmishandeling beschouwen?
Zo ja, waarom beschouwen wij het ten uitvoer brengen van dierproeven niet als dierenmishandeling? Waarom worden wetenschappers, analisten en dierverzorgers niet aangeklaagd door het leed dat zij teweeg brengen bij dieren? Het leed dat zichtbaar wordt veroordelen wij direct, maar het leed dat ontzichtbaar is kunnen wij niet veroordelen. En toch zal er niemand zijn die over durft te gaan tot een strafrechterlijke vervolging (ervan uitgaande dat dit mogelijk is vanuit een juridisch perspectief), want iedereen erkent de noodzaak van het werk dat ten uitvoer wordt gebracht door wetenschappers, door analist en door dierverzorgers. Het is alleen spijtig dat er mensen zijn die dit niet begrijpen en overgaan tot acties die tot een zekere hoogte immoreel te noemen zijn en hun doel voorbij schieten.
Want iedereen vergeet dat wij elke avond nog altijd een stukje vlees op ons bordje willen, want vlees is lekker! En omdat wij en masse vlees zo lekker vinden, vergeten wij voor het gemak dat dat vlees afkomstig is van een koe, varken en/of kip dat ook soms leeft in embarmlijke omstandigheden en ook dat wordt niet beschouwd als dierenmishandeling, terwijl het leed dat deze dieren wordt aangedaan door hun leefomstandigheden is waarschijnlijk vele malen erger dan het gooien van katten.

De definitie van dierenmishandeling lijkt in de eerste instantie vrij direct tot de verbeelding te spreken, maar wanneer het intellect er dieper over nadenkt, dan is het toch niet zo makkelijk om er een definitie hiervan op te stellen dat universeel toepasbaar is - op deze manier wordt de definitie van dierenmishandeling gedegradeert tot een contextuele definitie dat per definitie geen enkel waarheidsbevinding bevat. Wat voor waarde heeft een definitie als het niet kan worden geconcretiseerd door het gemis danwel aanwezigheid van een context? Geen.
Het is altijd zo makkelijk om direct een oordeel te vellen, vooral als het zo tot de verbeelding spreekt. Elke situatie die wij beschouwen danwel waarnemen en waarbij emoties betrokken raken zullen wij anders beoordelen dan wanneer wij eerst luisteren naar onze rede en dat aanvullen met onze emoties. De meeste mensen zullen primair luisteren naar hun emoties, oordelen en daarna pas op een later tijdstip hun rede de kans geven om te 'praten'. En wanneer blijkt dat hun oordeel toch niet zo juist was, dan kunnen zij alleen maar terugtrekken naar een hoekje en zich schamen, want als eenmaal een oordeel is uitgesproken, dan kan deze niet zomaar worden teruggenomen.

Mijn vrieden, ik wens jullie allen een zeer fijne avond toe! Voor hen die morgen vrij zijn wens ik een fijn weekend en voor hen die morgen ook moeten werken, net als ik, wens ik een fijne dag toe en ook alvast een fijn weekend! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!