Posts tonen met het label menselijk handelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label menselijk handelen. Alle posts tonen

donderdag 8 november 2012

Filosofisch intermezzo - Ethische dillemma's tussen mens en dier

Welovergwogen keuze is duidelijk iets vrijwilligs, maar zij is niet hetzelfde als vrijwillig, want wat vrijwillig is, heeft een groter bereik. Immers ook kinderen en andere levende wezens dan de mens zijn in staat tot het verrichten van een vrijwillige handeling, maar niet tot een weleoverwogen keuze, en van plotselinge handelingen zeggen we wel dat ze vrijwillig zijn, maar niet dat ze op een weleoverwogen keuze zijn gebaseerd. Alles wijst erop dat de mensen ongelijk hebben die beweren dat weleoverwogen keuze gelijk is aan bgeerte, temperament, het willen, of een bepaalde opvatting. De niet-rationele levende wezens immers hebben niet de weloverwogen keuze, maar wel de begeerte en temperament met ons gemeen. - Ethica Nicomachea - Aristoteles - Pagina 120, nederlandse vertaling door Charles Hupperts en Bartel Poortman.

Een kleine week geleden werd ons land opgeschud door een nieuwsbericht in de media. Ironisch genoeg was dit item al lang koud geworden in het land waar deze kwestie ter sprake was gekomen, aangezien dit item al in de belgische media een week eerder ter sprake was gekomen. Waar ging de rel over?
Er was een belgische kunstenaar genaamd Jan Fabre die in het kader van een uitvoering van kunst over was gegaan tot het gooien van katten. Het verhaal klinkt raar, maar laten we eerlijk wezen, over het algemeen zijn kunstenaars dan ook vrij excentrieke mensen. Niks mis mee, want het zijn juist de mensen die onconventionele gedachten aandragen die een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan een maatschappij.
Terug naar het desbetreffende filmpje. De beelden spreken voor zich. De katten vinden het overduidelijk niet leuk om in de lucht te worden gegooid. Het is zelfs duidelijk dat een kat vrij hard neerkomt. Daarna komt Fabre in beeld die een betoog gaat houden dat hij al 30 jaar lang kunst produceert waarmee hij de relatie tussen mens en dier probeert te verbeelden. Ik ga verder geen oordeel vellen over deze kwestie, nee ik wil verder gaan over de vraagstelling of hier daadwerkelijk sprake is van dierenmishandeling. Een hoop mensen roepen dit direct, terwijl ik hier persoonlijk mijn vraagtekens bij zet. Het is zo makkelijk om iets als dierenmishandeling te benoemen, terwijl het in een andere situatie veroorloofd is om te handelen op de manier zoals wordt gehandeld.

Dierenrechten zijn nog steeds een onbestaand feit. Rechtspraak is een proces dat is ontstaan sinds de mensheid tot het besef is gekomen van gelijkwaardigheid tussen mensen. Met het ontstaan van rechtspraak kwam het ontstaan van mensenrechten. Mensenrechten is al een discutabel thema, zo behoren ze universeel te zijn voor het bestaan van het individu, maar worden ze vaak maatschappelijk-cultureel bepaald. Ik ga hier niet verder over uitweiden, een betoog dat hier het dichtst bij aansluit is een vorige blog waarin ik vanuit het perspectief van nihilisme vrijheid heb bekritiseerd. Waar ik verder over wil gaan is het ogenschijnlijke bestaan van dierenrechten. Waar wij een compleet systeem hebben ontwikkeld als model voor het bestaan van mensenrechten, zijn dierenrechten verworden tot een abstract idee dat alleen maar dient ter begripsvorming.
Zo laten wij primair onze irrationele gevoelens bepalen hoe wij staan ten overstaande van een bepaalde diersoort. Hoe 'knuffeliger' wij een dier vinden, des te eerder zijn wij bereid om concessies te doen voor het behoud van een dier. Dat mensen in andere landen hiervan hinder ondervinden vergeten wij vaak. Dat een boer een tijger afschiet omdat het of iemand van de stam heeft aangevallen en wellicht opgegeten geeft de boer een reden om het dier te doden. Voor een boer is het oninteressant dat een tijger in de westerse wereld wordt beschouwd als een bedreigde diersoort, hij beschouwt het als een bedreiging voor zijn leven, dus is het zijn goedrecht om over te gaan tot handelen; of toch niet?

De mensheid is nog steeds groeiende, de parasiet die wij zijn voor onze planeet wordt steeds groter en het enige waarmee wij ons bezig houden is het ten uitvoer brengen van onze doelstellingen, want dat is vooralsnog de manier waarmee wij als mensen ons leven kunnen vormgeven. Hoe vreemd is het dan wel niet dat het behoud van de planeet nog steeds een ondergeschoven thema is binnen de politiek. Politiek gaat over economie, het verbeteren van de koopkracht, het oplossen van politieke kwesties, het nemen van belissingen waarmee de koers van een land wordt bepaald.
Maar natuurbehoud komt op de laatste plaats, want er moet worden gekozen tussen de economie en de natuur, dan kiest de politiek voor de economie. En niet alleen de politiek, u en ik dragen bij aan de verdere verloedering van onze planeet door ons te gedragen als consument. Ik vraag mij af, hoe kunnen wij deze cirkel doorbreken? Heel simpel, zoals ik in mijn vorige blog heb betoogt voor een algehele ontwikkeling die wij als mensheid moeten doorstaan, moeten wij tegelijk meer oog krijgen voor het behoud van onze planeet. Helaas zal iets dergelijks in de praktisch moeilijk, zo niet onmogelijk zijn om te bewerkstelligen.

Een ander voorbeeld is de noodzaak voor het gebruik van proefdieren. Sinds de opkomst van wetenschap zijn proefdieren fundamenteel voor het bevestigen danwel ten uitvoer brengen van experimenten. Zelfs met de huidige stand van wetenschap zijn proefdieren nog altijd een noodzakelijk kwaad voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Geen enkel weldenkend cq. moreel ingesteld persoon is voor het gebruik van proefdieren, maar iedere wetenschapper, biomedisch analist of zelfs biotechnicus zal deze uitspraak bevestigen: voor het ten uitvoer brengen van wetenschap is het gebruik van proefdieren noodzakelijk. In feite staat de wetenschap nog in zijn kinderschoenen.
Een vrij gewaagde uitspraak, maar afgaande op de huidige stand van de epistemiologie durf ik deze uitspraak te doen. Elk antwoord op een wetenschappelijke vraagstelling levert meer vragen op, omdat er meer mogelijkheden zijn die kunnen dienen ter verklaring van de onderzochte wetenschappelijke vraagstelling. De enige mogelijkheid dat ons rest is het afkaderen van het onderzoek, abstraheren naar een model dat d.m.v. wetenschappelijke bewijsvoering kan worden aangetoond en het ten uitvoer brengen van experimenten waarmee een model kan worden aangetoond danwel ontkracht. Het voordeel met wetenschappen als wiskunde, natuurkunde, scheikunde, astronomie etc. is dat er geen sprake is van een biologisch systeem, de opzet van de experimenten bevatten een volledig andere manier van uitvoering dan binnen een biologisch systeem.
Door de eeuwen heen heeft de biologie diverse baanbrekende ontdekkingen gedaan, waarvan de laatste de ontdekking was van het DNA dat fungeert voor het doorgeven van genetische informatie van moeder op kind. Maar de exacte mechanismen zijn verre van doordrongen. Om dit te onderzoeken moeten experimenten worden uitgevoerd. Experimenten die vereist zijn willen wij als mensheid ziekten als kanker kunnen verslaan. Het uitvoeren van experimenten binnen een zogenaamd in vitro model ("buiten het lichaam", i.e. in een 'reageerbuisje')is bij lange na geen bevestiging van hetzelfde effect in een biologisch organisme, omdat er dan sprake is van compleet andere (biochemische/biofysische) interacties dan wanneer een model wordt getest binnen een gesloten celsysteem.

Als analist ben ik werkzaam geweest binnen organisaties waarvan ik weet dat er dierproeven werden uitgevoerd. Hoe diep mijn ethische bezwaren gaan, erken ik de noodzaak en zal mijn aversie jegens dierenactivisten blijven bestaan. Echter zal ik nooit mijn principes overhoop kunnen gooien en dierproeven ten uitvoer kunnen brengen. Misschien is dat zwak van mij en ben ik gewoon een hypocriet, ik beschouw mijzelf als een integer persoon met een diep gevoel van moreel besef.
Ik ben iemand die kennis heeft van beide werelden, ik vind dieren een prachtig en uniek fenomeen dat voortkomt uit de natuur. Nog steeds ben ik van mening dat ook dieren tot een zeker punt beschikken over veel meer cognitieve vaardigheden dan dat wij erkennen. Mensen spreken vaak over emoties en gevoelens bij dieren; zelf ben ik nog altijd van mening dat er een metafysisch onderscheid bestaat tussen deze substanties, zoals ik heb verwoord in mijn betoog over ratio vs. emoties. Desalniettemin ben ik wel degelijk van mening dat dieren emoties bevatten. De vraagstelling in wat voor mate dieren over een gevoelsmatig bewustzijn beschikken laat ik in het midden, hier is niet de plek om hier verder op door te gaan.
Dieren beschikken over emoties, zij ervaren angst, hebben lust, een interne drijfveer om zichzelf voort te planten en niet te vergeten de basale drijfveer van honger en dorst. Het zijn levende wezens, ook wij zijn in feite dieren; het enige dat ons onderscheid van andere dieren is dat wij ons als diersoort hebben ontwikkeld met een enorm besef van bewustzijn, waardoor wij onze cognitieve functies zijn gaan ontwikkelen. Op basis van fysiologische bouw is er concreet een onderscheid waarneembaar in de vorming van de zogenaamde "voorhersenen" tussen diersoorten. Vanzelfsprekend beschikken wij in termen van fysiologische bouw over de grootste hoeveelheid voorhersenen t.o.v. andere diersoorten. Wellicht dat dit in verband staat met de evenredige ontwikkeling van een hoger besef van bewustzijn en natuurlijk onslosmakelijk het effect van socialisering en het vormen van groeperingen.
Toch is ook op dit punt een overeenkomst waarneembaar met verschillende dieren. Zoals Frans de Waal heeft aangetoond is empathie, een psychisch fenomeen dat vroeger alleen aan mensen werd toegeschreven, ook aanwezig bij andere diersoorten als dolfijnen, olifanten en natuurlijk apen. Terugkerend op hetgeen is gezegd, geeft dit ons nou als mensheid het recht om ons hoger te plaatsen dan andere diersoorten? Ik denk dat het antwoord voor de lezer wel duidelijk is.

Fabre beschouwt zijn handelen niet als dierenmishandeling. Een zeker persoon beschouwt het onrespectvol behandelen van dieren ook als een vorm van dierenmishandeling. Dit lijkt in zekere zin op hetzelfde idee dat uit Amerika is overgewaaid en op animal planet te zien is onder de noemer van 'Animal Cops', dat overigens hier in Nederland op een compleet verkeerde manier zou zijn uitgewerkt, dat terzijde.
Er zit wel degelijk een punt van waarheid in deze woorden. Juist vanwege het besef dat wij als mensheid hebben ontwikkeld zou het juist van belang zijn om te erkennen dat wij een beter band moeten opbouwen met dieren, dat wij dieren meer als ons gelijke gaan beschouwen en niet als een lager organisme. Het gooien met katten is een voorbeeld hiervan, dit degradeert een organisme, een dier dat emoties kent, een bewustzijn, tot een object dat als een levenloos object wordt behandeld. Dat getuigt niet van respect. Kan je het gemis van respect dan ook direct als dierenmishandeling beschouwen?
Zo ja, waarom beschouwen wij het ten uitvoer brengen van dierproeven niet als dierenmishandeling? Waarom worden wetenschappers, analisten en dierverzorgers niet aangeklaagd door het leed dat zij teweeg brengen bij dieren? Het leed dat zichtbaar wordt veroordelen wij direct, maar het leed dat ontzichtbaar is kunnen wij niet veroordelen. En toch zal er niemand zijn die over durft te gaan tot een strafrechterlijke vervolging (ervan uitgaande dat dit mogelijk is vanuit een juridisch perspectief), want iedereen erkent de noodzaak van het werk dat ten uitvoer wordt gebracht door wetenschappers, door analist en door dierverzorgers. Het is alleen spijtig dat er mensen zijn die dit niet begrijpen en overgaan tot acties die tot een zekere hoogte immoreel te noemen zijn en hun doel voorbij schieten.
Want iedereen vergeet dat wij elke avond nog altijd een stukje vlees op ons bordje willen, want vlees is lekker! En omdat wij en masse vlees zo lekker vinden, vergeten wij voor het gemak dat dat vlees afkomstig is van een koe, varken en/of kip dat ook soms leeft in embarmlijke omstandigheden en ook dat wordt niet beschouwd als dierenmishandeling, terwijl het leed dat deze dieren wordt aangedaan door hun leefomstandigheden is waarschijnlijk vele malen erger dan het gooien van katten.

De definitie van dierenmishandeling lijkt in de eerste instantie vrij direct tot de verbeelding te spreken, maar wanneer het intellect er dieper over nadenkt, dan is het toch niet zo makkelijk om er een definitie hiervan op te stellen dat universeel toepasbaar is - op deze manier wordt de definitie van dierenmishandeling gedegradeert tot een contextuele definitie dat per definitie geen enkel waarheidsbevinding bevat. Wat voor waarde heeft een definitie als het niet kan worden geconcretiseerd door het gemis danwel aanwezigheid van een context? Geen.
Het is altijd zo makkelijk om direct een oordeel te vellen, vooral als het zo tot de verbeelding spreekt. Elke situatie die wij beschouwen danwel waarnemen en waarbij emoties betrokken raken zullen wij anders beoordelen dan wanneer wij eerst luisteren naar onze rede en dat aanvullen met onze emoties. De meeste mensen zullen primair luisteren naar hun emoties, oordelen en daarna pas op een later tijdstip hun rede de kans geven om te 'praten'. En wanneer blijkt dat hun oordeel toch niet zo juist was, dan kunnen zij alleen maar terugtrekken naar een hoekje en zich schamen, want als eenmaal een oordeel is uitgesproken, dan kan deze niet zomaar worden teruggenomen.

Mijn vrieden, ik wens jullie allen een zeer fijne avond toe! Voor hen die morgen vrij zijn wens ik een fijn weekend en voor hen die morgen ook moeten werken, net als ik, wens ik een fijne dag toe en ook alvast een fijn weekend! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

zondag 16 september 2012

Psychologisch intermezzo - Het morele individu vs. cultuur

Welke filosofie de samenleving altijd nodig heeft - De pijler van de maatschappijlijke orde rust op de grondslag dat een ieder datgene wat hij is, doet en najaagt, zijn gezondheid of ziekte, zijn armoede of welstand, zijn eer of onaanzienlijkheid, met opgeruimt gemoed bekijkt en er het gevoel bij heeft 'en toch ruil ik met niemand'. - Laat wie aan de maatschappelijke orde wil bouwen, de harten altijd alleen maar deze filosofie van het opgeruimd weigeren van ruil en afgunst inprenten. - Friedrich Nietzsche - Menselijk al te menselijk - pagina 413

Sinds jaar en dag dat ik ben opgegroeid in een gezin met een nederlandse vader en een colombiaanse moeder vind ik het uiterst interessant om te ervaren hoe en wat voor verschillen er bestaan tussen de nederlandse en colombiaanse cultuur. Vrij veel, kan ik je vertellen. Zo zijn colombianen vanuit hun karakter al bijster passioneel aangelegd - al hun handelen voeren zij uit met volle overgave. Zo ook binnen mijn eigen familie zie ik dit, in mijn broer en zus en natuurlijk mijn moeder. Altijd enthousiast, altijd welwillend om 'iets nieuws uit te proberen'. Wellicht dat dit een verklaring is voor mijn progressief gedachtengoed, of misschien dat dit ook te maken heeft met mijn persoonlijke ervaringen op het pad des levens, ik weet dit niet.
In mijn vorige blog heb ik een betoog gehouden over de noodzaak van sociale systemen voor menselijke existentie. Ik heb dit betoog geëindigd met een vraagstelling, die ik hier niet volledig ga beantwoorden, omdat een volledig antwoord buiten het thema van dit blog valt. Nee, ik wil nu verder gaan op de facetten van het individu en hoe het individu wordt beïnvloed d.m.v. externe input, zoals ik heb omschreven in een andere blog waarin ik een betoog heb gehouden over de aard van het karakter.

Ik heb het karakter als volgt gedefinieert:

Karakter is de existentiële eenheid van onze individuele denkwijzen, het wordt gevormd door de unieke opmaak van onze hersenen dat de aanleg bevat voor het ten uitvoer brengen van een individuele manier van handelen.

Primair ligt de aanleg van ons karakter in de genetische opmaak van het individu. Echter wordt deze secundair gevormd o.i.v. externe krachten. De grootste vorming van het karakter is natuurlijk de opvoeding die het kind verkrijgt van diens ouders. De ironie is echter dat de opvoeding van ouders vaak een synthese is van individuele opvattingen evenals culturele opvattingen, normen en waarden die in het land waarin de ouder is opgevoed heeft geleerd - deze zijn een onderdeel geworden van de persoonlijkheid van de ouder in kwestie. Het probleem dat wij hiermee introduceren is het concept van cultuur.
Cultuur is een alomvattend concept, dat vanuit een sociologisch danwel een filosfisch perspectief kan worden onderzocht. Voor sociologen is het interessant om vast te stellen hoe cultuur bijdraagt aan het vormen van samenlevingen. Voor een filosoof is het interessant om de wetmatigheden vast te stellen waaronder cultuur tot vorming kan komen.

Wellicht is het handig om terug te verwijzen naar een blog die ik een tijd geleden had geschreven in het kader van cultuur; een filosofisch intermezzo - fenomeen van cultuur. In deze blog heb ik vanuit een filosofisch perspectief een klein onderzoekje uitgevoerd met als poging het fenomeen van cultuur te kunnen verduidelijken. Uiteindelijk heb ik de volgende conclusie kunnen trekken:
Behoud van cultuur impliceert het behoud van een bepaald object dat een representatie is van de desbetreffende cultuur. Maar cultuur als existentieel fenomeen is een dynamisch sociologisch mechanisme dat veranderlijk is en per definitie onmogelijk kan worden behouden. Het existeert in het nu en nu is een ongedefinieerde tijdsperiode dat bestaat tussen het verleden en de toekomst.
Wellicht dat ik met mijn huidige kennis deze conclusie kan en zelfs moet bijschaven. Cultuur leeft en blijft leven, in het individu dat wordt gevormd o.i.v. deze cultuur. Maar niet de hele cultuur blijft leven, nee alleen diverse facetten die door een onverklaarbare reden een bepaalde indruk achter laten op het individu en deze vormt. Deze metafysische objecten blijven behouden en (zullen) worden doorgegeven van ouder op kind. En het karakter van het kind zal worden gevormd op allerlei gebieden, primair is er de genetische aanleg, secundair de opvoeding die het kind verkrijgt van diens ouders. En dit is het punt van interesse.

Laten we eerst beginnen met de volgende vraagstellingen:wat houdt opvoeding in? Is opvoeding niks meer en niks minder dan het overdragen van bepaalde opvattingen op het kind? Wordt het karakter van het kind daadwerkelijk gevormd o.i.v. deze opvattingen, of zal het kind deze opvattingen op een intrinsieke wijze leggen langs een individuele morele lat? Kan een kind überhaupt beschikken over een intrinsieke morele lat?
Ok, interessante vraagstellingen te over, we beginnen met de mogelijke existentie van een intrinsieke morele lat. Een kind groeit op met een bepaald karakter. Het ervaart de wereld op diens individuele manier. Naarmate tijd vordert creëert het voor zichzelf een plek in de wereld, want hoe kan het op een andere manier het leven ervaren, als het geen plek voor zichzelf creëert? Natuurlijk is dit altijd onder de vleugel van een ouder, maar dan nog zal ieder kind een eigen karakter hebben, met een eigen moraal, onafhankelijk van de opvoeding die het kind zal krijgen.
Dit moraal zal waarschijnlijk een universele vorm van moraal zijn, ingegeven door psychologische/neurologische mechanismen. Wanneer het een kind slaat en het ander kind gaat huilen, zal het d.m.v. empathie ook gaan huilen. Waneer het kind door wat voor reden dan ook over dusdanig weinig empathie beschikt vanuit een psychologisch/neurologisch perspectief, dat het niet direct een associatie kan maken tussen slaan --> pijn --> verdriet --> huilen, dan zal het op een indirecte manier attent worden gemaakt dat je een ander niet mag slaan, namelijk door ofwel een ouder ofwel een verzorger in een andere vorm. Op die manier wordt een basale vorm van moraal gevormd, dat bijna universeel is en onafhankelijk van een dieper begrip van menselijke constructen.

Ok, we hebben kunnen concluderen dat een kind, afhankelijk van diens genetische opmaak met daaropvolgend een bepaalde individuele neurologische opmaak met daaropvolgend een bepaalde psychologische opmaak, beschikt over een moraal dat praktisch universeel van aard is en puur wordt ingegeven door basale associaties die wederom existeren op het meest basale niveau van ons bewustzijn. Oftewel, de laatste vraagstelling is hiermee beantwoord, een kind kan beschikken over een intrinsieke morele lat.
Laten we verder gaan met dit onderzoek vanuit de vraagstelling van een opvoeding, wat houdt dit in? Heel simpel gezegd is opvoeding niks meer en niks minder dan het overbrengen van opvattingen, opvattingen die heel breed van aard zijn en eigenlijk altijd alleen van toepassing zijn binnen de context van menselijke interacties. Een kind dat nooit geleerd heeft om zijn afval te deponeren in een prullenbak, zal dit nooit uit zichzelf doen. Een kind zal op zijn eigen manier handelen, volgens zijn eigen moraal. En omdat er in zijn eigen moraal geen afbakening is gemaakt voor een morele omgang met afval, zal het waarschijnlijk op straat worden weggegooid. Tenzij een ouder het kind heeft geleerd om afval altijd weg te gooien in de prullenbak. Op het moment dat een ouder dit heeft geleerd aan een kind, dan heeft het kind geen reden om hiervan af te zien, tenzij de contextuele interacties afwijken van het primaire gedragspatroon.
Een kind dat opgroeit zal altijd proberen vast te houden aan diens primaire geleerde gedragspatronen. Maar soms leert een kind dat het eerder geleerde gedragspatroon afhankelijk is van een context en dat de situatie bepaald wanneer een bepaald gedragspatroon gewenst is. Meestal leert een kind dit onderscheid gaandeweg d.m.v. imitatie. Dit toont wederom een onderliggend facet van opvoeding van ouder op kind, de ouder dat een bepaald moraal heeft gevormd door diens ouders en dus ook bepaalde gedragspatronen heeft ontwikkeld, draagt deze op een onbewuste wijze over op het kind.

En hier zijn we aangekomen op een lastig punt. Het moraal dat een kind leert d.m.v. opvoeding wordt gevormd als de som van het moraal van de ouder(s), dit moraal echter is inherent aan de cultuur waarin de ouder(s) is opgegroeid. De normen en waarden van het individu worden gevormd aan de hand van cultuur. Cultuur fungeert als een identiteit voor een volk, het vormt het volk van waaruit het volk een nieuwe vorm van cultuur ontwikkeld. Onderliggende mechanismen zijn echter van uiterst belang, omdat dit een zeer delicate balans aantoont tussen het volk en diens cultuur.
Het volk heeft een bepaalde cultuur ontwikkeld. Onderliggend zal ieder individu diens individuele normen en waarden reflecteren aan de gestelde normen en waarden zoals deze worden gesteld vanuit de cultuur. Ervan uitgaande dat ieder invididu deze cultuur volledig accepteert, kan het individu worden beschouwd als de personificatie van cultuur. Maar wat als er sprake is van veranderingen binnen het volk? Wat als er sprake is d.m.v. nieuw verkregen inzichten dat huidige opvattingen niet meer houdbaar zijn? Wat zijn de gevolgen hiervan?
Het gevolg is dat de nieuw verkregen inzichten leidt tot individuen die andere opvattingen hebben dan mensen die de oude cultuur aandragen - dit leidt uiteindelijk tot een conflict tussen beide culturen. De nieuwe cultuur, ontstaan d.m.v. nieuwe inzichten zal wedijveren op een metafysisch niveau met de oude cultuur. Normen en waarden die eerst geldig waren, zijn plotseling ongeldig verklaard en het individu heeft geen referentiekader meer dat dient als reflectie van diens individuele normen en waarden. Het individu wordt geworpen op diens individuele vrijheden, waarmee het individu niks mee kan, want er bestaat geen consensus over gedragspatronen binnen een groep. Deze worden gaandeweg gevormd door invloeden vanuit zowel de oude als de nieuwe cultuur, beiden culturen co-existeren met elkaar op het niveau van menselijke interacties.

Wat zijn de gevolgen hiervan? Welke cultuur blijft bestaan en welke cultuur sterft uit? Niemand zal het weten, het is puur afhankelijk van huidige inzichten die op dat moment van toepassing zijn - inzichten in de breedste zin van het woord, op het gebied van wetenschap, sociale omgang met onze medemens danwel het vormen van nieuw gedachtengoed, maar ook een vorm van een abstracte gemoedstoestand. Een collectief gemoedstoestand zal onvermijdelijk leiden tot een hechtere samenleving, indien er sprake is van hechtere sociale cohesie vanuit een gelijkwaardige ervaring van het individu, hoe het individu het milieu ervaart. Feit is echter dat beide culturen blijven co-existeren op het niveau van het individu dat constant interacties zal (moeten) aangaan met het individu dat een andere cultuur aanhangt.
Het moraal van het individu wordt gevormd op basis van de synthese tussen diens normen en waarden evenals het inzicht dat het individu heeft verkregen op basis van kennis en (levens)ervaring. Uiteindelijk leidt dit allemaal tot de vorming van een karakter van het individu.
Dit individu zal vervolgens een kind opvoeden. Het zal pogen diens moraal op een adequate wijze over te brengen op het kind. Waarschijnlijk zal het kind bij het aanleren van bepaalde gedragspatronen als eerste insteek een nieuw geleerd gedragspatroon eerst leggen langs diens intrinsieke morele lat. Op basis van nader te definiëren denkpatronen zal er sprake zijn van ofwel een conformatie van het nieuw gedragspatroon, ofwel een afkeuring en dan zal het kind op zoek gaan naar een andere invulling van het nieuw aangeleerd gedragspatroon. Dit zal uiteindelijk leiden tot het vormen van een moraal - het primaire uitgangspunt zal altijd de morele lat zijn van het kind, want het kind is uiteindelijk degene die bepaald hoe het kind zal handelen. En afhankelijk van het aangeleerde moraal, dat in het verlengde ligt van cultuur, zal het kind moreel handelen.

De uiteindelijk vorming van het moraal als kind-zijnde tot het volwassen-zijnde, is echter weer een bijzondere interactie die het kind ten uitvoer brengt gedurende diens opvoeding en de kennis en (levens)wijsheid die het kind verkrijgt gedurende diens ontwikkeling tot het zijn van het individu. En dit moraal wordt mede gevormd door externe interacties met de omgeving en de gehanteerde normen en waarden die de samenleving aandraagt, als onderliggend mechanisme dat uitmondt in cultuur. Het individu is echter van substantieel belang voor het behoud van cultuur, want de reflectie van diens individuele normen en waarden is wat uiteindelijk de cultuur van een volk vormt.

Mijn vrienden, mijn dank is groot voor het lezen van mijn langste blog tot dusver. Ik werd overvallen door zoveel ideeën, die ik allemaal ten uitvoer wilde brengen. Het ergste is dat ik hierin maar matig ben geslaagd. Ja, het is mij gelukt om een onderzoekje af te ronden hoe het morele individu wordt gevormd door cultuur, maar ik mis nog zoveel facetten van cultuur! Afijn, ik heb de komende tijd nog genoeg om over te filosoferen. Voor nu hou ik het hierbij voor gezien.
Ik wens jullie allemaal een hele fijne avond! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

dinsdag 31 juli 2012

Psychologisch intermezzo - Menselijke pretenties over rechtspraak

Wanneer wij, zoals zo vaak het geval is, onze wrevel op anderen afreageren, terwijl wij hem eigenlijk over onszelf voelen, streven we in feite naar een beneveling en misleiding van ons oordeel; we willen deze wreven a posteriori motiveren met de vergissingen en gebreken van de anderen, en onszelf op die manier uit het oog verliezen. [...] De heilige die zichzelf de zonden en de anderen de deugden aanrekent, moet nog geboren worden. - Friedrich Nietzsche - Menselijk al te menselijk - pagina 267, nederlandse vertaling door Thomas Graftdijk.

Mensen zijn eigenlijk hele simpele wezens en toch zijn wij tegelijk bijster complex. Sinds enkele jaren heb ik het idee ontwikkeld waarin ik geheel in de lijn van het cartesiaanse denken de kloof tussen lichaam en geest probeer te overbruggen. Misschien bewandel ik een weg dat al door vele andere denkers is bewandeld, maar dan ben ik tot heden de gewenste kennis nog niet tegengekomen.
Ik beschouw de mens als een organisme waarvan de hersenen de bron zijn van ons mens-zijn. Het is dankzij de complexe werking van onze hersenen dat wij als mens zo ver zijn gekomen in de evolutie, afgezien van de vraagstelling in wat voor wate er sprake is van een natuurlijke doelmatigheid m.b.t. de evolutionaire oorsprong van de mens.
De hersenen beschouw ik als het biologisch component van waaruit het bewustzijn wordt gevormd. Het bewustzijn is echter iets unieks, het is een complex samenspel tussen allerlei processen die gaande zijn in onze hersenen. Het bewustzijn wordt pas compleet indien deze in staat is om contact te maken met de wereld en er interacties kunnen plaatsvinden tussen het individuele bewustzijn en diens omgeving. En dit grijze gebied beschouw ik als de menselijke psyche, dat ik nader definiëer als 'de eenheid van het individuele bewustzijn met diens apprehensie als interacterend element met de omgeving van het individu'.

Laten we het nu eens over een andere boeg gooien, laten we het hebben over rechtspraak! Ik heb er laatst nog een blog over geschreven, waarin ik vanuit een filosofisch perspectief onze steeds intolleranter wordende samenleving onder de loep had genomen. Ik quote het volgende uit deze blog:
De rechtspraak kent geen emoties en gevoelens. Het houdt er wel rekening mee, maar emoties en gevoelens hebben geen meerwaarde bij de uitvoering van rechtspraak, want het is per definitie een subjectief begrip dat geen enkele meerwaarde heeft op de uitvoering van de rechtspraak. Rechtspraak gaat over universele gelijkwaardigheid en niet over het emotionele individu.
Hoe ironisch is het dan wel niet dat het erop lijkt dat iedereen de rechtspraak een zekere vorm van menselijkheid probeert te geven. Ik kan niet ontkennen dat ik deze mensen niet begrijp, in hun vruchteloze pogingen om emoties te herkennen in de genoegdoening dat een slachtoffer krijgt.
Maar wat ik daadwerkelijk niet begrijp is dat ik het idee heb dat in de hedendaagse maatschappij het concept van rechten een vrij betrekkelijk begrip is geworden en dat er een oproep wordt gedaan voor een zogenaamde zero-tollerance samenleving. Het is alsof mensen een individu dat een ernstige misdaad heeft gepleegd dat individu beschouwen als rechten-loos als gevolg van de uitvoering van de ernstige misdaad.

Kan iemand mij uitleggen op wat voor kromme beredenatie dit gedachtengoed is gebaseerd? Sinds wanneer zijn rechten een subjectief oordeel geworden? Rechten zijn een universeel goed van het individu. Ook al heeft het individu een misdaad begaan waarbij het rechten van een ander individu heeft geschonden, betekent dit niet dat het zelf geen rechten meer heeft. Het enige waartoe rechtspraak dient is dat de persoon dat een misdaad heeft begaan moet worden gestraft, naar een dergelijke maat dat past bij de ernst van de misdaad.
En dit is vaak het cruciale element dat een oorzaak is van een hoop onbegrip indien een rechter een uitspraak doet in een zaak, dat naar het oordeel van het individu veel te laag is. Maar we hebben al in mijn vorige blog geconcludeerd dat het emotioneel oordelend individu per definitie een onjuist oordeel uitvoert, omdat emoties het oordeel negatief beïnvloed cq. vertroebeld. En een troebel oordeel is niet realiteitsgetrouw en dus onjuist.
Het probleem zit hem in het individu dat alleen oordeelt op basis van wat de emoties ingeven. Ik mag graag in discussie gaan met mensen, omdat ik graag wil weten wat hun beweegredenen zijn waarom zij een bepaalde mening zijn aangedaan. Maar het is mij tot heden nog steeds niet duidelijk geworden waarom deze mensen van mening zijn dat zodra iemand een misdaad heeft begaan, dat de misdadiger zomaar opeens zijn/haar rechten is kwijtgeraakt.

De enige verklaring die ik zou kunnen geven is dat mensen de misdaad beschouwen als een tekort aan begrip voor andermans rechten en door het tekort aan begrip voor het concept van rechten dat hierdoor mensen de misdadiger in kwestie beschouwen als rechten-loos.
Ik vind dit vrij kortzichtig, want hiermee worden universele rechten van de mens nog altijd gedegradeerd tot een subjectief principe. Het handelen van het individu is niet inherent aan diens zogenaamde 'staat van rechten'. Het handelen van het individu is afhankelijk van een scala een onbekende factoren zoals ik een lange tijd geleden in een andere blog heb geschreven.
Dát is de reden dat een pedofiel niet mag worden gedwongen om castratie te ondergaan en dát is de reden waarom een straf ogenschijnlijk laag is, omdat mensen nou eenmaal niet over de kennis en kunde beschikken waar een rechter wél over beschikt. En dan kunnen wij allemaal pretenties hebben dat wij begrip hebben, maar realistischterwijze hebben wij geen enkel begrip van de desbetreffende zaak, tenzij wij zelf de personen ben die zich in die zaak bevinden. En dan wordt het opeens een hele andere manier van gewaarwording. Het is zo makkelijk om te oordelen over andere mensen, totdat over jou wordt geoordeeld.

Mijn vrienden, bedankt voor het lezen! Zoals enkelen wellicht zijn opgevallen ben ik mijn perspectief eens aan het richten op andere zaken. En toch blijf ik terugvallen op bepaalde elementaire zaken, onbedoeld laat dit zien dat bepaalde thema's universeel zijn als het aankomt op menselijke betrekkingen.
Afijn, ik wens ieder een hele fijne avond toe! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

woensdag 9 mei 2012

Filosofisch intermezzo - Wetenschap vs. ethiek

Ethica is een 'praktische' wetenschap: we moeten onderzoeken hoe we moeten handelen. Deugd is een midden tussen twee uitersten: een teveel en een te weinig. De huidige verhandeling is niet zoals de andere takken van de filosofie, gericht op theoretische kennis. We verrrichten immers dit onderzoek niet om te weten te komen wat optimaal functioneren inhoudt, maar om goed te worden, want anders zou onze verhandeling geen enkel nut hebben. Daarom moeten we ons onderzoek verrichten op het terrein van de handelingen en ons afvragen, op welke wijze we moeten handelen. Want zoals we hebben gezegd, bepalen onze handelingen ook de aard van onze disposities - Ethica Nicomachea, Artistoteles, boek 2 - 1103b3-32.

Een zeker persoon zei ooit: is wetenschap eigenlijk niks meer dan het uitvoeren van onderzoek binnen een vastgesteld kader? Ik kan niks anders concluderen dan dat ik het met haar eens ben. Heel simpel gesteld omvat wetenschap niks anders dan het vastleggen van herhalingspatronen die worden omgevormd tot een wetmatigheid, waarbij er op basis van de wet kan worden voorspeld hoe een individuele factor zich zal gedragen. Natuurlijk omvat wetenschap veel meer dan dit en is het de kunst om elke factor te analyseren door het opzetten van experimenten waarbij er constant sprake is van een onafhankelijke en een variabele factor en is het mogelijk om hele complexe experimenten op te zetten waarbij er binnen 1 experiment meerdere onafhankelijke als variabele factoren zijn die de wetenschapper wilt onderzoeken.

Wat ik mij echter afvraag is wanneer de ethiek zijn stempel gaat drukken op wetenschappelijk onderzoek.
Zoals Immanuel Kant had omschreven in zijn Kritiek van de praktische reden: "het gebod om het hoogste goed te bevorderen heeft een objectieve grondslag (in de praktische rede), de mogelijkheid van dat hoogste goed in het algemeen heeft eveneens een objectieve grondslag (in de theoretische rede, die er niets tegen heeft).[...] De enige wijze waarop het voor haar theoretisch mogelijk is om de precieze harmonie van het rijk van de natuur met de rijk van de zeden te denken, als voorwaarde voor de mogelijkheid van het hoogste goed, en tegelijk de enige wijze waarop wordt bijgedragen aan de moraliteit - pagina 196.
Een beladen thema zijn dierproeven. Nog steeds weet ik van mijzelf dat ik het nooit zou aankunnen om experimenten uit te voeren met dieren. Maar ik ontken ook niet de schat aan informatie die wij als mensheid hebben verkregen met het uitvoeren van deze experimenten. Het is een lastige ethische kwestie, die voorlopig nog zeker zal voortborduren en zo mogelijkerwijze nog heftiger gaat worden met het gedachtengoed dat de laatste decennia zeker veranderd is m.b.t. dierproeven.

Mensen begrijpen niet dat dierproeven nog steeds nodig zijn om bepaalde experimenten te kunnen uitvoeren. Zij gaan ervan uit dat er voldoende alternatieven zijn met stamcellen.
Hoe ironisch is het wel niet dat je dan weer een andere groep tegen het zere been gaat schoppen. Onderzoek met humane stamcellen is nog steeds een zeer omstreden thema. Vooral in Amerika zorgt dit nog steeds voor onrust. Niet zo lang geleden was er zelfs nog een wet dat het onmogelijk zou maken om onderzoek uit te voeren op stamcellen. Deze wet is nooit doorgekomen.
Dit toont aan dat onze moraliteit t.a.v. het leven nog steeds vrij hoog is en dat wij als mensheid (gelukkig) nog altijd inzien dat wij respect moeten hebben voor alle scepselen des levens.

Hoe ver wil je als wetenschapper gaan wil je onderzoek uitvoeren?
Ik vraag mij soms af hoe ver wij kunnen gaan. De paradox van wetenschap is dat het vaak meer vragen oplevert, dan antwoorden. En toch blijven we doorgaan, omdat het interessant is. Maar er is geen enkele doelmatigheid die wij nastreven, geen enkele teleologie. Wij bedrijven wetenschap puur om het bedrijven ervan, omdat wij kennis willen verkrijgen.
Kunnen wij ooit alle kennis verkrijgen die wij willen? Zullen wij ooit tevreden zijn met onze verworven kennis? Als ik kijk naar alle kennis die ik opdoe, vind ik het werkelijk magnifiek om te zien hoe complex een cel is. Het is zo simpel, maar tegelijk de kleinste (en meest complexe?) eenheid van leven, als we virussen tenminste voor het gemak buiten beschouwing laten. Het enige waar ik altijd op uitkom is de balans, de homeostase.

Zou dat de crux zijn van het leven? Geheel in de lijn van Ying/Yang? Dat alles in balans moeten zijn?
Stel, er komt een tijd dat wij alles weten over het menselijk lichaam wat maar te weten is. Hoe zal de wereld er dan uitzien? Zal de mensheid nog bestaan, of heeft zij zichzelf ondertussen uitgeroeid? Ik ben bang dat ook ik oorlog zal meemaken en met mij een hele generatie mensen. De mensheid is een parasiet aan het worden van onze planeet en het enige wat wij kunnen doen is elkaar uitmoorden en elkanders leven verzieken. Als westerse wereld kunnen wij alleen maar de derde wereld uitbuiten, totdat wij de laatste druppel geld hebben kunnen verkrijgen.
Ik ben blij dat er langzaam maar zeker een verandering plaatsvind. Dat wij steeds meer bewust worden dat wij als westerse wereld de derde wereld moeten helpen om zichzelf te ontwikkelen. Want uiteindelijk zullen we met z'n allen moeten leven op deze aardbol. Het zou prachtig zijn als wij een medicijn kunnen vinden tegen kanker, maar dan moeten we het individu wel de mogelijkheid bieden om een kwalitatief goed leven te leiden.

Waarom leven in een hel, terwijl de dood zoveel beter is?
Wetenschap kan ons geen verlossing brengen, maar het biedt ons wel kennis. En met deze kennis zijn wij wellicht in staat om de mensheid op een hogere niveau te laten ontwikkelen. Ik denk niet dat het Einsteins intentie was dat wij oorlogvoeren naar een hoger niveau zouden brengen toen wij de atoombom hadden ontdekt ten gevolge van de relativeitstheorie. Maar het bracht ons wel de fundamenten voor de kwantummechanica.
Wie weet wat voor ontdekkingen wij gaan doen? En misschien wel een nog belangrijkere vraag, wat gaan wij doen met de verkregen kennis? Want kennis is macht en met macht moet voorzichtig worden omgegaan, want zodra kennis in verkeerde handen komt kunnen er mogelijkerwijze verstrekkende gevolgen zijn.

Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze afwijkende blog. Ik stel een hoop vragen die mijns inzien bijdragen bij de ontwikkeling van het individu. Ik ben een wereldverbeteraar, dat weet ik. Wat ben jij?
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

zondag 11 maart 2012

Filosofisch intermezzo - De zin van het leven

Moed om te twijfelen heb ik, geloof ik, aan alles; ik heb moed om te strijden, geloof ik, tegen alles; maar ik heb niet de moed om iets te kennen; niet de moed om iets te bezitten, iets in eigendom te hebben. De meeste mensen klagen erover dat de wereld zo prozaïsch is, dat het in het leven niet toegaat zoals in romans, waarin de gelegenheid altijd zo gunstig is; ik klaag erover dat het leven niet zo is als in romans, waar je hardvochtige vaders en dwergen en trollen hebt om strijd tegen te leveren en betoverde prinsessen om te bevrijden. Wat zijn al zulke vijanden tezamen vergeleken bij de bleke, bloedeloze, onuitroeibare nachtelijke gedrochten waartegen ik strijd en aan wie ikzelf leven en bestaan verleen. - Soren Kierkegaard - Of/Of, pagina 50

Wat is de zin van het leven?
Als er één vraag is die mensen het meest stellen aan zichzelf danwel aan de wereld, dan is het deze vraag des levens, namelijk de oneindige zoektocht naar wat het leven daadwerkelijk inhoudt, waarom wij leven en met welk doel. Hoe ironisch is het wel niet dat wij allemaal ons hele leven zoeken naar het antwoord, terwijl het antwoord eigenlijk ons hele leven voor ons staat. Zijn wij blind geworden om dit antwoord te zien? Of willen wij gewoon niet dit antwoord zien omdat wij bang zijn (geworden?) voor de gevolgen van de kennis die dit antwoord met zich meebrengt? Het is waar, ignorance is bliss, dat is een onoverkoombaar feit. Hoe minder je weet, des te minder zorgen zal je ervaren. Helaas blijft onze drang om te weten nog altijd aanwezig, want wij willen altijd een verklaring hebben voor alles wat er gebeurd in ons leven. En als wij deze verklaring niet voor de hand hebben, dan gaan we zoeken, nadenken over wat een plausibele verklaring is voor die gebeurtenis.

Eigenlijk is er sprake van een misvatting bij deze vraagstelling. Iedereen is op zoek naar een universele wetmatigheid die deze vraag kan beantwoorden. Ik vraag mij af, is dit wel mogelijk? Is het mogelijk dat de zoektocht naar de zin van het leven kan worden beantwoord als sluitstuk voor het hele universum?
Ik denk van niet. Wij kunnen deze vraag alleen beantwoorden uit het perspectief van ons menselijk bewustzijn, elk oordeel dat wij vellen wordt gevormd op basis van de veronderstellingen die wij maken binnen de mogelijkheden van ons menselijk bewustzijn. De vraag naar de zin van het leven is per definitie een menselijke vraagstelling en omvat geen enkele aanleiding voor het zoeken naar een universele wetmatigheid.
Ieder organisme leeft met een zekere doelmatigheid in het leven, maar de invulling van deze doelmatigheid is per definitie afhankelijk van het individu. De invulling van deze doelmatigheid is alleen bij mensen afhankelijk van het individu, want dieren, virussen en andere micro-organismen bevatten allemaal universele doelmatigheden.
Natuurlijk zou je kunnen stellen dat ieder dier uniek is en dat er nog altijd sprake is van het handelen van het individuele dier en niet als een collectief organisme waaronder micro-organismen en virussen wel onder kunnen worden geplaatst, maar de mate van diversiteit waarbij het individuele dier handelt is nog altijd beperkter in vergelijking met mensen. Ook dit argument zou je kunnen ontkrachten door te stellen dat indien apen de dominante diersoort zouden zijn dat zij dan meer mogelijkheden hebben om te handelen in vergelijking met mensen, maar dat staat los van de cognitieve mogelijkheden die dieren hebben in vergelijking met mensen.

Geluk is een menselijk begrip, wij kunnen dit begrip alleen plaatsen binnen een menselijke context. Een dier kan je wel degelijk gelukkig noemen, wanneer het zich bevindt in een situatie waarin al diens wensen zijn vervuld, maar wij noemen een dier nog altijd gelukkig vanuit een menselijk perspectief.
Ook dieren kunnen verdrietig zijn en pijn hebben, want dit zijn basale emoties die bestaat op het basale niveau van het cognitief functioneren van een organisme. Maar complexe interacties waarbij er een inschatting moet worden gemaakt van een situatie is heel concreet gezegd alleen mogelijk binnen menselijke begrippen, omdat een dier niet kan bevatten wat er gebeurd in zo'n situatie.
Ook hierbij kan er een kanttekening worden gemaakt, door te stellen dat ook dieren soms moeten handelen in wat zij ervaren als complexe situaties, maar het begrip voor de situatie zal nog altijd beperkter zijn in verhouding tot die van de mens. Ik maak telkens gebruik van de mens als het referentiekader, puur om aan te tonen dat wij altijd berederingen vanuit ons menselijk denkvermogen dat in het verlengde ligt van dierlijke denkvermogens. Wat vrij logisch is, aangezien ook wij mensen nog altijd dieren zijn.

Het bovenstaande toont aan dat wij altijd beredeningen vanuit een menselijk perspectief. Dat impliceert dat de vraagstelling "wat is de zin van het leven" alleen toepasbaar is op menselijke interacties en de wereld zoals de mens die ervaart. Maar een universele wetmatigheid zal hieruit niet kunnen worden afgeleid, vanwege de omvatbaarheid van mensen t.o.v. het universum. Om deze wel te kunnen vaststellen moet de vraagstelling worden veranderd naar: "wat is de drijvende kracht achter het leven"?
Het spreekt voor zicht dat de gelovigen onder ons hier direct als antwoord "God" zullen geven, ik ga hier geen verdere uitspraak over doen.
Afgaande op de bovenstaande deductie, durf ik nu een vrij grote stap te maken. Het is bewezen dat de zin van het leven per definitie voortkomt uit menselijke betrekkingen en dat de oneindige zoektocht naar de gebeurtenissen per definitie afhankelijk is van het individu. Dus zal de zoektocht naar de zin van het leven liggen in het verlengde van het menselijk handelen.
Het is veel te simplistisch om te stellen dat het doel van ieder mens is om gelukkig te worden, echter omvat dit begrip een scala aan onderliggende factoren. Geluk is een abstract begrip dat per definitie afhankelijk is van het individu en hoe dit invididu deze ultieme gemoedstoestand zal bereiken. Echter is de doelmatigheid van mensen een onderdeel van de volledige zin van het leven, ieder individu dat doelen voor zichzelf stelt en deze bereikt zal een zekere mate van geluk ervaren en co-existerend met dit concept van geluk heeft dit invididu een zekere mate van invulling gegeven aan het eigen leven.

Kan er worden gesteld dat dit de zin is van het leven?
Het leven existeert doordat het zijn eigen existentie bevestigd. Deze bevestiging zal ieder individu zelf invullen door het stellen van invididuele doelen en door het bereiken van deze doelen wordt de existentie van dit individu bevestigd en zal het een zekere mate van geluk ondervinden dat evenredig is met de mate van de bevestiging van de existentie van het individu.

Aldus besluiten wij met de wijze woorden van Socrates: "All i know, is that i know nothing".

Mensen, ik wens ieder een hele fijne zondag toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

maandag 5 maart 2012

Filosofisch intermezzo - PVV als fascistische partij

De psychologie van den nationaalsocialistischen leugen is veel interessanter dan men uit de geschriften van sommige ethische en waarheidslievende intellectueelen zou kunnen opmaken, want het liegen vervangt hier compleet het schipperen tusschen theoretische ‘waarheid’ en practische noodleugen, dat de gemiddelde democratische menschen kenmerkt.[...] De strijd tegen het nationaalsocialisme is dan ook hopeloos, wanneer men niet leert inzien, dat de strijd in de eerste plaats moet gaan tegen de idealiseering van het ressentiment.... niet alleen onder nationaalsocialisten, maar ook onder democraten en socialisten.[...]
Ook het simplisme van de nationaalsocialistische ‘leer’ komt niet uit de lucht vallen; simplistische conclusies zitten iedereen in het bloed, die behoefte heeft zich te rechtvaardigen.[...] men denke aan de van professor tot student voortgepredikte tegenstelling tusschen ‘intellectueele élite’ en ‘massa’; men denke tenslotte (ervaring van den allerlaatsten tijd) aan het simplistisch schema van de beweging ‘Eenheid door Democratie’, die twee zoo verschillend georiënteerde stroomingen als het communisme en het nationaalsocialisme over één kam scheert, alleen omdat zulks den burger een weinig nadenken bespaart en omdat de tyrannie van Stalin in haar effect precies lijkt op die van Hitler.
- Menno ter Braak - Het nationaal-socialisme als rancuneleer - Pagina 20 - 21

Het is natuurlijk een vrij rigoreuze uitspraak om een politieke partij te bestempelen als een fascistische partij, maar iemand die nadenkt over de betekenis van de term "fascistisch" zal al vrij snel de overeenkomsten herkennen tussen de concrete betekenis van dit woord en de methodieken waarmee de PVV politiek bedrijft.
Ik quote vanuit Wikipedia de volgende punten:
1.Het fascisme is de tegenstander van zowel de traditioneel linkse als rechtse politieke partijen.
2.Het fascisme minacht contemporaine conservatieve instellingen.
3.Het fascisme vereert machtsvertoon en het gebruik van geweld, in zoverre dat is gericht op de omverwerping van de bestaande maatschappelijke orde.
4.Het fascisme kent een autoritaire structuur met aan het hoofd daarvan een leider aan wie charismatische eigenschappen worden toegeschreven.
5.Het fascisme streeft naar de instelling van een politieke dictatuur.
6.Het fascisme streeft naar de volledige controle over het maatschappelijk leven en de sociale en culturele organisaties.
7.Het fascisme is extreem nationalistisch.
8.Het fascisme pleit voor een continue strijd om de eigen natie te kunnen doen overleven te midden van andere staten.
9.Het fascisme berust in hoofdzaak op de maatschappelijke middenklasse.
10.Het fascisme streeft naar sociale eenheid en de opheffing van alle bestaande klassen- en belangentegenstellingen

Dit geeft toch stof tot nadenken, want je zou tegelijk kunnen stellen dat fascisme conformeert met een gedachtengoed dat specifiek van toepassing is binnen een bepaalde socio-economische context, dat nu helemaal niet van toepassing zou zijn.
Het fascisme is ontstaan in navolging van de eerste wereldoorlog, onze wereld en voornamelijk duitsland was toen voor altijd veranderd. Nog nooit had de wereld een oorlog meegemaakt dat zo allesvernietigd was als deze oorlog, waarin hele naties verbonden met elkaar sloten om samen te werken en samen oorlog te voeren met andere naties.
Duitsland werd na de eerste wereldoorlog aan banden gelegd, de gevolgen waren masaal. Het hele land verzaakte langzaam in een maalstroom van ellende, totdat er een leider optrad die het land uit de ellende zou trekken: Adolf Hitler.

Nu moet ik bekennen dat ook ik het te ver vind gaan om een vergelijking te maken tussen deze man en neerlands grootste moslimfan dhr. Wilders, maar het geeft stof tot nadenken wat voor analogiën van toepassing zijn.
Niet dat er sprake is van een maalstroom van ellende, maar er ís sprake van culturele danwel sociale onrust als gevolg van de nasleep van 9/11.
Het feit dat Nederland een mogelijk doelwit kan worden van een terrostische aanslag creëert een bekrompen vorm van vrijheid. Kan iemand ontkennen dat hij/zij beperkter voelt in zijn/haar gevoel van vrijheid als je Nederland gaat vergelijken voordat 11 september plaatsvond en nadat de aanslagen hadden plaatsgevonden?
Wie herinnert zich niet de koude rillingen bij het aanzicht van die twee vliegtuigen die zich in de twee torens boren? Wie herinnert zich niet hoe wij als natie massaal geschrokken waren bij het aanzicht dat de westerse wereld werd aangevallen?

Lees deze woorden, hoe je het wend of keert, de wereld is veranderd na 11 september. Of je het leuk vindt of niet, de wereld zoals wij die kennen is onlosmakelijk veranderd, want voor het eerst werd de westerse wereld geconfronteerd met terrorisme dat werd voortgebracht door mensen die uit een andere wereld kwamen met andere normen en waarden.
Hoe ironisch is het wel niet dat Amerika Irak ging invaderen onder het mom dat Saddam Hoessein massavernietigingswapens in bezit had en dat deze nooit zijn gevonden? De hele westerse wereld stond achter de oorlog, terwijl iedereen wist dat deze gestoorde gek geen massavernietigingswapens in bezit had. Nee, wij als westerse wereld moesten onze tanden laten zien, wij moesten laten zien dat wij wraak konden nemen als verdelging van alle mensenlevens die verloren zijn gegaan tijdens de aanslagen van 11 september.
Wat heeft het ons gebracht? Twee naties die volledig in chaos zijn en duizenden oorlogsslachtoffers aan de kant van de geallieerden, niet te vergeten hoeveel ongeschuldige oorlogsslachtoffers aan de kant van de burgerbevolking zijn gevallen, want deze zijn nog altijd "collateral damage" wanneer het leger ergens moet ingrijpen.

Misschien is het mijn onwetendheid omdat ik ben opgegroeid in een klein dorp, ver van de bewoonde wereld. Maar ik heb in mijn jeugd nooit mensen zien rondlopen met burka's of hoofddoeken. Zelfs toen in Beverwijk ging studeren zag ik amper mensen rondlopen met hoofddoeken, terwijl ik toch met enige regelmaat in Amsterdam kwam.
Naar gelang de tijd vorderde zag je het straatbeeld veranderen en leek het alsof er meer mensen gingen rondlopen met een hoofddoek. Hier zou je diverse vraagstellingen op kunnen loslaten. "Hebben deze mensen altijd al rondgelopen met een hoofddoek en worden wij er nu pas van gewaar als gevolg van de groeiende angst onder de bevolking" Zijn mensen op zoek naar hun eigen identiteit? Is de islam in opkomst of is deze religie altijd al in opkomst geweest?"
Ik moet bekennen dat ik er zelf ook aan irriteer wanneer mensen een gesprek voeren in hun eigen taal en ik het niet kan begrijpen. Maar tegelijk kan ik ook die mensen begrijpen dat dat hun moedertaal is, als dat communicatiemedium voor hun prima functioneert, wie ben ik dan om te stellen dat zij niet mogen communiceren in hun eigen taal? Zolang zij maar bewust zijn van het feit dat wanneer er met mij wordt gecommuniceert, dat zij communiceren in een taal die ik spreek. En omdat wij Nederland wonen mag je inderdaad veronderstellen dat je nederlands moet spreken.

Maar dan komen we weer op een ander punt, namelijk dat wij als samenleving nu pas worden geconfronteerd met het falend immigratiebeleid dat in de jaren '80 en '90 is gevoerd.
Het individu dat de taal wilde leren, ging ook de taal leren. Maar het individu dat alleen maar naar dit land was gekomen voor diens echtgenoot en een clubje heeft gevonden van "lotgenoten" en dus nooit heeft gemengd met de inheemse bevolking heeft dus ook nooit iets meegekregen van de normen en waarden van "onze samenleving". Dit individu heeft nooit de kans gekregen om deze te leren. Nu zou je natuurlijk ook kunnen veronderstellen dat het individu daadkrachtiger had moeten zijn en "gewoon zelf contact moest leggen". Hoe kan je contact leggen met "inheemse mensen" als je niet eens in staat bent om optimaal te kunnen communiceren?

Dan nu anno 2012, ik zou hier überhaupt niet eens willen wonen als vreemdeling. Een maatschappij die mij uitkotst, omdat mij niet eens op een normale manier de mogelijkheid wordt gegeven om te immigreren. In plaats daarvan wordt ik onderworpen aan allerlei toetsen en krijg ik allerlei zooi door mijn strot gedouwd waar je niet blij van wordt, allemaal in het kader van integratie!
Mag ik eerlijk zeggen dat ik niet eens weet hoe het volkslied van Nederland gaat, verschrikkelijk he. Ben ik nu plotseling het nederlanderschap niet waardig? Terwijl ik mij geen greintje minder nederlander voel en mij nog steeds zo intens verbonden voel met de natie dat Nederland is, ken ik nog steeds niet het Wilhelmus. Ik heb er gewoon simpelweg geen behoefte voor om deze te leren, waarom zou ik? Het heeft voor mij geen meerwaarde.
Ook dat is een lastig punt, want hoe kan je vaststellen wat een immigrant aan kennis in huis moet hebben wilt hij/zij de mogelijkheid gebonden krijgen om te vestigen in dit land?

Afijn, we wijken af van het onderwerp, namelijk vaststellen waarom de PVV een fascistische partij en of deze term wel toepasselijk is.
Primair zou je stellen dat deze term wel degelijk van toepassing, gezien het nationalistisch tintje dat onlosmakelijk verbonden is met de PVV, of om de inleiding erbij te betrekken "want het liegen vervangt hier compleet het schipperen tusschen theoretische 'waarheid' en practische noodleugen", iets waar de PVV gretig gebruik van maakt in het debat door simplistische beredenaties, hoewel deze erg goed sofistisch onderlegd zijn door te zoeken naar de zwakke punten in de argumentatie van de tegenstander en op basis hiervan een tegenargument te bieden.
Ook durf ik wel degelijk te stellen dat de PVV overeenkomt met alle punten waarmee het fascisme overeenkomt behalve punt 6, hoewel ook bij dit punt er sprake kan zijn van bepaalde overeekomsten met de PVV in het kader van standpunten die deze partij neemt wanneer het gaat over ontplooiing van cultuur of moet ik eigenlijk zeggen, het behoud van de cultuur

Het moge duidelijk zijn dat ervan uitgaande dat de context waarbinnen er mag worden gesproken over de term fascisme niet van toepassing zijn in de huidige socio-economische betrekkingen. Maar afgaande op de achterliggende psychologische mechanismen durf ik wel degelijk te stellen dat dezelfde gedragspatronen van toepassing zijn die uiteindelijk allemaal gefundeerd zijn op angst en afgunst, want zo stel Menno ter Braak: "simplistische conlusies zitten iedereen in het bloed, die behoefte heeft zich te rechtvaardigen".
Het individu dat geen rechtvaardiging heeft voor diens handelen, zal op zoek gaan naar een rechtvaardiging voor diens menselijk handelen

Mensen, ik wens iedereen een hele fijne dag toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

zaterdag 18 februari 2012

De egoïstische maatschappij anno 2012

Hoe weet je dat de maatschappij veranderd is in een kille, zelfzuchtige en voornamelijk egoïstische opeenhoping van mensen? Wanneer je als individu waarneemt dat mensen bij voorbaat al een grote afstand nemen tot elkaar, dat mensen in het hedendaagse tijdperk alleen maar geïnteresseerd zijn in hun eigen leven en geen notie hebben van de mensen om hun heen, dat wij constant worden geconfronteerd met de beperkte tijd dat ons is gegeven en dat wij deze ten volste willen benutten en daarom onze medemens langzaam maar zeker uit het oog beginnen te verliezen.

Ik moet toegeven dat ook ik graag in de tram mijn eigen muziek aan het luisteren ben, dat ik geen behoefte heb om te luisteren naar andermans gesprekken. Maar ik kijk wel naar mijn medemens, niet uit het perspectief van angst, maar puur omdat ik me snel gewaar wordt wanneer een mens een helpende hand nodig heeft. Het is een klein gebaar, maar een klein gebaar kan voor een persoon veel betekenen en op dat moment juist hetgeen zijn dat die persoon nodig heeft. Het kost weinig moeite om iemand te helpen een kinderwagen de bus/tram/trein in te tillen.
Als ik zie dat een oud persoon de bus/tram in stapt, dan biedt ik altijd vriendelijk mijn plek aan. Ik heb weleens meegemaakt dat een oud persoon, dat ook nog eens haar pols in het gips had, was gedwongen om te staan, want niemand bood haar een plek aan. Wij leven schijnbaar in een tijdperk dat je alleen iets kan bereiken door een grote mond te trekken, maar deze mensen hebben geen behoefte aan om zielig gevonden te worden. Echter is er een wezenlijk verschil tussen iemand zielig vinden en handelen uit een moraal perspectief, waarmee je respect toont voor je medemens.

Op hyves bestaat er een knop “respect”, persoonlijk vind ik dit een degradatie van de concrete betekenis van het woord. Respect verdien je door accuraat en correct te handelen waar dat nodig is richting je medemens toe, niet door iets simpels te roepen en dat allerlei mensen roepen “RESPECT!!!”.
In dat kader vind ik dat weinig mensen respect verdienen, hoewel er wel degelijk enkelen zijn die dit wel verdienen. Dat zijn mensen die wel oog hebben voor hun medemens en helpen wanneer dat gewenst is. Die onbaatzuchtig en vanuit hun moraal handelen, die niet met argusogen naar hun medemens kijken. Geprezen zij de egoïstische maatschappij anno 2012!

Ik wens jullie allen een zeer fijn weekend toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe

maandag 24 oktober 2011

Psychologisch intermezzo - Het menselijk handelen

"Good and evil, present and absent, 'tis true, work upon the mind: but that which immediately determines the will, from time to time, to every voluntary action, it is the uneasiness of desire, fixed on some absent good, either negative, as indolency to one in pain; or positive, as enjoyment of pleasure. That it is this uneasiness, that determines the will to the succesive voluntary actions, whereof the greatest part of our lives is made up, and by which we are conducted trought different courses to different ends, I shall endeavour to show both from experience, and the reason of the thing." - John Locke, An Essay Concerning Human Understanding, chapter XXI: Of Power, page 234

De filosoof John Locke had een interessante visie op het concept van het menselijk handelen. Hoewel zijn voornaamste werk gecentreerd is op het menselijk kenvermogen kan er wel degelijk verder worden gededuceerd naar de concepten van ons menselijk handelen.
Laten we zoals het een goed intermezzo betaamt eens beginnen met een vraagstelling. Deze luidt als volgt: "Wat bepaald ons menselijk handelen?".
Afgaande op de bovenstaande quote durf ik te stellen dat ons handelen voorkomt uit "the uneasiness of desire" en "enjoyment of pleasure". Of om een enerdzijds andersoortige vertaling te hanteren: 'het ongemak dat voorkomt uit onze verlangens' en 'het genot van plezier'. Echter is dit naar mijn idee een fractie van het volledig mechanisme dat ons menselijk handelen veroorzaakt. Deze bovenstaande zaken fungeren als de primaire oorzaak waaruit wij vervolgens een handeling zullen uitvoeren. Deze primaire oorzaak moet zich eerst uitten in onze bewustwording. Daarna is er sprake van onze wil, de wil om te handelen.

Laten wij eerst een stap terug nemen, naar het concept van verlangens. Wat zijn verlangens? Zijn verlangens geen verzamelnaam voor een scala aan objecten die wij niet bezitten en daardoor de noodzaak ondervinden om deze te willen bezitten? Verlangens zou je mijns inzien kunnen classificeren als een 'denkbeeldig gevoel', als ik er een term van Hume hierbij mag betrekken. Het is een gevoel dat niet echt bestaat, omdat er voorwaarden zijn om een object tot ons bezit te kunnen rekenen, maar ook grenzen, want een situatie kan worden geclassificeerd als een object, maar kan nooit worden gerekend tot een persoonlijk bezit, hoogstens tot een collectief bezit.
Nu we hebben vastgesteld wat verlangens zijn, rijst nu wederom de vraag wat de noodzaak is om deze te willen bezitten. Welke factoren spelen hierbij een rol? Als eerste zijn associatiepatronen essentieel om vast te stellen in wat voor mate verlangens invloed hebben op ons handelen. Associatiepatronen co-existeren met waardering, want afhankelijk van de waardering die wij hebben vastgesteld voor een bepaald object zullen wij een hogere dan wel lagere mate van verlanging naar dat object ervaren.
Zoals eerder gesteld is het concept van waardering afhankelijk van het perspectief van het individu en diens persoonlijke associatiepatronen. Natuurlijk zou je kunnen stellen dat er collectieve associatiepatronen bestaan, maar deze bestaan bij de gratie van collectieve ideeën, een idee dat in ieder individu op dezelfde manier manifesteert in diens psyche. Dat komt doordat ieder individu uiteindelijk in het leven dezelfde ervaringen meemaakt, hetzij in een unieke situatie, waaruit er kennis kan worden gededuceerd. Deze kennis draagt ook weer secundair bij als een factor dat van invloed is op het verlangen naar een object!

Laten we een stapje verder gaan naar de positieve kanten van ons menselijk handelen, namelijk de stelling dat ieder mens handelt om gelukkig te worden. Nu is geluk wederom een betrekkelijk begrip en zal dit niet verder van toepassing zijn voor het thema van deze blog.
De kern van geluk in het kader van de menselijke psyche, is dat deze het individu een goed gevoel geeft. Dit prettige gevoel wordt veroorzaakt onder invloed van verschillende factoren, ten eerste dat er geen sprake is van een overmatige hoeveelheid aan verlangens. Ten tweede dat de aanwezige hoeveelheid verlangens een geringe invloed heeft op het huidige gemoedstoestand van het individu, hierdoor zal het individu afhankelijk van de situatie handelen.
Indien de situatie het toelaat zal het individu wederom een invulling geven aan de verlangens teneinde een verhoogde gemoedstoestand te bereiken. Indien de situatie het niet toelaat zal het individu zich hierbij neerleggen zonder daarbij verdere gevolgen te ondervinden vanwege de geringe invloed op diens gemoedstoestand, totdat de verlangens door wat voor omstandigheden dan ook vergroten en er sprake is van het ervaren van een gemoedstoestand dat wordt geteistert door het gemis van een bepaald object --> pijn.

Nu komen we op een interessant punt! Kan pijn worden gerekend tot een gevoel of een emotie? Ervan uitgaande dat pijn een universeel fenomeen is dat in ieder organisme voorkomt én dat de wetenschap heeft kunnen vaststellen dat er daadwerkelijk unieke pijnimpulsen bestaan in het menselijk lichaam, durf ik te veronderstellen dat pijn mag en kan worden geclassificeerd als een emotie.
Een simpele deductie uit het bovenstaande leidt tot de volgend conclusie: "verlangens worden begeleid door de intensiteit van het ervaren van de emoties genot en pijn. Deze emoties komt voort uit het gemis van een bepaald object in de breedste betekenis van het woord."
De ironie van ons menselijk handelen is dat wij in staat zijn om te veronderstellen in wat voor mate onze verlangens ons handelen beïnvloedt. Indien wij ons bevinden in een situatie waarin het onwenselijk is om ons te laten begeleiden danwel beïnvloeden door onze verlangens, zullen wij als individu een afweging maken tussen deze elementen. De secundaire vraag die dan in mij opkomt is het volgende: "welke van deze elementen volgt het pad der geluk? Zullen wij het geluk verkrijgen door het volgen van onze (irrationele) verlangens of wordt ons ultieme geluk verkregen door een optimale balans tussen onze verlangens en ons rationeel gedachtengoed?".
En dat mijn lezer, is aan jou om te beantwoorden.

Ik wens iedereen een hele fijne week toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe