Posts tonen met het label dierproeven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dierproeven. Alle posts tonen

donderdag 4 september 2014

Ethisch intermezzo - Moraliteit van dierproeven

Deugd is dus een dispositie om een weloverwogen keuze te maken, gelegen in een midden in relatie tot ons, dat bepaald is door een rationeel beginsel, en wel op de manier zoals de man met praktisch inzicht dat zou bepalen. Het is een midden tussen twee vormen van morele slechtheid, de ene vanwege een teveel, de andere vanwege een te weinig. Verder is deugd een midden doordat sommige vormen van morele slechtheid onder de juiste maat blijven en andere de juiste maat overschrijden, wat emoties betreft alsook handelingen, terwijl deugd het midden vindt én verkiest.
Daarom is deugd krachtens haar essentie, dat wil zeggen: de definitie die haar wezen formuleert, een midden; maar vanuit het oogpunt van wat het beste is en het goede resultaat, is deugd een midden. - Aristoteles: Ethica Nicomachea
, pagina 109. Nederlandse vertaling Charles Hupperts en Bartel Poortman.

Het wezenlijke van elke zedelijke waarden van handelingen is dat de morele wet onmiddellijk de wil bepaalt. Ook al voltrekt de wilsbepaling zich volgens de morele wet, maar alleen door middel van een gevoel, van welke aard dan ook, dat voorondersteld moet worden opdat de morele een toereikende bepalingsgrond van de wil wordt, en vindt de handeling dus niet plaats omwille van de wet, dan zal ze weliswaar legaliteit, maar geen moraliteit bevatten.[...]
We hoeven dus niet a priori aan te geven op welke grond de morele wet op op zich een drijfveer vormt, maar wat ze in de geest bewerkstelligt (of liever gezegd, moet bewerkstelligen) voor zover ze zo'n drijfveer is. - Immanuel Kant: Kritiek van de Praktische Rede
, pagina 117 - 118. Nederlandse vertaling Boom.

Eind 2012 schreef ik een blog over ethische dilemma's tussen mens en dier. De diverse vraagstellingen hadden voornamelijk betrekking op de complexe verhoudingen in de moderne samenleving bestaan mens en dier. Ik had toen weinig geschreven over dierproeven, omdat dat niet het uitgangspunt was van mijn blog.
Geïnspireerd door dit artikel en in navolging hiervan dit artikel heb ik besloten om toch eens een schrijven te wijden aan dit thema. Vanzelfsprekend roept het een hoop emoties op. Ieder mens die huisdieren heeft, of is opgegroeid met, zal moeite hebben met de gedachte dat diens favoriete ratje, konijn, hond of kat het onderwerp wordt van laboratoriumexperimenten waarbij het nog maar de vraag is of jouw geliefde huisdier het experiment wel zal overleven.
Sterker nog, elk moreel integer mens zal moeite hebben met het idee dat dieren moeten lijden, omdat enkele wetenschappers het noodzakelijk achten dat hun hypotheses worden getoetst. Het is een lugubere gedachte dat dieren worden opgeofferd in de naam van wetenschap.
Alvorens ik door ga over het nieuwsbericht, wil ik beginnen met de volgende stelling: dierproeven creëren enkel een ondraaglijk lijden voor dieren. Wij moeten stoppen met het uitvoeren van dierproeven.
Voordat ik deze stelling op correcte wijze kan behandelen, moet ik eerst vaststellen wat het begrip 'dierproeven' inhoudt. Een kleine zoektocht op google leidt mij al vrij snel naar de website van de rijksoverheid. Daar vindt ik vervolgens de wet op dierproeven waarin het volgende te lezen is:
1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder dierproef of proef verstaan: het geheel van handelingen, dat ten aanzien van een levend gewerveld dier, dan wel een levend ongewerveld dier van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soort, wordt uitgevoerd met het doel:
a. sera, vaccins, diagnostica of andere medische, veterinaire of biologische zelfstandigheden te produceren of te controleren, of biologische ijkingen uit te voeren,
b. toxicologisch of farmacologisch onderzoek te verrichten,
c. zwangerschap, ziekelijke of andere lichamelijke toestanden of lichamelijke kenmerken van mensen of dieren of overeenkomstige toestanden of kenmerken van planten te herkennen of op te sporen, anders dan in de uitoefening van de diergeneeskunde op het betrokken dier,
d. kennis van het menselijke of dierlijke lichaam, of handvaardigheid in het verrichten van ingrepen daarop, te verschaffen of te ontwikkelen, of
e. een antwoord te verkrijgen op een wetenschappelijke vraag,
voor zover redelijkerwijs moet worden aangenomen dat daardoor het dier ongerief kan worden berokkend, of waarvan het beoogde of mogelijke gevolg de geboorte is van een dier dat ongerief ondergaat.
Empathie dicteert ons per direct te stoppen met dierproeven. Het feit dat wij als mens een dier leed berokkenen is vanuit een empathisch perspectief onacceptabel.
De stelling zou vanuit deze optiek ontkracht zijn. Maar is hiermee de discussie afgedaan? Besluiten wij te stoppen met dierproeven vanwege het ogenschijnlijk leed dat wij dieren berokkenen?
Nee, wij besluiten nochtans door te gaan met dierproeven. Uit de tweede quote van Kant volgt dat wij ons op glad ijs bevinden op het gebied van moraliteit. Ons handelen bevat legaliteit, omdat wij als mensheid dierproeven uitvoeren vanwege het belang van wetenschappelijk inzicht waarmee wij uiteindelijk hopen een dodelijke ziekte te kunnen genezen.
Aristoteles' ethiek is op dit gebied milder van aard. Hij stelt dat de deugd een midden is tussen een tekort aan moraliteit en een teveel aan moraliteit. Hieruit volgt niet dat dierproeven deugdelijk zijn; de onderliggende redenatie is dat de dierproeven leidt tot meer inzicht van een ziekte en indirect zelfs tot genezing van een ziekte. Besluiten wij te gaan stoppen met dierproeven, dan is per definitie een fractie van de mensheid ten dode opgeschreven. Wij kunnen enkel het lijden van deze mensen verzachten, maar vroeg of laat zullen zij komen te overlijden direct of indirect aan de medische complicaties die voortvloeien uit een ziekte.
Onze hooggestemde ambities gaan pas spelen nadat de aardse zijn vervuld. Als hechting en empathie inderdaad fundamenteel zijn, doen we er goed aan ze in uiteenzettingen over de menselijke aard een ereplaats te geven. Ook is er geen reden om aan te nemen dat deze vermogens alleen bij mensen voorkomen. Ze zijn te verwachten bij elk warmbloedig schepsel met haar, tepels en zweetklieren - onderdeel van de definitie van een zoogdier.
Frans de Waal: Een tijd voor Empathie,
pagina 83.
Laat ik eens op verdiepende wijze kijken naar de grond van onze afwijzing jegens het fenomeen dierproeven: empathie. Daarom heb ik besloten eerst te beginnen met een quote dat afkomstig is uit een boek dat is geschreven door een hoogleraar psychologie, Frans de Waal, die veel onderzoek heeft gedaan naar empathie bij apen.
Dan nu de stelling: Is empathie een ethisch correct uitgangspunt om de discussie over dierproeven te gaan voeren?
Alvorens ik door ga moet ik nog een sluitende definitie opstellen van empathie. Die is als volgt: Empathie is het vermogen om de emoties van anderen te kunnen meevoelen en de situatie van anderen te begrijpen. Hieruit volgt dat empathie een universeel biologisch fenomeen is dat in mindere of meerdere mate voorkomt bij alle hogere klassen van het dierenrijk en dat dit een van de redenen is waarom wij een goede band hebben met onze huisdieren. Huisdieren geven kleur aan ons leven; zij bieden troost wanneer wij ons verdrietig voelen en zij maken ons gelukkig wanneer wij ons goed voelen.
Het zijn de denkbeelden die wij associëren met dierproeven van waaruit wij een oordeel vormen dat de oorzaak is voor onze afkeur jegens dierproeven. Empathie speelt hierin een grote rol. Wij voelen letterlijk op psychologische wijze mee met het lijden dat een wetenschapper veroorzaakt bij een onschuldig schepsel. Dat leed wordt des te groter wanneer wij diezelfde denkbeelden gaan invullen met ons eigen huisdier. Niemand die dan nog voor dierproeven is; afgezien van enkele individuen die ofwel een psychopathologie hebben vanwege het ontbreken van empathie of zelf een dergelijke ziekte onder de leden hebben. Want het eigen lijden is nog altijd de sterkste drijfveer voor verandering.
Het blijft echter een feit dat wij dierproeven enkel afkeuren vanuit de optiek van empathie omdat het lijden van dieren te dichtbij komt; het heeft een subjectief kader gekregen. Een voorwaarde voor een ethisch uitgangspunt is van objectiviteit; het vergelijken van onderwerpen en het bereiken van gelijkwaardigheid. Empathie is hiermee in conflict en is daarom een verkeerd uitgangspunt. Deze stelling is hiermee ontkracht.

Het ontkrachten van de vorige stelling levert echter wel een probleem op. Het primaire uitgangspunt is ontkracht, waardoor er geen mogelijkheid meer bestaat voor het voeren van een discussie op basis van empathie, wat toch de voornaamste bron van veroordeling is t.a.v. dierproeven. Als empathie een incorrect uitgangspunt is, wat is dan wel een correct uitgangspunt voor deze discussie?
Laat ik eerst eens kijken naar de essentie van de ethische facetten binnen deze discussie: Dierproeven veroorzaken leed. Dit leed wordt veroorzaakt door mensen en moet derhalve stoppen, want ieder moreel integer mens veroordeeld het veroorzaken van pijn bij een levend dier.
Waarom veroordelen wij het veroorzaken van pijn vanuit een moreel perspectief? Is het een kwestie van gelijkwaardigheid tussen mens en dier? Zijn mens en dier gelijkwaardig? Zo ja, zijn alle dieren gelijkwaardig?
Als wij vanuit de optiek van gelijkwaardigheid gaan redeneren, dan zitten wij eveneens met een probleem. Vanuit de biologie wordt elk dier als uniek beschouwd. Niet alleen vanwege de anatomische verschillen, maar ook vanuit het optiek van bewustzijn.'Hogere' diersoorten zoals zoogdieren hebben een compleet ander bewustzijn dan 'lagere' diersoorten zoals insecten; hierdoor hebben de hogere diersoorten een andere beleving van experimenten. Dit zou een goed uitgangspunt kunnen zijn: hoe ervaart een dier het experiment?

Ervaring vereist bewustzijn; bewustzijn is inherent aan een complex begrip, waarvan ik mij verder afzijdig hou om de filosofische facetten hiervan te belichten binnen de kaders van deze essay. Vanuit de biologie zijn er aanwijzingen gevonden dat bewustzijn afkomstig is uit het limbisch systeem wat bestaat uit een viertal hersendelen (Amygdala, Gyrus Cinguli, Thalamus en Hippocampus) die elk ook samengestelde structuren zijn met diverse biologische functies die ik niet verder zal behandelen.
Dit zijn overigens enkel hersenstructuren die voorkomen in de voorhersenen; 'lagere' diersoorten zoals insecten hebben niet eens een voorhersen, zij hebben enkel een primitieve vorm van hersenen.
Dan ga ik nu een stap verder richting het kwantificeren van leed, want daar gaat het tenslotte om bij dierproeven: het is moreel niet acceptabel om een dier te laten lijden.
Vanuit een biologisch perspectief is leed louter het activeren van pijnprikkels. De oorzaak laat ik achterwege, want dat is geheel afhankelijk van de aard van het onderzoek (hypothetisch gezien bestaan er zelfs onderzoeken waarbij er geen sprake is van het berokkenen van leed). Ervaringen zijn echter ook van belang in het lijden; dit impliceert dat enkel dieren die een vorm hebben van geheugen meer lijden. Naast het huidige leed waarbij de pijnprikkels worden geactiveerd, ervaart het dier ook meer leed doordat het (meer) bewust is van de situatie waarin het zich verkeerd.

Het bovenstaande zou pleiten voor dierproeven waarbij meer gebruikt wordt gemaakt van 'lagere' diersoorten en minder van 'hogere' diersoorten. Helaas vereist het grootste deel van wetenschappelijk onderzoek het gebruik van 'hogere' diersoorten, omdat de te onderzoeken biologische structuren/fysiologische mechanismen niet bestaan in 'lagere' diersoorten.
Dan zijn wij eigenlijk weer terug bij af: waarom blijven wij dierproeven uitvoeren, terwijl deze leed veroorzaken waarbij uiteindelijk ook dieren worden opgeofferd in de naam van wetenschap?
In feite maken wij als mensheid/samenleving de keuze om enkele dieren op te offeren in de veronderstelling dat hierdoor uiteindelijk grote groepen mensen zullen worden geholpen of misschien zelfs helemaal genezen van hun ziekte. Dat kan op diverse manieren gebeuren vanwege de diversiteit van dierproeven. Sommige experimenten dienen ter verdieping van de biologische kennis van de pathogenese ('hoe ontwikkeld zich een ziekte?). Andere experimenten dienen voor het testen van de effectiviteit van een medicijn. Het moment dat in dit stadium dierproeven worden uitgevoerd bestaat er een kans dat er een daadwerkelijk medicijn wordt gevonden tegen een ziekte, wat uiteindelijk alleen maar goed is voor ons als mensheid. Wij maken de keuze onder het idee dat het lijden van enkele dieren leidt tot het veiligstellen van de toekomst van de mensheid.

Dan ga ik nu deze onpopulaire vraag stellen: willen wij dit wel?
De huidige stand van wetenschap is bereikt door vele opofferingen; waaronder veel dieren. Het heeft geleid tot de huidige stand van medische wetenschap, waardoor wij allerlei complexe ziekten hebben overwonnen. Feit is echter: er bestaan nog steeds ziekten geschreven in ons DNA.
Evolutie dicteert survival of the fittest; dit gaat gepaard met het overleven van de beste genen. Kanker is niet voor niks een genetische ziekte. Sterker nog, er zijn aanwijzingen dat kanker een actieve vorm is van evolutie. Het zorgt ervoor dat enkel de mensen met de beste genen blijven leven.
Het probleem zit hem wellicht in de sociologische/antropologische facetten van ons mens-zijn. Wij zijn empathisch en hebben het beste voor met elkaar. Los van elke vorm van ideologie is het individu van mening dat ieder ander individu recht heeft om te leven (bepaalde tegengestelde ideologieën buiten beschouwing gelaten); hierdoor willen wij dat de medische wetenschap blijft ontdekken en nieuwe medicijnen blijft ontwikkelen. Hiervoor zijn helaas weer dierproeven vereist.

De oplettende lezer zal op dit punt de cirkelredenatie hebben ontdekt. De dierproeven uit het verleden hebben geleid tot nieuwe wetenschappelijke inzichten, waardoor uiteindelijk bepaalde ziekten zijn genezen. Andere ziekten die echter betrekking hebben op biologische wetmatigheden zoals evolutie zullen echter niet alleen nu, maar ook in de toekomst ontstaan. En hierdoor zullen mensen komen te overlijden, waardoor hun nabestaanden ook zullen lijden. Deze zullen oproepen tot nieuwe wetenschappelijke inzichten, zoals momenteel ook gaande is met ALS waarvoor steeds meer maatschappelijke aandacht wordt gevraagd. Ook om meer inzicht te kunnen krijgen in ALS zullen uiteindelijk dierproeven vereist zijn.
En stel nu dat wij besluiten om dierproeven ten uitvoer te brengen, waardoor ALS over 20 jaar genezen is. Wat dan? Gaan wij door met ons huidige leven?
Wij zijn momenteel de dominante diersoort van onze planeet. Maar wanneer wij op deze schaal onszelf blijven voortplanten en steeds meer druk zullen leggen op de natuur, dan zal er een tijd komen dat wij de énige diersoort van onze planeet zullen zijn. Ik heb hierover al in een eerder schrijven mijn zorgen geuit. Het klinkt wellicht raar om dit schrijven te eindigen met een impressie over een doemscenario, maar het ís in feite niet eens een rare gedachte. Als mensheid blijven wij maar ziekten bestrijden en willen wij het lijden van elkander voorkomen door geld te doneren aan wetenschappelijk onderzoek naar een ziekte. Dierproeven zijn hiervoor een effectief middel; hierdoor zullen mensen langer leven, waardoor zij/wij uiteindelijk steeds druk gaan leggen op de natuur.
De vraag aan jou mijn lezer is nu heel simpel: kunnen wij de eindigheid van ons leven accepteren?
As for me, all I know is that I know nothing, for when I don't know what justice is, I'll hardly know whether it is a kind of virtue or not, or whether a person who has it is happy or unhappy.
Socrates: The Republic.
Mijn vrienden, dank voor het lezen van dit complex en beladen schrijven. Ik wens jullie allen een hele fijne avond toe. Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof en wereldverbeteraar, Halbe!

donderdag 8 november 2012

Filosofisch intermezzo - Ethische dillemma's tussen mens en dier

Welovergwogen keuze is duidelijk iets vrijwilligs, maar zij is niet hetzelfde als vrijwillig, want wat vrijwillig is, heeft een groter bereik. Immers ook kinderen en andere levende wezens dan de mens zijn in staat tot het verrichten van een vrijwillige handeling, maar niet tot een weleoverwogen keuze, en van plotselinge handelingen zeggen we wel dat ze vrijwillig zijn, maar niet dat ze op een weleoverwogen keuze zijn gebaseerd. Alles wijst erop dat de mensen ongelijk hebben die beweren dat weleoverwogen keuze gelijk is aan bgeerte, temperament, het willen, of een bepaalde opvatting. De niet-rationele levende wezens immers hebben niet de weloverwogen keuze, maar wel de begeerte en temperament met ons gemeen. - Ethica Nicomachea - Aristoteles - Pagina 120, nederlandse vertaling door Charles Hupperts en Bartel Poortman.

Een kleine week geleden werd ons land opgeschud door een nieuwsbericht in de media. Ironisch genoeg was dit item al lang koud geworden in het land waar deze kwestie ter sprake was gekomen, aangezien dit item al in de belgische media een week eerder ter sprake was gekomen. Waar ging de rel over?
Er was een belgische kunstenaar genaamd Jan Fabre die in het kader van een uitvoering van kunst over was gegaan tot het gooien van katten. Het verhaal klinkt raar, maar laten we eerlijk wezen, over het algemeen zijn kunstenaars dan ook vrij excentrieke mensen. Niks mis mee, want het zijn juist de mensen die onconventionele gedachten aandragen die een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan een maatschappij.
Terug naar het desbetreffende filmpje. De beelden spreken voor zich. De katten vinden het overduidelijk niet leuk om in de lucht te worden gegooid. Het is zelfs duidelijk dat een kat vrij hard neerkomt. Daarna komt Fabre in beeld die een betoog gaat houden dat hij al 30 jaar lang kunst produceert waarmee hij de relatie tussen mens en dier probeert te verbeelden. Ik ga verder geen oordeel vellen over deze kwestie, nee ik wil verder gaan over de vraagstelling of hier daadwerkelijk sprake is van dierenmishandeling. Een hoop mensen roepen dit direct, terwijl ik hier persoonlijk mijn vraagtekens bij zet. Het is zo makkelijk om iets als dierenmishandeling te benoemen, terwijl het in een andere situatie veroorloofd is om te handelen op de manier zoals wordt gehandeld.

Dierenrechten zijn nog steeds een onbestaand feit. Rechtspraak is een proces dat is ontstaan sinds de mensheid tot het besef is gekomen van gelijkwaardigheid tussen mensen. Met het ontstaan van rechtspraak kwam het ontstaan van mensenrechten. Mensenrechten is al een discutabel thema, zo behoren ze universeel te zijn voor het bestaan van het individu, maar worden ze vaak maatschappelijk-cultureel bepaald. Ik ga hier niet verder over uitweiden, een betoog dat hier het dichtst bij aansluit is een vorige blog waarin ik vanuit het perspectief van nihilisme vrijheid heb bekritiseerd. Waar ik verder over wil gaan is het ogenschijnlijke bestaan van dierenrechten. Waar wij een compleet systeem hebben ontwikkeld als model voor het bestaan van mensenrechten, zijn dierenrechten verworden tot een abstract idee dat alleen maar dient ter begripsvorming.
Zo laten wij primair onze irrationele gevoelens bepalen hoe wij staan ten overstaande van een bepaalde diersoort. Hoe 'knuffeliger' wij een dier vinden, des te eerder zijn wij bereid om concessies te doen voor het behoud van een dier. Dat mensen in andere landen hiervan hinder ondervinden vergeten wij vaak. Dat een boer een tijger afschiet omdat het of iemand van de stam heeft aangevallen en wellicht opgegeten geeft de boer een reden om het dier te doden. Voor een boer is het oninteressant dat een tijger in de westerse wereld wordt beschouwd als een bedreigde diersoort, hij beschouwt het als een bedreiging voor zijn leven, dus is het zijn goedrecht om over te gaan tot handelen; of toch niet?

De mensheid is nog steeds groeiende, de parasiet die wij zijn voor onze planeet wordt steeds groter en het enige waarmee wij ons bezig houden is het ten uitvoer brengen van onze doelstellingen, want dat is vooralsnog de manier waarmee wij als mensen ons leven kunnen vormgeven. Hoe vreemd is het dan wel niet dat het behoud van de planeet nog steeds een ondergeschoven thema is binnen de politiek. Politiek gaat over economie, het verbeteren van de koopkracht, het oplossen van politieke kwesties, het nemen van belissingen waarmee de koers van een land wordt bepaald.
Maar natuurbehoud komt op de laatste plaats, want er moet worden gekozen tussen de economie en de natuur, dan kiest de politiek voor de economie. En niet alleen de politiek, u en ik dragen bij aan de verdere verloedering van onze planeet door ons te gedragen als consument. Ik vraag mij af, hoe kunnen wij deze cirkel doorbreken? Heel simpel, zoals ik in mijn vorige blog heb betoogt voor een algehele ontwikkeling die wij als mensheid moeten doorstaan, moeten wij tegelijk meer oog krijgen voor het behoud van onze planeet. Helaas zal iets dergelijks in de praktisch moeilijk, zo niet onmogelijk zijn om te bewerkstelligen.

Een ander voorbeeld is de noodzaak voor het gebruik van proefdieren. Sinds de opkomst van wetenschap zijn proefdieren fundamenteel voor het bevestigen danwel ten uitvoer brengen van experimenten. Zelfs met de huidige stand van wetenschap zijn proefdieren nog altijd een noodzakelijk kwaad voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Geen enkel weldenkend cq. moreel ingesteld persoon is voor het gebruik van proefdieren, maar iedere wetenschapper, biomedisch analist of zelfs biotechnicus zal deze uitspraak bevestigen: voor het ten uitvoer brengen van wetenschap is het gebruik van proefdieren noodzakelijk. In feite staat de wetenschap nog in zijn kinderschoenen.
Een vrij gewaagde uitspraak, maar afgaande op de huidige stand van de epistemiologie durf ik deze uitspraak te doen. Elk antwoord op een wetenschappelijke vraagstelling levert meer vragen op, omdat er meer mogelijkheden zijn die kunnen dienen ter verklaring van de onderzochte wetenschappelijke vraagstelling. De enige mogelijkheid dat ons rest is het afkaderen van het onderzoek, abstraheren naar een model dat d.m.v. wetenschappelijke bewijsvoering kan worden aangetoond en het ten uitvoer brengen van experimenten waarmee een model kan worden aangetoond danwel ontkracht. Het voordeel met wetenschappen als wiskunde, natuurkunde, scheikunde, astronomie etc. is dat er geen sprake is van een biologisch systeem, de opzet van de experimenten bevatten een volledig andere manier van uitvoering dan binnen een biologisch systeem.
Door de eeuwen heen heeft de biologie diverse baanbrekende ontdekkingen gedaan, waarvan de laatste de ontdekking was van het DNA dat fungeert voor het doorgeven van genetische informatie van moeder op kind. Maar de exacte mechanismen zijn verre van doordrongen. Om dit te onderzoeken moeten experimenten worden uitgevoerd. Experimenten die vereist zijn willen wij als mensheid ziekten als kanker kunnen verslaan. Het uitvoeren van experimenten binnen een zogenaamd in vitro model ("buiten het lichaam", i.e. in een 'reageerbuisje')is bij lange na geen bevestiging van hetzelfde effect in een biologisch organisme, omdat er dan sprake is van compleet andere (biochemische/biofysische) interacties dan wanneer een model wordt getest binnen een gesloten celsysteem.

Als analist ben ik werkzaam geweest binnen organisaties waarvan ik weet dat er dierproeven werden uitgevoerd. Hoe diep mijn ethische bezwaren gaan, erken ik de noodzaak en zal mijn aversie jegens dierenactivisten blijven bestaan. Echter zal ik nooit mijn principes overhoop kunnen gooien en dierproeven ten uitvoer kunnen brengen. Misschien is dat zwak van mij en ben ik gewoon een hypocriet, ik beschouw mijzelf als een integer persoon met een diep gevoel van moreel besef.
Ik ben iemand die kennis heeft van beide werelden, ik vind dieren een prachtig en uniek fenomeen dat voortkomt uit de natuur. Nog steeds ben ik van mening dat ook dieren tot een zeker punt beschikken over veel meer cognitieve vaardigheden dan dat wij erkennen. Mensen spreken vaak over emoties en gevoelens bij dieren; zelf ben ik nog altijd van mening dat er een metafysisch onderscheid bestaat tussen deze substanties, zoals ik heb verwoord in mijn betoog over ratio vs. emoties. Desalniettemin ben ik wel degelijk van mening dat dieren emoties bevatten. De vraagstelling in wat voor mate dieren over een gevoelsmatig bewustzijn beschikken laat ik in het midden, hier is niet de plek om hier verder op door te gaan.
Dieren beschikken over emoties, zij ervaren angst, hebben lust, een interne drijfveer om zichzelf voort te planten en niet te vergeten de basale drijfveer van honger en dorst. Het zijn levende wezens, ook wij zijn in feite dieren; het enige dat ons onderscheid van andere dieren is dat wij ons als diersoort hebben ontwikkeld met een enorm besef van bewustzijn, waardoor wij onze cognitieve functies zijn gaan ontwikkelen. Op basis van fysiologische bouw is er concreet een onderscheid waarneembaar in de vorming van de zogenaamde "voorhersenen" tussen diersoorten. Vanzelfsprekend beschikken wij in termen van fysiologische bouw over de grootste hoeveelheid voorhersenen t.o.v. andere diersoorten. Wellicht dat dit in verband staat met de evenredige ontwikkeling van een hoger besef van bewustzijn en natuurlijk onslosmakelijk het effect van socialisering en het vormen van groeperingen.
Toch is ook op dit punt een overeenkomst waarneembaar met verschillende dieren. Zoals Frans de Waal heeft aangetoond is empathie, een psychisch fenomeen dat vroeger alleen aan mensen werd toegeschreven, ook aanwezig bij andere diersoorten als dolfijnen, olifanten en natuurlijk apen. Terugkerend op hetgeen is gezegd, geeft dit ons nou als mensheid het recht om ons hoger te plaatsen dan andere diersoorten? Ik denk dat het antwoord voor de lezer wel duidelijk is.

Fabre beschouwt zijn handelen niet als dierenmishandeling. Een zeker persoon beschouwt het onrespectvol behandelen van dieren ook als een vorm van dierenmishandeling. Dit lijkt in zekere zin op hetzelfde idee dat uit Amerika is overgewaaid en op animal planet te zien is onder de noemer van 'Animal Cops', dat overigens hier in Nederland op een compleet verkeerde manier zou zijn uitgewerkt, dat terzijde.
Er zit wel degelijk een punt van waarheid in deze woorden. Juist vanwege het besef dat wij als mensheid hebben ontwikkeld zou het juist van belang zijn om te erkennen dat wij een beter band moeten opbouwen met dieren, dat wij dieren meer als ons gelijke gaan beschouwen en niet als een lager organisme. Het gooien met katten is een voorbeeld hiervan, dit degradeert een organisme, een dier dat emoties kent, een bewustzijn, tot een object dat als een levenloos object wordt behandeld. Dat getuigt niet van respect. Kan je het gemis van respect dan ook direct als dierenmishandeling beschouwen?
Zo ja, waarom beschouwen wij het ten uitvoer brengen van dierproeven niet als dierenmishandeling? Waarom worden wetenschappers, analisten en dierverzorgers niet aangeklaagd door het leed dat zij teweeg brengen bij dieren? Het leed dat zichtbaar wordt veroordelen wij direct, maar het leed dat ontzichtbaar is kunnen wij niet veroordelen. En toch zal er niemand zijn die over durft te gaan tot een strafrechterlijke vervolging (ervan uitgaande dat dit mogelijk is vanuit een juridisch perspectief), want iedereen erkent de noodzaak van het werk dat ten uitvoer wordt gebracht door wetenschappers, door analist en door dierverzorgers. Het is alleen spijtig dat er mensen zijn die dit niet begrijpen en overgaan tot acties die tot een zekere hoogte immoreel te noemen zijn en hun doel voorbij schieten.
Want iedereen vergeet dat wij elke avond nog altijd een stukje vlees op ons bordje willen, want vlees is lekker! En omdat wij en masse vlees zo lekker vinden, vergeten wij voor het gemak dat dat vlees afkomstig is van een koe, varken en/of kip dat ook soms leeft in embarmlijke omstandigheden en ook dat wordt niet beschouwd als dierenmishandeling, terwijl het leed dat deze dieren wordt aangedaan door hun leefomstandigheden is waarschijnlijk vele malen erger dan het gooien van katten.

De definitie van dierenmishandeling lijkt in de eerste instantie vrij direct tot de verbeelding te spreken, maar wanneer het intellect er dieper over nadenkt, dan is het toch niet zo makkelijk om er een definitie hiervan op te stellen dat universeel toepasbaar is - op deze manier wordt de definitie van dierenmishandeling gedegradeert tot een contextuele definitie dat per definitie geen enkel waarheidsbevinding bevat. Wat voor waarde heeft een definitie als het niet kan worden geconcretiseerd door het gemis danwel aanwezigheid van een context? Geen.
Het is altijd zo makkelijk om direct een oordeel te vellen, vooral als het zo tot de verbeelding spreekt. Elke situatie die wij beschouwen danwel waarnemen en waarbij emoties betrokken raken zullen wij anders beoordelen dan wanneer wij eerst luisteren naar onze rede en dat aanvullen met onze emoties. De meeste mensen zullen primair luisteren naar hun emoties, oordelen en daarna pas op een later tijdstip hun rede de kans geven om te 'praten'. En wanneer blijkt dat hun oordeel toch niet zo juist was, dan kunnen zij alleen maar terugtrekken naar een hoekje en zich schamen, want als eenmaal een oordeel is uitgesproken, dan kan deze niet zomaar worden teruggenomen.

Mijn vrieden, ik wens jullie allen een zeer fijne avond toe! Voor hen die morgen vrij zijn wens ik een fijn weekend en voor hen die morgen ook moeten werken, net als ik, wens ik een fijne dag toe en ook alvast een fijn weekend! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

woensdag 9 mei 2012

Filosofisch intermezzo - Wetenschap vs. ethiek

Ethica is een 'praktische' wetenschap: we moeten onderzoeken hoe we moeten handelen. Deugd is een midden tussen twee uitersten: een teveel en een te weinig. De huidige verhandeling is niet zoals de andere takken van de filosofie, gericht op theoretische kennis. We verrrichten immers dit onderzoek niet om te weten te komen wat optimaal functioneren inhoudt, maar om goed te worden, want anders zou onze verhandeling geen enkel nut hebben. Daarom moeten we ons onderzoek verrichten op het terrein van de handelingen en ons afvragen, op welke wijze we moeten handelen. Want zoals we hebben gezegd, bepalen onze handelingen ook de aard van onze disposities - Ethica Nicomachea, Artistoteles, boek 2 - 1103b3-32.

Een zeker persoon zei ooit: is wetenschap eigenlijk niks meer dan het uitvoeren van onderzoek binnen een vastgesteld kader? Ik kan niks anders concluderen dan dat ik het met haar eens ben. Heel simpel gesteld omvat wetenschap niks anders dan het vastleggen van herhalingspatronen die worden omgevormd tot een wetmatigheid, waarbij er op basis van de wet kan worden voorspeld hoe een individuele factor zich zal gedragen. Natuurlijk omvat wetenschap veel meer dan dit en is het de kunst om elke factor te analyseren door het opzetten van experimenten waarbij er constant sprake is van een onafhankelijke en een variabele factor en is het mogelijk om hele complexe experimenten op te zetten waarbij er binnen 1 experiment meerdere onafhankelijke als variabele factoren zijn die de wetenschapper wilt onderzoeken.

Wat ik mij echter afvraag is wanneer de ethiek zijn stempel gaat drukken op wetenschappelijk onderzoek.
Zoals Immanuel Kant had omschreven in zijn Kritiek van de praktische reden: "het gebod om het hoogste goed te bevorderen heeft een objectieve grondslag (in de praktische rede), de mogelijkheid van dat hoogste goed in het algemeen heeft eveneens een objectieve grondslag (in de theoretische rede, die er niets tegen heeft).[...] De enige wijze waarop het voor haar theoretisch mogelijk is om de precieze harmonie van het rijk van de natuur met de rijk van de zeden te denken, als voorwaarde voor de mogelijkheid van het hoogste goed, en tegelijk de enige wijze waarop wordt bijgedragen aan de moraliteit - pagina 196.
Een beladen thema zijn dierproeven. Nog steeds weet ik van mijzelf dat ik het nooit zou aankunnen om experimenten uit te voeren met dieren. Maar ik ontken ook niet de schat aan informatie die wij als mensheid hebben verkregen met het uitvoeren van deze experimenten. Het is een lastige ethische kwestie, die voorlopig nog zeker zal voortborduren en zo mogelijkerwijze nog heftiger gaat worden met het gedachtengoed dat de laatste decennia zeker veranderd is m.b.t. dierproeven.

Mensen begrijpen niet dat dierproeven nog steeds nodig zijn om bepaalde experimenten te kunnen uitvoeren. Zij gaan ervan uit dat er voldoende alternatieven zijn met stamcellen.
Hoe ironisch is het wel niet dat je dan weer een andere groep tegen het zere been gaat schoppen. Onderzoek met humane stamcellen is nog steeds een zeer omstreden thema. Vooral in Amerika zorgt dit nog steeds voor onrust. Niet zo lang geleden was er zelfs nog een wet dat het onmogelijk zou maken om onderzoek uit te voeren op stamcellen. Deze wet is nooit doorgekomen.
Dit toont aan dat onze moraliteit t.a.v. het leven nog steeds vrij hoog is en dat wij als mensheid (gelukkig) nog altijd inzien dat wij respect moeten hebben voor alle scepselen des levens.

Hoe ver wil je als wetenschapper gaan wil je onderzoek uitvoeren?
Ik vraag mij soms af hoe ver wij kunnen gaan. De paradox van wetenschap is dat het vaak meer vragen oplevert, dan antwoorden. En toch blijven we doorgaan, omdat het interessant is. Maar er is geen enkele doelmatigheid die wij nastreven, geen enkele teleologie. Wij bedrijven wetenschap puur om het bedrijven ervan, omdat wij kennis willen verkrijgen.
Kunnen wij ooit alle kennis verkrijgen die wij willen? Zullen wij ooit tevreden zijn met onze verworven kennis? Als ik kijk naar alle kennis die ik opdoe, vind ik het werkelijk magnifiek om te zien hoe complex een cel is. Het is zo simpel, maar tegelijk de kleinste (en meest complexe?) eenheid van leven, als we virussen tenminste voor het gemak buiten beschouwing laten. Het enige waar ik altijd op uitkom is de balans, de homeostase.

Zou dat de crux zijn van het leven? Geheel in de lijn van Ying/Yang? Dat alles in balans moeten zijn?
Stel, er komt een tijd dat wij alles weten over het menselijk lichaam wat maar te weten is. Hoe zal de wereld er dan uitzien? Zal de mensheid nog bestaan, of heeft zij zichzelf ondertussen uitgeroeid? Ik ben bang dat ook ik oorlog zal meemaken en met mij een hele generatie mensen. De mensheid is een parasiet aan het worden van onze planeet en het enige wat wij kunnen doen is elkaar uitmoorden en elkanders leven verzieken. Als westerse wereld kunnen wij alleen maar de derde wereld uitbuiten, totdat wij de laatste druppel geld hebben kunnen verkrijgen.
Ik ben blij dat er langzaam maar zeker een verandering plaatsvind. Dat wij steeds meer bewust worden dat wij als westerse wereld de derde wereld moeten helpen om zichzelf te ontwikkelen. Want uiteindelijk zullen we met z'n allen moeten leven op deze aardbol. Het zou prachtig zijn als wij een medicijn kunnen vinden tegen kanker, maar dan moeten we het individu wel de mogelijkheid bieden om een kwalitatief goed leven te leiden.

Waarom leven in een hel, terwijl de dood zoveel beter is?
Wetenschap kan ons geen verlossing brengen, maar het biedt ons wel kennis. En met deze kennis zijn wij wellicht in staat om de mensheid op een hogere niveau te laten ontwikkelen. Ik denk niet dat het Einsteins intentie was dat wij oorlogvoeren naar een hoger niveau zouden brengen toen wij de atoombom hadden ontdekt ten gevolge van de relativeitstheorie. Maar het bracht ons wel de fundamenten voor de kwantummechanica.
Wie weet wat voor ontdekkingen wij gaan doen? En misschien wel een nog belangrijkere vraag, wat gaan wij doen met de verkregen kennis? Want kennis is macht en met macht moet voorzichtig worden omgegaan, want zodra kennis in verkeerde handen komt kunnen er mogelijkerwijze verstrekkende gevolgen zijn.

Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze afwijkende blog. Ik stel een hoop vragen die mijns inzien bijdragen bij de ontwikkeling van het individu. Ik ben een wereldverbeteraar, dat weet ik. Wat ben jij?
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

maandag 1 juni 2009

Dierproeven - noodzakelijk of onethisch?

Ik ben al gedurende een paar jaar lid op het semi-wetenschappelijk blad genaamd "National Geographic Magazine". Het is een blad waarin allerlei razend interessante artikelen staan over allerlei verschillende onderwerpen. Ecologie, biologie/biochemie, Religie, Geschiedenis, alles paseert de revue.

Soms heb ik er geen tijd voor en blijft het blad een tijd lang liggen en soms lees ik alleen specifieke artikelen die mij aanspreken.
En in de editie van mei 2009 staat een zeer interessant artikel. Het gaat over een onderwerp wat bij mij een hoop gevoelens losmaakt: dierproeven.

Ik ben een dierenvriend. Wanneer ik ga hardlopen in het park of op een bankje in het zonnetje aan het genieten ben van mijn boek en ik zie een vogel voorbij huppelen, dan springt mijn hart. Ik vind het heerlijk, al dat leven. Het leven is iets prachtigs en moet zeker worden gekoesterd.
Mijn kindje is mijn katje, een lapjeskat die ik na de zomer van 2006 van de straat hebt geplukt. Ik hou van haar en ik kan mij geen leven indenken zonder haar.

Maar ik ben niet tegen dierproeven. Nee, ik ben van mening dat dierproeven tot een bepaald punt noodzakelijk zijn.
Het probleem is als volgt, de natuur heeft met dieren en mensen iets prachtigs ontwikkeld. Het is zo complex dat de wetenschap nog maar de helft weet van het functioneren van het menselijk lichaam op biochemisch/biomoleculair niveau.
Kijk maar naar kanker, dat is een typisch geval waarbij er teveel factoren aanwezig zijn die de bevordering dan wel de tegenwerking van het ontwikkelen van een tumor tegengaat.

Bio-informatici houden zich bezig met het ontwikkelen van computermodellen van biologische processen. Op die manier kan er theoretisch worden geanalyseerd hoe bepaalde processen te werk gaan.
De vraag die er nu wordt gesteld is: als er bio-informatica bestaat, waarom zijn dierproeven noodzakelijk?

Omdat bio-informatica gebaseerd is op theoretische modellen en dat sommige processen té complex zijn om theoretisch te worden nagebootst. Een voorbeeld zijn de hersenen. Ik las een lange tijd geleden een artikel waarin iemand dierproeven op de werking van de hersenen bekritiseerde en dat deze d.m.v. computers moet worden nagebootst.
De wetenschap weet té weinig van de werking van de hersenen om waarheidsgetrouwe computermodellen te ontwikkelen. Daarvoor is meer onderzoek nodig. En daarvoor zijn dierproeven noodzakelijk.
Voordat ik 100 haatmailtjes krijg, ik ben niet voor dierproeven. Maar het is wel dankzij dierproeven dat de wetenschap en indirect de hedendaagse maatschappij zo weinig ziekten kent.

Wat ik persoonlijk beaam is de ontwikkeling van bio-informatica en dergelijke onderzoeksmethoden. Wie weet worden dierproeven in de toekomst onnoodzakelijk en kunnen ze worden afgeschaft. Dat zou voor iedereen een grote stap vooruit zijn. Vergeet niet: ook wetenschappers zijn mensen.

Dat is iets wat dierenactivisten in mijn ogen vaak vergeten. Zij zoeken vaak de grenzen op van het fatsoen. Gelukkig zijn er nog redelijke mensen die vreedzaam acties voeren. Het is dankzij deze mensen dat de wetenschap dynamisch blijft en constant zichzelf moet ontwikkelen. Ook daarom doneer ik regelmatig geld aan Oxfam Novib en ga ik in de toekomst zeker geld doneren aan een andere liefdadigheidsinstelling.
Echter moet het wel bij een vreedzaam aspect blijven. In mijn ogen mogen dierenactivisten die mensen bedreigen worden opgepakt. Dat is geen fatsoen meer, nee dat is gewoon pure bedreiging. Het doel heiligt niet de middelen mensen, denk na over deze woorden.

Ik wens ieder een hele fijne pinksterdag toe!
Vriendelijke groeten van Halbe!