zondag 20 november 2011
When it is time to part
In man's life, happenings take place
Some are bad, some are good
But all happenings come to an end,
Even though we do not want them to end
Some happenings, we forget,
Other happenings, we never forget
Memories can fade away,
But feelings never will
There comes a time, when people must part
There comes a time, when it must come to an end
It is that time, when we experience heartache
It is that time, when everything we valued, has lost it's value
We tried to fight it
We tried to beat it
We tried to hate it
We tried to defeat it
But alas, when it is time for us to part, nothing can change it
For it is the past that makes up the present
And it is in the present that we learn from our mistakes in the past
For that is the irony that consists of life...
zaterdag 12 november 2011
Gulden vs. Euro
Het is weer zover, de PVV heeft officieel aangekondigd een onderzoek te willen laten uitvoeren naar een mogelijke terugkeer van de gulden. Natuurlijk zijn er direct een hoop mensen die op hun allerhardst schreeuwen "IK HAAT DE EURO! IK WIL DE GULDEN TERUG!". Ik vraag mij alleen waarlijk af of al deze schreeuwers weleens diep hebben nagedacht over de gevolgen van de terugkeer van de gulden.
Laten we eens een analyse uitvoeren op het scala aan economische scenario's. Maar voordat we dat kunnen doen, moeten we eerst een reflectie maken op de economie zoals deze 'vroeger' bestond, in het pré-euro tijdperk.
Je had de gulden, deze munteenheid bestond in bepaalde vormen al vanaf de middeleeuwen, de tijd waarin ons land groot werd door handelsverenigingen als de VOC. Vroeger werd de waarde van de munt bepaald door het gewicht, dit gewicht werd voornamelijk veroorzaakt de hoeveelheid zilver/goud dat erin werd verwerkt. En toen kwam de industriële revolutie en de ontwikkeling van de economie als wetenschappelijke discipline, aangedragen door denkers als John Locke, John Stuart Mill en Adam Smith.
Voornamelijk de laatste was een voorstander van de ontwikkeling van een open economie en wordt ook gezien als de vader van de moderne economie. Adam Smith voorzag een systeem dat in staat was zichzelf te ontwikkelen. Na hem zijn andere knappe koppen aan de slag gegaan om dit systeem te verwezenlijken en dat gebeurde dan ook, de industriële revolutie was een feit. Het zorgde voor bepaalde vormen van welvaart.
De ironie van de economie zoals deze destijds bestond is dat er sprake was onethische situaties. Alles stond in het kader van de economie. De arbeider werd uitgebuit terwijl de rijke man nog rijker werd. Je zou dit bijna kunnen bestempelen als een paradox van de economie.
Sindsdien is welvaart een steeds belangrijker thema geworden in de ontwikkeling van de mensheid. Het was welvaart die ervoor zorgde dat mensen langer konden blijven leven, waardoor zij meer tijd over hadden om zich bezig te houden met andere zaken. Het was uiteindelijk welvaart die ervoor zorgde dat de mensheid zich op een hoger niveau kon blijven ontwikkelen. Natuurlijk heeft dit ook de nodige problemen met zich meegebracht, getuige de 1e en 2e wereldoorlogen, maar ook dan kan je bij jezelf afvragen of het niet een universeel probleem is van de mens dat deze altijd zal blijven nastreven naar macht, zoals Friedrich Nietzsche zo vaak heeft besproken in zijn werken.
Afijn, we wijken af van het thema economie. Het bovenstaande laat zien hoe vervlochten de economie is met de welvaart van een samenleving en dat het direct of indirect invloed zal hebben op het individu.
Ons land is nog altijd primair afhankelijk van onze export voor de groei van onze economie. Niet alleen ons land, elk land is in zekere zin afhankelijk van de export van een land, want dit verspreidt namelijk de afzetmarkt van een bepaald bedrijf dat handel voert. Het zorgt voor internationale concurentie, waardoor bedrijven op grotere schaal een concurentiestrijd met elkaar kunnen aangaan, waardoor producten goedkoper worden (ervan uitgaande dat ieder mens ethisch handelt en zich niet laat verleiden voor corruptie) en waardoor het individu het desbetreffende product zal kopen.
Internationale concurrentie met een evenredige grote afzetmarkt zorgt voor groei voor het primaire bedrijf, danwel moederbedrijf waardoor het primaire bedrijf zal gaan groeien, meer inkomsten/omzet genereert, meer belasting zal moeten betalen en het land van herkomst meer uitgaven kan doen door de hogere inkomensten vanuit belastingen.
In de tijd van de gulden hadden we te maken met allerlei nationale betrekkingen, economiën en wetten. De wisselkoers werd bepaald door allerlei verschillende meetbare factoren waarmee kon worden vastgesteld hoe een bepaald land zich verhield t.o.v. andere landen. Het spreekt voor zich dat de concurentiepositie van landen wordt bepaald door de inkomsten gegeneerd door bedrijven die voornamelijk internationaal handel drijven.
Om even een bepaald land te noemen dat op de internationele markt sterk staat aangeschreven: Duitsland. Hoe zou het toch komen dat een land als Duitsland wordt gekenmerkt als "de motor van Europa"? Nou, ervan uitgaande dat de hierboven beschreven analyse klopt, dan heeft dit te maken met inkomsten die het land genereert uit belastingen die wordt geheven op inkomsten die bedrijven genereren.
Als ik een kijkje neem op de lijst van de farmaceutische industrie, een zogeheten miljardensector, dan zie ik een duits bedrijf "Bayer" op de nummer 4 staan, hetzelfde geld ook voor de automobiel industrie, waarop een duits bedrijf op de 4e plaats staat. Kijk ik vervolgens in de Chemische industrie zie ik een duits bedrijf zelfs op de 1e plaats staan.
Maar waarschijnlijk zal de pagina waarin een overzicht is gemaakt van alle industriën in de hele wereld een beter beeld geven van de economische kracht van duitsland, deze staat namelijk in de lijst op nummer 4!
De wisselkoers zorgde ervoor dat elk bedrijf dat handel over de grens dreef een indexering moest maken van de gelijkwaardige verhouding van de verschillende valuta's. Dat kost niet alleen geld, maar het zorgt er ook voor dat er potentiële fouten worden gemaakt tijdens het proces.
Wij leven in een tijdperk met economische weelderigheid, ongeacht de huidige economische problematiek durf ik waarlijk te zeggen dat wij het nog nooit zo goed hebben gehad. Wij kunnen genieten van alle geneugten van het leven, we hebben allemaal onze tv's, computer, internet, smartphones, allemaal betaalbaar van hetgeen onze inkomsten dit toelaten. Dit proces wordt allemaal versneld door de magnitude van de economische processen van het hedendaagse tijdperk. Juist in dit kader is er een idee gemaakt voor de invoering van een munt waarmee alle economiën van ieder lid werd verbonden aan een ander lid. Dit zorgde voor een vervlechting van alle individuele inkomsten van ieder bedrijf van een land. Ieder land zou nog zijn eigen individuele economie behouden, maar voor de uitwerking van de economie in de praktijk zou alles uitmonden in een "universele" munt: de euro.
Ik was nog vrij jong toen de euro werd ingevoerd, dus ik kan me ook geen exacte voorstelling maken van de verhoudingen tussen de gulden en de euro toen deze werd ingevoerd. Ik kan me wel herinneren dat enkele maanden na de invoering van de euro mensen teleurgesteld waren, omdat deze schijnbaar achteruit waren gegaan en koopkracht hebben verloren.
Ik vraag mij af, is het een verlies van koopkracht, of zijn er gewoon een hoop mensen geweest die op een onethische wijze hebben geprofiteert van de omwisseling van de gulden in de euro? Mensen zijn vanuit hun natuurlijke aard profiteurs, het is dankzij ons moraal dat wij een ander mens ook iets gunnen.
Het is vrij aannemelijk om te stellen dat er in het begin diverse verliezen zijn gemaakt tijdens de invoering van de euro, maar het is ook vrij aannemelijk om te stellen dat het op de lange termijn veel positievere effecten zou hebben vanwege de open economie, dat existeert bij de gratie van groei. Hoe meer mededelers er zijn die een inbreng hebben in de economie, des te meer deze zal groeien.
De argumenten die een hoop mensen aanleveren zijn puur gebaseerd op irrationele gevoelens. De onvrede dat een land de kantjes eraf heeft geloopt, terwijl wij hier "zo hard aan het werk zijn". Punt is alleen dat het probleem vaak niet ligt bij de dagelijkse burger, maar bij een slecht economisch beleid, al dan wel of niet gecombineerd met corruptie zolang het moraal van het individu dit toelaat.
Ik vraag mij af, ieder mens dat hard schreeuwt hoe slecht de euro wel niet is, wat voor mogelijkheden hoopt dit individu te verkrijgen bij de terugkeer van de gulden? Hoopt dit persoon dat hij/zij meer geld aan het einde van de maand zal overhouden? Nou, ik zal iedereen bij deze direct uit zijn/haar droom helpen, dat zal dus niet gebeuren. Sterker, als je de miljoenennota's naleest tussen de jaren 2000 en 2010, dan wordt er geen enkel woord in gesproken over een mogelijk verlies als gevolg van de invoering van de euro. Nee, er wordt gesproken over de effecten van de toeslagen van 2001, van lagere beursen als gevolg van verlies van consumentenvertrouwen, van hoog-conjuctuur in de jaren 2005/2007 en de enorme gevolgen van de instorting van de huizenmarkt en de ontwikkeling van de grootste economische crisis dat nog nooit eerder is voorgekomen: de kredietcrisis.
En nu zitten we met de gevolgen van de kredietcrisis. Overal is er sprake van het verlies van consumentenvertrouwen, niemand heeft vertrouwen meer dat er een goed economisch beleid zal kunnen worden gevoerd. En misschien ben ik wel zo'n simpel persoontje, maar mij dunkt dat het dit verlies aan vertrouwen is dat hetgeen een serieuze stempel drukt op de huidige economische crisis rondom Griekenland en Italië. Waarom staat Italië dan ook in deze lijst boven engeland van industriële nominale output en is iedereen opeens binnen een jaar tijd in rep en roer over het zogenaamd slecht functioneren van Italië?
Mij dunkt dat dit verregaande effecten zijn van de kredietcrisis, die naar mijn mening nog altijd primair wordt veroorzaakt door hedgefunds die worden geleidt door mensen die zichzelf verrijken over de ruggen van anderen. Zodra er ergens geen geld vandaan kan worden gehaald, gaan ze op zoek naar andere methoden om geld vandaan te halen.
Kortom, de terugkeer van de gulden zal mijns inzien niks veranderen. Het verplaatst alleen de huidige problemen vanuit een universeel perspectief naar een nationaal perspectief, de huidige economische problematiek zal gewoon blijven bestaan. Maarja, wie ben ik nou weer, wat weet ik van economie, toch?
Zo, mensen bedankt voor het lezen! Een diepgaande analyse waarom ik vind dat de gulden niet moet worden teruggevoerd.
Ik wens iedereen nog een hele fijne dag toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe
Laten we eens een analyse uitvoeren op het scala aan economische scenario's. Maar voordat we dat kunnen doen, moeten we eerst een reflectie maken op de economie zoals deze 'vroeger' bestond, in het pré-euro tijdperk.
Je had de gulden, deze munteenheid bestond in bepaalde vormen al vanaf de middeleeuwen, de tijd waarin ons land groot werd door handelsverenigingen als de VOC. Vroeger werd de waarde van de munt bepaald door het gewicht, dit gewicht werd voornamelijk veroorzaakt de hoeveelheid zilver/goud dat erin werd verwerkt. En toen kwam de industriële revolutie en de ontwikkeling van de economie als wetenschappelijke discipline, aangedragen door denkers als John Locke, John Stuart Mill en Adam Smith.
Voornamelijk de laatste was een voorstander van de ontwikkeling van een open economie en wordt ook gezien als de vader van de moderne economie. Adam Smith voorzag een systeem dat in staat was zichzelf te ontwikkelen. Na hem zijn andere knappe koppen aan de slag gegaan om dit systeem te verwezenlijken en dat gebeurde dan ook, de industriële revolutie was een feit. Het zorgde voor bepaalde vormen van welvaart.
De ironie van de economie zoals deze destijds bestond is dat er sprake was onethische situaties. Alles stond in het kader van de economie. De arbeider werd uitgebuit terwijl de rijke man nog rijker werd. Je zou dit bijna kunnen bestempelen als een paradox van de economie.
Sindsdien is welvaart een steeds belangrijker thema geworden in de ontwikkeling van de mensheid. Het was welvaart die ervoor zorgde dat mensen langer konden blijven leven, waardoor zij meer tijd over hadden om zich bezig te houden met andere zaken. Het was uiteindelijk welvaart die ervoor zorgde dat de mensheid zich op een hoger niveau kon blijven ontwikkelen. Natuurlijk heeft dit ook de nodige problemen met zich meegebracht, getuige de 1e en 2e wereldoorlogen, maar ook dan kan je bij jezelf afvragen of het niet een universeel probleem is van de mens dat deze altijd zal blijven nastreven naar macht, zoals Friedrich Nietzsche zo vaak heeft besproken in zijn werken.
Afijn, we wijken af van het thema economie. Het bovenstaande laat zien hoe vervlochten de economie is met de welvaart van een samenleving en dat het direct of indirect invloed zal hebben op het individu.
Ons land is nog altijd primair afhankelijk van onze export voor de groei van onze economie. Niet alleen ons land, elk land is in zekere zin afhankelijk van de export van een land, want dit verspreidt namelijk de afzetmarkt van een bepaald bedrijf dat handel voert. Het zorgt voor internationale concurentie, waardoor bedrijven op grotere schaal een concurentiestrijd met elkaar kunnen aangaan, waardoor producten goedkoper worden (ervan uitgaande dat ieder mens ethisch handelt en zich niet laat verleiden voor corruptie) en waardoor het individu het desbetreffende product zal kopen.
Internationale concurrentie met een evenredige grote afzetmarkt zorgt voor groei voor het primaire bedrijf, danwel moederbedrijf waardoor het primaire bedrijf zal gaan groeien, meer inkomsten/omzet genereert, meer belasting zal moeten betalen en het land van herkomst meer uitgaven kan doen door de hogere inkomensten vanuit belastingen.
In de tijd van de gulden hadden we te maken met allerlei nationale betrekkingen, economiën en wetten. De wisselkoers werd bepaald door allerlei verschillende meetbare factoren waarmee kon worden vastgesteld hoe een bepaald land zich verhield t.o.v. andere landen. Het spreekt voor zich dat de concurentiepositie van landen wordt bepaald door de inkomsten gegeneerd door bedrijven die voornamelijk internationaal handel drijven.
Om even een bepaald land te noemen dat op de internationele markt sterk staat aangeschreven: Duitsland. Hoe zou het toch komen dat een land als Duitsland wordt gekenmerkt als "de motor van Europa"? Nou, ervan uitgaande dat de hierboven beschreven analyse klopt, dan heeft dit te maken met inkomsten die het land genereert uit belastingen die wordt geheven op inkomsten die bedrijven genereren.
Als ik een kijkje neem op de lijst van de farmaceutische industrie, een zogeheten miljardensector, dan zie ik een duits bedrijf "Bayer" op de nummer 4 staan, hetzelfde geld ook voor de automobiel industrie, waarop een duits bedrijf op de 4e plaats staat. Kijk ik vervolgens in de Chemische industrie zie ik een duits bedrijf zelfs op de 1e plaats staan.
Maar waarschijnlijk zal de pagina waarin een overzicht is gemaakt van alle industriën in de hele wereld een beter beeld geven van de economische kracht van duitsland, deze staat namelijk in de lijst op nummer 4!
De wisselkoers zorgde ervoor dat elk bedrijf dat handel over de grens dreef een indexering moest maken van de gelijkwaardige verhouding van de verschillende valuta's. Dat kost niet alleen geld, maar het zorgt er ook voor dat er potentiële fouten worden gemaakt tijdens het proces.
Wij leven in een tijdperk met economische weelderigheid, ongeacht de huidige economische problematiek durf ik waarlijk te zeggen dat wij het nog nooit zo goed hebben gehad. Wij kunnen genieten van alle geneugten van het leven, we hebben allemaal onze tv's, computer, internet, smartphones, allemaal betaalbaar van hetgeen onze inkomsten dit toelaten. Dit proces wordt allemaal versneld door de magnitude van de economische processen van het hedendaagse tijdperk. Juist in dit kader is er een idee gemaakt voor de invoering van een munt waarmee alle economiën van ieder lid werd verbonden aan een ander lid. Dit zorgde voor een vervlechting van alle individuele inkomsten van ieder bedrijf van een land. Ieder land zou nog zijn eigen individuele economie behouden, maar voor de uitwerking van de economie in de praktijk zou alles uitmonden in een "universele" munt: de euro.
Ik was nog vrij jong toen de euro werd ingevoerd, dus ik kan me ook geen exacte voorstelling maken van de verhoudingen tussen de gulden en de euro toen deze werd ingevoerd. Ik kan me wel herinneren dat enkele maanden na de invoering van de euro mensen teleurgesteld waren, omdat deze schijnbaar achteruit waren gegaan en koopkracht hebben verloren.
Ik vraag mij af, is het een verlies van koopkracht, of zijn er gewoon een hoop mensen geweest die op een onethische wijze hebben geprofiteert van de omwisseling van de gulden in de euro? Mensen zijn vanuit hun natuurlijke aard profiteurs, het is dankzij ons moraal dat wij een ander mens ook iets gunnen.
Het is vrij aannemelijk om te stellen dat er in het begin diverse verliezen zijn gemaakt tijdens de invoering van de euro, maar het is ook vrij aannemelijk om te stellen dat het op de lange termijn veel positievere effecten zou hebben vanwege de open economie, dat existeert bij de gratie van groei. Hoe meer mededelers er zijn die een inbreng hebben in de economie, des te meer deze zal groeien.
De argumenten die een hoop mensen aanleveren zijn puur gebaseerd op irrationele gevoelens. De onvrede dat een land de kantjes eraf heeft geloopt, terwijl wij hier "zo hard aan het werk zijn". Punt is alleen dat het probleem vaak niet ligt bij de dagelijkse burger, maar bij een slecht economisch beleid, al dan wel of niet gecombineerd met corruptie zolang het moraal van het individu dit toelaat.
Ik vraag mij af, ieder mens dat hard schreeuwt hoe slecht de euro wel niet is, wat voor mogelijkheden hoopt dit individu te verkrijgen bij de terugkeer van de gulden? Hoopt dit persoon dat hij/zij meer geld aan het einde van de maand zal overhouden? Nou, ik zal iedereen bij deze direct uit zijn/haar droom helpen, dat zal dus niet gebeuren. Sterker, als je de miljoenennota's naleest tussen de jaren 2000 en 2010, dan wordt er geen enkel woord in gesproken over een mogelijk verlies als gevolg van de invoering van de euro. Nee, er wordt gesproken over de effecten van de toeslagen van 2001, van lagere beursen als gevolg van verlies van consumentenvertrouwen, van hoog-conjuctuur in de jaren 2005/2007 en de enorme gevolgen van de instorting van de huizenmarkt en de ontwikkeling van de grootste economische crisis dat nog nooit eerder is voorgekomen: de kredietcrisis.
En nu zitten we met de gevolgen van de kredietcrisis. Overal is er sprake van het verlies van consumentenvertrouwen, niemand heeft vertrouwen meer dat er een goed economisch beleid zal kunnen worden gevoerd. En misschien ben ik wel zo'n simpel persoontje, maar mij dunkt dat het dit verlies aan vertrouwen is dat hetgeen een serieuze stempel drukt op de huidige economische crisis rondom Griekenland en Italië. Waarom staat Italië dan ook in deze lijst boven engeland van industriële nominale output en is iedereen opeens binnen een jaar tijd in rep en roer over het zogenaamd slecht functioneren van Italië?
Mij dunkt dat dit verregaande effecten zijn van de kredietcrisis, die naar mijn mening nog altijd primair wordt veroorzaakt door hedgefunds die worden geleidt door mensen die zichzelf verrijken over de ruggen van anderen. Zodra er ergens geen geld vandaan kan worden gehaald, gaan ze op zoek naar andere methoden om geld vandaan te halen.
Kortom, de terugkeer van de gulden zal mijns inzien niks veranderen. Het verplaatst alleen de huidige problemen vanuit een universeel perspectief naar een nationaal perspectief, de huidige economische problematiek zal gewoon blijven bestaan. Maarja, wie ben ik nou weer, wat weet ik van economie, toch?
Zo, mensen bedankt voor het lezen! Een diepgaande analyse waarom ik vind dat de gulden niet moet worden teruggevoerd.
Ik wens iedereen nog een hele fijne dag toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe
maandag 24 oktober 2011
Psychologisch intermezzo - Het menselijk handelen
"Good and evil, present and absent, 'tis true, work upon the mind: but that which immediately determines the will, from time to time, to every voluntary action, it is the uneasiness of desire, fixed on some absent good, either negative, as indolency to one in pain; or positive, as enjoyment of pleasure. That it is this uneasiness, that determines the will to the succesive voluntary actions, whereof the greatest part of our lives is made up, and by which we are conducted trought different courses to different ends, I shall endeavour to show both from experience, and the reason of the thing." - John Locke, An Essay Concerning Human Understanding, chapter XXI: Of Power, page 234
De filosoof John Locke had een interessante visie op het concept van het menselijk handelen. Hoewel zijn voornaamste werk gecentreerd is op het menselijk kenvermogen kan er wel degelijk verder worden gededuceerd naar de concepten van ons menselijk handelen.
Laten we zoals het een goed intermezzo betaamt eens beginnen met een vraagstelling. Deze luidt als volgt: "Wat bepaald ons menselijk handelen?".
Afgaande op de bovenstaande quote durf ik te stellen dat ons handelen voorkomt uit "the uneasiness of desire" en "enjoyment of pleasure". Of om een enerdzijds andersoortige vertaling te hanteren: 'het ongemak dat voorkomt uit onze verlangens' en 'het genot van plezier'. Echter is dit naar mijn idee een fractie van het volledig mechanisme dat ons menselijk handelen veroorzaakt. Deze bovenstaande zaken fungeren als de primaire oorzaak waaruit wij vervolgens een handeling zullen uitvoeren. Deze primaire oorzaak moet zich eerst uitten in onze bewustwording. Daarna is er sprake van onze wil, de wil om te handelen.
Laten wij eerst een stap terug nemen, naar het concept van verlangens. Wat zijn verlangens? Zijn verlangens geen verzamelnaam voor een scala aan objecten die wij niet bezitten en daardoor de noodzaak ondervinden om deze te willen bezitten? Verlangens zou je mijns inzien kunnen classificeren als een 'denkbeeldig gevoel', als ik er een term van Hume hierbij mag betrekken. Het is een gevoel dat niet echt bestaat, omdat er voorwaarden zijn om een object tot ons bezit te kunnen rekenen, maar ook grenzen, want een situatie kan worden geclassificeerd als een object, maar kan nooit worden gerekend tot een persoonlijk bezit, hoogstens tot een collectief bezit.
Nu we hebben vastgesteld wat verlangens zijn, rijst nu wederom de vraag wat de noodzaak is om deze te willen bezitten. Welke factoren spelen hierbij een rol? Als eerste zijn associatiepatronen essentieel om vast te stellen in wat voor mate verlangens invloed hebben op ons handelen. Associatiepatronen co-existeren met waardering, want afhankelijk van de waardering die wij hebben vastgesteld voor een bepaald object zullen wij een hogere dan wel lagere mate van verlanging naar dat object ervaren.
Zoals eerder gesteld is het concept van waardering afhankelijk van het perspectief van het individu en diens persoonlijke associatiepatronen. Natuurlijk zou je kunnen stellen dat er collectieve associatiepatronen bestaan, maar deze bestaan bij de gratie van collectieve ideeën, een idee dat in ieder individu op dezelfde manier manifesteert in diens psyche. Dat komt doordat ieder individu uiteindelijk in het leven dezelfde ervaringen meemaakt, hetzij in een unieke situatie, waaruit er kennis kan worden gededuceerd. Deze kennis draagt ook weer secundair bij als een factor dat van invloed is op het verlangen naar een object!
Laten we een stapje verder gaan naar de positieve kanten van ons menselijk handelen, namelijk de stelling dat ieder mens handelt om gelukkig te worden. Nu is geluk wederom een betrekkelijk begrip en zal dit niet verder van toepassing zijn voor het thema van deze blog.
De kern van geluk in het kader van de menselijke psyche, is dat deze het individu een goed gevoel geeft. Dit prettige gevoel wordt veroorzaakt onder invloed van verschillende factoren, ten eerste dat er geen sprake is van een overmatige hoeveelheid aan verlangens. Ten tweede dat de aanwezige hoeveelheid verlangens een geringe invloed heeft op het huidige gemoedstoestand van het individu, hierdoor zal het individu afhankelijk van de situatie handelen.
Indien de situatie het toelaat zal het individu wederom een invulling geven aan de verlangens teneinde een verhoogde gemoedstoestand te bereiken. Indien de situatie het niet toelaat zal het individu zich hierbij neerleggen zonder daarbij verdere gevolgen te ondervinden vanwege de geringe invloed op diens gemoedstoestand, totdat de verlangens door wat voor omstandigheden dan ook vergroten en er sprake is van het ervaren van een gemoedstoestand dat wordt geteistert door het gemis van een bepaald object --> pijn.
Nu komen we op een interessant punt! Kan pijn worden gerekend tot een gevoel of een emotie? Ervan uitgaande dat pijn een universeel fenomeen is dat in ieder organisme voorkomt én dat de wetenschap heeft kunnen vaststellen dat er daadwerkelijk unieke pijnimpulsen bestaan in het menselijk lichaam, durf ik te veronderstellen dat pijn mag en kan worden geclassificeerd als een emotie.
Een simpele deductie uit het bovenstaande leidt tot de volgend conclusie: "verlangens worden begeleid door de intensiteit van het ervaren van de emoties genot en pijn. Deze emoties komt voort uit het gemis van een bepaald object in de breedste betekenis van het woord."
De ironie van ons menselijk handelen is dat wij in staat zijn om te veronderstellen in wat voor mate onze verlangens ons handelen beïnvloedt. Indien wij ons bevinden in een situatie waarin het onwenselijk is om ons te laten begeleiden danwel beïnvloeden door onze verlangens, zullen wij als individu een afweging maken tussen deze elementen. De secundaire vraag die dan in mij opkomt is het volgende: "welke van deze elementen volgt het pad der geluk? Zullen wij het geluk verkrijgen door het volgen van onze (irrationele) verlangens of wordt ons ultieme geluk verkregen door een optimale balans tussen onze verlangens en ons rationeel gedachtengoed?".
En dat mijn lezer, is aan jou om te beantwoorden.
Ik wens iedereen een hele fijne week toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe
De filosoof John Locke had een interessante visie op het concept van het menselijk handelen. Hoewel zijn voornaamste werk gecentreerd is op het menselijk kenvermogen kan er wel degelijk verder worden gededuceerd naar de concepten van ons menselijk handelen.
Laten we zoals het een goed intermezzo betaamt eens beginnen met een vraagstelling. Deze luidt als volgt: "Wat bepaald ons menselijk handelen?".
Afgaande op de bovenstaande quote durf ik te stellen dat ons handelen voorkomt uit "the uneasiness of desire" en "enjoyment of pleasure". Of om een enerdzijds andersoortige vertaling te hanteren: 'het ongemak dat voorkomt uit onze verlangens' en 'het genot van plezier'. Echter is dit naar mijn idee een fractie van het volledig mechanisme dat ons menselijk handelen veroorzaakt. Deze bovenstaande zaken fungeren als de primaire oorzaak waaruit wij vervolgens een handeling zullen uitvoeren. Deze primaire oorzaak moet zich eerst uitten in onze bewustwording. Daarna is er sprake van onze wil, de wil om te handelen.
Laten wij eerst een stap terug nemen, naar het concept van verlangens. Wat zijn verlangens? Zijn verlangens geen verzamelnaam voor een scala aan objecten die wij niet bezitten en daardoor de noodzaak ondervinden om deze te willen bezitten? Verlangens zou je mijns inzien kunnen classificeren als een 'denkbeeldig gevoel', als ik er een term van Hume hierbij mag betrekken. Het is een gevoel dat niet echt bestaat, omdat er voorwaarden zijn om een object tot ons bezit te kunnen rekenen, maar ook grenzen, want een situatie kan worden geclassificeerd als een object, maar kan nooit worden gerekend tot een persoonlijk bezit, hoogstens tot een collectief bezit.
Nu we hebben vastgesteld wat verlangens zijn, rijst nu wederom de vraag wat de noodzaak is om deze te willen bezitten. Welke factoren spelen hierbij een rol? Als eerste zijn associatiepatronen essentieel om vast te stellen in wat voor mate verlangens invloed hebben op ons handelen. Associatiepatronen co-existeren met waardering, want afhankelijk van de waardering die wij hebben vastgesteld voor een bepaald object zullen wij een hogere dan wel lagere mate van verlanging naar dat object ervaren.
Zoals eerder gesteld is het concept van waardering afhankelijk van het perspectief van het individu en diens persoonlijke associatiepatronen. Natuurlijk zou je kunnen stellen dat er collectieve associatiepatronen bestaan, maar deze bestaan bij de gratie van collectieve ideeën, een idee dat in ieder individu op dezelfde manier manifesteert in diens psyche. Dat komt doordat ieder individu uiteindelijk in het leven dezelfde ervaringen meemaakt, hetzij in een unieke situatie, waaruit er kennis kan worden gededuceerd. Deze kennis draagt ook weer secundair bij als een factor dat van invloed is op het verlangen naar een object!
Laten we een stapje verder gaan naar de positieve kanten van ons menselijk handelen, namelijk de stelling dat ieder mens handelt om gelukkig te worden. Nu is geluk wederom een betrekkelijk begrip en zal dit niet verder van toepassing zijn voor het thema van deze blog.
De kern van geluk in het kader van de menselijke psyche, is dat deze het individu een goed gevoel geeft. Dit prettige gevoel wordt veroorzaakt onder invloed van verschillende factoren, ten eerste dat er geen sprake is van een overmatige hoeveelheid aan verlangens. Ten tweede dat de aanwezige hoeveelheid verlangens een geringe invloed heeft op het huidige gemoedstoestand van het individu, hierdoor zal het individu afhankelijk van de situatie handelen.
Indien de situatie het toelaat zal het individu wederom een invulling geven aan de verlangens teneinde een verhoogde gemoedstoestand te bereiken. Indien de situatie het niet toelaat zal het individu zich hierbij neerleggen zonder daarbij verdere gevolgen te ondervinden vanwege de geringe invloed op diens gemoedstoestand, totdat de verlangens door wat voor omstandigheden dan ook vergroten en er sprake is van het ervaren van een gemoedstoestand dat wordt geteistert door het gemis van een bepaald object --> pijn.
Nu komen we op een interessant punt! Kan pijn worden gerekend tot een gevoel of een emotie? Ervan uitgaande dat pijn een universeel fenomeen is dat in ieder organisme voorkomt én dat de wetenschap heeft kunnen vaststellen dat er daadwerkelijk unieke pijnimpulsen bestaan in het menselijk lichaam, durf ik te veronderstellen dat pijn mag en kan worden geclassificeerd als een emotie.
Een simpele deductie uit het bovenstaande leidt tot de volgend conclusie: "verlangens worden begeleid door de intensiteit van het ervaren van de emoties genot en pijn. Deze emoties komt voort uit het gemis van een bepaald object in de breedste betekenis van het woord."
De ironie van ons menselijk handelen is dat wij in staat zijn om te veronderstellen in wat voor mate onze verlangens ons handelen beïnvloedt. Indien wij ons bevinden in een situatie waarin het onwenselijk is om ons te laten begeleiden danwel beïnvloeden door onze verlangens, zullen wij als individu een afweging maken tussen deze elementen. De secundaire vraag die dan in mij opkomt is het volgende: "welke van deze elementen volgt het pad der geluk? Zullen wij het geluk verkrijgen door het volgen van onze (irrationele) verlangens of wordt ons ultieme geluk verkregen door een optimale balans tussen onze verlangens en ons rationeel gedachtengoed?".
En dat mijn lezer, is aan jou om te beantwoorden.
Ik wens iedereen een hele fijne week toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe
zaterdag 1 oktober 2011
Psychologisch Intermezzo - Biologie vs. Psychologie
Enkele dagen geleden had ik een hele interessante discussie met een geneticus op mijn werk, dat ging over het concept hoe fermonen bijdragen aan de genetische diversiteit van het biologisch organisme. Ik had namelijk enkele dagen daarvoor op school in het kader van immunologie een onderzoek bekritiseert hoe vrouwen hun partner uitkiezen op basis van genetische diversiteit. Ik betwijfel er niet aan dat er een biologische mechanisme aanwezig is die dit verklaart, maar dan nog durfde ik te stellen dat dit biologisch mechanisme wordt "overruled" door onze psyche, want ieder persoon zal pas een partner uitkiezen als er wordt voldaan aan een onbewuste/bewuste selectie.
Laten we eens eerst beginnen met de volgende vraagstelling: "waarop zal een persoon een potentiële partner uitkiezen?". Dat is niet zo simpel te beantwoorden, want ieder individu heeft een individuele selectieprocedure in diens psyche liggen. Ik twijfel er niet aan dat er collectieve gedachten bestaan op algemene concepten als schoonheid, intelligentie en overeenkomstige levenswijzen. Maar dit zijn algemene concepten waarvan de waardering individueel wordt bepaald. Deze dienen puur als een algemene consensus waarop ieder persoon individueel verder kan specificeren wat voor secundaire factoren belangrijk zijn bij het uitkiezen van een partner.
Schoonheid is een vrij algemene term, maar als ik praat met een vriend van mij dan heeft hij altijd kritiek op de vrouwen waaraan ik mij aangetrokken voelt. Blijkbaar bestaat er toch nog secundair een mechanisme in de menselijke psyche waarbij het individu schoonheid interpreteert. Dit is wellicht een interessant punt om even bij stil te staan, wat zou dit mechanisme kunnen zijn?.
Schoonheid an sich omvat naar mijn idee een onafhankelijk concept waarbij ieder individu zich ermee kan conformeren. Kies een willekeurige foto uit van een model, laat deze zien aan 100 mannen variërend in leeftijd en iedereen zal bevestigen dat deze persoon uitermate aantrekkelijk is. Dat betekent toch dat er een collectief idee bestaat over fysieke aantrekkingskracht. Wat ik altijd grappig vind is dat mensen vergeten dat deze modellen altijd mooier worden gemaakt dan dat ze daadwerkelijk zouden zijn. Een prachtig voorbeeld vind ik dat ik ooit op een blauwe maandag een aflevering had gezien van "Hollands Next Top Model" en dat zo'n meisje toen ziek was geworden (was ze schijnbaar al een hele tijd). Toen ik de normale foto's zag dacht ik ook bij mijzelf "WOW, daar wil ik wel graag een bischuitje mee eten!", maar toen ik haar zag zonder al die make-up en speciale kleding had het net zo goed "de girl next door" kunnen zijn. Hieruit durf ik te deduceren dat schoonheid algemeen is, maar tegelijk zeer betrekkelijk is en eigenlijk zou je het bijna subjectief kunnen noemen, want het perspectief bepaald dan wanneer iemand als een schoonheid zou kunnen worden bestempeld.
Dat betekent niet dat er geen mechanisme zou kunnen bestaan, maar naar mijn idee wordt dit pscychologisch mechanisme per definitie beperkt door de mate van waarnemingen en zijn deze waarnemingen niet per definitie allemaal subjectief?
Oké, dat doet het concept van schoonheid teniet. Dan nu verder naar de kern van mijn verhaal, namelijk is er een biologisch mechanisme aanwezig dat onze partnerkeuze bepaald, of nemen wij uiteindelijk als menselijk bewustzijn toch de laatste beslissing in onze partnerkeuze?
Ik begin met een quote uit het boek Liefde voor gevorderden, geschreven door Richard David Precht:"onze biografieën zijn niet meer vastgelegd zoals voor onze grootouders, we hebben nu keuzebiografieën, of beter gezegd: 'knutselbiografieën'....zelfs als de welvaart niet gelijkmatig is verdeeld en de kloof tussen arm en rijk groter wordt, en zelfs als er wat onze maatschappelijke onderlaag betreft sprake is van een catatstrofale situatie op het gebied van scholing en opleiding, dan nog is altijd de verwachting van geluk, ook in de liefde, bijna overal ruimschoots aanwezig".
Door het bovenstaande uit zijn verband te halen, zou ik specifiek hieruit kunnen deduceren dat deze filosoof heeft geconcludeerd dat wij tegenwoordig zelf de keuze hebben uit onze partnerkeuze.
Echter is er in dit kader geen rekening gehouden met zogenaamde fermonen, stoffen die ons lichaam uitscheid en die daadwerkelijk invloed zouden hebben op onze partnerkeuze. Nu moet ik inderdaad bekennen dat afgaande op mijn persoonlijke ervaring in de liefde dat ik mijn partners inderdaad altijd lekker vond ruiken. Wat ik me dan echter afvraag, zijn het zogenaamde fermonen die ik ruik, of ben ik per definitie bevooroordeeld door de liefde danwel verliefd die ik destijds voelde voor de persoon in kwestie, waardoor ik een bevooroordeelde invulling ga maken van een concept dat eigenlijk onbevooroordeeld moet worden ingevuld?
Het doel van de bovenstaande vraagstelling bevat hetzelfde doel als omschreven in de eerste alinea, namelijk in wat voor mate heeft het biologisch mechanisme dat verantwoordelijk is voor de onbewuste cq. biologische communicatie tussen individuen invloed op het pscychologisch mechanisme cq. 'psychologische communicatie' tussen individuen?
Zou het mogelijk kunnen zijn om te stellen dat feromonen in lagere concentraties niet waarneembaar zijn door onze zintuigen, maar dat het wel wordt opgevangen door de ontvanger. Indien er in de ontvanger een fysiologisch/biologisch mechanisme wordt geactiveerd als gevolg van het vaststellen van een optimale genetische variatie, dat de ontvanger dit dan gewaar wordt als het ervaren van een prettig gevoel? Dat betekent nog niet dat ik spreek over verliefdheid!
Verliefdheid omvat een pure irrationele toestand. Niet voor niks spreekt het aloude gezegde:"liefde maakt blind", want ís gewoon zo! Wat nu het geval is, is dat de concepten van liefde en verliefdheid door elkaar worden gebruikt. Liefde is de langdurige verbintenis tussen mensen, het kan bijna worden beschouwt als een universeel begrip omdat iedereen die een langdurige relatie onderhoudt op basis van onderliggende gevoelens, liefde de naam is die wij geven aan de eenheid dat wordt gevormd door deze onderliggende gevoelens.
Verliefdheid is de toestand dat wordt veroorzaakt door het fysiologisch mechanisme waarbij wij ons gedurende langere tijd heel erg prettig voelen als gevolg van intensief contact met iemand waaraan wij ons fysiek aangetrokken voelen. Het liefst zouden wij 24/7 bij die persoon in de buurt willen zijn. Dat is dan ook de reden dat het begin van een relatie altijd geweldig is en pas achteraf problemen ontstaan.
Dat neemt niet weg dat beide begrippen kunnen co-existeren. Liefde wordt langdurig opgebouwd, terwijl verliefdheid een explosie van zogenaamde endorfinen inhoudt.
Laat ik eens een poging doen om al het bovenstaande te implementeren in allesomvattend model, dat wel secundair gefundeerd is op twee aannames.
Ten eerste dat feromonen in lage concentraties onwaarneembare (voor de zintuigen) substanties zijn en dat het concept dat iemand lekker ruikt wordt veroorzaakt door de subjectieve gevoelens die het individu op dat moment ervaart, wat mogelijkerwijs kan worden omschreven als verliefdheid.
Het tweede is gefundeerd op de stelling dat de fysieke aantrekkingskracht tussen twee personen wordt bepaald door de mate van biologische verbintenis tussen de fermonen van degene die ze uitscheidt en degene die ze opvangt.
Feromonen zijn naar mijn idee een fenomeen, een biologisch mechanisme waarbij stoffen worden uitgescheiden met als doel het vinden van een partner dat over een optimale variatie beschikt. Dat betekent echter wel dat er ook sprake moet zijn van een feedbackmechanisme, want hoe kan degene die ze uitscheidt "weten" (wederom op het onbewuste/biologische niveau) dat er een persoon is gevonden die over voldoende genetische diversiteit beschikt?
Mijns inzien betekent dit dat indien de ontvanger een prettig gevoel ervaart, als gevolg van de optimale feromoneninteractie in het biologisch mechanisme, dat de ontvanger dan op zoek zal gaan naar degene die ze uitscheidt.
Indien de ontvanger de persoon in kwestie heeft begonnen zal er sprake zijn van een psychologische interactie, namelijk communicatie tussen twee mensen. De vraag blijft dan alsnog, zal er sprake zijn van een feedback-mechanisme? Ik denk van wel, want ieder persoon die dit leest heeft vast wel een blauwtje gelopen, zowel de mannelijke als vrouwelijke lezers.
Indien de vrouw wel interesse heeft in de man, maar de man niet in de vrouw, dan zou dit kunnen worden veroorzaakt door een ineffectieve fermoneninteractie, waardoor de man zich niet aangetrokken zal voelen tot de vrouw. Dit kan eveneens een verklaring zijn waarom er tussen mannen altijd een andere "smaak kwa vrouwen" bestaat.
Heeft de feromoneninteractie geleidt tot communicatie op het bewustzijnsniveau, dan komen de secundaire factoren in actie. Deze zullen de doorslaggevende factor bepalen of de vrouw in kwestie een potentiële partner is of niet, geheel conform het individuele selectieprodecure die beide personen hanteren. Is zowel de selectieprocedure positief als de feromoneninteractie, dan zal er uiteindelijk verliefdheid ontstaan. Nu zou je natuurlijk ook kunnen stellen dat verliefdheid een mechanisme is dat primair wordt veroorzaakt door de feromoneninteractie en bij bevestiging van de selectieprocedure de verliefdheid versterkt danwel verminderd wordt, maar dat is op dit niveau lastig vast te stellen. Het is echter wel aannemelijk, getuige het bestaan van one-night-stands, dat vaak secundair wordt beïnvloed door de grote hoeveelheden alcohol die mensen nuttigen, waardoor het biologische mechanisme voornamelijk het gedrag bepaald dan de menselijke psyche die als het ware uitgeschakeld wordt door de hoeveelheden alcohol.
Uiteindelijk zou je dus kunnen stellen dat het een uniek samenspel is tussen de feromoneninteractie, dat bepalend is voor de genetische diversiteit en de secundaire selectieprocedure is die onze partnerkeuze bepaald.
Mijn vrienden, het wordt tijd om te genieten van het weekend!
Ik wens jullie allen een zeer fijn weekend toe, een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!
Laten we eens eerst beginnen met de volgende vraagstelling: "waarop zal een persoon een potentiële partner uitkiezen?". Dat is niet zo simpel te beantwoorden, want ieder individu heeft een individuele selectieprocedure in diens psyche liggen. Ik twijfel er niet aan dat er collectieve gedachten bestaan op algemene concepten als schoonheid, intelligentie en overeenkomstige levenswijzen. Maar dit zijn algemene concepten waarvan de waardering individueel wordt bepaald. Deze dienen puur als een algemene consensus waarop ieder persoon individueel verder kan specificeren wat voor secundaire factoren belangrijk zijn bij het uitkiezen van een partner.
Schoonheid is een vrij algemene term, maar als ik praat met een vriend van mij dan heeft hij altijd kritiek op de vrouwen waaraan ik mij aangetrokken voelt. Blijkbaar bestaat er toch nog secundair een mechanisme in de menselijke psyche waarbij het individu schoonheid interpreteert. Dit is wellicht een interessant punt om even bij stil te staan, wat zou dit mechanisme kunnen zijn?.
Schoonheid an sich omvat naar mijn idee een onafhankelijk concept waarbij ieder individu zich ermee kan conformeren. Kies een willekeurige foto uit van een model, laat deze zien aan 100 mannen variërend in leeftijd en iedereen zal bevestigen dat deze persoon uitermate aantrekkelijk is. Dat betekent toch dat er een collectief idee bestaat over fysieke aantrekkingskracht. Wat ik altijd grappig vind is dat mensen vergeten dat deze modellen altijd mooier worden gemaakt dan dat ze daadwerkelijk zouden zijn. Een prachtig voorbeeld vind ik dat ik ooit op een blauwe maandag een aflevering had gezien van "Hollands Next Top Model" en dat zo'n meisje toen ziek was geworden (was ze schijnbaar al een hele tijd). Toen ik de normale foto's zag dacht ik ook bij mijzelf "WOW, daar wil ik wel graag een bischuitje mee eten!", maar toen ik haar zag zonder al die make-up en speciale kleding had het net zo goed "de girl next door" kunnen zijn. Hieruit durf ik te deduceren dat schoonheid algemeen is, maar tegelijk zeer betrekkelijk is en eigenlijk zou je het bijna subjectief kunnen noemen, want het perspectief bepaald dan wanneer iemand als een schoonheid zou kunnen worden bestempeld.
Dat betekent niet dat er geen mechanisme zou kunnen bestaan, maar naar mijn idee wordt dit pscychologisch mechanisme per definitie beperkt door de mate van waarnemingen en zijn deze waarnemingen niet per definitie allemaal subjectief?
Oké, dat doet het concept van schoonheid teniet. Dan nu verder naar de kern van mijn verhaal, namelijk is er een biologisch mechanisme aanwezig dat onze partnerkeuze bepaald, of nemen wij uiteindelijk als menselijk bewustzijn toch de laatste beslissing in onze partnerkeuze?
Ik begin met een quote uit het boek Liefde voor gevorderden, geschreven door Richard David Precht:"onze biografieën zijn niet meer vastgelegd zoals voor onze grootouders, we hebben nu keuzebiografieën, of beter gezegd: 'knutselbiografieën'....zelfs als de welvaart niet gelijkmatig is verdeeld en de kloof tussen arm en rijk groter wordt, en zelfs als er wat onze maatschappelijke onderlaag betreft sprake is van een catatstrofale situatie op het gebied van scholing en opleiding, dan nog is altijd de verwachting van geluk, ook in de liefde, bijna overal ruimschoots aanwezig".
Door het bovenstaande uit zijn verband te halen, zou ik specifiek hieruit kunnen deduceren dat deze filosoof heeft geconcludeerd dat wij tegenwoordig zelf de keuze hebben uit onze partnerkeuze.
Echter is er in dit kader geen rekening gehouden met zogenaamde fermonen, stoffen die ons lichaam uitscheid en die daadwerkelijk invloed zouden hebben op onze partnerkeuze. Nu moet ik inderdaad bekennen dat afgaande op mijn persoonlijke ervaring in de liefde dat ik mijn partners inderdaad altijd lekker vond ruiken. Wat ik me dan echter afvraag, zijn het zogenaamde fermonen die ik ruik, of ben ik per definitie bevooroordeeld door de liefde danwel verliefd die ik destijds voelde voor de persoon in kwestie, waardoor ik een bevooroordeelde invulling ga maken van een concept dat eigenlijk onbevooroordeeld moet worden ingevuld?
Het doel van de bovenstaande vraagstelling bevat hetzelfde doel als omschreven in de eerste alinea, namelijk in wat voor mate heeft het biologisch mechanisme dat verantwoordelijk is voor de onbewuste cq. biologische communicatie tussen individuen invloed op het pscychologisch mechanisme cq. 'psychologische communicatie' tussen individuen?
Zou het mogelijk kunnen zijn om te stellen dat feromonen in lagere concentraties niet waarneembaar zijn door onze zintuigen, maar dat het wel wordt opgevangen door de ontvanger. Indien er in de ontvanger een fysiologisch/biologisch mechanisme wordt geactiveerd als gevolg van het vaststellen van een optimale genetische variatie, dat de ontvanger dit dan gewaar wordt als het ervaren van een prettig gevoel? Dat betekent nog niet dat ik spreek over verliefdheid!
Verliefdheid omvat een pure irrationele toestand. Niet voor niks spreekt het aloude gezegde:"liefde maakt blind", want ís gewoon zo! Wat nu het geval is, is dat de concepten van liefde en verliefdheid door elkaar worden gebruikt. Liefde is de langdurige verbintenis tussen mensen, het kan bijna worden beschouwt als een universeel begrip omdat iedereen die een langdurige relatie onderhoudt op basis van onderliggende gevoelens, liefde de naam is die wij geven aan de eenheid dat wordt gevormd door deze onderliggende gevoelens.
Verliefdheid is de toestand dat wordt veroorzaakt door het fysiologisch mechanisme waarbij wij ons gedurende langere tijd heel erg prettig voelen als gevolg van intensief contact met iemand waaraan wij ons fysiek aangetrokken voelen. Het liefst zouden wij 24/7 bij die persoon in de buurt willen zijn. Dat is dan ook de reden dat het begin van een relatie altijd geweldig is en pas achteraf problemen ontstaan.
Dat neemt niet weg dat beide begrippen kunnen co-existeren. Liefde wordt langdurig opgebouwd, terwijl verliefdheid een explosie van zogenaamde endorfinen inhoudt.
Laat ik eens een poging doen om al het bovenstaande te implementeren in allesomvattend model, dat wel secundair gefundeerd is op twee aannames.
Ten eerste dat feromonen in lage concentraties onwaarneembare (voor de zintuigen) substanties zijn en dat het concept dat iemand lekker ruikt wordt veroorzaakt door de subjectieve gevoelens die het individu op dat moment ervaart, wat mogelijkerwijs kan worden omschreven als verliefdheid.
Het tweede is gefundeerd op de stelling dat de fysieke aantrekkingskracht tussen twee personen wordt bepaald door de mate van biologische verbintenis tussen de fermonen van degene die ze uitscheidt en degene die ze opvangt.
Feromonen zijn naar mijn idee een fenomeen, een biologisch mechanisme waarbij stoffen worden uitgescheiden met als doel het vinden van een partner dat over een optimale variatie beschikt. Dat betekent echter wel dat er ook sprake moet zijn van een feedbackmechanisme, want hoe kan degene die ze uitscheidt "weten" (wederom op het onbewuste/biologische niveau) dat er een persoon is gevonden die over voldoende genetische diversiteit beschikt?
Mijns inzien betekent dit dat indien de ontvanger een prettig gevoel ervaart, als gevolg van de optimale feromoneninteractie in het biologisch mechanisme, dat de ontvanger dan op zoek zal gaan naar degene die ze uitscheidt.
Indien de ontvanger de persoon in kwestie heeft begonnen zal er sprake zijn van een psychologische interactie, namelijk communicatie tussen twee mensen. De vraag blijft dan alsnog, zal er sprake zijn van een feedback-mechanisme? Ik denk van wel, want ieder persoon die dit leest heeft vast wel een blauwtje gelopen, zowel de mannelijke als vrouwelijke lezers.
Indien de vrouw wel interesse heeft in de man, maar de man niet in de vrouw, dan zou dit kunnen worden veroorzaakt door een ineffectieve fermoneninteractie, waardoor de man zich niet aangetrokken zal voelen tot de vrouw. Dit kan eveneens een verklaring zijn waarom er tussen mannen altijd een andere "smaak kwa vrouwen" bestaat.
Heeft de feromoneninteractie geleidt tot communicatie op het bewustzijnsniveau, dan komen de secundaire factoren in actie. Deze zullen de doorslaggevende factor bepalen of de vrouw in kwestie een potentiële partner is of niet, geheel conform het individuele selectieprodecure die beide personen hanteren. Is zowel de selectieprocedure positief als de feromoneninteractie, dan zal er uiteindelijk verliefdheid ontstaan. Nu zou je natuurlijk ook kunnen stellen dat verliefdheid een mechanisme is dat primair wordt veroorzaakt door de feromoneninteractie en bij bevestiging van de selectieprocedure de verliefdheid versterkt danwel verminderd wordt, maar dat is op dit niveau lastig vast te stellen. Het is echter wel aannemelijk, getuige het bestaan van one-night-stands, dat vaak secundair wordt beïnvloed door de grote hoeveelheden alcohol die mensen nuttigen, waardoor het biologische mechanisme voornamelijk het gedrag bepaald dan de menselijke psyche die als het ware uitgeschakeld wordt door de hoeveelheden alcohol.
Uiteindelijk zou je dus kunnen stellen dat het een uniek samenspel is tussen de feromoneninteractie, dat bepalend is voor de genetische diversiteit en de secundaire selectieprocedure is die onze partnerkeuze bepaald.
Mijn vrienden, het wordt tijd om te genieten van het weekend!
Ik wens jullie allen een zeer fijn weekend toe, een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!
dinsdag 20 september 2011
De parasiet dat de mens is
Mensen, het is het toppunt van evolutie, voortgebracht door de natuur. Wij zijn gezegend met de mogelijkheid van zelfreflectie, wij kunnen veronderstellen wat de gevolgen zijn van ons handelen. Als mensheid hebben wij een hoop voortgebracht, waarvan de ontwikkeling van technologie zou kunnen worden veronderstelt als de grootste uitvinding van de mensheid. Hoe ironisch is het wel niet dat diezelfde technologie de mensheid laat leven op een niveau dat onslosmakelijk de vernietiging van onze planeet inhoudt?
Als individu genieten wij van de geneugten die het leven ons biedt. Ik vraag mij af, genieten wij daadwerkelijk van het leven of ervaren wij een mentaal construct dat gelijkwaardig is aan het ervaren van emoties en waarvan het een gewaarwording veroorzaakt in ons psyche als een "prettig gevoel"?
John Locke had in zijn werk getiteld "An Essay Concerning Human Understanding" een uiteenzetting gemaakt van het menselijk vermogen om zaken te kunnen begrijpen. Hij veronderstelde dat ons handelen primair wordt bepaald door het nastreven om een prettig gevoel te kunnen ervaren, waarvan het ultimatum vanzelfsprekend het concept van geluk is.
Ook David Hume heeft in zijn werk "Traktaat over de menselijke natuur" een moraaltheorie opgesteld dat als uitgangspunt heeft dat het moraal van een persoon wordt bepaald door diens gevoel. Het is interessant om vast te stellen dat beide filosofen, die overigens niet in hetzelfde tijdperk leefde maar na elkaar, dezelfde ideeën hadden dat ons handelen voornamelijk wordt bepaald door ons gevoel. Het verschil zit hem in het feit dat David Hume dit heeft gebundeld in een moraaltheorie en dat John Locke meer gericht was op de politieke aspecten.
Wij leven in een tijdperk waarin ons geluk door een diversiteit aan allerlei factoren wordt bepaald. Geld is ironisch genoeg de representatie van deze diversiteit aan factoren, het bepaald de mogelijkheden waarmee een individu in staat wordt gesteld om keuzes te maken.
Als ik diverse media mag geloven, worden antidepressiva in ons land op vrij grote schaal gebruikt. Hoe krom is het wel niet dat in een welgesteld land als die van ons mensen niet in staat zijn om het gewenste niveau van geluk te bereiken, terwijl wij als land wel in staat zijn om grote hoeveelheden geld te produceren volgens diverse methoden die door onze economie worden aangedragen!?
Het materialisme in onze hedendaagse maatschappij voert tegenwoordig hoogtij en waarom? Omdat wij bij de aanschaf van een object een tijdelijk moment van geluk ervaren, het geeft ons een prettig gevoel en daar doen wij het uiteindelijk voor. Maar na het tijdelijke gevoel van geluk verdwijnt het net zo snel als dat het ontstond. De waardering voor een object is per definitie subjectief en afhankelijk van de mogelijkheden die een object ons biedt. De aanschaf van een computer is een grote investering, maar het is het waard vanwege de mogelijkheden die een computer ons als individu biedt.
Ik vraag mij alleen wel af, waar gaat dit ons als mensheid heen leiden? Zijn wij per definitie gedoemd om ons hele leven lang te moeten kopen aldoende een tijdelijk gevoel van geluk te kunnen ervaren? Waarom zijn wij mensen niet in staat om op een andere manier dat prettige gevoel te kunnen ervaren?
Afgaande op het niveau van gebruik van anti-depressiva ben ik blijkbaar niet de énige nederlander die worstelt met deze vragen. Des te meer gelukkiger maakt mij de gedachte dat ik langzaam maar zeker mijzelf aan het losrukken ben van dit sentiment. Dat ik mij niet meer laat leiden door de algemene consensus. Een nieuwe mobiel is ontzettend leuk, maar voor mij om het een langdurig gevoel van geluk te kunnen laten ervaren moet het mij een langdurige hoeveelheid aan functionaliteit kunnen bieden, wil ik een gevoel van voldoening kunnen ervaren bij het hanteren van het object (in dit geval mobiele telefoon).
Ik proclameer niet dat ik de wijsheid in weze bezit, maar als meer mensen deze vragen bij zichzelf zouden stellen, zou het dan mogelijk zijn om ooit samen met onze planeet te kunnen leven? De manier hoe wij momenteel als mensheid de aarde bevolken is niks meer dan dezelfde manier hoe een parasiet een gastheer binnendringt om hem langzaam maar zeker van binnenuit leeg te zuigen.
Wij maken gebruik van alle materialen waarop wij onze handen kunnen krijgen om het vervolgens om te vormen tot een ander object. Dit object verkrijgt een waardering en vormt een onderdeel van het transcendentale wezen dat de economie is. Een wezen dat alleen bestaat om te groeien en alleen kan bestaan d.m.v. groei.
Hoe willen wij onze planeet behouden als wij deze blijven verkrachten door puur individueel ons geluk te laten afhangen van materialistische objecten zonder daadwerkelijk waardering te geven aan immateriële zaken, dat ons mogelijkerwijs een groter gevoel van geluk kan geven?
Deze vraag, mijn beste lezers, mogen jullie beantwoorden.
Zoals Socrates het ooit verwoordde:"To live a good life, means to live virtues"
Mijn vrienden, ik wens ieder een hele fijne dag toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe
Als individu genieten wij van de geneugten die het leven ons biedt. Ik vraag mij af, genieten wij daadwerkelijk van het leven of ervaren wij een mentaal construct dat gelijkwaardig is aan het ervaren van emoties en waarvan het een gewaarwording veroorzaakt in ons psyche als een "prettig gevoel"?
John Locke had in zijn werk getiteld "An Essay Concerning Human Understanding" een uiteenzetting gemaakt van het menselijk vermogen om zaken te kunnen begrijpen. Hij veronderstelde dat ons handelen primair wordt bepaald door het nastreven om een prettig gevoel te kunnen ervaren, waarvan het ultimatum vanzelfsprekend het concept van geluk is.
Ook David Hume heeft in zijn werk "Traktaat over de menselijke natuur" een moraaltheorie opgesteld dat als uitgangspunt heeft dat het moraal van een persoon wordt bepaald door diens gevoel. Het is interessant om vast te stellen dat beide filosofen, die overigens niet in hetzelfde tijdperk leefde maar na elkaar, dezelfde ideeën hadden dat ons handelen voornamelijk wordt bepaald door ons gevoel. Het verschil zit hem in het feit dat David Hume dit heeft gebundeld in een moraaltheorie en dat John Locke meer gericht was op de politieke aspecten.
Wij leven in een tijdperk waarin ons geluk door een diversiteit aan allerlei factoren wordt bepaald. Geld is ironisch genoeg de representatie van deze diversiteit aan factoren, het bepaald de mogelijkheden waarmee een individu in staat wordt gesteld om keuzes te maken.
Als ik diverse media mag geloven, worden antidepressiva in ons land op vrij grote schaal gebruikt. Hoe krom is het wel niet dat in een welgesteld land als die van ons mensen niet in staat zijn om het gewenste niveau van geluk te bereiken, terwijl wij als land wel in staat zijn om grote hoeveelheden geld te produceren volgens diverse methoden die door onze economie worden aangedragen!?
Het materialisme in onze hedendaagse maatschappij voert tegenwoordig hoogtij en waarom? Omdat wij bij de aanschaf van een object een tijdelijk moment van geluk ervaren, het geeft ons een prettig gevoel en daar doen wij het uiteindelijk voor. Maar na het tijdelijke gevoel van geluk verdwijnt het net zo snel als dat het ontstond. De waardering voor een object is per definitie subjectief en afhankelijk van de mogelijkheden die een object ons biedt. De aanschaf van een computer is een grote investering, maar het is het waard vanwege de mogelijkheden die een computer ons als individu biedt.
Ik vraag mij alleen wel af, waar gaat dit ons als mensheid heen leiden? Zijn wij per definitie gedoemd om ons hele leven lang te moeten kopen aldoende een tijdelijk gevoel van geluk te kunnen ervaren? Waarom zijn wij mensen niet in staat om op een andere manier dat prettige gevoel te kunnen ervaren?
Afgaande op het niveau van gebruik van anti-depressiva ben ik blijkbaar niet de énige nederlander die worstelt met deze vragen. Des te meer gelukkiger maakt mij de gedachte dat ik langzaam maar zeker mijzelf aan het losrukken ben van dit sentiment. Dat ik mij niet meer laat leiden door de algemene consensus. Een nieuwe mobiel is ontzettend leuk, maar voor mij om het een langdurig gevoel van geluk te kunnen laten ervaren moet het mij een langdurige hoeveelheid aan functionaliteit kunnen bieden, wil ik een gevoel van voldoening kunnen ervaren bij het hanteren van het object (in dit geval mobiele telefoon).
Ik proclameer niet dat ik de wijsheid in weze bezit, maar als meer mensen deze vragen bij zichzelf zouden stellen, zou het dan mogelijk zijn om ooit samen met onze planeet te kunnen leven? De manier hoe wij momenteel als mensheid de aarde bevolken is niks meer dan dezelfde manier hoe een parasiet een gastheer binnendringt om hem langzaam maar zeker van binnenuit leeg te zuigen.
Wij maken gebruik van alle materialen waarop wij onze handen kunnen krijgen om het vervolgens om te vormen tot een ander object. Dit object verkrijgt een waardering en vormt een onderdeel van het transcendentale wezen dat de economie is. Een wezen dat alleen bestaat om te groeien en alleen kan bestaan d.m.v. groei.
Hoe willen wij onze planeet behouden als wij deze blijven verkrachten door puur individueel ons geluk te laten afhangen van materialistische objecten zonder daadwerkelijk waardering te geven aan immateriële zaken, dat ons mogelijkerwijs een groter gevoel van geluk kan geven?
Deze vraag, mijn beste lezers, mogen jullie beantwoorden.
Zoals Socrates het ooit verwoordde:"To live a good life, means to live virtues"
Mijn vrienden, ik wens ieder een hele fijne dag toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe
zondag 4 september 2011
Fate
Fate
Dost thou really exist?
Art thou a cruel being?
Or art thou a phenomena?
A phenomena of life?
In man's life happenings take place
Some are good, some are bad
Either way, it signs a person for life
How come, these happenings take place
Even though we do not want them
to take place?
Fate
Dost thou really exist?
Are thou a phenomena man has named
After a happening takes place without
Our consent and our will?
How i hate thee!
How i loathe thee!
How i curse thee!
And yet, i thank thee
For showing me life
And the very essence of life
Dost thou really exist?
Art thou a cruel being?
Or art thou a phenomena?
A phenomena of life?
In man's life happenings take place
Some are good, some are bad
Either way, it signs a person for life
How come, these happenings take place
Even though we do not want them
to take place?
Fate
Dost thou really exist?
Are thou a phenomena man has named
After a happening takes place without
Our consent and our will?
How i hate thee!
How i loathe thee!
How i curse thee!
And yet, i thank thee
For showing me life
And the very essence of life
dinsdag 30 augustus 2011
Filosofisch intermezzo - Trivialiteit van de dingen des levens
Trivialiteit - een moeilijk woord dat vrij lastig te definiëren valt. Je zou je dan kunnen afvragen of het überhaupt zinvol is om er een hele blog aan te wijden? Ik ben van mening dat dit wel degelijk zinvol is, ik wil namelijk met dit concept aantonen hoe simpel wij tegen dingen aankijken en hoe wij pretenderen alleswetend te zijn, terwijl wij alles behalve alleswetend zijn
Het concept van trivialiteit is onlosmakelijk verbonden met het concept van waardering. Waardering kan worden omschreven als het toekennen van individuele waarde aan een object. Echter is deze omschrijving ontoereikend voor het concept van waardering an sich, want op het moment dat een individu waarde toekent aan een object, zal er een associatie worden gemaakt tussen het verkrijgen van een prettig gevoel cq. 'geluksgevoel' wanneer het individu nabij het object bevind en dit ook daadwerkelijk waarneemt.
Hier komen we al op een interessant punt, want wanneer is er sprake van een waarneming? En is een object per definitie een materialistisch object, of mag er ook sprake zijn van een metafysische manifestatie van een situatie, die bij het ervaren ervan kan worden beschouwd als object?
Staat het ervaren van een situatie niet in het verlengde van een waarneming? Pas door de bewustwording d.m.v. onze waarneming kunnen wij stellen dat wij gewaar worden van een situatie. Afhankelijk van de situatie en de gevoelens die deze situatie oproept zullen wij een prettig gevoel of een onprettig gevoel ervaren. Het is deze ervaring, de gewaarwording welke gevoelens een situatie oproept waaraan wij een bepaalde waardering koppelen.
Laten we eens teruggaan naar een materialistisch object. Op het moment dat een verkregen object ons een prettig gevoel geeft, dan zullen wij een positieve waardering geven aan dat object. De waardering echter wordt weer bepaald door secundaire factoren, welke in het geval van een object verbonden zal zijn aan de gewaarwording van de mogelijkheden die een object biedt. Dit is volledig subjectief, want afhankelijk van het waarnemingsvermogen en het inzicht dat een persoon heeft in een object zal het in staat zijn om een adequate inschatting te maken van de mogelijkheden die een object biedt.
Als ik een horloge geef aan een "bosjesman", dan zal deze beste kerel waardering tonen voor mijn gift, echter zal deze niet dezelfde waardering kunnen hebben voor mijn horloge als ik die heb. Echter staat dit weer in de context van de bruikbaarheid van een object. In onze westerse wereld leven wij als het ware met de tijd. Wij moeten ons leven zo secuur mogelijk indelen, als het mogelijk is zouden zij zelfs van tevoren onze dood plannen! Hell, dat doen wij zelfs al door een verzekering af te sluiten waarmee wij geld sparen voor onze uitvaart, hoe paradoxaal wil je het hebben, wij sparen geld (dat per definitie alleen bruikbaar is in het leven) om fatsoenlijk dood te kunnen gaan!?
Mijn gift van een horloge aan een "bosjesman" staat echter in contrast met de bruikbaarheid van de wereld waarin de beste man leeft. Hij leeft niet met de tijd, hij leeft het leven zoals het daadwerkelijk is! Daarom zal hij ook niet dezelfde waardering kunnen hebben voor mijn gift als dat het voor mij betekent.
Nu zal de lezer zich vast afvragen "hoe staat al het bovenstaande nou in verhouding tot het concept van trivialiteit?". Heel simpel, door de bovenstaande deductie van het concept van waardering heb ik kunnen vaststellen dat wij nooit volledig zullen kunnen begrijpen wat een "ding an sich" is, want het is afhankelijk van de waarnemer en diens inzicht in het object wat de mogelijkheden zijn die dit ding biedt aan de waarnemer.
In het verlengde hiervan zullen wij nooit kunnen leren van ervaringen indien wij niet adequaat waarnemen en vaststellen wat voor waarnemingen wij hebben verricht en wat voor kennis er kan worden gededuceerd uit deze waarneming, indien dit mogelijk zou zijn.
Wij kunnen een waarneming uitvoeren en toch geen kennis hieruit deduceren. Of wij verkrijgen kennis door het leggen van een verkeerd (causaal) verband, wat per definitie de actuele waardering van de 'kennis an sich' teniet doet, want de verkregen kennis is gebaseerd op onjuiste feiten. Hoe kunnen wij weten of de verkregen kennis échte kennis is, of kennis verkregen uit een deductie en dus per definitie verbonden is aan een specifieke context? Kan je dan überhaupt wel spreken over kennis als deze alleen bruikbaar is in een bepaalde context?
Dan nu zijn wij aangekomen op de actuele inhoud van het concept van "trivialiteit". Iemand die écht leeft, zal weinig waarde hechten aan het leggen van complexe verbanden. Deze persoon zal waarde hechten aan andere dingen van het leven. Voor deze persoon zijn alle complexe verbanden niet van persoonlijke waarde, zij zijn geclassificeerd als 'triviaal'. Het is ironisch, want zijn eigenlijk niet alle zaken in het leven per definitie triviaal? Is het niet pas op het moment dat wij als individu waarde gaan hechten aan een object in de ruimste betekenis van het woord, dat deze de trivialiteit van het object teniet doet? Zo ja, dan zou het concept van trivialiteit kunnen worden gedefinieerd als de natuurlijke toestand van een object danwel situatie dat existeert los van de menselijke waardering voor het object danwel situatie.
Zoals Friedrich Nietzsche het verwoordde in zijn werk "voorbij goed en kwaad - "24. O sancta simplicitas! In welk een zonderlinge vereenvoudiging en vervalsing leeft de mens! Men kan zich niet genoeg verwonderen als men eenmaal zijn ogen voor dit wonder heeft geopend!"
Mijn vrienden, ik dank jullie voor het lezen van deze diepgaande blog!
Ik wens jullie allemaal een zeer fijne avond toe.
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!
Het concept van trivialiteit is onlosmakelijk verbonden met het concept van waardering. Waardering kan worden omschreven als het toekennen van individuele waarde aan een object. Echter is deze omschrijving ontoereikend voor het concept van waardering an sich, want op het moment dat een individu waarde toekent aan een object, zal er een associatie worden gemaakt tussen het verkrijgen van een prettig gevoel cq. 'geluksgevoel' wanneer het individu nabij het object bevind en dit ook daadwerkelijk waarneemt.
Hier komen we al op een interessant punt, want wanneer is er sprake van een waarneming? En is een object per definitie een materialistisch object, of mag er ook sprake zijn van een metafysische manifestatie van een situatie, die bij het ervaren ervan kan worden beschouwd als object?
Staat het ervaren van een situatie niet in het verlengde van een waarneming? Pas door de bewustwording d.m.v. onze waarneming kunnen wij stellen dat wij gewaar worden van een situatie. Afhankelijk van de situatie en de gevoelens die deze situatie oproept zullen wij een prettig gevoel of een onprettig gevoel ervaren. Het is deze ervaring, de gewaarwording welke gevoelens een situatie oproept waaraan wij een bepaalde waardering koppelen.
Laten we eens teruggaan naar een materialistisch object. Op het moment dat een verkregen object ons een prettig gevoel geeft, dan zullen wij een positieve waardering geven aan dat object. De waardering echter wordt weer bepaald door secundaire factoren, welke in het geval van een object verbonden zal zijn aan de gewaarwording van de mogelijkheden die een object biedt. Dit is volledig subjectief, want afhankelijk van het waarnemingsvermogen en het inzicht dat een persoon heeft in een object zal het in staat zijn om een adequate inschatting te maken van de mogelijkheden die een object biedt.
Als ik een horloge geef aan een "bosjesman", dan zal deze beste kerel waardering tonen voor mijn gift, echter zal deze niet dezelfde waardering kunnen hebben voor mijn horloge als ik die heb. Echter staat dit weer in de context van de bruikbaarheid van een object. In onze westerse wereld leven wij als het ware met de tijd. Wij moeten ons leven zo secuur mogelijk indelen, als het mogelijk is zouden zij zelfs van tevoren onze dood plannen! Hell, dat doen wij zelfs al door een verzekering af te sluiten waarmee wij geld sparen voor onze uitvaart, hoe paradoxaal wil je het hebben, wij sparen geld (dat per definitie alleen bruikbaar is in het leven) om fatsoenlijk dood te kunnen gaan!?
Mijn gift van een horloge aan een "bosjesman" staat echter in contrast met de bruikbaarheid van de wereld waarin de beste man leeft. Hij leeft niet met de tijd, hij leeft het leven zoals het daadwerkelijk is! Daarom zal hij ook niet dezelfde waardering kunnen hebben voor mijn gift als dat het voor mij betekent.
Nu zal de lezer zich vast afvragen "hoe staat al het bovenstaande nou in verhouding tot het concept van trivialiteit?". Heel simpel, door de bovenstaande deductie van het concept van waardering heb ik kunnen vaststellen dat wij nooit volledig zullen kunnen begrijpen wat een "ding an sich" is, want het is afhankelijk van de waarnemer en diens inzicht in het object wat de mogelijkheden zijn die dit ding biedt aan de waarnemer.
In het verlengde hiervan zullen wij nooit kunnen leren van ervaringen indien wij niet adequaat waarnemen en vaststellen wat voor waarnemingen wij hebben verricht en wat voor kennis er kan worden gededuceerd uit deze waarneming, indien dit mogelijk zou zijn.
Wij kunnen een waarneming uitvoeren en toch geen kennis hieruit deduceren. Of wij verkrijgen kennis door het leggen van een verkeerd (causaal) verband, wat per definitie de actuele waardering van de 'kennis an sich' teniet doet, want de verkregen kennis is gebaseerd op onjuiste feiten. Hoe kunnen wij weten of de verkregen kennis échte kennis is, of kennis verkregen uit een deductie en dus per definitie verbonden is aan een specifieke context? Kan je dan überhaupt wel spreken over kennis als deze alleen bruikbaar is in een bepaalde context?
Dan nu zijn wij aangekomen op de actuele inhoud van het concept van "trivialiteit". Iemand die écht leeft, zal weinig waarde hechten aan het leggen van complexe verbanden. Deze persoon zal waarde hechten aan andere dingen van het leven. Voor deze persoon zijn alle complexe verbanden niet van persoonlijke waarde, zij zijn geclassificeerd als 'triviaal'. Het is ironisch, want zijn eigenlijk niet alle zaken in het leven per definitie triviaal? Is het niet pas op het moment dat wij als individu waarde gaan hechten aan een object in de ruimste betekenis van het woord, dat deze de trivialiteit van het object teniet doet? Zo ja, dan zou het concept van trivialiteit kunnen worden gedefinieerd als de natuurlijke toestand van een object danwel situatie dat existeert los van de menselijke waardering voor het object danwel situatie.
Zoals Friedrich Nietzsche het verwoordde in zijn werk "voorbij goed en kwaad - "24. O sancta simplicitas! In welk een zonderlinge vereenvoudiging en vervalsing leeft de mens! Men kan zich niet genoeg verwonderen als men eenmaal zijn ogen voor dit wonder heeft geopend!"
Mijn vrienden, ik dank jullie voor het lezen van deze diepgaande blog!
Ik wens jullie allemaal een zeer fijne avond toe.
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!
Abonneren op:
Posts (Atom)