woensdag 20 augustus 2014

De schaduw van ISIS - Een geschiedkundige bloemlezing

De uiteindelijke reden, het doel en het oogmerk waartoe de mensen (die van nature gesteld zijn op vrijheid en macht over anderen) zich de beperkingen opleggen waaraan zij (zoals wij zien) in de staat onderworpen zijn, is de zorg om hun eigen leven veilig te stellen, en daardoor een bevredigender bestaan te verwerven. Of met andere woorden, om te ontsnappen aan de ellendige oorlogstoestand die [...] een onvermijdelijk gevolg is van de natuurlijke hartstochten van de mensen, zolang er geen zichtbare macht bestaat die hun ontzag inboezemt, en hen door angst voor straf dwingt hun overeenkomsten na te leven en de natuurwetten in acht te nemen. - Thomas Hobbes, Leviathan pagina 129, Nederlandse vertaling door Wessel Krul.

Wanneer gebieden die veroverd worden gewoon zijn in vrijheid en volgens eigen wetten te leven, dan zijn er drie methoden om ze in bezit te houden: de eerste is ze te verwoesten, de tweede is er zelf in te gaan wonen, de derde is ze te laten leven volgens hun eigen weten, waarbij je dan in zo'n gebied belasting int en een regering aanstelt bestaande uit een klein aantal personen, die ervoor moeten zorgen dat het gebied met je bevriend blijft. Want omdat zo'n regering door de heerser is aangesteld, weet ze dat ze niet in stand kan blijven zonder zijn macht en vriendschap en dat ze alles in het werk moet stellen om hem in zijn positie te handhaven. En een stad die gewend is in vrijheid te leven, behoudt men gemakkelijker door middel van haar eigen burgers dan op welke andere manier dan ook, althans wanneer men haar niet wil verwoesten. Niccolò Machiavelli, de Heerser pagina 80, Nederlandse vertaling door Frans van Dooren.

Zoals de vaste lezers van mijn blog weten, is het zeldzaam wanneer ik twee quote's gebruik als inleiding voor mijn blog. Dat komt ofwel door de complexiteit van thema of het komt doordat de diversiteit aan uitgangspunten. Ironisch genoeg is dit thema een combinatie van beiden. Ik ga het hebben over ISIS 'Islamic State in Iraq and Syria' of IS 'Islamic State' zoals zij zichzelf tegenwoordig noemen. Wat is dit toch voor een groepering? Hoe zijn zij zo groot geworden?
Een meer belangrijke vraag: waarom zijn wij hier in Nederland bang voor deze groepering? Moeten wij überhaupt wel bang zijn voor deze groepering?

Voordat ik door ga over ISIS, ben ik genoodzaakt een zijstap te nemen richting de geschiedenis. Ik begin met een belangrijke gebeurtenis: 11 september 2001.
Iedereen die ouder is dan 14/15 jaar kan zich wel herinneren wat voor wereldschokkende gebeurtenis destijds heeft plaats gevonden. De westerse wereld, altijd gedacht vrij te zijn wordt geconfronteerd met een begrip dat angst creëert: terrorisme.
Een maand later, 7 oktober 2001 werd Afghanistan geïnvadeerd, omdat de organisatie die verantwoording heeft genomen voor de aanslagen 'Al-Quada' nauwe banden onderhield met de Taliban, een groep mensen die in zekere zin de politieke macht binnen Afghanistan representeerden. Deze groepering waren zowel aanhangers van de soennitische stroming binnen de Islam alsmede aanhangers van het salafisme, een actieve stroming binnen de Islam die geloofd in de fundamentele regels van de Islam. Er is zelfs gesteld dat volgens duitse inlichtingendiensten juist het salafisme internationaal in opkomst is, waarmee het een potentiële dreiging vormt voor de westerse wereld. Salafisme gaat niet samen met westerse vrijheden.

Afghanistan was vanuit de optiek van een staatsinrichting vrij instabiel. Het kende geen machtsstructuren meer zoals een natie; deze waren allang vernietigd in de verschillende burgeroorlogen. Dit creëerde een voedingsbodem waarop een fundamentele organisatie zoals de Taliban kon groeien. Zij verzorgden de bevolking, terwijl zij hun eigen macht probeerden te vestigen.
Zoals wij allemaal weten was dit enkel een voorbode voor het volgende land dat door Bush Sr. was bestempeld als 'het as der kwaad': Irak.
Voor achtergrondinformatie verwijs ik mijn lezer graag naar het volgende artikel op de website van De Correspondent: Het vruchtbare moeras dat Irak heet. Wat bleek? Meneer Dick Cheney, dezelfde man die aan het einde van de Irak-oorlog sprak over 'een geslaagde onderneming', had in 1994 het volgende gezegd over Irak: 'Irak bevindt zich in een zeer instabiele regio in de wereld. Als je Saddam Hoessein omver werpt, wie zet je ervoor in de plaats?'.
Ik heb geen geen behoefte om mijn tijd te verspillen over de redenen van het binnen vallen van Irak. Misschien was het een vuil politiek spel waarbij het doel was om alle olievelden veilig te stellen; misschien was het uiteindelijk toch een ideologische kwestie om Saddam Hoessein omver te werpen. Feit is: Irak is op 20 maart 2003 geïnvadeerd en sinds januari 2005 een democratie; althans, op papier.

Wat was Irak voor een land?
Het was land met een enorme etnische diversiteit, waarbij 73 tot 81% uit arabieren bestaat en 18 tot 20% koerden. Bijna 97% van de bevolking waren aanhangers van het islamitisch geloof, waarvan 60 - 65% sjiitisch en 13 - 16%% soennitisch, dit gold voornamelijk voor het arabische deel van de bevolking. Het merendeel van de Koerden zijn aanhangers van het soennitisch geloof, terwijl er sjiitische koerden zijn, alsmede aanhangers van het christelijk en zelfs enkele joden.
Het is deze heterogene bevolking dat Irak een moeilijk te besturen land maakt. Ik heb eerder geschreven over de staatsinrichting vanuit de filosofie van Thomas Hobbes als tegengesteld uitgangspunt in de scheiding van Kerk en Staat. Ook hierin sprak ik over (religieuze) vrijheid; Irak had echter voornamelijk te kampen met machtsstructuren vanuit de optiek van etniciteit.
Saddam Hoessein zag en wist dit. Nadat de monarchie omver was geworpen tijdens een revolutie had hij het politiek spel zodanig slim gespeeld dat hij vanuit de positie van generaal president is geworden en een dictatuur was geboren.

Toch wil ik nog een belangrijk punt toelichten over de machtsstructuren zoals die bestonden binnen Irak. In de westerse wereld hebben wij landen cq. naties. Deze worden vorm gegeven op basis van grenzen. Ook al zijn grenzen in de moderne globale economie een relatief ondergeschikt begrip geworden, bestaan zij toch nog steeds vanuit de optiek van soevereiniteit: het erkennen van de machtsstructuren van een natie. Met machtsstructuren bedoel ik de staatsinrichting: eerste en tweede kamer en uiteraard een monarchiale of een republikeinse structuur die uiteindelijk de soevereine macht binnen een natie bezit.
Irak werd na de omverwerping van de monarchie vrij snel bestuurt door de Ba'ath partij. Dit was geen partij die werd gestuurd door een religieuze ideologie, het was een geseculariseerde partij die ernaar streefden om een arabische staat te stichten. De oprichter van deze partij was sterk beïnvloed door het denken van socialisten zoals Karl Marx en Lenin. De twee grootste bewegingen waren de Iraakse en de Syrische stromingen, waarbij Saddam Hoessein de leider was van de Iraakse stroming en Assad de leider van Syrische stroming. Het is overigens vrij ironisch hoe de filosofie achter de Ba'ath partij progressief van aard is, terwijl uiteindelijk toch een autoritaire macht wordt gevormd onder de grootste afsplitsingen van deze politieke beweging.
Het is dankzij deze autoritaire macht binnen zowel Syrië als Irak dat heeft geleid tot een versplintering van soevereine macht. Thomas Hobbes schreef het volgende:
De grootste menselijke macht is die welke wordt samengesmeed uit de macht van zo veel mogelijk mensen bijeen, wanneer zij ermee instemmen dat deze wordt verenigd in één natuurlijke of staatsrechtelijke persoon, die overeenkomstig zijn wil over al hun macht kan beschikken, zoals bij de staatsmacht, of overeenkomstig de wil van ieder afzonderlijk, zoals bij de macht van een factie of een verbond van facties.
Saddam had in termen van machtsstructuren, de soevereine macht. Of hij verkreeg de macht, of hij dwong de macht af, maar uiteindelijk lag de macht van de Ba'ath partij in Irak bij de president. Echter is door de jaren heen een machtsstructuur ontstaan dat door expert 'stalinisme' is genoemd: centralisatie van de macht en het instellen van mechanismen voor het behoud van deze macht.
Ondanks de modernisering van Irak als staat heeft het nog altijd zijn originele stammen behoudt. Saddam Hoessein heeft hier tactisch gebruik van gemaakt door een verdeel - en heers strategie toe te passen: bepaalde stamhoofden kregen hoge functie aangeboden om zich te verzekeren van hun loyaliteit, terwijl andere stammen waarbij er werd getwijfeld aan hun loyaliteit verloren hun macht. Experts noemen dit tribalisme.
Door de combinatie van stalinisme en tribalisme is er door de decennia heen onderdrukking geweest van allerlei volkeren; de sancties die door de VN waren opgelegd na de golfoorlog verergerde deze alleen maar. Stammen die loyaal waren aan Saddam werden ontzien, waardoor stammen die als niet-loyaal werden beschouwd in staat van ernstige armoede verkeerde.

En toen was daar de Amerikaanse redding!
20 maart 2003 begonnen de Amerikanen aan operatie Iraqi Freedom. Onder het mom van het faciliteren van een verandering van regime en het in leven roepen van een democratie, waardoor onderdrukking van minderheden zou stoppen werd er begonnen met een oorlog.
Er zijn rondom de oorlog in Irak twee hele interessante artikelen te vinden op de website van instituut Clingendael die een hoop onderzoek doet m.b.t. internationale betrekkingen. Het eerste artikel die ik vond is geschreven in januari 2003, waarin een schets is gemaakt van de interne betrekkingen van Irak zoals ik die hierboven heb omschreven: Irak en de erfenis van Saddam Hoessein.
De oorlog heeft in Irak betrekkelijk kort geduurd. In een half jaar tijd was het regime gevallen en werden alle leden van de Ba'ath partij uit hun functie ontheven door een alliantie van een VN krijgsmacht, met uiteraard Amerika aan het front. Clingendael schreef hierover een rapport in oktober 2003 getiteld: Irak in de steigers. Er werd geprobeerd een gedegen document op te stellen waarin alle facetten op objectieve wijze waren onderzocht. Een interessant detail dat ik hieruit wil toelichten zijn de volgende drie quotes:
Anderen hebben het in dit verband over "wahabieten", een omschrijving die, ondanks zijn specifieke Saudi oorsprong, steeds meer als verzamelterm voor Soennitische fundamentalisten wordt gebruikt. [...]
Een mislukking van het politieke en economische wederopbouwproces in Irak zou een ramp zijn, in de eerste plaats voor de Irakezen zelf, maar ook voor de stabiliteit in de regio en in wijder verband. [...]
De verzetsgroepen die zich momenteel in de Soennitische driehoek manifesteren, omvatten meer dan allen aanhangers van het oude regime. Ook nationalisme, de Islam en de tribale erecode spelen een rol. [...]
Ondertussen is er geprobeerd op de overgebleven minimale machtsstructuren van Irak een nieuwe regering te vormen. In januari 2005 zijn er voor het eerst sinds de val van Saddam Hoessein verkiezingen gehouden, waardoor een prématuur parlement kon worden gevormd die uiteindelijk de grondwet van Irak zouden opstellen. Uiteindelijk hebben er in december 2005 verkiezingen plaats gevonden, dat leidde tot het vormen van een regering onder leiding van de Sjiiet Nouri Al-Maliki.
Ik heb helaas geen bewijs kunnen vinden voor deze stelling, maar vanuit een hypothetisch standpunt is het mogelijk dat het feit dat een Sjiiet de premier is geworden, soennitische rebellen het hier niet mee eens waren. Feit is: 2006, de periode nadat Al-Maliki is verkozen tot premier, is het jaar geweest dat sektarisch geweld toenam en dat er werd gesproken over een burgeroorlog in Irak.

Wat gebeurde er? Een man genaamd Al-Zarqawi, een jordaanse salafist, had in oktober 2004 wereldkundig gemaakt met zijn netwerk van islamisten trouw te zweren aan Osama Bin Laden, zoals te lezen is in dit nieuwsbericht. Islamisten zijn overigens aanhangers van een politieke ideologie die stellen dat een natie moet worden geregeerd volgens de wetten van de Islam; een kenmerkend voorbeeld die aanhangers zijn deze ideologie is de moslimbroederschap. Het spreekt voor zich dat het een vrij fundamentele beweging is, dat botst met de westerse ideologieën zoals vrijheid in de breedste zin van het woord.
Hun soennitische beweging is in 2000 opgericht onder de naam Tawhid wal Jihad en hoewel hun ideologie gelijkwaardig was met die van Al-Qaida, wilden zij geen alliantie met hun aangaan. In 2002 echter, toen de oorlog in Afghanistan in volle gang, vluchtten zij naar het noorden van Irak en besloot formeel een alliantie te sluiten met Al-Quada onder de noemer Al-Qaida in Irak of afgekort AQI. De constante aanwezigheid van een westerse krijgsmacht gaf hun motivatie om te strijden, want zij zagen deze als de vijand van de Islam. Het is vermoedelijk deze beweging waarnaar wordt verwezen in de quote over 'wahabieten'. Er is namelijk geen duidelijke overeenstemming bereikt tussen de noemer 'wahabiet' en 'salafist' en binnen westerse media worden deze vaak met elkaar verward, juist vanwege de onduidelijkheid m.b.t. deze begrippen.
Gedurende de strijd in Irak door de westerse krijgsmacht tegen alle verschillende groeperingen, werd uiteindelijk Al-Zarqawi op 6 juni 2006 gedood tijdens een luchtaanval. Helaas zoals vaker het geval is in dergelijke organisaties werd hij direct vervangen. Deze man, Abu Ayub al-Masri, vormde de Islamic State of Iraq afgekort als ISI en benoemde Abdullah Rashid al-Baghdadi tot leider van deze organisatie.

In navolging van de bovenstaande quote's heeft de internationale gemeenschap helaas weinig gedaan aan de wederopbouw van Irak. In plaats van het zoeken naar soennitische contacten en zoals eerder gesteld het verwijderen van Ba'ath leden uit elke vorm van overheidsinstantie, woekerde de onvrede zich voort. Het feit dat Saddam Hoessein een soenniet was, zorgde ervoor dat veel leden van de Ba'ath partij eveneens soennitisch waren. En de opkomst van rebellen waarvan AQI/ISI een voorname bedreiging vormde, eveneens soennitisch, gooide enkel meer olie op het vuur, waardoor er tijdelijk een burgeroorlog ontstond met sektarische randjes waarbij soennitische en sjiitische groeperingen elkaar gingen bestrijden op basis van ideologie i.p.v. een conflict op basis van macht.
Ironisch genoeg werd de strijd op een dergelijke onmenselijke wijze bestreden, voornamelijk door AQI/ISI die al destijds berucht stonden om hun brutale werkwijze, waarbij men het niet schuwde om gevangenen te onthoofden, dat bepaalde gematigde soennitische groeperingen besloten zich af te splitsen. Hierdoor verloren zij veel macht en aanhang. De intensivering van de strijd in 2007, waarbij Amerika besloot een extra troepenmacht te sturen die de opkomst van diverse rebellengroepen de kop zou indrukken werd bijna de doodsteek voor ISI. Deze strijd duurde voort tussen 2008 en 2010, waarbij ISI steeds verder werd gemarginaliseerd.
Totdat Abu Bakr al-Baghdadi in 2010 aantrad als leider van ISI en tegenwoordig ook bekend staat als een van de leiders van ISIS. Hij besloot toen de hoeveelheid operaties te verminderen en in zekere zin tijdelijk terug te trekken om op kracht te komen. In de ogen van de westerse strijdmachten was ISI zo goed als verslagen en werd er geen actieve strijd meer gevoerd tegen hun. Daarbij was er al lang van tevoren het politieke mandaat dat alle Amerikaanse strijdmachten in 2011 uit Irak zouden vertrekken. Dat gebeurde dan ook, waardoor ISI vrij spel kreeg in Irak om nieuwe aanslagen te plegen op de sjiitische regering.

Lente 2011
In de westerse media worden de grootschalige protesten door de bevolking van allerlei Arabische landen benoemd als de Arabische Lente. Het begon met een man genaamd Tarek al-Tayeb Mohamed Bouazizi die zichzelf in brand stak op 17 december 2010 als protest tegen de Tunesische regering. Hierop volgend ontstond er een nationale protestactie van de Tunesische bevolking, dat uiteindelijk leidde tot het ontslag van de president van Tunesië. Hierdoor is deze gebeurtenis veelal bestempeld als de Tunesische Revolutie.
Deze nationale roep om vrijheid van een bevolking dat decennialang onderdrukt is door diens leider leidde tot een internationale oproep tot vrijheid binnen de Arabische wereld. In januari 2011 begonnen de protesten in Egypte op grootschalige wijze, hoewel de protestacties zich voornamelijk concentreerden in Caïro en Alexandrië. Echter werden deze protestacties op grove wijze geschonden door de inzet van regeringstroepen, zowel politie alsmede militaire werden opgeroepen om de protesten te stoppen.
Het lukte de regering echter niet om de controle te krijgen over de situatie, waarop president Mubarak besloot zijn ontslag aan te bieden.
Het vermoeden bestaat dat door dit succes, de Syrische bevolking eveneens gemotiveerd werden om te gaan protesteren. Helaas werden, net als in Egypte, ook hier de mensenrechten van de protesteerders geschonden door de inzet van regeringstroepen. Echter durfde Assad verder te gaan Mubarak, waarbij in maart 2011 protestacties op bloedige wijze werden gestopt en tientallen mensen waren overleden, voornamelijk aan de kant van de burgerij, maar ook enkele politieagenten.

Waarom heeft de internationale gemeenschap niks gedaan in Syrië?
In tegenstelling tot Saddam Hoessein, had Assad internationale vrienden waaronder Poetin. De VN stond machteloos, omdat elk VN-mandaat ongeldig werd verklaard d.m.v. een veto-stem door Rusland. Daarnaast stond China ook niet te juichen met een internationale interventie, omdat zij ook de voorkeur hebben dat het accent van macht bij de staat ligt.
Zoals in de quote van Thomas Hobbes geschreven staat, kiezen mensen voor onderwerping en inperking van hun vrijheid als zij op die manier gewaarborgd zijn van een enigszins normaal bestaan. Dit is het geval met de machtsstructuren zoals die heden ten daagse bestaan in Rusland en China en voordat de Arabische Lente aantrad, eveneens Syrië.
De opkomst van protestacties creëerde een druk op de machtspositie van Assad. En zoals geschreven staat in de tweede quote besloot hij niet te gaan voor het behoud, maar voor vernietiging en op die manier het behouden van zijn machtspositie. Hij besloot dan ook gedurende het jaar 2011 het leger in te zetten om te strijd aan te gaan tegen de rebellen, wat resulteerde in extreem veel burgerslachtoffers.
Instituut Clingendael schreef zelfs:
Het is de hoogste tijd dat het Vrije Syrische Leger van wapens wordt voorzien. Dit leger is in feite een netwerk van nationalistische en meer seculier georiënteerde brigades en wordt door het Westen beschouwd als de betrouwbaarste rebellengroepering.
Voor de geïnteresseerde lezer is het volledig artikel hier te vinden.
Maar helaas bleef Rusland elke vorm van VN-interventie blokkeren, waardoor de uitkomst compleet onberekenbaar is.

Het moderne Syrië is nooit een echte natie geweest, het is enkel een reliek van het Ottomaanse rijk waarvan het sinds de 16e eeuw onderdeel van heeft uitgemaakt en dat vervolgens ten onder ging gedurende de eerste wereldoorlog. Zoals in dit artikel te lezen is, hebben de fransen en de britten na de overwinning in 1919 de macht gekregen over de geografische locatie dat ooit Syrië was. Vervolgens zijn er grenzen getrokken door allerlei volkeren heen, wat uiteraard leidde tot spanningen.
Ik vermoed dat de machthebbers geen kenners waren van Hobbes' politieke filosofie, anders hadden zij geweten dat het opstellen van grenzen zonder na te denken over de bevolking problemen met zich mee brengt. Het feit dat meerdere volkeren moeten leven onder één leider impliceert een complexe machtsstructuur; of er moet sprake zijn van één enkele soevereine macht of er moet een democratie zijn waarbij elk volk wordt vertegenwoordigd in de eerder benoemde complexe machtsstructuur.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat Syrië daarna diverse keren 'slachtoffer' is geweest van diverse coupe's, waarvan de laatste de meest succesvolle is geweest: de Ba'ath coup van 1963. Vanaf 1970 zou Syrië worden bestuurd door Hafez Al-Assad, die in 2000 is opgevolgd door zijn zoon Bashar Al-Assad.

Inval van ISI in Syrië.
In juli 2012 heeft ISI heeft een nieuwe operatie aangekondigd: Breaking Walls, waarbij het hun doel is om de regering van Al-Maliki definitie om te gooien. Helaas had dit niet het gunstige effect, waardoor er in april 2013 een nieuwe aankondiging wordt gedaan: ISI gaat opereren in Syrië en veranderd dan ook zijn naam naar Islamic State in Iraq and Syrië, afgekort als ISIS.
ISIS wilt dan ook een alliantie sluiten met het Al-Nusra Front voor hun operaties in Syrië, maar de huidige leider van Al-Qaida Ayman al-Zawahiri wilt dit niet. Hierop volgend heeft ISIS op zelfstandige wijze strijd geleverd in Syrië, mét succes.
Ondertussen had de burgeroorlog van Syrië een sektarisch tintje gekregen. Na het bloedige jaar 2011 zijn in 2012 enkele groeperingen een actieve rol gaan spelen in de oorlog tegen Assad. Ging het in 2011 vooral om de oorlog tegen Assad, in 2012 zijn rebellengroepen gevormd die vechten vanuit hun religieuze ideologie, niet vanuit hun sociale ideologie, voor het Syrische volk. Zo is het Al-Nusra Front, een Al-Qaida geallieerde beweging, al sinds januari 2012 actief in Syrië, zoals hier te lezen is.
Er wordt zelfs gesuggereerd dat Assad blij was met het feit dat rebellengroepen aan het radicaliseren waren. Dit zou namelijk moeten leiden tot het kiezen tussen twee kwaden: Assad of islamitische rebellengroepen. Deze tactiek zou verder zijn uitgewerkt door het vrijlaten van Al-Qaida kopstukken, zoals te lezen is in dit artikel. Andere bronnen stellen zelfs dat 2012 een belangrijk jaar is voor ofwel de EU of de volledige internationale gemeenschap om op te treden tegen Assad. Ik quote uit dit artikel het volgende:
Syrië ligt in de achtertuin van de EU en is belangrijk voor de stabiliteit in de regio. Een nog grotere vertraging van steun kan leiden tot een oncontroleerbare situatie waarbij gewapende groeperingen – al dan niet door het buitenland gefinancierd- de overhand zullen krijgen, met grote consequenties voor de buurlanden. Het gebrek aan steun, het gevoel van wanhoop, de enorme materiële en immateriële schade die het regime nog kan aanrichten, kunnen leiden tot explosieve situaties. Hoe langer het regime nog aanblijft, hoe groter de mate van vernieling en plundering en hoe groter de prijs die later betaald zal moeten worden voor de wederopbouw.
Het is moeilijk vast te stellen wat de tijdslijnen zijn, maar in april 2013 verschijnt een artikel in de media, geschreven door instituut Clingendael getiteld: wapenleveranties aan rebellen Syrië nodig voor vrede.
Het is eveneens mogelijk dat ISIS ook door instituut Clingendael niet werd beschouwd als een potentiële dreiging. In een ander artikel is te lezen dat ISIS in 2011 uit 1000 tot 2000 strijders bestond en dat deze in 2014 was gegroeid naar minimaal 6000 strijders. Ervan uitgaande van een groei van 1000 tot 2000 strijders per jaar kan ervan worden uitgegaan dat ISIS in 2013 uit 3000 tot 5000 strijders bestond. Dit zijn kleine getallen in vergelijking met de vele tienduizenden manschappen van andere rebellengroepen zoals het 'Free Syrian Army'. Dit is overigens helemaal niks vergeleken met de grootte van het Syrische leger dat naar schatting nog steeds uit minimaal 200000 mensen bestaat.

ISIS
Waar ISIS tot heden enkel een rebellengroep is geweest, besloot de leider Abu Bakr al-Baghdadi dat ISIS een nieuw doel moest krijgen. Zij zouden een soennitische staat stichten in Irak en Syrië onder het mandaat van een kalifaat, waarbij de staatsinrichting wordt bepaald door de sharia. Het spreekt voor zich dat dit de meest fundamentele vorm van staatsinrichting is. Saoedi-Arabië is een theocratische monarchie i.e. de staatsinrichting wordt uitgevoerd volgens het fundamentele islamitisch model. Daarnaast is er een grote aanhang van het wahabisme/salafisme aanwezig in Saoedi-Arabië, wat de theocratische monarchie enkel verstevigd.
Er wordt overigens gesuggereerd dat hiermee eveneens een bakermat is gecreëerd voor de ontwikkeling van fundamenteel-extremistische organisaties zoals ISIS. Ik nodig mijn lezer uit om naar deze link te gaan en de podcast te luisteren vanaf 15:00.
Een ander interessant feit dat te horen is in deze podcast, maar ook in een ander interview wordt gesteld, is het feit dat er nog een hoop onduidelijk is over ISIS. Er is geen daadwerkelijke empirische data verkrijgbaar dat het mogelijk maakt om harde statements te maken over de omvang van ISIS. Het suggereert zelfs, mede vanwege de aanwezigheid van ISIS op twitter, dat ISIS groter lijkt dan het daadwerkelijk is.

ISIS heeft een aantrekkingskracht, omdat het zowel een zeer simpele ideologie uitdraagt, alsmede dat het strijdt voor een groepering (soennitisch) die jarenlang onderdrukt is geweest door een democratische overmacht (sjiitisch). Daarnaast voelen zij zich gesteund in hun streed tegen het westen vanuit hun salafistische/wahabitische ideologie. Sterker nog, in een artikel dat recentelijk is gepubliceerd door Instituut Clingendael wordt er gesteld dat IS deels een grotere oorlog tussen sjiieten en soennieten omvat.
Wat rest mij nu nog hierover te zeggen? Is ISIS een bedreiging voor de westerse wereld? Ja, in zekere zin wel. Het gedachtegoed van ISIS kan niet worden verbonden met het moderne leven dat wij doorgaans leiden in de westerse wereld. Ter vergelijking: de Ba'ath partij was een arabische socialistische partij, die veel inspiratie heeft gehaald uit het socialistisch cq. communistisch model volgens Lenin. Dat betekent niet dat deze partij de beste optie is voor de arabische wereld, maar het is een beter alternatief dan ISIS die lijkt te gaan voor onderdrukking van de bevolking en op die manier diens macht te vestigen in een jasje van een bepaalde religieuze stroming (soennitische islam). Hoewel zij inderdaad in essentie soennitisch zijn, is dit niet de grondslag voor hun handelen. Hun handelen komt voornamelijk voort uit de diverse machtsstructuren, voortkomend uit de recentelijke geschiedenis en de ontwikkelingen die zich het afgelopen decennium hebben afgespeeld in Irak en Syrië. Het feit dat zelfs Saoedi-Arabië met argusogen naar ISIS kijkt is al een belangrijk detail dat het uitdragen van een salafistische/wahabitische stroming in combinatie met een burgeroorlog (twee burgeroorlogen als je Irak ook meerekent met Syrië) soms kan leiden tot zeer onvoorspelbare bewegingen.
Moeten wij hier in Nederland bang zijn voor ISIS? Absoluut niet, het is volstrekt irrationeel om als burger bang te worden voor deze organisatie. Het is in essentie een terroristische organisatie, dat maakt het een bedreiging voor westerse constituties. Toch zijn er voldoende middelen die dienen ter bescherming van deze constituties. Zolang deze middelen blijven bestaan en gehandhaafd heeft de burger niks te vrezen van ISIS. Ook al zijn er schijnbaar hier in Nederland jongeren die zich aangetrokken voelen tot ISIS en wordt in ons land nog steeds het terrorismedreigingsniveau gesteld op substantieel, zolang wij als samenleving op redelijke wijze met elkaar kunnen leven ontnemen wij als samenleving de voedingsbodem weg voor radicalisering.

Terrorisme is tenslotte niks meer dan ontwrichting van samenlevingen. En vuur kan je niet met vuur bestrijden, dat moet je in de maatschappelijke zin van het woord met water bestrijden door het dialoog aan te gaan met elkaar. In Syrië en Irak kan dit niet vanwege een combinatie van machtsstructuren onder de noemer van een ideologie. Wij als ontwikkeld westers land moeten het voorbeeld laten zien aan dergelijke landen dat wij wél het dialoog met elkaar aan kunnen gaan.

Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze blog! Toen ik begon met het schrijven had ik niet verwacht dat het zo groot zou worden, ik kan dan ook wel stellen dat dit mijn langste blog tot nu toe is geweest, wat echt niet mijn intentie was haha. Het ergste is nog dat ik nog veel meer te schrijven heb over ISIS, er is zoveel te vinden hierover. Mijn lezers kunnen binnenkort een tweede (kortere!) blog van mij verwachten.
Ik wens jullie allen een hele fijne dag toe en een dikke knuffel van jullie wereldverbeteraar, Halbe!

zondag 6 juli 2014

Psychologisch intermezzo - De angstige samenleving

Een van de sprookjes van Grimm is het verhaal van een jongeman die erop uittrok om de angst te leren kennen. We laten onze avonturier maar zijn gang gaan zonder ons erom te bekommeren in hoeverre hij op zijn weg het verschrikkelijke heeft gevonden. Wel wil ik zeggen dat dit, de angst leren kennen, een avontuur is dat ieder mens moet doorstaan, wil hij niet verloren gaan door ofwel nooit in angst te hebben gezeten of door in zijn angst ten onder te gaan. Wie dus heeft geleerd op de goede manier angst te hebben, die heeft het hoogste geleerd. [...]
Hoe dieper zijn angst is, des te groter is de mens. Men moet dat dan niet nemen in de zin waarin mensen dat in de regel doen, waarin de angst zich richt op het uiterlijke, op dat wat buiten de mens ligt, maar in die zin dat hij zelf de angst produceert. [...] Zelfs het verschrikkelijke woord dat zelfs Luther angst inboezemde om erover te preken: 'Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten', zelfs dat woord drukt het lijden niet zo sterk uit. Want dat laatste drukt een toestand uit waarin Christus zich bevindt, het eerste is de aanduiding van de verhouding tot een toestand die er niet is.
De angst is de mogelijkheid van de vrijheid, alleen deze angst is door het geloof absoluut vormend, doordat hij alles wat eindig is verteert en elk bedrog van de eindigheid ontdekt. [...] Wie door de angst wordt gevormd, wordt gevormd door de mogelijkheid, en alleen wie door de mogelijkheid wordt gevormd, wordt gevormd naar zijn oneindigheid. De mogelijkheid is daarom de zwaarste van alle categorieën. - Soren Kierkegaard, Het begrip Angst
, Nederlandse vertaling door uitgeverij Damon, pagina 167 - 168

Steeds vaker lees ik berichtgeving over 'angst'. Laat ik beginnen met een opsomming van feiten en de primaire 'angst' dat hieruit volgt:
- Meer meisjes zijn van plan om op reis te gaan naar Syrië, ISIS roept kalifaat uit. Wat is de onderliggende angst? 'Jihadisme is in opkomst en hierdoor zullen er terroristische aanslagen gebeuren in ons land!'
- Honderden miljoenen moslims doen aan de ramadan, Buschauffeur weigert vrouw die burka draagt de bus in te gaan. Wat is de onderliggende angst? 'De islam is in opkomst en gaat onze moderne westerse beschaving verkrachten!'
- Monsanto is geclassificeerd tot "World's most evil corporation". Wat is de onderliggende angst? 'Ik ga verschrikkelijke vormen van kanker krijgen door gevolg het eten van GMO voedsel!'
- Fotoverbod in zwembaden uit angst voor pedo's. Wat is de onderliggende angst? 'Mijn kinderen zijn niet veilig voor al die pedofielen die rondlopen in dit land!'
- Man dood bij woningoverval winterswijk. Wat is de onderliggende angst? 'Door de open grenzen wordt ons veilig land overvallen door oost-europese bendes en ben ik niet meer veilig in mijn eigen huis!'
Ogenschijnlijk is de primaire angst een voor de hand liggende verklaring. Het is voor ons als mens belangrijk een verklaring te vinden voor gebeurtenissen in ons leven. Dat geeft ons namelijk houvast aan de chaos van het leven, het zorgt ervoor dat wij de controle behouden over ons leven en dat wij nog altijd (in de illusie verkeren om) keuzes (te) kunnen maken.
Ik heb al vele blogs gewijd aan de verschillende facetten van de menselijke psyche met diens interacties tussen onze emoties en onze ratio, maar het onderwerp 'angst' is echter nooit het hoofdthema geweest. Het is in het verleden verschillende keren ter sprake gekomen, vooral in relatie tot de beelden die worden gevormd bij het nadenken over een potentiële toekomst.
Voordat ik doorga, lijkt het mij een goed begin om twee kernvragen op te stellen, te beginnen met als eerste: Wat is angst?
Ik heb ooit eens een psychologisch intermezzo geschreven getiteld ratio vs. emoties. Ik heb toen angst als volgt omschreven:
Heel simpel gezegd is angst niks meer dan het veronderstellen van een potentieel toekomstig negatief scenario dat wel degelijk reëel is, maar afhankelijk is van een diversiteit van secundaire factoren wil dit scenario daadwerkelijk waarheid worden.
Echter ben ik vandaag tot de ontdekking gekomen dat dit helemaal niet correct is. Ik maak een fout die heel veel andere mensen ook maken: het plaatsen van vrees onder dezelfde noemer als angst. Al hoewel deze uitspraak een scherpe nuance vereist, kom ik hier zo op terug. Als de bovenstaande quote geen correcte verwijzing is van angst, wat is angst dan wel?
Angst is een fundamentele emotie waarbij het aanschouwen van direct gevaar leidt tot een respons waarbij de verschillende variabelen bepalen of er wordt besloten om te gaan vluchten, te vechten of er gebeurd niks en het individu verstijft letterlijk van angst.
Angst kan op fysiologische wijze worden omschreven door te verwijzen naar alle lichamelijke veranderingen die tijdelijk plaatsvinden op het moment dat een individu angst ervaart. Dat is het moment waarop de hartslag versnelt en plotseling extra zweet wordt geproduceerd op de bekende plekken van het lichaam.
De variabelen die van invloed zijn op de keuze om te gaan vechten, vluchten of verstijven kunnen worden ondergebracht in een aantal categorieën. Als eerste is er de mentale weerbaarheid van het individu. Een persoon die mentaal veel kan incasseren, zal sneller gaan vechten, omdat hiermee de kans op overleving wordt vergroot. De tweede is echter net zoveel bepalend: de fysieke kracht van het individu. Iemand die fysiek weinig macht heeft, zal sneller besluiten om te gaan vluchten. Als laatste is er de omvang van het gevaar. Iemand die zich in een vliegtuig bevindt dat gaat neerstorten kan gaan vechten, maar dat heeft geen zin. Op zo een moment is het effectiever om te verstijven in de hoop dat het individu het ongeluk zal overleven.
Tot zover is de kernvraag beantwoord. Wat mij echter fascineert is hoe snel de misconceptie ontstaat tussen angst en vrees.

Dan komt nu de tweede, die voor de oplettende lezer vanzelfsprekend zal zijn: Wat is vrees?
Vrees kan in filosofische termen worden omschreven als: de psychische projectie van angst; het is dus een momentopname van angst. Hiermee classificeer ik vrees tot dezelfde fysiologische toestand als angst, omdat vrees eveneens leidt tot fysiologische kenmerken die enkel worden toegeschreven aan angst. Hoe kan het dan dat angst en vrees op fysiologisch niveau hetzelfde effect bewerkstelligen, maar vanuit een filosofisch perspectief een andere 'zijns-vorm' bevatten?
Dat komt omdat er denkbeelden ontstaan die gepaard gaan met het ontwikkelen van een gevoel dat wij omschrijven als 'angst' maar die niet gepaard gaan met observaties waaruit volgt dat wij een reëel gevaar aanschouwen.
Wij aanschouwen een object dat bij het individu een gevoel opwekt van angst; dit is dan ook een subjectieve aangelegenheid, omdat ieder individu op een andere manier in contact staat met de realiteit in de objectieve zin van het woord. Het is deze psychologische gewaarwording van realiteit dat een verschil van angst creëert. Iemand die bang is om te vliegen zal een grotere vrees hebben dan iemand die nerveus om te gaan vliegen. Het gevolg is dat de eerste persoon een scala aan potentiële scenario's zal creëren op basis van de propositie als ik ga vliegen, dan kom ik te overlijden. Elk scenario zal onvermijdelijk leiden tot een gruwelijke dood, terwijl hiervoor geen enkele rationele grond voor bestaat.
Het is de angst voor de dood dat leidt tot de creatie van scenario's, maar de psychische projectie van alle angsten die worden uitgebeeld in de verschillende scenario's is louter vrees: vrees voor de dood. De oplettende lezer zal opmerken dat dit geen kwantificatie is in termen van tijd, maar een volledig andere zijns-vorm. Uiteraard is het wel zo dat angst co-existeert met een langer tijdspad dan de vrees, wat vaak gepaard gaat met een momentopname in tijd.
Als afsluiting van het bovenstaande heb ik een analogie van de ervaring van angst omschreven vanuit een bepaalde psychologische gewaarwording. Deze quote komt uit hetzelfde werk als de inleiding:
Angst kan men vergelijken met duizeligheid. Wie neerziet in een diep ravijn wordt duizelig. Maar waar ligt dat aan? Evenzeer aan het eigen oog als aan het ravijn, want wanneer deze persoon nu eens niet in de afgrond had gekeken... Zo is de angst het duizelen van de vrijheid, dat ontstaat wanneer de geest de synthese wil stellen en de vrijheid nu neerziet in haar eigen mogelijkheid en dan naar de eindigheid grijpt als houvast. In die duizeling bezwijkt de vrijheid.
Als iemand zegt 'ik ben bang', dan houdt dit in dat iemand angst ervaart. Er zijn mogelijkerwijze bepaalde omstandigheden die een zodanige indruk wekken van een dreigende omgeving, maar dan is er niet enkel sprake van vrees, maar ook van angst vanwege de onbekende ogenschijnlijke dreiging. Een dreiging dat kan resulteren in schade en soms zelfs de dood. Vanuit die optiek is angst een slimme raadgever; het weerhoudt een individu ervan om zich in een positie te plaatsen dat hem/haar vatbaar maakt voor schade.
Er is echter ook iets als een 'relativeringsvermogen': het maken van een reële inschatting van een dreiging. Dat doet een individu op basis van kennis en inzicht, al dan wel of niet verkregen d.m.v. ervaring. Het is deze ervaring dat ervoor zorgt dat ouderen over het algemeen veel stabieler zijn dan iemand die leeft in zijn/haar twintiger-jaren. De ouderen hebben 'alles' al ervaren, terwijl jongeren 'alles' nog moeten ervaren.

Toch wordt ook dit relativeringsvermogen beperkt door een scala aan factoren.
De primaire overbrugging die mensen moeten maken om in contact te komen met andere mensen is die van een verschil in cultuur. Dit maakt het makkelijk voor mensen om contact te leggen met mensen die dezelfde culturele achtergrond hebben, maar het veroorzaakt barrières bij het leggen van contact tussen mensen uit verschillende culturen. Ik ga hier niet verder over door, gezien het feit dat ik hierover voldoende heb geschreven. Waar het mij om gaat is echter het begrip hebben voor ons medemens. Een verschil in cultuur met diens unieke normen, waarden en gebruiken is hetgeen vaak moeilijk te begrijpen is, vooral wanneer geloof en religie ook een rol gaat spelen in de vorming van cultuur.
De secundaire overbrugging is die van een persoonlijke levensovertuiging cq. ideologie. Ik heb een gezond wantrouwen ontwikkeld jegens elke vorm van religie. Ik sta echter wel open voor een vruchtbare discussie over wat een religieus persoon beschouwd als God, maar mijn gesprekspartner moet mij niet proberen te overtuigen van diens levensovertuiging en hoe "God alles in mijn leven bepaald", want dan ga ik op de Nietzscheaanse stijl de uitspraak doen 'God is dood'.
Hetzelfde geld ook voor de vrijheid van meningsuiting, iets wat sterk onder druk is komen te staan. Dit is overigens een interessant punt om bij stil te staan: hoe komt het toch dat de vrijheid van meningsuiting onder druk is komen te staan?.

Als ik mij tot de islam ga bekeren en ik begin een radiostation waar ik 24/7 uur ga preken uit de Koran, dan mag dit toch?
Volgens mij niet, mij dunkt dat de hele samenleving op zijn achterste poten gaat staan, want oh oh oh, stel je toch eens voor dat ik een jongere aanspoor tot de Jihad!?
Hetzelfde is ook geldig wanneer ik een pedofielenvereniging begin. Ik ben gelukkig zelf geen pedofiel, maar als ik mijn steun wil betuigen, dan doe ik dat gewoon. Dat mag toch, in onze samenleving? Of wordt ik opeens als pedofiel geclassificeerd, omdat ik een pedofielenvereniging start?
Het probleem is als volgt: het moment dat ik mijn steun betuig jegens een thema dat in een kort verleden verantwoordelijk is geweest voor maatschappelijke onrust, ook al is het onder het mom van de vrijheid van meningsuiting, is het moment dat mensen bang worden voor de onbekende gevolgen. Want stel je toch eens voor dat onze samenleving opnieuw wordt geconfronteerd met een dergelijke gebeurtenis, oh de horror!
De uitspraak van Wilders is hier ook een voorbeeld van. Hoe immoreel ofwel potentieel schadelijk het ook is voor onze samenleving: het mag. In plaats van een algeheel cordon sanitaire met alle onvoorspelbare gevolgen van dien, moeten wij het dialoog aangaan met elkaar; overbruggen van elkanders ideologieën.
Wij moeten niet de uitspraak an sich verwerpen, nee wij moeten ons wapenen tegen het denken in termen van vijandbeelden. Wij moeten de ander niet als een vijand beschouwen, want daarmee creëren wij zelf een tweedeling: het 'zij-kamp' en het 'wij-kamp'. 'Wij' verenigen ons op basis van onze ideologie, net als 'zij'. De enige manier om dit te overbruggen is om het dialoog aan te gaan. Doen wij dit niet, dan worden de twee kampen steeds banger. Bang vanwege het onbegrip, bang vanwege de potentiële schade die het ene kamp het andere kamp kan berokkenen.

Of gaan wij onze kop in het zand steken en ons zelf bang maken voor de ander?
Om terug te gaan naar de primaire artikelen van deze essay: ik weet niet wat de redenen was van de buschauffeur om die vrouw in burka niet toe te laten in de bus, maar ik was verbaasd toen ik deze woorden las op facebook: 'Deze buschauffeur heeft volkomen gelijk ze kan wel een bom gordel dragen of mischien is het wel een hij een jihadist onder zo,n soepjurk'. Zou dit dezelfde redenatie kunnen zijn als die van de buschauffeur? Ik mag hopen van niet, want dit is juist het toonbeeld van angst dat zich bijna als een ziekte in onze moderne samenleving aan het manifesteren is.
Wees gerust argwanend over de opkomst van de Jihad, maar hou je wel bij de feiten mijn beste lezer. Er wordt op internet voldoende onzin uitgekraamd (zoals deze blog), waarin enkel een sentiment wordt gecreëerd zonder enige vorm van rationele argumentatie. Het trieste is dat dergelijke blogs zoals deze een hoop aanhang krijgt, omdat mensen hun angst verwoord zien op dergelijke blogs, waarmee de primaire angst verspreid raakt.
Mijn beste lezer, de opkomst van de Jihad is niet iets wat jij en ik ons druk over moeten maken. Dat moeten wij over laten aan de ouders van moslimjongeren en professionals, je weet wel, de mensen die werkzaam zijn bij de AIVD. En ja, ook ik heb gelezen dat zij momenteel te kampen hebben met onderbezetting, betekent dit dat dit de kans vergroot op een terroristische aanslag door een jihadist? Nee mijn beste lezer, persoonlijk maak ik mij namelijk meer zorgen om de opkomst van het nationaal-socialisme. Hoe lang gaat het nog duren voordat er een aanslag wordt gepleegd door de Nederlandse variant van Anders Breivig? Ik wacht met spanning af, de popcorn staat in ieder geval klaar om te genieten van het media-circus wat dan gaat losbarsten.

En nu wij het toch over een mediacircus hebben, Sytze van der V. is onderhand ook een media-icoon geworden. Op Benno L., Robert M. en Volkert van der G. na durf ik dit individu toch wel te plaatsen onder het kopje 'bekende Nederlanders'. Dat zij een misdaad moesten plegen om bekend te worden is helaas onoverkomelijk, desalniettemin moet ik bekennen dat ik het in zekere zin erg vermakelijk vind om te lezen hoe 'heel Amersfoort' in protest is gekomen tegen de nieuwe woonplek van Sytze van der V. Begrijp mij niet verkeerd, ik heb begrip voor de onrust an sich. Zoals ik eerder schreef: angst is in essentie een goede raadgever. Maar je moet die angst wel kunnen relativeren en het lijkt erop dat onze samenleving niet meer in staat is om op reële wijze om te gaan met dergelijke maatschappelijke thema's zoals pedofilie, getuige de maatschappelijke afkeur jegens dit thema. Iedereen verkrampt bij het horen van het woord pedofiel vanwege de maalstroom aan emoties die dit thema opwerpt en hierdoor is een maatschappelijke oplossing nog steeds ver te zoeken.
Zullen wij het woord pedofilie dan maar gewoon bestempelen als taboe? Dat is natuurlijk veel makkelijker! Dan kunnen wij onze kop in het zand steken en opnieuw als maatschappij verontwaardigd reageren wanneer een pedofiel onschuldige kindertjes heeft betast. Had de correspondent toch gelijk toen zij de teksten op de spandoeken hadden herschreven: Sytze van der V, weg ermee.

Mijn beste lezer: wat gaan wij doen als samenleving?
Gaan we dan toch uiteindelijk het dialoog aan met elkander?
Kunnen en durven wij het aan om onze eigen mening opzij te zetten en de mening van een ander te accepteren?
Kunnen en durven wij het aan om de ander op zijn minst proberen te begrijpen, ook al is diens ideologie geheel tegengesteld t.o.v. jouw eigen ideologie?
Kunnen en durven wij de vrijheid van meningsuiting ten alle te tijden te respecteren, ook al worden er moreel verontwaardigde uitspraken gedaan?
Of verdrinken wij ons in de maalstroom van angst?

Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze blog! Het was uiteindelijk veel langer geworden dan in de eerste instantie de bedoeling was, maar ik denk dat ik wel een volledig schrijven heb gemaakt over dit thema dat ik persoonlijk als een serieuze bedreiging voor onze samenleving beschouw. Ik wens jullie allemaal nog een hele fijne zondag toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

woensdag 25 juni 2014

Ethisch intermezzo - Esthetica van overgewicht

Als een mens in staat was zich steeds maar op het hoogtepunt van het keuzemoment te houden, als hij kon ophouden een mens te zijn, als hij in zijn innerlijkste wezen alleen maar een gedachte was, licht als de lucht, als een persoonlijkheid te zijn niet meer te betekenen had dan een kabouter te zijn, die wel deelnam aan de bewegingen maar toch onveranderd bleef - als het zo gesteld was, dan zou het dwaasheid zijn te beweren dat het voor een mens te laat zou kunnen zijn om te kiezen, aangezien er in diepere zin domweg van een keus geen sprake zou kunnen zijn. De keus zelf is beslissend voor de inhoud van de persoonlijkheid; door de keus daalt zij neer in het gekozene, en als ze niet kiest zal ze verkwijnen en wegteren. [...] Wanneer men 's levens of/of zo beschouwd, komt men niet licht in de verleiding ermee te gekscheren. Dan ziet men dat de innerlijke aandrift van de persoonlijkheid geen tijd heeft voor gedachte-experimenten, dat die almaar voortijlt en op de een of andere manier het zij het een, hetzij het ander poneert, waardoor de keus van moment tot moment moeilijker wordt, omdat iets wat geponeerd is weer moet worden teruggenomen. - Soren Kierkegaard, Of/Of, Nederlandse vertaling 'Grote Klassieken', pagina 570.

Op verzoek van een zeker persoon ga ik mij verdiepen in een maatschappelijk fenomeen: overgewicht. De primaire stelling is als volgt: mensen met overgewicht worden gediscrimineerd.
Voordat ik deze stelling kan behandelen ga ik eerst een zijstap nemen richting de verschillende facetten van overgewicht. Ik begin dan ook bij het meest voor de hand liggende concept, namelijk die van culturele aspecten.

Overgewicht, of met een luxe woord obesitas is een fenomeen dat altijd veel discussie veroorzaakt. In de oude Griekse cultuur werd het beschouwd als een 'veelvraatziekte' en een voorbode van andere ziekten. Toch werd het in verschillende Aziatische en Afrikaanse cultuur beschouwd als een vorm van welvaart. In gebieden waar voedselschaarste heerst moet een zwaarwichtig individu van hoge stand zijn om zoveel voedingsmiddelen tot zijn beschikking te nemen waardoor het in staat is om in de breedte te groeien. Ook in Europa zijn er tijden geweest dat dit fenomeen co-existeerde met mensen van hoge socio-economische afkomst, als wel of niet van adellijke families.
Toch is dit beeld langzaam aan het veranderen. De industriële revolutie heeft in de westerse wereld tot andere vormen van arbeid geleid. Toch werd er nog een hoop manuele arbeid verricht, waardoor mensen niet de kans kregen om overgewicht te ontwikkelen. Pas na de tweede wereldoorlog en toenemende mate van automatisering is er sprake van een toenemende mate van overgewicht. Dit leidde niet alleen tot veranderingen op de werkvloer, ook het beschikbaar stellen van nieuwe technologieën aan consumenten zoals de personal computer leidde ertoe dat mensen minder bewogen met hetzelfde eetpatroon. Hetzelfde geld ook, hoewel in mindere mate, voor de opkomst van spelcomputers. Kinderen zijn van nature druk, dus bewegen zij nog altijd voldoende om een mildere variant van overgewicht te ontwikkelen. Maar het is belangrijk dat zij niet de hele dag achter hun spelcomputer zitten, niet alleen vanwege de fysieke kenmerken, maar ook voor de sociale en creatieve vaardigheden is het belangrijk om kinderen naar buiten te sturen en buiten te laten spelen.

De opkomst van obesitas en de toenemende druk op de gezondheidszorg heeft ertoe geleid dat er steeds meer wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar de verschillende fysiologische facetten van obesitas. Zo kwamen onderzoekers al vrij snel tot de conclusie dat obesitas gepaard gaat met een verhoogde kans op een scala een ziekten waaronder diabetes type 2 en diverse hart - en vaatziekten. Ik ga nu kort de biologische facetten van obesitas toelichten.
Obesitas gaat gepaard met een scala aan biochemische activiteiten. Het gaat voornamelijk om de opslag van vetten in zgn. vetweefsel of zoals de officiële vermelding is: adipose tissue. Dit zijn gespecialiseerde cellen die fungeren als opslag voor vetten. Ons lichaam is evolutionair zo ontworpen dat energie in ons lichaam wordt opgeslagen zodat wij kunnen blijven leven wanneer er minder voedsel tot onze beschikking is. De primaire energiebron van ons lichaam zijn suikers cq. koolhydraten. Deze worden echter opgeslagen in een waterige omgeving, wat het een ineffectieve manier maakt voor de opslag van energie. Om 1000 kilojoule energie op te slaan in de vorm van koolhydraten, hebben wij x gram water nodig, want de chemische structuur bestaat uit een verbinding tussen koolhydraten en water. Gaan wij echter die 1000 kilojoule energie opslaan in de vorm van vetten, dan hebben wij geen water nodig, want de chemische structuur bevat geen water. Het is enkel een compacte structuur waarin energie is opgeslagen. Dit is de reden dat er wordt gezegd 'voor de snelle verbranding hebben wij koolhydraten nodig, voor de langdurige verbranding hebben wij vetten nodig'.
Mijn lezer vraagt zich nu vast af: wat boeit het of energie wordt opgeslagen in de vorm van koolhydraten of in de vorm van vetten? Nou, mijn beste lezer, als een persoon met een gewicht van 80 kg en een normale BMI alle energie dat is opgeslagen in vetten, zou veranderen naar koolhydraten, dan weegt zo een persoon ineens 180 kg. Al dat water kost extra gewicht en dat draag je met je mee.
Ik ga niet verder in op de biologische facetten van obesitas mede vanwege de constante nieuwe inzichten op het gebied van celmetabolisme. Wat ik enkel wil benadrukken is dat de originele observatie dat door de Grieken werd gedaan waarbij de 'veelvraatziekte' een voorbode was van andere ziekten, wederom bevestigd is door moderne inzichten. En dát maakt het tegengaan van obesitas een politiek thema, waardoor men de kosten van de gezondheidszorg wilt drukken door het voorkomen van de ontwikkeling van obesitas.

Het meest simplistische dogma van obesitas is die van het individu die een psychische rem mist op diens eetpatroon, waardoor het zich helemaal gaat volproppen totdat het ineens tot de realisatie komt dat hij/zij te dik is, maar niet meer in staat is om halt te roepen aan het zelf-destructief gedrag.
Dit is echter inherent aan de individualistische samenleving waarin wij zijn gaan leven in het tijdperk na de tweede wereldoorlog, waardoor sociale controle een steeds kleinere rol is gaan spelen. Dankzij de groene revolutie en opkomst van nieuwe technologieën dat het mogelijk maakt om grotere volumina van voedsel te produceren is er vooral in de westerse wereld een overcapaciteit aan voedsel. In armere landen is men niet staat om grote hoeveelheden voedsel te kopen, dus zijn het juist de rijkere landen die voedsel kunnen kopen.
Tenzij het gaat om voedsel met een lage voedingswaarde. Deze bevatten grote hoeveelheden vetten en koolhydraten en missen juist essentiële stoffen zoals bepaalde nutriënten. Deze zijn goedkoop om te produceren, dus kunnen ook voor een goedkope prijs worden verkocht, wat het aantrekkelijk maakt voor armere landen. Het is dit feit dat ervoor zorgt dat allochtone populaties in ons land zijn geclassificeerd als risicogroepen in termen van potentiële druk op de gezondheidszorg van ons land.
Maar niet alleen alochtone mensen, ook mensen uit een laag socio-economisch milieu hebben sneller de neiging om het goedkoopste voedsel te kopen, wat juist vaak geen goede voedingswaarde bevat en enkel een ophoping is van vetten en koolhydraten zonder essentiële voedingsstoffen.

Dan kom ik nu bij een aantal stellingen voor deze blog, die eerst moeten worden behandeld alvorens de primaire stelling te kunnen behandelen: is het individu verantwoordelijk voor zijn/haar eigen eetpatroon?
In essentie wel, hoewel de verantwoording van het eetpatroon van kinderen bij de ouder ligt. Juist in deze tijd waarin wij steeds meer bewust worden van het belang van een gezond voedselpatroon komt de verantwoording van het eetpatroon te liggen bij het individu die consumeert. Bij kinderen is het heel gevaarlijk om hier een eenduidige uitspraak over te doen, aangezien kinderen veel bewegen dus voldoende moeten eten, maar niet teveel moeten eten, omdat er anders een kans bestaat dat zij op jonge leeftijd een eetpatroon ontwikkelen dat niet inherent is aan hun energiebehoefte. In andere bewoordingen: een kind moet voldoende eten, maar het moet niet al op jonge leeftijd het denkpatroon ontwikkelen waarin het enkel blijft eten. Het verzadigingsgevoel moet leidend zijn voor het eetpatroon.

Volgende stelling: is een individu dat leidt aan obesitas zelf verantwoordelijk voor diens lichamelijke conditie?
Ervan uitgaande dat het disproportioneel eetpatroon van het individu de directe aangelegenheid is voor de aanmaak van vetweefsel, met als gevolg overgewicht, dan is het individu in de biologische zin van het woord zelf verantwoordelijk voor diens overgewicht.
Een belangrijke nuance ligt echter gelegen in de psychologische facetten van het individu. Emoties kunnen een belangrijke invloed hebben op het verzadigingsgevoel. Het verorberen van voedsel geeft een verzadigd gevoel. Dit verzadigd gevoel creëert een synthetisch geluksgevoel; voor een moment ben je gelukkig, want je bent verzadigd. Speculatief gezien zou dit zelfs kunnen worden herleid naar onze kindertijd, waarin wij een fles danwel de borst kregen van onze mama en wanneer wij hadden gegeten, konden wij lekker een dutje gaan doen. Afijn, voor iemand die emotioneel instabiel is kan dit een aanleiding zijn voor de ontwikkeling van een ongewenst eetpatroon waarin voedsel wordt gebruikt als een middel om gelukkig te kunnen voelen. De waas van emoties overschaduwd het belang van het primaire verzadigingsgevoel, waardoor een persoon niet gewaar is van het zelf-destructief gedrag.
Een ander psychologisch facet is de genetische aanleg. De biochemische activiteit van de mens als organisme is een universeel gegeven. Maar de genetische variatie van processen die van invloed zijn op het celmetabolisme kan leiden tot een verschil in de aanleg om energie op te slaan danwel energie te gebruiken. Daarnaast is het mogelijk dat bepaalde lichamelijke eigenschappen van invloed zijn op de partnerkeuze. Indien dit het geval is bij partners die beiden ofwel overgewicht hebben, danwel een aanleg hebben om overgewicht te ontwikkelen, dan verhoogd dit de kans dat het kind genetisch beladen is.

Laatste stelling: is het falen van sociale controle aanleiding tot het creëren van een stigma?
Sociale controle was in vroegere tijden een belangrijk sociologisch mechanisme. Het hield sociale cohesie in stand, omdat collectieve normen en waarden werden beschermt door sociale controle. Onze maatschappij is hierin veranderd, zo niet vrijer in geworden. Het idee is dat deze grotere vrijheid geen negatieve invloed zou moeten hebben op de sociale cohesie.
In essentie heeft een groeiend individualisme geen invloed op sociale cohesie. Zolang het belang van het individu niet botst met het belang van het collectief kunnen beiden co-existeren met elkaar. Dit is echter niet het geval met sociale controle. Het moment dat een individu meer vrijheid verkrijgt, verkleint de sociale controle. Ook al botsen de belangen van het individu en het collectief niet met elkaar, het individu is minder gebonden aan de primaire normen en waarden die gestelt zijn vanuit het collectief. Vanuit een normatief perspectief kan uiteindelijk een individu afwijken van het collectief, terwijl de sociale cohesie gewaarborgd blijft.
Dat betekent echter niet dat het hele collectief eens is met de afwijking van het individu. Het individuele oordeel kan door meerdere mensen worden gedragen, waardoor het collectief vanuit het perspectief van sociale cohesie blijft bestaan, maar dat er wel sprake is van een verschil in inzicht. Dit zal uiteindelijk leiden tot een splitsing van een groep in een subgroep, waarbij de één de ander veroordeeld. En dát is een stigma: het veroordelen van een fenomeen op basis van oppervlakkige verbanden.

In onze huidige samenleving hebben wij enorm snel de neiging om de ander te veroordelen, danwel direct te stigmatiseren. Juist door de overvloed aan informatie die het individu tot zijn beschikking hebben, hebben wij als maatschappij nog sneller de neiging om iemand te stigmatiseren. Ook al is er sprake van sociale cohesie in onze samenleving, het verschil aan inzicht en ogenschijnlijk "gemak" waarmee een individu zijn/haar gedrag kan aanpassen aan de norm draagt bij aan conflicten tussen individuen. Een dergelijk conflict leidt uiteindelijk tot een fenomeen als discriminatie.
Kan ik nu een eenduidig antwoord geven op de stelling: mensen met overgewicht worden gediscrimineerd? Nee, absoluut niet. Ik heb geen inzage in de gegevens van meldpunt discriminatie. Daarnaast is het tegenwoordig maar al te makkelijk om een meningsverschil te classificeren als zijnde 'discriminatie', terwijl degene die zou discrimineren helemaal niet discrimineert.
Enerzijds zou ik kunnen stellen dat er een stigma leeft op het begrip 'obesitas', anderzijds zou ik dit classificeren als een noodzakelijke vorm van positieve discriminatie. De conclusie is vanuit een medisch perspectief duidelijk genoeg: overgewicht leidt tot een vervroegde sterfte. Als de positieve vorm van discriminatie leidt tot een optimaal inzicht van het individu om óf diens eetpatroon aan te passen óf om meer te bewegen, dan kan ik dit alleen maar beamen.
Het uitsluiten cq. stigmatiseren van mensen als zijnde psychisch incapabel is echter onwenselijk. Het 'verkrijgen' van overgewicht is niet louter een psychologische aangelegenheid, er ligt een scala aan onderliggende problematiek dat al dan wel of niet collectief moet worden aangepakt voor het ontwikkelen van mensen en om de laagste socio-economische klasse te verheffen naar een hogere klasse.

Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze blog!
Ik wens jullie allen een hele fijne avond toe, een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

woensdag 18 juni 2014

Filosofisch intermezzo - Belastingheffingen voor een sterker land

The revenue which must defray, not only the expence of defending the society and of supporting the dignity of the chief magistrate, but all the other necessary expences of government, for which the constitution of the state has not provided any particular revenue, may be drawn, either, first, from some fund which peculiarly belongs to the sovereign or commonwealth, and which is independent of the revenue of the people; or, secondly, from the revenue of the people. [...]
The private revenue of individuals, it has been shewn in the first book of this inquiry, arises ultimately from three different sources; Rent, Profit, and Wages. Every tax must finally be paid from some one or other of those three different sorts of revenue, or from all of them indifferently.[...]
Before I enter upon the examination of particular taxes, it is necessary to premise the four following maxims with regard to taxes in general.
1. 'Equality'; the subjects of every state ought to contribute towards the support of the government, as nearly as possible, in proportion to their respective abilities. [...]
2. 'Certainty'; the tax which each individual is bound to pay ought to be certain, and not arbitrary. [...]
3. 'Convience of payment'; every tax ought to be levied at the time, or in the manner, in which it is most likely to be convient for the contributor to pay. [...]
4. 'Economy in collection'; every tax ought to be contrived as both to take out and to keep out of the pockets of the people as little as possible, over and above what it brings into the public treasury of the state.
Adam Smith - The Wealth of Nations,
pagina 1032 - 1044.

Laat ik deze essay eerst beginnen door te verwijzen naar een artikel dat ik had gelezen op de site van Oxfam Novib. De titel van dit artikel is eerlijke belasting, gelijke kansen en kan worden opgevat als een betoog tegen de huidige plannen van de overheid om het belastingstelsel te herzien op basis van het advies dat is opgesteld door de commissie van Dijkhuizen. Dit rapport is hier te lezen.
Zoals velen weten bevindt onze arbeidsmarkt zich in een diepgaande crisis als nasleep van de kredietcrisis en de recessie waarin op land zich verkeerde, maar waarvan op basis van het macro-economische rapport van 2014 dat is opgesteld door het CPB kan er worden gesteld dat de recessie hier in Nederland officieel voorbij is. Dan rest echter nog steeds het herstel van de arbeidsmarkt, die zich helaas achteraan de golf van de economische conjunctuur bevindt. Een bedrijf dat personeel in dienst gaat nemen, moet zich eerst hebben bevestigd van een optimale financiële positie binnen zijn sector. Dit gaat eveneens gepaard met de koopkracht van producten die een bedrijf aanbiedt en andere bedrijfskundige aspecten, waar ik hier niet verder op in ga.

Echter las ik een paar dagen geleden een ander artikel op de website van de correspondent getiteld waarom een uitdijende overheid geen ziekte maar een zegen is, waarin betoogt wordt voor een groeiende overheid met diens 'verborgen baten' in de vorm van maatschappelijke systemen zoals zorg, onderwijs en sociale zekerheden en de gevaren die bestaan in 'de vrije markten' met diens 'verborgen kosten' in de vorm van marketing, banken en massaconsumptie (waarmee wij eveneens ons milieu vernietigen zoals ik in mijn essay heb betoogt over de naderende klimaatverandering).
Noem het gerust een kritisch betoog t.a.v. het liberalisme, danwel een ongecontroleerde kapitalisme, ik noem het enkel een noodzakelijke constatering ter vergroting van het bewustzijn van kapitalistische systemen.
De opkomst van een liberale partij zoals de VVD is kenmerkend voor het ogenschijnlijk groeiend belang van het individu. Wij worden als maatschappij steeds minder bereid om te betalen voor een ander, want het idee is dat de ander hier misbruik van maakt. Persoonlijk vind ik dit een verschrikkelijk negatief sentiment dat louter wordt voortgebracht door angst; angst dat de zuurverdiende centen die een individu heeft verdiend wordt weggegeven aan een luiaard die de waarde van geld miskent en het belang van arbeid niet inziet.
Wat mensen niet inzien, is dat er kwaliteiten vereist zijn om arbeid te kunnen verrichten. Kwaliteiten die een persoon moet leren. Ons onderwijsstelstel is zo ingericht dat per vakgebied mensen worden opgeleid met de basale vaardigheden cq. competenties om deze uiteindelijk in een werksituatie ten uitvoer te kunnen brengen. En de verschillende niveau's dragen bij aan de ontwikkeling van een complexe kenniseconomie vanuit het pragmatisch standpunt dat iemand met een MBO-opleiding voldoende theoretische kennis heeft opgedaan om de assistent te worden van iemand met een universitaire opleiding. Het onderwijsparadigma is leidend voor de inrichting van onze arbeidsmarkt. Werkgevers zoeken werknemers primair op basis van onderwijsniveau, omdat dit een indicatie is van de onderliggende competenties en kennis die het individu bezit.

Belastingen zijn de primaire methode om dit onderwijs te kunnen bekostigen. Net zoals ik had geschreven in de inleiding, de vier hoofdthema's zijn leidend voor de ontwikkeling van een natie. Een land waarbij de inrichting van het belastingstelsel niet is toegespitst op deze hoofdthema's, zal nooit dezelfde welvaart kunnen hebben als een westers land, waarin doorgaans de belastingen zijn ingericht volgens deze hoofdthema's.
Toch is er sprake van een groeiende welvaartsongelijkheid in de westerse wereld, als gevolg van de globale recessie en de crisis op nationale arbeidsmarkten. Dankzij de invoering van het kapitalisme wordt de inkomsten van het land (BBP/BNP) bepaald door de inkomsten van het individu. Hierdoor zijn overheden huiverig om belasting te heffen op mensen met hogere inkomens, ook al is dit strijdig met het primaire punt uit de inleiding 'equality'. Het is een triest feit dat wij de rijkste families van ons land mogen bedanken voor alle bijdragen die zij hebben geleverd aan de totstandkoming van de welvaart van ons land, terwijl zij hun vermogen zien groeien zien mensen in de middenklassen hun vermogen dalen op het moment dat zij hun primaire inkomsten uit arbeid kwijtraken.
Helaas is dit nog altijd een groeiend probleem, dat ik bijna als een ethisch probleem zou willen benoemen.
Acht dagen geleden kondigde ABM Amro aan dat zij genoodzaakt zijn om personeel te ontslaan, vanwege veranderingen in de bedrijfsvoering waardoor mensen met bepaalde vaardigheden niet meer werkzaam kunnen zijn. Dit is geheel rationeel verantwoord; de arbeidsmarkt wordt steeds dynamischer, dus is het in het belang van het individu om telkens nieuwe vaardigheden te leren dat het individu in staat stelt om mee te gaan met veranderingen binnen de bedrijfsvoering.
Hoe bizar danwel immoreel is het wel niet om vandaag te lezen dat topmanagers een salarisverhoging van 20% hebben gekregen. Het enige argument dat kan worden gegeven is:
Je moet concurrerend belonen, anders hol je je bank uit. Het is onvermijdelijk.
Ik moet bekennen dat ik het erg jammer vind dat ik nu geen rekening open heb staan bij hun. Ik had met alle plezier mijn rekening opgeheven en overgestapt naar een concurrent onder het mom van 'ik ben het niet eens met jullie bonusbeleid'. In feite is hier enkel sprake van een verkapte vorm van bonussen en wordt dit beleid enkel op morele wijze goed gepraat op basis van redenaties die overigens volstrekt legaal zijn binnen de vrije markt.
Los van het financiële drama die individuen ervaren die momenteel werkzaam zijn bij ABN Amro en die binnen niet al te lange tijd werkloos zullen worden, wordt het naar mijn idee tijd dat wij als maatschappij op een andere manier gaan kijken naar ons inkomen. Geld is een noodzakelijk kwaad; het is een universeel ruilmiddel dat ons de mogelijkheid biedt om ons eigen leven in te richten. Het geeft ons vrijheid om de mens te zijn die wij willen worden en dát maakt een mens gelukkig in de breedste zin van het woord. Het idee van de overheid om het belastingstelsel te herzien en op die manier de arbeidsmarkt nieuwe stimulans te geven is bewonderenswaardig, maar helaas wordt er direct negatief gekeken naar het plan om meer belasting te heffen op topinkomens zoals te lezen is in dit artikel. Er bestaat namelijk angst voor belastingvlucht!
Het gevolg van hogere belastingen voor de rijken is juist dat de armen armer worden. Want er treedt belastingvlucht op, het leidt tot minder bedrijfsinvesteringen en dus tot verlies aan werk.
Een nadelig gevolg van de globalisering en de globaliserende economie is het gemak waarmee vermogen dat bij een bank staat uit een natie kan worden overgemaakt naar een bank in een andere natie, waardoor de belastingdienst noodzakelijke inkomsten misloopt. Alweer is dit een redenatie dat geheel verantwoord is binnen het 'vrije markt'-denken. Adam Smith was een moraalfilosoof die met zijn werk een toekomstvisie zag waarin naties hun welvaart konden zien groeien, zodat een samenleving zich kon ontwikkelen. Helaas is zijn idee verkracht door het liberale denken, waarin het menselijk element is verwordt tot een 'commodity', een product waaraan iemand geld kan verdienen. Zo probeert men ook de gezondheidszorg te liberaliseren, waardoor bestuurders enorme hoeveelheden geld verdienen op basis van het kreperen van een medemens.
Ik ben voor een herstructurering van de gezondheidszorg. Als het efficiënter kan met behoud van kwaliteit plus uiteraard het waarborgen van arbo-regels zodat werknemers niet binnen de kortste keren thuis komen te zitten met een burn-out, dan beschouw ik dit als een rechtvaardiging om een fundamentele verandering door te voeren in de bedrijfsvoering van een zorginstelling. Vanuit deze optiek beschouwd mag een zorginstelling worden geclassificeerd onder de noemer 'bedrijf' en mogen processen in de zorgtechnische zin van het woord binnen het bedrijf worden gedefinieerd als zijnde bedrijfsvoering.
Het belangrijkste uitgangspunt moet echter nog altijd de mens zijn. En deze mens heeft een zorgvraag die op een deugdelijke wijze moet worden behandeld.
Uiteraard kunnen wetenschappelijke inzichten direct worden toegepast, mits het bewezen is dat de algehele zorg die een patiënt krijgt effectiever is, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de zorg die gewaarborgd werd met de originele methodiek van zorg.

Het vrije markt denken heeft een bepaald rationeel fundament waarmee effectiviteit het uitgangspunt is. Effectiviteit bespaard geld waarmee weer andere producten kunnen worden gekocht, zodat een organisatie kan groeien. Dit is geheel in de lijn van het originele kapitalisme. Helaas veroorzaak het tevens gierigheid. Men eigent zichzelf het recht toe op een substantiële beloning vanwege de groei danwel bepaalde resultaten van de organisatie die het heeft behaald onder de leiding van dat individu. De beloning an sich mag zeker substantieel zijn, maar het moet ook proportioneel zijn. En op dit punt gaat het tegenwoordig vaak mis en kan men klaarblijkelijk niet begrijpen dat een ogenschijnlijke proportionele beloning vanuit het oogpunt van een ander disproportioneel en dus immoreel is.
Het verhogen van belastingen zijn hét universeel middel zijn om gelijkwaardigheid tussen mensen te garanderen. Ik ben niet voor een socialisme en al helemaal niet voor een communistisch model. Een individu moet rechtmatig worden beloond, of dit nou vanuit een sociale zekerheid is als tijdelijk middel of dat er sprake is van beloning uit arbeid, het belonen van mensen is een psychische stimulans voor diens besteding van tijd. Als de overheid het belastingstelsel écht fundamenteel wilt veranderen, dan zal men het lef moeten hebben om ook mensen met hoge inkomens zwaarder te belasten, eventueel door invoering van een 4e belastingschijf. Let op het nuance verschil: inkomen en niet vermogen. Op de lange termijn resulteert dit in egalisering van vermogen, waarmee de hogere klassen kleiner wordt en de middenklasse groeit. Dit stimuleert mensen om zichzelf te blijven ontwikkelen en te streven naar een hoger inkomen, maar tegelijk wordt het individu zwaarder belast, waarmee de staat ook voorzien wordt van meer inkomen zodat het meer kan investeren in maatschappelijke voorzieningen zoals zorg, onderwijs en sociale zekerheden.

Mijn vrienden, dank voor het lezen van dit lange schrijven! Ik stel voor dat wij allen een brief gaan opstellen en deze gaan opsturen naar Minister Asscher en een kopie aan Minister Rutte. Het wordt tijd voor een bewustwording van het belang van belastingen en nivellering van de topinkomens van ons land!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof en wereldverbeteraar, Halbe!

donderdag 5 juni 2014

Filosofisch intermezzo - Klimaatverandering als onze Apocalypse

Het is genoeg, we zijn te ver gegaan!!! De industriële revolutie heeft ons in een ongewenste situatie gebracht. We zijn door de natuur geraasd, we vernietigen onze levensbronnen. We moeten stoppen, we moeten veranderen, we moeten een ander pad kiezen, we moeten onze levens veranderen, en de manier waarop we zaken doen.
Laten we 'het menselijke tijdperk' begroeten. Laten we stoppen met de vernietiging van de aarde, van de mensheid; van ons. Laat het voor iedereen duidelijk zijn: we moeten een nieuwe houding vinden, een nieuwe cultuur, een nieuwe instelling, een nieuwe eenheid van de mensheid, voor ons voortbestaan. [...]
We zijn ons allemaal bewust van waar de mensheid naartoe gaat. We kunnen de mensheid in een betere richting krijgen, als we samenwerken. We kunnen een nieuwe religie creëren die ons allemaal samenbrengt.
Er zijn veel religies die mensen samen krijgen, maar nooit alle mensen. De verschillende goden waarin mensen geloven, scheiden de mensheid juist in groepen. Dat heeft geleid tot conflicten en zelfs oorlogen. Deze religies zijn niet duurzaam. Maar als we in de mensheid geloven, zullen we geen conflicten meer hebben, omdat we één zullen zijn. [...]
Geloven in de mensheid is een andere manier van denken. Een bewustzijn van waar we zijn en wat de aarde voor ons betekent. De noodzaak om die aarde te beschermen is een steeds grotere noodzaak geworden. De ruimtevaart heeft ons een spiegel voorgehouden. We zijn nu echt waar we zijn: op een prachtige planeet, waar we niet zonder kunnen. We zijn allemaal astronauten van het Ruimteschip Aarde. [...]
- Afscheidsbrief van Wubbo Ockels.


Deze brief was het eerste waaraan ik dacht, toen ik vanavond naar Cosmos aan het kijken was. Hoe ironisch is het dat juist astronauten, die juist verder willen gaan dan enkel planeet Aarde, vaak de mensen zijn die ons benadrukken hoe belangrijk het is om te beseffen dat wij maar 1 planeet hebben. Misschien komt het juist omdat zij verder kijken in de toekomst, dat zij de gevaren zien voor de mensheid.
De aflevering van Cosmos ging over het effect van klimaatverandering en hoe wij als mensheid deze verandering teweeg brengen door jaarlijks grote hoeveelheden CO2 in onze atmosfeer te pompen. Ik heb de discussies over klimaatverandering met grote belangstelling gevolgd. Het is echter een triest feit om te constateren hoe mensen, individuen, sceptisch zijn geworden over de vele wetenschappelijke onderzoeken die zijn gepubliceerd op dit gebied. Het voornaamste argument wat ik voornamelijk hoor is 'Als een stelletje wetenschappelijke experts het al niet eens worden met elkaar, waarom zouden wij ons dan hierover druk moeten maken?

Voordat ik hierover doorga wil ik eerst terug gaan naar de afscheidsbrief van Wubbo Ockels. Ik moet bekennen dat ik hem erg positief vind over de mensheid. Vooral de woorden 'Een bewustzijn van waar we zijn en wat de aarde voor ons betekent' vind ik prachtig ideologisch, maar de realiteit is té bitter om dit als waarheid te accepteren.
Wij leven in een egocentrisch tijdperk, individualistisch. Wij kunnen ons enkel zorgen maken over onze eigen problemen en wij kunnen al helemaal geen tijd vrij maken voor andermans problemen! Ik heb al eerder harde kritiek geuit op de moderne Nederlandse samenleving in een vorig schrijven, net als dat ik stevige kritiek heb geuit op ontwikkelingen binnen het moderne culturele sentiment van onze hedendaagse samenleving.
Ik ga al het beschrevene niet opnieuw herhalen. Nee, mijn beste lezer, ik ga nu een stap verder. Ik wil met deze blog het bewustzijn groter maken van de Apocalypse die wij zelf gaan veroorzaken (ervan uitgaande dat wij elkaar niet daarvoor hebben uitgemoord in de vorm van een derde wereldoorlog).

Ik heb een simpele vraag aan jou, mijn beste lezer: Hoe belangrijk ben jij?
Belangrijk is een betrekkelijk begrip. Als iemand dood gaat, zijn er altijd mensen die zullen lijden onder het tragische verlies. Als ik kom te overlijden, dan weet ik zeker dat mijn naaste familie en mijn vriendin moeite zullen hebben met mijn dood. Daarvoor hechten zij enorm veel waarde aan mij. De samenleving zal dit echter niet ervaren, hoogstens het bedrijf waar ik op dat moment werkzaam ben zal een rouwproces doormaken bij het plotselinge verlies van een collega.
Een individu die een belangrijke positie inneemt binnen een bedrijf is waardevol. De economische waarde die het individu bewerkstelligt is de reden waarom dat individu een mooi loon heeft. Maar bij het overlijden van dit individu, zal het bedrijf na de periode van rouw, een vervanger aannemen. Het individu en ik zullen vervagen tot een herinnering; iets dat ooit bestond, maar niet bestaat.
Dat, mijn beste lezer, laat zien waarom jij en ik relatief onbelangrijk zijn. Jij en ik zijn enkel belangrijk voor onze geliefden en vice versá. Zij bepalen jouw wereld net als jij onderdeel bent van hun wereld.
Onze wereld, onze fysieke realiteit wordt beperkt door de reikwijdte van onze 'invloedssfeer'. Deze invloedssfeer werd vroeger beperkt door de mensen die iemand kon en de contacten die een individu rijk was. Met de digitalisering is die invloedssfeer vele malen groter geworden, omdat het onderhouden van netwerken is vergemakkelijkt door netwerksites zoals LinkedIn.
Ook persoonlijke contacten worden 'efficiënter' onderhouden, omdat het makkelijker is om een berichtje achter te laten op facebook, dan persoonlijk langs te gaan.
Los van de psychologische vraagstukken in wat voor mate de digitalisering effect heeft op de sociale vaardigheden van een individu, wil ik opnieuw graag benadrukken hoe de realiteit van het individu wordt beperkt door de reikwijdte van onze invloedssfeer. Ik weet niet wat er op dit moment in Antwerpen gebeurd, ondanks dat de stad hemelsbreed ca. 80 km verwijderd is van Den Haag. Sterker nog, ik weet niet eens wat er zoals hier in Den Haag gebeurd. Mensen pretenderen een begrip te hebben van de wereld waarin zij leven, terwijl zij in werkelijkheid helemaal niks weten! Om te weten wat er in hun eigen stad gebeurd moeten zij of informeren bij hun vrienden danwel kennissen of men gaat informeren bij de vele media websites waarin men ogenschijnlijk meer informatie weet te verkrijgen over de gebeurtenissen in hun eigen stad, terwijl dit nog altijd een selectie is van alle gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in een stad.

In de koers van de geschiedenis is onze samenleving op het punt gekomen dat wij de mogelijkheid hebben om te leven in een individualistisch ingestelde samenleving. Ieder individu heeft de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op diens omgeving. Alle maatschappelijke voorzieningen zijn toegankelijk voor elk individu en dat heeft geleid tot een zekere vorm van arrogantie. Wij zijn op het punt gekomen waarop wij onszelf belangrijk vinden. Het bovenstaande is voor vele mensen niet vanzelfsprekend. Zij gaan uit van hun realiteit in de psychologische zin van het woord, waarin zij heer en meester van hun leven zijn. Men pretendeert een begrip te hebben voor complexe zaken waar het individu een beperkte hoeveelheid kennis van heeft vernomen, waarmee het zich een mening toe-eigent over dat complexe thema.
Wubbo Ockels schreef over 'de vele religies van de mens'. Ik vraag mij af: is economie niet heden ten daagse een religie geworden?
Onze welvaart is onlosmakelijk verbonden met onze economie. Een individu die een bepaald niveau van welvaart heeft verkregen, zal deze ten alle tijden willen behouden. Sterker nog, wij streven allemaal naar verheffing van onze welvaart. Wij hebben moeite om tevreden te zijn met de welvaart die wij hebben verkregen en zodoende is het in ons belang dat onze economie groeit waarmee de welvaart van ons land groeit en tezamen met deze welvaart, de welvaart van het individu.

Hoe triest is het dan wel niet om te constateren dat wij onbewust bijdragen aan de vernietiging van onze planeet in onze drang naar welvaart. Wij zijn afhankelijk van elektriciteit. Zelfs jij, mijn lezer, leest dit op een digitale wijze. Jij verbruikt stroom terwijl jij dit leest, net als dat ik stroom gebruikt terwijl ik dit typ. Die stroom wordt nog steeds grotendeels opgewekt in energiecentra waar men fossiele brandstoffen gebruikt om elektriciteit op te wekken.
Hoe is het mogelijk dat wij in een moderne samenleving als Nederland, zo afhankelijk zijn geworden van fossiele brandstoffen? Waarom hebben wij niet decennia lang geleden geïnvesteerd in het ontwikkelen van alternatieve energiebronnen?
Vanavond lieten ze op Cosmos zien hoe twee wetenschappers, onafhankelijk van elkaar zonne-energie konden oogsten en omzetten in elektriciteit. De Franse wetenschapper August Mouchet had in 1878 een machine laten draaien op basis van zonne-energie, waarmee een pré-mature vorm van een ijsmachine werd gemaakt. Helaas kwam men vlak daarna tot de ontdekking hoe olie als energierijke stof een veel effectievere manier was om energie te verkrijgen. Het spreekt voor zich dat zijn technologie een stille dood tegemoet ging...
De tweede wetenschapper was een ingenieur genaamd Frank Schuman. Hij had in 1912/1913 op industriële schaal een experiment opgezet in Egypte, waarmee hij een machine kon laten werken op basis van zonne-energie. De machine was een pomp, waarmee hij grote hoeveelheden water kon verplaatsen en waarmee dus droge gebieden van water konden worden voorzien.
Helaas brak vlak daarna de eerste wereldoorlog uit en stierf ook zijn technologie een stille dood. Ondanks de commerciële toepassing van zonne-energie bleef de mensheid steevast gebruik maken van fossiele brandstoffen.

In onze onwetendheid, hebben wij als individu nooit stil gestaan bij de prijs die wij betalen voor onze welvaart. Wij schenken enkel aandacht aan onze simpele leventjes dat op indringende wijze wordt beïnvloedt door de politiek. En de politiek schenkt op haar beurt enkel aandacht aan de belangen van ons land en om diens individuele carriére, want ja, ook de politicus heeft uiteindelijk de drang om een hoger niveau van welvaart te behalen.
Ik vraag mij dan af: hoe dom zijn onze politici geweest toen zij de invloed van fossiele brandstoffen op onze economie lieten toenemen in plaats van verminderen?
Onze economie is zodanig ingericht dat de prijzen van fossiele brandstoffen van fundamentele invloed zijn op de 'gedragingen' van de economie. Zelfs onze overheid heeft een dergelijk belang, gezien het feit dat de accijns een substantiële bron van inkomsten zijn voor onze overheid. Onze politici denken helemaal niet na over aan gezonde toekomst van onze planeet. En niet alleen Nederlandse politici, nee elke vorm van 'klimaatdiscussie' raakt uiteindelijk overwoekerd door simplistische, aardse problematiek zoals macht, oorlog en natuurlijk de voortwoekerende economische crisis in Europa en het financiële beleid van Amerika.

Misschien ligt een gedeeltelijke verklaring in de psyche van de mens en wordt het individu verblindt door diens existentiële levensproblematiek waardoor deze uiteindelijk de verbinding met de planeet kwijtraakt. Wij zijn té snel geneigd om te kijken naar een korte-termijn visie, terwijl juist de lange-termijn uiteindelijk het belangrijkste component van een mensenleven moet worden.
Jij en ik zijn niet in staat om het scala aan wetenschappelijke literatuur te interpreteren v.w.b. de vele onderzoeken die worden gedaan naar klimaatverandering. Wat ik wel weet is dat alle alternatieve verklaringen voor de opwarming van onze planeet e.g. vulkanische uitbarstingen niet verenigbaar zijn met de schrikbarende groei van de CO2-niveaus in onze atmosfeer. En men kan verwijzen naar 'de extreme winters van de laatste twee jaren', terwijl uit alle metingen blijkt dat de algehele gemiddelde temperaturen op onze planeet steeds hoger worden.

Wat mij vooral verbaasd is dat mensen schreeuwen over een 'steeds groeiend gebrek aan bewijs', terwijl de bewijzen juist steeds vaker te vinden zijn uit de vele metingen die over onze hele planeet worden gedaan. Dat wij dergelijke veranderingen niet ervaren, is vooral te wijten aan de beperkte ervaring van onze fysieke realiteit. Veranderingen op mondiaal niveau zal niet waarneembaar voor het individu, totdat er sprake is van een gebeurtenis als direct gevolg van klimaatverandering.
Een voorbeeld is droogte waardoor oogsten zullen mislukken wat vooral voor armere landen grote gevolgen zal hebben. Dit zal uiteindelijk leiden tot grotere spanningen binnen de internationale politiek. Geografisch gunstige gebieden waar geen droogte heerst zullen opeens politieke belangen ontwikkelen, met als gevolg conflicten. De belangen van het individu komen uiteindelijk boven die van het collectief belang te staan, met alle gevolgen van dien. Het is aan ons, als ontwikkelde westerse wereld om deze toekomstige problemen voor te zijn. Die zogenaamde 'groene revolutie' heeft gefaald, gezien het feit dat er nog steeds chronisch tekort aan voedsel is. Nu is het tijd voor een nieuwe revolutie, de 'energie revolutie'. Door het toepassen van groene energie kan de landbouwsector een nieuwe impuls krijgen én draagt het bij aan vermindering van de uitstoot van CO2. De tijd is nu voor verandering! Doen wij dit niet, dan God helpe ons, want wij geven dan een dode planeet door aan onze kinderen...

Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze blog! Geen diepgaande filosofie deze keer, maar een oproep voor het vergroten van ons bewustzijn. Wij moeten écht eens aan onze toekomst gaan denken, willen wij onze mooie planeet doorgeven aan onze kinderen. Wij kunnen het ons niet meer permitteren om onze oogkleppen te sluiten. Het wordt tijd voor een mentaliteitsverandering. Wij leven allemaal op ruimteschip Aarde.
Ik wens jullie allen nog een hele fijne avond toe. Een dikke knuffel van jullie wereld-verbeteraar, Halbe!

maandag 2 juni 2014

Ethisch intermezzo - Vrijheid van Meningsuiting

'We aren't allowed to write, nor to talk, not even to think. If we speak it is easy to interpret our words, let alone our writings. Finally, as they can't condemn us in an auto-da-fe for our secret thoughts, they threaten to burn us in eternity by order of God himself if we don't think like the Dominicans. They have convinced the government that if we had common sense the whole state would be in ferment and the nation would become the unhappiest on earth.' [...]
'It's up to you to learn to think. You were born with intelligence. You're a bird in the cage of the inquistion. The holy office has clipped your wings, but they can grow again. He who knows no geometry can learn it. Every man can educate himself. It's a shameful to put one's mind into the hands of those whom you wouldn't entrust with your money. Dare to think for yourself.'
'It's said that if every man thought for himself, there would be utter confusion.'
'Quite the contrary. When people go see a play, each one freely expresses his opinion on it, and peace is not troubled. But if some insolent protector of a bad poet tried to compel all people of taste to find good what appears to them to be bad, then hisses would be heard, and the two parties might trow apples at each other, as once happened in London. It is these tyrants of the mind who have caused part of the misfortunes of the world. We are happy in England only since every one freely enjoys the right to say what he thinks.' - Voltaire, Philosophical Dictionary
, 279 - 281, engelse versie vertaald door Theodore Besterman.

Vrijheid van Meningsuiting; hoe meer ik hierover denk, des te groter wordt mijn besef van het belang van dit facet van vrijheid.
Onze samenleving is aan het na-ijlen van de schokkende uitspraak die neerlands grootste xenofoob dhr. Wilders enkele maanden geleden in een cafeetje in Den Haag deed. Zijn anti-islam retoriek had plotseling ernstige racistische gronden verkregen door aan een groep (naar alle waarschijnlijkheid autochtone Nederlanders) de vraag te stellen: Willen jullie meer of minder Marokkanen?, waarop uiteraard de groep "minder minder!!!" scandeerde. Ook ik heb mijn verontwaardiging hierover uitgesproken in een vorig schrijven waarin ik heb gesproken over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting.
Nu, enkele maanden later, ben ik langzaam maar zeker verder aan het denken over de gevolgen van deze uitspraak; hoe een dergelijke uitspraak kan worden gedaan in een rechtstaat en zelfs opnieuw kan worden gedaan, ondanks de morele verontwaardiging. En hoe dit vervolgens een gevaar is voor onze samenleving; niet in de morele zin van het woord, maar in de ethische zin van het woord. Ik stel als individu hierbij deze regel in werking:
De vrijheid van meningsuiting is een fundamenteel recht van de vrijheid van het individu. Het moet dan ook ten alle tijden worden gewaardborgd, zelfs wanneer de morele grenzen zijn bereikt of overschreden mag dit niet leiden tot inperking van de vrijheid van meningsuiting.
Mijn lezer zal zich nu afvragen op welke reden ik dit baseer. Dit zal ik uitleggen aan de hand van verschillende filosofische stellingen.
Stelling nummer 1: Het overschrijden van morele grenzen is geen aanleiding voor het wijzigen van een norm.
Voor het correct beantwoorden van deze stelling moet ik eerst definiëren wat ik versta onder de begrippen 'morele grenzen' en 'norm'. Hiervoor verwijs ik mijn lezer graag naar een filosofisch intermezzo: moraliteit vs. cultuur. Hierin is de volgende definitie te lezen van moraliteit:
Moraliteit is de transcendente norm gesteld door het individu waarop wordt bepaald op wat voor wijze mensen op een deugdelijke wijze interacties aangaan met elkaar.
Hieruit volgt dat de norm inherent is aan het begrip moraliteit. Morele grenzen is vanuit dit perspectief beschouwt niks meer en minder dan de psychologische interpretatie van moraliteit. Dit maakt echter van het begrip 'morele grenzen' een problematisch gegeven, omdat ieder individu een eigen morele grens beheert. Wat voor mij acceptabel is, is voor de ander niet meer acceptabel en vice versa; wat ik niet meer als acceptabel beschouw, wordt door een ander nog wel als acceptabel beschouwd, binnen de morele zin van het woord. De norm is een morele grens dat geaccepteerd is binnen een groep of in dit geval: onze samenleving. Dat betekent niet dat de norm een vast gegeven is; het is net zo arbitrair als de morele grenzen van het individu.
Ergo: het overschrijden van de morele grens door een individu is vooralsnog geen aanleiding voor de groep cq. de samenleving om een norm te wijzigen of in dit geval: te verlagen.

Stelling 2: Moraliteit is een verkeerd uitgangspunt voor het funderen van de vrijheid van meningsuiting
De oplettende lezer zal op dit punt kritiek op mij hebben in de vorm van de vraagstelling: "als moraliteit de norm is, waarom zijn morele grenzen niet bepalend voor de vorm van de moraliteit?". Het probleem ligt in het antwoord: moraliteit is een transcendente norm en is per definitie onderhevig aan veranderingen binnen een cultuur. Hetgeen wat binnen een cultuur heden ten daagse als moreel acceptabel wordt beschouwd, was dit mogelijkerwijze vroeger niet. Een praktisch voorbeeld is de verandering van omgangsnormen tussen volwassenen en jongvolwassenen. Vroeger kreeg een kind respect voor een volwassen opgelegd. Een kind werd als het ware geïndoctrineerd om "respect te uitten voor uw ouderen".
Tegenwoordig is dit niet meer vanzelfsprekend. Hoewel er vanuit de opvoeding nog altijd een rechtmatige positie van 'ouder' wordt aangeleerd, wordt een volwassen persoon al snel beschouwd als gelijkwaardig aan het kind en vanuit deze positie ook die van een jongvolwassen of met een accurater woord: adolescenten. Het gevolg is een psychologische misplaatsing van de positie die een adolescent inneemt t.o.v. een volwassen; op basis van eerdere ervaringen is er de aanname dat de adolescent net zoveel respect moet tonen voor diens ouderen als diens mede-adolescenten. Los van de sociologische implicaties van dit fenomeen en de vraag of dit een wenselijke ontwikkeling is of niet, is hier sprake van een culturele verandering, van waaruit een verandering in moraal heeft plaats gevonden.

Een belangrijk detail is het verschil tussen families en diens culturele achtergrond. Het is een feit dat binnen families waarbij sprake is van een andere culturele achtergrond die van een Nederlandse, de positie van een ouder meer macht heeft over de eigen kinderen. Het gevolg is dat deze ouders meer aanzien krijgt van de kinderen dan ouders binnen de Nederlandse cultuur.
Toch bestaat er ook binnen de Nederlandse cultuur differentiatie in termen van de machtspositie die een ouder inneemt t.o.v. de eigen kinderen.
Al deze factoren bij elkaar opgeteld toont de essentie aan van moraliteit als transcendente norm. Er is geen gegeven feit van waaruit er een norm kan worden opgesteld; het is louter een psychologisch construct van waaruit een norm zich ontwikkeld op basis van culturele ontwikkelingen.
Voordat ik nu door ga met stelling 2, ga ik eerst een definitie opstellen van de vrijheid van meningsuiting.
De vrijheid van meningsuiting is een fundamentele vrijheid dat het individu het recht geeft om een eigen mening te vormen en deze ten alle tijden te uitten. Het wordt niet beperkt door politieke, religieuze of culturele invloeden en het vrijwaart een individu van rechterlijke vervolging.
Ergo: stelling 2 klopt. Moraliteit is een norm dat gefundeerd is op culturele invloeden; de vrijheid van meningsuiting kent geen normen. Dat moraliteit leidend is voor het vormen van een mening en het uitdragen hiervan is correct, maar dat betekent niet dat het een goed uitgangspunt is waarop de vrijheid van meningsuiting kan worden gefundeerd.
Stelling 3: De vrijheid van meningsuiting kan worden misbruikt om een verkapte vorm van racisme uit te dragen
Het feit dat ik heb gesteld 'het vrijwaart een individu van rechterlijke vervolging' kan worden opgevat als zijnde dat het kan worden misbruikt door mensen om een uitspraak te doen dat niet juridisch strafbaar is, maar wel beledigend is. Dan vraag ik mij het volgende af: mag ik dan iemand niet beledigen? Is het niet een recht van mij om iemand te beledigen?
Begrijp mij niet verkeerd, het is niet mijn intentie om iemand te beledigen danwel te kwetsen. Het is enkel een feit dat ik in mijn recht sta om woorden te gebruiken die door iemand zodanig kunnen worden geïnterpreteerd dat deze beledigend zijn; dit is een fundamenteel gegeven voortkomend uit de vrijheid van meningsuiting en moet dan ook zodanig erkent worden als een recht.
Het bewust beledigen van iemand is moreel verwerpelijk, dat erken ik. Maar zoals ik al heb aangetoond in stelling 2 is moraliteit niet leidend voor de vrijheid van meningsuiting. Verder is degene die beledigd is vrij om wraak te nemen binnen de grenzen van rechtspraak: die persoon mag mij ook weer beledigen, dat is het recht van dat individu.

Voordat ik nu doorga met stelling 3 heb ik eerst deze belangrijke vraag: Wat is racisme? Racisme is het onderscheiden van mensen op basis van huidskleur. Mag dit? In essentie wel, juist binnen sociologisch onderzoek is het een praktisch uitgangspunt. Het onderscheiden van mensen op basis van kenmerken is niet hetzelfde als het veroordelen van mensen op basis van kenmerken. Dat is een fundamenteel verschil evenals een juridisch verschil. Racisme als uitgangspunt voor het veroordelen van mensen is strafbaar. Het uitdragen van een mening waarmee mensen kunnen worden onderscheiden is in essentie niet strafbaar.
Voordat ik nu ladingen haatmail ga ontvangen, wil ik mijn lezer eerst wijzen op een column van De Correspondent waarin op uitvoerige wijze is omschreven hoe het begrip 'racisme' in essentie een psychologisch construct en zodoende in feite niet eens bestaat: lees en huiver.
Wat kan ik op dit punt concluderen over stelling 3? In de absolute zin van het woord is de vrijheid van meningsuiting ten alle tijde geldig, ook bij het onderscheiden van mensen op basis van huidskleur. Dat dit kan worden opgevat als een verkapte vorm van racisme kan ik begrijpen. Vanuit het perspectief beschouwt van louter racisme klopt de stelling. Echter mist het elke vorm van nuance. Racisme is een psychologisch construct van waaruit een realiteit wordt gecreëerd en gevuld met allerlei incorrecte aannames cq. vooroordelen. Het individu leeft in een subrealiteit gevuld met illusoire ideën dat 'mensen met huidskleur A eigenschappen B t/m F hebben en mensen met huidskleur X hebben eigenschappen J t/m P'. De vrijheid van meningsuiting kan nooit leiden tot een dergelijk construct, enkel een individu die weigert de feiten te erkennen of een incorrecte interpretatie uitvoert van de feiten komt tot een dergelijke conclusie dat valt onder de noemer van racisme. En een dergelijk individu is juist een gevaar voor de samenleving. Niet vanwege het uitdragen van diens mening, maar vanwege de potentie om geweld toe te passen op basis van diens incorrect perspectief op realiteit.
Ergo: stelling 3 klopt onder voorwaarde van enkele scherpe nuances.

Dit leidt mij tot de afsluitende stelling, stelling 4: Deze vorm van de vrijheid van de meningsuiting is het begin van een nieuw barbarisme
Het is een feit dat moraliteit ons dicteert tot deugdelijke omgangsvormen; beledigen valt hier niet onder. Echter zijn er omstandigheden mogelijk waarin een belediging een noodzaak is om een ander individu tot inzicht te laten komen. Een belediging is dan de eerste vorm van verandering in omgangsvormen, van waaruit een nieuwe moraliteit ontstaat. Enkel een onderontwikkeld individu die na een belediging direct overgaat tot het gebruiken van geweld verlaagd zich tot het barbarisme. Hij/zij mist het denkvermogen om op een rationele wijze te kunnen omgaan met een belediging. Het is juist de rede dat de mens onderscheid van dieren. En het is dezelfde reden dat mensen ertoe leidt om een belediging te kunnen relativeren en zich juist te onthouden van barbaars gedrag, iets wat juist vaker voorkomt onder de moderne mens of om accurater te zijn: het emotionele individu.

Wat kan ik hieruit concluderen? Dat stelling 4 in essentie niet klopt. Enkel een immoreel individu zal zich verleiden tot het barbarisme. Een individu die zich laat leiden tot de rede zal de vrijheid van meningsuiting respecteren en erkennen als een fundamenteel recht. Het inperken van deze vrijheid ontneemt ons het recht om onszelf te ontwikkelen. In vrijheid ligt onze toekomst.
De mens is iets, dat overtroffen moet worden; en daarom moet zij uw deugden liefhebben -: want gij zult aan hen te gronde gaan.
- Friedrich Nietzsche, Aldus sprak Zarathoestra.
Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze blog. Hij was uiteindelijk veel langer en uitgebreider geworden dan ik had verwacht. Des te grondiger zijn echter de gepresenteerde feiten. Hecht waarde aan onze vrijheid van meningsuiting, hoe immoreel deze ook mag zijn.
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!