zaterdag 5 mei 2012

Filosofisch intermezzo - Vrijheid vs. nihilisme

Als de hele geschiedenis van de cultuur zich aan de blik voordoet als een wirwar van verdorven en nobele, ware en verkeerde voorstellingen, en als we bij ons de aanblik van deze golfslag bijna zeeziek gaan voelen, begrijpen we wat een troost er is in het denkbeeld van een wordende God gelegen is: deze openbaart zich steeds meer in de metamorfosen en lotgevallen van de mensheid, niet alles is blinde mechanica, zin - en doelloos chaotisch krachtenspel.[..] Alleen wie, zoals Schopenhauer, de ontwikkeling loochent, voelt ook niets van het ongeluk van deze historische golfslag, en mag, omdat hij van die wordende God en de behoefte om diens bestaan te veronderstellen niet weet en niet voelt, met recht zijn spot de vrije loop laten - Friedrich Nietzsche - Menselijk, al te Menselijk; 238, pagina 157.

Friedrich Nietzsche wordt door een hoop mensen beschouwd als de grondlegger van het nihilisme. Het nihilisme omvat het gedachtengoed waarbij het individu geen rekenschap hoeft af te leggen aan geen enkele vorm van hogere macht voor de gevolgen van diens handelen. Als het ware zou je dit kunnen beschouwen als de doodsteek van elke vorm van moraliteit, want waarom zou het individu zichzelf in diens handelen beperken als het nergens naartoe leidt? Een hoogleraar genaamd Paul van Tongeren betoogt in zijn werk dat er een donkere wolk van nihilisme boven Europa hangt, zoals hier te lezen is in een artikel. Het probleem zit hem voornamelijk in het feit dat elke vorm van collectief gedachtengoed dat wordt omgevormd tot een praktisering leidt tot een absolutisme, waarbij het individu gedwongen wordt om zich te conformeren naar gebruiken zoals die tot ontwikkeling komen bij de praktisering van het collectief gedachtengoed dat op dit punt kan worden geclassificeerd als een systeem.

Het is ironisch, vooral op bevrijdingsdag, om na te gaan dat elke vorm van collectief gedachtengoed per definitie een inperking inhoudt van vrijheid. Vrijheid zou je kunnen beschouwen als de mogelijkheid voor het maken van keuzes, het uitoefenen van een individuele invulling van het persoonlijke gedachtengoed. Maar hoe kan het individiu zichzelf ontwikkelen tot de persoon die het wilt worden als dit invididu gedwongen wordt om zich te conformeren naar de gebruiken van 'het systeem'?
Immanuel Kant beschouwde vrijheid als een noodzakelijk bestaan. In het verlengde hiervan heeft deze filosoof het categorisch imperatief van de plicht opgesteld dat als het ware fungeert als fundament voor het moreel handelen van de mens. Maar dan nog wordt de mens hiermee per definitie beperkt in diens vrijheden. Dan zou je in het verlengde hiervan de vraag kunnen stellen: kan vrijheid bestaan?

Eigenlijk kan hier niet zo een simpel antwoord op worden gegeven, want dan zou je eerst een definitie moeten opstellen wat vrijheid inhoudt. Ongeacht of het bestaan van vrijheid een noodzakelijk fenomeen is dat voortkomt uit het bestaan van het leven, zou vrijheid eerst moeten worden gedefinieerd alvorens dit begrip kan worden geplaatst binnen een moralistisch systeem.
Vrijheid is een noodzakelijk existentieel fenomeen voortkomend uit het scala aan mogelijkheden die het individu krijgt toegereikt en van waaruit het individu kan handelen.
Hoe ironisch is het wel niet dat door het plaatsen van vrijheid binnen een moralistisch systeem de essentie van vrijheid per definitie wordt beperkt! Het invoeren van een moralistisch systeem impliceert de beperking van vrijheid in de concrete zin van het woord. Echter ervaren wij dit niet als een beperking van vrijheid, omdat wij hiermee de slechte neigingen waarmee wij als individu worden geconfronteerd ook kunnen beperken en hierdoor onszelf kunnen beschermen tegen de ander indien deze door een willekeurige reden niet in staat is om zijn/haar eigen handelen te beteugelen.

Het probleem dat voortkomt uit de invoering van een moralistisch systeem is de hanteerbaarheid hiervan. Indien het moralistisch systeem simpel hanteerbaar is, zal ieder individu dit systeem hanteren zonder daadwerkelijk nadenken waarom het individu handelt zoals het handelt. En dit zal onlosmakelijk leiden tot nihilisme, want op het moment dat het systeem zichzelf heeft gemanifesteerd onder een bevolking en dat ieder individu handelt zoals opgesteld is volgens het systeem zonder te begrijpen waarom het individu handelt, dan wordt de meerwaarde van het systeem opgeheven. De invoering van een complex moralistisch systeem is echter een onmogelijkheid vanwege meerdere redenen.
Ten eerste is het mogelijk dat dit ook leidt tot nihilisme, omdat de identiteit van het individu zal verdwijnen naarmate de invloed van het systeem op het individu toeneemt en de mens ophoudt een mens te zijn, maar zal gaan leven als een leeg biologisch omhulsel dat ooit een mens is geweest.
Ten tweede gaat het moralistisch systeem voorbij de concepten van cultuur en zal elk moralistisch systeem zich eerst moeten conformeren aan de gebruiken van de cultuur. Het spreekt voor zich dat het systeem uiteindelijk meer invloed zal gaan uitoefenen dan de cultuur, wat een onmogelijkheid is, omdat het individu zich primair conformeert aan culturele invloeden en secundair aan extra-culturele invloeden, in dit geval een moralistisch systeem.
Als laatste zal het individu altijd zijn/haar unieke identiteit behouden ongeacht de invoering van een systeem. Ieder mens is uniek, ongeacht de universele overeenkomsten in ons menselijk handelen die eerder voortkomt uit de genetische opmaak van het menselijk lichaam dan het handelen van het individu.

In het artikel is te lezen dat de franse filosoof Pascal Bruckner ongewenste beïnvloeding en crisis beschouwt als de grootste bedreigingen van deze tijd. Niet zo heel vreemd als je nagaat dat een crisis veelal wordt veroorzaakt doordat een elementair deel van een systeem of stuk gaat of niet meer optimaal functioneert. De opvattingen van deze filosoof is dat ongewenste beïnvloeding en crisisen moeten worden bestreden door weerbaarheid, voortkomend uit humanisme en religie.
Het is intrigerend, voornamelijk omdat ik als ongelovige weiger mijzelf te conformeren naar een religie, zie ik wel de voordelen die een religie met zich meebrengt. Hetzelfde geld ook voor een humanistisch gedachtengoed, dat de nadruk legt op de mens, ongeacht diens geboortegrond, geslacht of levensovertuiging.
Er is wel een element dat een groot effect kan hebben, namelijk het grijs gebied tussen het individu en een groep. Dit grijs gebied zal altijd blijven bestaan, ongeacht de fundamenten van een systeem. Hoe kleiner dit grijs gebied is, des te kleiner wordt de ogenschijnlijke vrijheid van het individu en des te groter zal de kans bestaan dat de vrijheid omslaat naar nihilisme.

Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze blog. Het is bevrijdingsdag, dus geniet van jullie vrijheid! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe

vrijdag 30 maart 2012

Filosofisch intermezzo - Vrijheid van meningsuiting

O sancta simplicitas! In welk een zonderlinge vereenvoudiging en vervalsing leeft de mens! Men kan zich niet genoeg verwonderen als men eenmaal zijn ogen voor dit wonder heeft geopend! Hoe helder en vrij en licht en eenvouding hebben we alles om ons heen gemaakt! Hoe goed hebben we onze zintuigen een vrijgeleide voor al het oppervlakkige, ons denken een goddelijke begeerte naar baldadige sprongen en verkeerde conclusies weten te geven! - hoe goed zijn we er van het begin af in geslaagd onze onwetendheid te bewaren, om van een bijna onbegrijpelijke vrijheid, onbezonnenheid, onvoorzichtigheid, moed, vrolijkheid des levens, - om van het leven te genieten! - Friedrich Nietzsche - Voorbij goed en kwaad - pagina 33

De filosoof Jean-Jaqcues Roussue sprak ooit de woorden: "het individu leeft in chaos, om structuur hierin te vormen maakt deze een sociaal contract met diens leefomgeving". Een essentieel onderdeel van dit sociaal contract zijn de sociale omgangsnormen die de samenleving bepaald en aan iedere norm een bepaalde waardering hangt. Echter stuiten wij hierbij op het volgende probleem: hoe kunnen wij als samenleving vaststellen welke sociale omgangsnormen gewenst zijn en welke waardering wij eraan moeten hechten?
De eerste gedachte zou wellicht zijn dat dit allemaal moet worden vastgelegd in de wet, maar is dat wel zo verstandig? De journalist Kustaw Bessems was hier faliekant op tegen. Als concreet onderwerp droeg hij het onderwerp 'ontkennen van de holocaust' aan in zijn betoog voor verbreding van de vrijheid van meningsuiting.

Het geeft een hoop stof tot nadenken, want op het eerste gezicht zou je vanuit een moralistisch perspectief juist het ontkennen van een gruwelijke gebeurtenis als de holocaust strafbaar willen stellen, ook al dient het alleen voor het maken van een statement, een normaal mens doet zoiets niet!
Maar door het strafbaar te stellen van zulke uitspraken blijft het juist een heikel punt van maatschappelijke discussie. Er zullen altijd voor - en tegenstanders zijn van het behoud van een collectief gedachtengoed en zulke maatschappelijke discussies zijn per definitie onderhevig aan dezelfde sociologische mechanismen die verantwoordelijk zijn voor het behoud van de cultuur. Ik zou bijna durven te stellen juist doordat er maatschappelijke discussie ontstaat over maatschappelijke onderwerpen mondt dit uit in een nationale verandering van cultuur, wat dus door de conservatieven onder ons wordt verafschuwd, want zij willen juist dat het onderwerp dat ter discussie staat wordt behouden in zijn originele staat en dat er niet aan mag worden getornd.

Wat ik interessant vind is de implementatie van het strafrecht in dit onderwerp in het desbetreffende artikel waarin ik hierboven refereer. Het is vrij logisch, want elke rechtstaat functioneert optimaal doordat de rechtspraak de grootste macht heeft en door ieder individu wordt gerespecteert. Maar is de functie van de rechtspraak eigenlijk niet langzaam maar zeker aan het veranderen? Vroeger fungeerde de rechtspraak om daadwerkelijk recht te doen in een zaak waarbij er sprake was van onrecht. Tegenwoordig heeft de rechtspraak de schijn gekregen dat deze steeds meer wordt ingezet als behoud van bepaalde sociale omgangsnormen. Een voorbeeld is het in het artikel aangehaalde 147 van het strafrecht waarin is vastgelegd dat het uitvoeren van godslastering strafrechterlijk mag worden bestraft.
En laten we vooral niet vergeten dat wij in 2011 hebben mogen genieten van het poppenkastspel genaamd "de rechtzaak tegen dhr. Wilders". Hoe zeer ik het ook oneens ben met zijn standpunten en dat ik zelfs vind dat hij op bepaalde punten de fatsoensnormen voorbijstreeft en dat hij fascistisch gedachtengoed uitspreekt, neemt dat niet weg dat die hele rechtzaak op geen enkel strafrecht gefundeerd was. Hij heeft een hele bevolkingsgroep zwart gemaakt, helemaal correct. Maar is dat voldoende om iemand strafrechterlijk aansprakelijk te maken? Absoluut niet.

Waar ik mij eerder zorgen om maak is de intollerantie. Het enige wat dhr. Wilders doet is inspelen op de onderbuikgevoelens die momenteel de maatschappelijke onrust veroorzaakt. Of zijn wij alweer vergeten wat ene Anders Breivik heeft aangericht op een klein eilandje in Noorwegen? Een land dat op het eerste oog schijnbaar rustig was, maar ondertussen wel onrust groeide tussen verschillende bevolkingsgroepen. Hoe is het anders mogelijk dat een enkeling tot zulke wereldvreemde ideeën zou komen, als deze toch niet zo wereldvreemd waren als wij dachten?
Juist doordat wij ons als autochtone bevolkingsgroepen gaan afzetten tegen andersdenkenden dwingen wij mensen als gelijkdenkenden die toenadering tot elkaar gaan zoeken en zich gaan afzetten tegen andere bevolkingsgroepen.

Het gevolg is dat wij nu massaal collectieve onderwerpen als de islam en kutmarrokaantjes (oeps, wat zeg ik nou!?) afwijzen, omdat wij er niet mee bekend zijn. Kutmarrokaantjes moet je afstraffen door gebruik te maken van het strafrecht en de islam keuren wij collectief af, omdat deze zich afzondert van de rest van de samenleving.
Massaal stemmen wij op de PVV omdat wij niet weten hoe wij als samenleving om moeten gaan met deze sociale veranderingen. Waarom? Omdat het andersdenkenden zijn. Ik moet bekennen dat zij inderdaad een andere visie hebben op onze wereld dan andere mensen. Maar is dat niet eerder een culturele aanlegenheid? En moeten wij hierdoor het individu afwijzen, omdat dit individu zich zou weigeren te conformeren naar onze eigen cultuur?
Het is juist belangrijk om het debat aan te gaan! Wij als volk, als natie met onze eigen normen en waarden en gebruiken moeten juist in gesprek blijven met andere bevolkingsgroepen. Eigenlijk moet je überhaupt niet eens spreken over een "wij" en "zij", want dat draagt alleen maar bij aan het denken in het perspectief van mensen die van elkaar verschillen.
Immigratie heeft al masaal gefaald getuige de hedendaagse maatschappelijke onrust en vervreemding van onze medemens, is dan niet juist nu het tijdstip om verandering te maken en ons nader tot onze medemens te begeven?
Een begin kan zijn door het oprekken van de vrijheid van meningsuiting - niet als analogie van vrijheid van belediging, maar concreet met duidelijke argumenten aangeven waarom iets is zoals het is. Heb het lef om als natie heilige huisjes omver te gooien, want wat voor meerwaarde hebben deze nog in het (verwetenschappelijke) tijdperk?

Sociale zekerheden kunnen bestaan onafhankelijk van culturele achtergronden. Juist door het stellen van sociale normen zal er sprake zijn van de ontwikkeling van pluripotente groeperingen, waarbij collectief mensen op dezelfde manier handelen zoals dat sociaal gewenst is, zonder diens individuele (culturele) identiteit te verliezen.
Dát is het utopie dat de multi-culturele samenleving heet

Mensen, bedankt voor het lezen van deze diepgaande blog.
Ik wens ieder een heel fijn weekend toe.
Dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

zondag 11 maart 2012

Filosofisch intermezzo - De zin van het leven

Moed om te twijfelen heb ik, geloof ik, aan alles; ik heb moed om te strijden, geloof ik, tegen alles; maar ik heb niet de moed om iets te kennen; niet de moed om iets te bezitten, iets in eigendom te hebben. De meeste mensen klagen erover dat de wereld zo prozaïsch is, dat het in het leven niet toegaat zoals in romans, waarin de gelegenheid altijd zo gunstig is; ik klaag erover dat het leven niet zo is als in romans, waar je hardvochtige vaders en dwergen en trollen hebt om strijd tegen te leveren en betoverde prinsessen om te bevrijden. Wat zijn al zulke vijanden tezamen vergeleken bij de bleke, bloedeloze, onuitroeibare nachtelijke gedrochten waartegen ik strijd en aan wie ikzelf leven en bestaan verleen. - Soren Kierkegaard - Of/Of, pagina 50

Wat is de zin van het leven?
Als er één vraag is die mensen het meest stellen aan zichzelf danwel aan de wereld, dan is het deze vraag des levens, namelijk de oneindige zoektocht naar wat het leven daadwerkelijk inhoudt, waarom wij leven en met welk doel. Hoe ironisch is het wel niet dat wij allemaal ons hele leven zoeken naar het antwoord, terwijl het antwoord eigenlijk ons hele leven voor ons staat. Zijn wij blind geworden om dit antwoord te zien? Of willen wij gewoon niet dit antwoord zien omdat wij bang zijn (geworden?) voor de gevolgen van de kennis die dit antwoord met zich meebrengt? Het is waar, ignorance is bliss, dat is een onoverkoombaar feit. Hoe minder je weet, des te minder zorgen zal je ervaren. Helaas blijft onze drang om te weten nog altijd aanwezig, want wij willen altijd een verklaring hebben voor alles wat er gebeurd in ons leven. En als wij deze verklaring niet voor de hand hebben, dan gaan we zoeken, nadenken over wat een plausibele verklaring is voor die gebeurtenis.

Eigenlijk is er sprake van een misvatting bij deze vraagstelling. Iedereen is op zoek naar een universele wetmatigheid die deze vraag kan beantwoorden. Ik vraag mij af, is dit wel mogelijk? Is het mogelijk dat de zoektocht naar de zin van het leven kan worden beantwoord als sluitstuk voor het hele universum?
Ik denk van niet. Wij kunnen deze vraag alleen beantwoorden uit het perspectief van ons menselijk bewustzijn, elk oordeel dat wij vellen wordt gevormd op basis van de veronderstellingen die wij maken binnen de mogelijkheden van ons menselijk bewustzijn. De vraag naar de zin van het leven is per definitie een menselijke vraagstelling en omvat geen enkele aanleiding voor het zoeken naar een universele wetmatigheid.
Ieder organisme leeft met een zekere doelmatigheid in het leven, maar de invulling van deze doelmatigheid is per definitie afhankelijk van het individu. De invulling van deze doelmatigheid is alleen bij mensen afhankelijk van het individu, want dieren, virussen en andere micro-organismen bevatten allemaal universele doelmatigheden.
Natuurlijk zou je kunnen stellen dat ieder dier uniek is en dat er nog altijd sprake is van het handelen van het individuele dier en niet als een collectief organisme waaronder micro-organismen en virussen wel onder kunnen worden geplaatst, maar de mate van diversiteit waarbij het individuele dier handelt is nog altijd beperkter in vergelijking met mensen. Ook dit argument zou je kunnen ontkrachten door te stellen dat indien apen de dominante diersoort zouden zijn dat zij dan meer mogelijkheden hebben om te handelen in vergelijking met mensen, maar dat staat los van de cognitieve mogelijkheden die dieren hebben in vergelijking met mensen.

Geluk is een menselijk begrip, wij kunnen dit begrip alleen plaatsen binnen een menselijke context. Een dier kan je wel degelijk gelukkig noemen, wanneer het zich bevindt in een situatie waarin al diens wensen zijn vervuld, maar wij noemen een dier nog altijd gelukkig vanuit een menselijk perspectief.
Ook dieren kunnen verdrietig zijn en pijn hebben, want dit zijn basale emoties die bestaat op het basale niveau van het cognitief functioneren van een organisme. Maar complexe interacties waarbij er een inschatting moet worden gemaakt van een situatie is heel concreet gezegd alleen mogelijk binnen menselijke begrippen, omdat een dier niet kan bevatten wat er gebeurd in zo'n situatie.
Ook hierbij kan er een kanttekening worden gemaakt, door te stellen dat ook dieren soms moeten handelen in wat zij ervaren als complexe situaties, maar het begrip voor de situatie zal nog altijd beperkter zijn in verhouding tot die van de mens. Ik maak telkens gebruik van de mens als het referentiekader, puur om aan te tonen dat wij altijd berederingen vanuit ons menselijk denkvermogen dat in het verlengde ligt van dierlijke denkvermogens. Wat vrij logisch is, aangezien ook wij mensen nog altijd dieren zijn.

Het bovenstaande toont aan dat wij altijd beredeningen vanuit een menselijk perspectief. Dat impliceert dat de vraagstelling "wat is de zin van het leven" alleen toepasbaar is op menselijke interacties en de wereld zoals de mens die ervaart. Maar een universele wetmatigheid zal hieruit niet kunnen worden afgeleid, vanwege de omvatbaarheid van mensen t.o.v. het universum. Om deze wel te kunnen vaststellen moet de vraagstelling worden veranderd naar: "wat is de drijvende kracht achter het leven"?
Het spreekt voor zicht dat de gelovigen onder ons hier direct als antwoord "God" zullen geven, ik ga hier geen verdere uitspraak over doen.
Afgaande op de bovenstaande deductie, durf ik nu een vrij grote stap te maken. Het is bewezen dat de zin van het leven per definitie voortkomt uit menselijke betrekkingen en dat de oneindige zoektocht naar de gebeurtenissen per definitie afhankelijk is van het individu. Dus zal de zoektocht naar de zin van het leven liggen in het verlengde van het menselijk handelen.
Het is veel te simplistisch om te stellen dat het doel van ieder mens is om gelukkig te worden, echter omvat dit begrip een scala aan onderliggende factoren. Geluk is een abstract begrip dat per definitie afhankelijk is van het individu en hoe dit invididu deze ultieme gemoedstoestand zal bereiken. Echter is de doelmatigheid van mensen een onderdeel van de volledige zin van het leven, ieder individu dat doelen voor zichzelf stelt en deze bereikt zal een zekere mate van geluk ervaren en co-existerend met dit concept van geluk heeft dit invididu een zekere mate van invulling gegeven aan het eigen leven.

Kan er worden gesteld dat dit de zin is van het leven?
Het leven existeert doordat het zijn eigen existentie bevestigd. Deze bevestiging zal ieder individu zelf invullen door het stellen van invididuele doelen en door het bereiken van deze doelen wordt de existentie van dit individu bevestigd en zal het een zekere mate van geluk ondervinden dat evenredig is met de mate van de bevestiging van de existentie van het individu.

Aldus besluiten wij met de wijze woorden van Socrates: "All i know, is that i know nothing".

Mensen, ik wens ieder een hele fijne zondag toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

maandag 5 maart 2012

Filosofisch intermezzo - PVV als fascistische partij

De psychologie van den nationaalsocialistischen leugen is veel interessanter dan men uit de geschriften van sommige ethische en waarheidslievende intellectueelen zou kunnen opmaken, want het liegen vervangt hier compleet het schipperen tusschen theoretische ‘waarheid’ en practische noodleugen, dat de gemiddelde democratische menschen kenmerkt.[...] De strijd tegen het nationaalsocialisme is dan ook hopeloos, wanneer men niet leert inzien, dat de strijd in de eerste plaats moet gaan tegen de idealiseering van het ressentiment.... niet alleen onder nationaalsocialisten, maar ook onder democraten en socialisten.[...]
Ook het simplisme van de nationaalsocialistische ‘leer’ komt niet uit de lucht vallen; simplistische conclusies zitten iedereen in het bloed, die behoefte heeft zich te rechtvaardigen.[...] men denke aan de van professor tot student voortgepredikte tegenstelling tusschen ‘intellectueele élite’ en ‘massa’; men denke tenslotte (ervaring van den allerlaatsten tijd) aan het simplistisch schema van de beweging ‘Eenheid door Democratie’, die twee zoo verschillend georiënteerde stroomingen als het communisme en het nationaalsocialisme over één kam scheert, alleen omdat zulks den burger een weinig nadenken bespaart en omdat de tyrannie van Stalin in haar effect precies lijkt op die van Hitler.
- Menno ter Braak - Het nationaal-socialisme als rancuneleer - Pagina 20 - 21

Het is natuurlijk een vrij rigoreuze uitspraak om een politieke partij te bestempelen als een fascistische partij, maar iemand die nadenkt over de betekenis van de term "fascistisch" zal al vrij snel de overeenkomsten herkennen tussen de concrete betekenis van dit woord en de methodieken waarmee de PVV politiek bedrijft.
Ik quote vanuit Wikipedia de volgende punten:
1.Het fascisme is de tegenstander van zowel de traditioneel linkse als rechtse politieke partijen.
2.Het fascisme minacht contemporaine conservatieve instellingen.
3.Het fascisme vereert machtsvertoon en het gebruik van geweld, in zoverre dat is gericht op de omverwerping van de bestaande maatschappelijke orde.
4.Het fascisme kent een autoritaire structuur met aan het hoofd daarvan een leider aan wie charismatische eigenschappen worden toegeschreven.
5.Het fascisme streeft naar de instelling van een politieke dictatuur.
6.Het fascisme streeft naar de volledige controle over het maatschappelijk leven en de sociale en culturele organisaties.
7.Het fascisme is extreem nationalistisch.
8.Het fascisme pleit voor een continue strijd om de eigen natie te kunnen doen overleven te midden van andere staten.
9.Het fascisme berust in hoofdzaak op de maatschappelijke middenklasse.
10.Het fascisme streeft naar sociale eenheid en de opheffing van alle bestaande klassen- en belangentegenstellingen

Dit geeft toch stof tot nadenken, want je zou tegelijk kunnen stellen dat fascisme conformeert met een gedachtengoed dat specifiek van toepassing is binnen een bepaalde socio-economische context, dat nu helemaal niet van toepassing zou zijn.
Het fascisme is ontstaan in navolging van de eerste wereldoorlog, onze wereld en voornamelijk duitsland was toen voor altijd veranderd. Nog nooit had de wereld een oorlog meegemaakt dat zo allesvernietigd was als deze oorlog, waarin hele naties verbonden met elkaar sloten om samen te werken en samen oorlog te voeren met andere naties.
Duitsland werd na de eerste wereldoorlog aan banden gelegd, de gevolgen waren masaal. Het hele land verzaakte langzaam in een maalstroom van ellende, totdat er een leider optrad die het land uit de ellende zou trekken: Adolf Hitler.

Nu moet ik bekennen dat ook ik het te ver vind gaan om een vergelijking te maken tussen deze man en neerlands grootste moslimfan dhr. Wilders, maar het geeft stof tot nadenken wat voor analogiën van toepassing zijn.
Niet dat er sprake is van een maalstroom van ellende, maar er ís sprake van culturele danwel sociale onrust als gevolg van de nasleep van 9/11.
Het feit dat Nederland een mogelijk doelwit kan worden van een terrostische aanslag creëert een bekrompen vorm van vrijheid. Kan iemand ontkennen dat hij/zij beperkter voelt in zijn/haar gevoel van vrijheid als je Nederland gaat vergelijken voordat 11 september plaatsvond en nadat de aanslagen hadden plaatsgevonden?
Wie herinnert zich niet de koude rillingen bij het aanzicht van die twee vliegtuigen die zich in de twee torens boren? Wie herinnert zich niet hoe wij als natie massaal geschrokken waren bij het aanzicht dat de westerse wereld werd aangevallen?

Lees deze woorden, hoe je het wend of keert, de wereld is veranderd na 11 september. Of je het leuk vindt of niet, de wereld zoals wij die kennen is onlosmakelijk veranderd, want voor het eerst werd de westerse wereld geconfronteerd met terrorisme dat werd voortgebracht door mensen die uit een andere wereld kwamen met andere normen en waarden.
Hoe ironisch is het wel niet dat Amerika Irak ging invaderen onder het mom dat Saddam Hoessein massavernietigingswapens in bezit had en dat deze nooit zijn gevonden? De hele westerse wereld stond achter de oorlog, terwijl iedereen wist dat deze gestoorde gek geen massavernietigingswapens in bezit had. Nee, wij als westerse wereld moesten onze tanden laten zien, wij moesten laten zien dat wij wraak konden nemen als verdelging van alle mensenlevens die verloren zijn gegaan tijdens de aanslagen van 11 september.
Wat heeft het ons gebracht? Twee naties die volledig in chaos zijn en duizenden oorlogsslachtoffers aan de kant van de geallieerden, niet te vergeten hoeveel ongeschuldige oorlogsslachtoffers aan de kant van de burgerbevolking zijn gevallen, want deze zijn nog altijd "collateral damage" wanneer het leger ergens moet ingrijpen.

Misschien is het mijn onwetendheid omdat ik ben opgegroeid in een klein dorp, ver van de bewoonde wereld. Maar ik heb in mijn jeugd nooit mensen zien rondlopen met burka's of hoofddoeken. Zelfs toen in Beverwijk ging studeren zag ik amper mensen rondlopen met hoofddoeken, terwijl ik toch met enige regelmaat in Amsterdam kwam.
Naar gelang de tijd vorderde zag je het straatbeeld veranderen en leek het alsof er meer mensen gingen rondlopen met een hoofddoek. Hier zou je diverse vraagstellingen op kunnen loslaten. "Hebben deze mensen altijd al rondgelopen met een hoofddoek en worden wij er nu pas van gewaar als gevolg van de groeiende angst onder de bevolking" Zijn mensen op zoek naar hun eigen identiteit? Is de islam in opkomst of is deze religie altijd al in opkomst geweest?"
Ik moet bekennen dat ik er zelf ook aan irriteer wanneer mensen een gesprek voeren in hun eigen taal en ik het niet kan begrijpen. Maar tegelijk kan ik ook die mensen begrijpen dat dat hun moedertaal is, als dat communicatiemedium voor hun prima functioneert, wie ben ik dan om te stellen dat zij niet mogen communiceren in hun eigen taal? Zolang zij maar bewust zijn van het feit dat wanneer er met mij wordt gecommuniceert, dat zij communiceren in een taal die ik spreek. En omdat wij Nederland wonen mag je inderdaad veronderstellen dat je nederlands moet spreken.

Maar dan komen we weer op een ander punt, namelijk dat wij als samenleving nu pas worden geconfronteerd met het falend immigratiebeleid dat in de jaren '80 en '90 is gevoerd.
Het individu dat de taal wilde leren, ging ook de taal leren. Maar het individu dat alleen maar naar dit land was gekomen voor diens echtgenoot en een clubje heeft gevonden van "lotgenoten" en dus nooit heeft gemengd met de inheemse bevolking heeft dus ook nooit iets meegekregen van de normen en waarden van "onze samenleving". Dit individu heeft nooit de kans gekregen om deze te leren. Nu zou je natuurlijk ook kunnen veronderstellen dat het individu daadkrachtiger had moeten zijn en "gewoon zelf contact moest leggen". Hoe kan je contact leggen met "inheemse mensen" als je niet eens in staat bent om optimaal te kunnen communiceren?

Dan nu anno 2012, ik zou hier überhaupt niet eens willen wonen als vreemdeling. Een maatschappij die mij uitkotst, omdat mij niet eens op een normale manier de mogelijkheid wordt gegeven om te immigreren. In plaats daarvan wordt ik onderworpen aan allerlei toetsen en krijg ik allerlei zooi door mijn strot gedouwd waar je niet blij van wordt, allemaal in het kader van integratie!
Mag ik eerlijk zeggen dat ik niet eens weet hoe het volkslied van Nederland gaat, verschrikkelijk he. Ben ik nu plotseling het nederlanderschap niet waardig? Terwijl ik mij geen greintje minder nederlander voel en mij nog steeds zo intens verbonden voel met de natie dat Nederland is, ken ik nog steeds niet het Wilhelmus. Ik heb er gewoon simpelweg geen behoefte voor om deze te leren, waarom zou ik? Het heeft voor mij geen meerwaarde.
Ook dat is een lastig punt, want hoe kan je vaststellen wat een immigrant aan kennis in huis moet hebben wilt hij/zij de mogelijkheid gebonden krijgen om te vestigen in dit land?

Afijn, we wijken af van het onderwerp, namelijk vaststellen waarom de PVV een fascistische partij en of deze term wel toepasselijk is.
Primair zou je stellen dat deze term wel degelijk van toepassing, gezien het nationalistisch tintje dat onlosmakelijk verbonden is met de PVV, of om de inleiding erbij te betrekken "want het liegen vervangt hier compleet het schipperen tusschen theoretische 'waarheid' en practische noodleugen", iets waar de PVV gretig gebruik van maakt in het debat door simplistische beredenaties, hoewel deze erg goed sofistisch onderlegd zijn door te zoeken naar de zwakke punten in de argumentatie van de tegenstander en op basis hiervan een tegenargument te bieden.
Ook durf ik wel degelijk te stellen dat de PVV overeenkomt met alle punten waarmee het fascisme overeenkomt behalve punt 6, hoewel ook bij dit punt er sprake kan zijn van bepaalde overeekomsten met de PVV in het kader van standpunten die deze partij neemt wanneer het gaat over ontplooiing van cultuur of moet ik eigenlijk zeggen, het behoud van de cultuur

Het moge duidelijk zijn dat ervan uitgaande dat de context waarbinnen er mag worden gesproken over de term fascisme niet van toepassing zijn in de huidige socio-economische betrekkingen. Maar afgaande op de achterliggende psychologische mechanismen durf ik wel degelijk te stellen dat dezelfde gedragspatronen van toepassing zijn die uiteindelijk allemaal gefundeerd zijn op angst en afgunst, want zo stel Menno ter Braak: "simplistische conlusies zitten iedereen in het bloed, die behoefte heeft zich te rechtvaardigen".
Het individu dat geen rechtvaardiging heeft voor diens handelen, zal op zoek gaan naar een rechtvaardiging voor diens menselijk handelen

Mensen, ik wens iedereen een hele fijne dag toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

zaterdag 18 februari 2012

De egoïstische maatschappij anno 2012

Hoe weet je dat de maatschappij veranderd is in een kille, zelfzuchtige en voornamelijk egoïstische opeenhoping van mensen? Wanneer je als individu waarneemt dat mensen bij voorbaat al een grote afstand nemen tot elkaar, dat mensen in het hedendaagse tijdperk alleen maar geïnteresseerd zijn in hun eigen leven en geen notie hebben van de mensen om hun heen, dat wij constant worden geconfronteerd met de beperkte tijd dat ons is gegeven en dat wij deze ten volste willen benutten en daarom onze medemens langzaam maar zeker uit het oog beginnen te verliezen.

Ik moet toegeven dat ook ik graag in de tram mijn eigen muziek aan het luisteren ben, dat ik geen behoefte heb om te luisteren naar andermans gesprekken. Maar ik kijk wel naar mijn medemens, niet uit het perspectief van angst, maar puur omdat ik me snel gewaar wordt wanneer een mens een helpende hand nodig heeft. Het is een klein gebaar, maar een klein gebaar kan voor een persoon veel betekenen en op dat moment juist hetgeen zijn dat die persoon nodig heeft. Het kost weinig moeite om iemand te helpen een kinderwagen de bus/tram/trein in te tillen.
Als ik zie dat een oud persoon de bus/tram in stapt, dan biedt ik altijd vriendelijk mijn plek aan. Ik heb weleens meegemaakt dat een oud persoon, dat ook nog eens haar pols in het gips had, was gedwongen om te staan, want niemand bood haar een plek aan. Wij leven schijnbaar in een tijdperk dat je alleen iets kan bereiken door een grote mond te trekken, maar deze mensen hebben geen behoefte aan om zielig gevonden te worden. Echter is er een wezenlijk verschil tussen iemand zielig vinden en handelen uit een moraal perspectief, waarmee je respect toont voor je medemens.

Op hyves bestaat er een knop “respect”, persoonlijk vind ik dit een degradatie van de concrete betekenis van het woord. Respect verdien je door accuraat en correct te handelen waar dat nodig is richting je medemens toe, niet door iets simpels te roepen en dat allerlei mensen roepen “RESPECT!!!”.
In dat kader vind ik dat weinig mensen respect verdienen, hoewel er wel degelijk enkelen zijn die dit wel verdienen. Dat zijn mensen die wel oog hebben voor hun medemens en helpen wanneer dat gewenst is. Die onbaatzuchtig en vanuit hun moraal handelen, die niet met argusogen naar hun medemens kijken. Geprezen zij de egoïstische maatschappij anno 2012!

Ik wens jullie allen een zeer fijn weekend toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe

woensdag 25 januari 2012

Filosofisch Intermezzo - Emotionele waardering binnen de kaders van moraliteit

“We leven in een tijdperk dat het verstandelijke hoog aanslaat en neerkijkt op emoties, die als week en warrig gelden. Erger nog: emoties zijn moeilijk te beheersen, en is zelfbeheersing niet het kenmerk van de mens? Als kluizenaars die de verzoekingen van het leven weerstaan, proberen moderne filosofen de menselijke hartstochten op afstand te houden en concentreren zich in plaats daarvan op logica en rede. Maar net zoals geen kluizenaar kan voorkomen dat hij droomt van mooie vrouwen of lekker eten, kan geen filosoof om de elementaire behoeften, verlangens en obsessies heen van een soort die, helaas voor hem, van vlees en bloed is gemaakt. Het idee van de ‘zuivere rede’ is zuivere fictie”Frans de Waal, Een tijd voor empathie

Hoe waar zijn deze woorden wel niet, wij leven inderdaad in hele bizarre tijden. De samenleving is nog nooit zo complex geweest, normen en waarden zijn voor menselijke begrippen nog dynamischer geworden dan ze al ooit waren. Hetzelfde geld voor het moraal, hoe makkelijk is het niet wel om je moraal op zijn beloop te laten gaan wanneer de situatie zich aandient waarin jij als persoon kan profiteren voor de situatie?
Heeft moraal in de hedendaagse maatschappij eigenlijk nog wel enige functie? Ik denk van wel, hoewel het bij lange na niet meer hetzelfde moraal zal zijn als dat vroeger bestond. Het moraal van nu zal vooral gericht zijn op de menselijke vrijheden, ons onbekommert bestaan waarin wij ten volste kunnen genieten van de geneugten die het leven te bieden heeft, zonder ons enige zorgen te hoeven maken over de dag van morgen. Eerlijk gezegd walg ik hier van, van deze simplistische levensstijl. Je zou het bijna kunnen scharen onder Nietzsche’s ‘nihilisme’, de non-existentie van collectieve menselijke waardering.

Waardering an sich zal nog wel bestaan, ieder individu hecht tenslotte waarde aan een gegeven object, afhankelijk van de betrekkingen met het individu en het desbetreffend object, hetzij een object in de concrete zin van het woord dat bijdraagt aan de gemakken van het leven, danwel een object in de zin van een ander mens waarbij er sprake is van sociale interacties.
Maar echte waardering bestaat naar mijn idee niet meer, of althans is het langzaam maar zeker verdwenen door de complexiteit van onze samenleving dat tegenwoordig gericht is op de ontwikkeling van het individu dat moet groeien ten koste van anderen. Het individu dat rijk wordt over de ruggen van anderen, want geld is het enige waar wij tegenwoordig waarde aan hechten.
In het verlengde hiervan zijn wij massaal in staat om aan een bepaald object een waarde te geven dat gelijkwaardig is met de waardering van geld. Dit is echter vaak een subjectief begrip, gezien het feit dat er zo vaak wordt gestunt met prijzen en dat een prijs nooit vaststaat. Natuurlijk spelen diverse sociale interacties hierbij ook een rol, met name onze onbedwingbare drang naar het materialisme, onze onverzadigde consumeergedrag waarmee wij alleen maar kunnen kopen zonder daadwerkelijk na te denken of wij dat object wel nodig hebben.

Waardering is een typisch menselijk begrip, eigenlijk bestaat het niet eens, het is een puur mentaal begrip waarbij wij een bepaald object plaatsen binnen een kader van betrekkingen die van toepassing zijn op dat object. Evenredig aan de mogelijkheden die ons worden aangeboden door het desbetreffend object zullen wij een waardering creëren voor dat object. Maar de toepasbaarheid van het object wordt ook secundair bepaald door het milieu waarin het wordt gebruikt. Toen ik nog lid was van de quest was er een sectie bij de brieven waarin mensen een foto konden insturen van een object met de vraagstelling: “wat is de functie van dit object?”.
Eigenlijk vrij bizar als je nagaat dat iemand een object in bezit kan hebben zonder begrip te hebben voor de functie. In het kader van waardering zou je kunnen stellen dat je als individu geen enkele waardering hecht aan het object, puur omdat er geen mogelijkheden zijn als toepassing van dit object. Dit staat geheel in lijn met een vorig geschreven blog, waarin ik waardering omschrijf als het toekennen van waarde aan een object. Echter komen we dan op een kritisch punt, namelijk: hoe bepaal je waarde van een object?

Is het mogelijk dat emoties betrokken zijn bij de waardering van een object? Zoals eerder gesteld zijn onze ratio en emoties onlosmakelijk met elkaar verbonden, de één ligt in het verlengde van het ander, ze coëxisteren naast elkaar.
Ons rationeel gedachtegoed is gebaseerd op onze logica, A is A en niet-B. A en B kunnen met elkaar verbonden zijn d.m.v. een verband C. Al deze betrekkingen worden vastgesteld door ons verstand met diens diverse methoden van kennisverwerving en het toepassen van de rede. Maar uiteindelijk zijn wij nog altijd slaven van onze emoties, wij zullen altijd primair handelen uit onze emoties, hoewel wij er wellicht niet bewust van zijn dat wij worden geleid door onze emoties. Een situatie waarin wij handelen conform onze verantwoording of sociale norm kan een effect hebben op onze gemoedstoestand, als wij handelen uit ons verantwoordingsgevoel dan bereiken wij daarmee voldoening. Als wij handelen uit conformatie met sociale normen, dan verkrijgen wij een prettig gevoel omdat er dan een positief effect wordt bereikt op de betrekkingen met de sociale interacties die getuige zijn van het hanteren van de sociale normen of wij krijgen een prettig gevoel omdat wij een ander persoon een prettig gevoel hebben kunnen geven.
Wat is er mooier aan geluk dan het kunnen delen van geluk?

Het klinkt op het eerste gezicht krom, dat wij handelen uit onze emoties terwijl wij er niet volledig bewust van zijn, want emoties veroorzaken per definitie de gewaarwording van een bepaald gevoel in onze menselijke psyche. Maar dan komen we weer bij de wisselwerking tussen onze ratio en emoties, namelijk op het moment dat onze emoties fungeren als de drijvende kracht achter de menselijke rede. Wat voor ander doel zouden wij anders hebben als wij niet handelen om uiteindelijk zelf een prettig gevoel te krijgen?
Wij leven nog altijd als individuele wezens, wij leven alleen en wij gaan alleen dood. Juist daarom kunnen wij genieten van andere mensen in ons bijzijn en juist dat geeft ons leven zin, het feit dat wij ons leven kunnen delen met andere mensen.

Anderzijds zijn de effecten van onze emotionele samenleving breeduit zichtbaar. Hulpverleners worden schijnbaar tegenwoordig vaak belaagd door mensen. Waarom? Mij dunkt dat dit veelal te maken heeft met het handelen puur uit onze emoties, zonder enige vorm van rationaliteit. Woede komt vaak voor uit onmacht en welke situatie kan nou meer onmacht geven dan het zien lijden van een geliefde?
Ik keur hiermee niet het gedrag goed, maar ik wil hiermee wel illustreren hoe groot het effect van onze emoties zijn op ons gedrag. Vaak realiseert het individu zich achteraf hoe het heeft gehandeld en zal het spijt ervaren, dat het zich zo heeft laten leiden door diens emoties. Afhankelijk van de situatie en het zelfreflecterend vermogen van het individu zal er een bepaalde tijdsperiode voorbijgaan voordat het individu dit realiseert. Helaas is vaak de schade al gemaakt.

Zou het mogelijk zijn om deze situaties te minimaliseren d.m.v. een moraal? Ja en nee.
Ja, want het opstellen van een moraal maakt het mogelijk om collectieve waardering te creëren voor een bepaald object in de breedste toepassing van dit begrip. Het zal ervoor zorgen dat meer mensen zich zullen conformeren aan sociale normen, waardoor emotionele toestanden minder kritische punten zal bereiken en er meer rationeel zal worden gehandeld dan emotioneel.
Nee, want hoe kan er een moraal worden opgesteld binnen de diversiteit van het huidige individu? Mensen zijn té divers om een collectief moraal op te stellen, daarvoor is de samenleving té complex geworden met het scala aan sociale interacties. Het individu leeft voor zichzelf, dus waarom zou het individu zich moeten conformeren aan sociale normen?
De enige manier hoe een moraal zou kunnen worden ontwikkeld is het opstellen van een religie, dat in mijn optiek fungeert als een fundament voor moraal. Toch blijft de vraagstelling bestaan, waarom zou het individu diens individuele gedachtegoed opgeven om zich te onderwerpen aan een gedachtegoed dat het individu opgelegd krijgt? Dat is nog altijd de huidige
paradox van onze samenleving.

Mensen, bedankt voor het lezen! Een hele lange, maar vooral integratieve blog waarin ik allerlei onderwerp aan elkaar probeer te relateren. Ik ben nog lang niet klaar, maar wel goed op weg met integratieve blogs als deze.
Ik wens ieder persoon een hele fijne dag toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe

maandag 9 januari 2012

Filosofisch intermezzo - Fenomeen van cultuur

Wanneer het mogelijk zou zijn die kalme, taaie dapperheid die de Duitser tegenover de pathetische, abrupte onstuimigheid van de Fransman aan de dag legde, wakker te roepen tegen de ínnerlijker vijand, tegen de hoogst dubbelzinnige en in elk geval onnationele 'algemene ontwikkeling' die thans in Duitsland, met een gevaarlijk wanbegrip, cultuur wordt genoemd, dan is niet alle hoop op een werkelijke, authentieke Duitse beschaving [...] verloren: want aan bij uitstek oordeelkundige en moedige aanvoerders en veldheren hebben de Duitsers nooit gebrek gehad [...] kortom dat overal het beste zaad van de cultuur deels is uitgezaaid, deels in fris blad en hier en daar zelfs in welige bloei staat. - Friedrich Nietzsche - Oneigentijdse beschouwingen - pagina 10.

Een tijd geleden had ik een blog geschreven waarin ik een uiteenzetting had gemaakt over de vermeende identiteitscrisis waarin ons land zich bevindt. Het spreekt voor zich dat dit volledig hypothetisch is en niet kan worden bevestigd door een onderzoek, maar afgaande op mijn eigen ervaringen die ik heb opgedaan in mijn omgang met mijn medemens en diverse media durf ik toch wel keihard te stellen dat deze uitspraak niet ver afstaat van de realiteit, namelijk dat wij als land, als natie, als samenleving hard aan het zoeken zijn naar nieuwe sociale omgangsnormen, dat wij niet meer weten hoe wij op een degelijke manier conform normen en waarden met elkaar om moeten gaan.

Wat voor een hoop mensen schijnbaar onverteerbaar is dat er onder een bepaalde bevolkingsgroep irrationele onderbuikgevoelens bestaan die ervoor zorgen dat zij oordelen over zaken waarover zij weinig danwel vrijwel niks vanaf weten. Het argument dat voornamelijk wordt aangevoerd door deze mensen is het "feit" dat 'wij ons wél (moeten?) aanpassen aan de sociale omgangsnormen in andere landen, maar dat andere mensen cq. buitenlanders zich niet aanpassen aan de sociale omgangsnormen zoals deze hier in Nederland worden gehanteerd'.
Persoonlijk vind ik dit een kinderachtig argument en begint deze uitspraak mij een beetje de strot uit te hangen. Natuurlijk kan er worden gesteld dat deze uitspraak gestoeld is op de universele drang naar gelijkwaardigheid onder mensen, maar waarom blijven mensen toch doorhameren op dit argument!? Het slaat kant noch wal en sterker, het draagt bij aan de vervreemding van onze menselijkheid. Want door andere mensen aan te kijken met argusogen zul je als individu ook handelen conform deze irrationele onderbuikgevoelens waardoor je als persoon per definitie al een oordeel heb geveld over een individu, zonder dat je ook maar iets weet van het individu. Juist deze irrationele onderbuikgevoelens dragen bij aan de zogenaamde 'splijting van de samenleving' waarin wij ons momenteel bevinden.

Waar gaat het mis? Dat wij ons laten leiden door onze irrationele onderbuiksgevoelens valt vrij makkelijk te vertalen door te kijken naar de psychologische mechanismen van ons handelen. Zoals eerder gesteld wordt ons handelen aangestuurt door de wil om gelukkig te worden. Geluk is een abstract begrip, maar zoals Artistoteles het had verwoord in zijn werk Ethica Nicomachea wordt geluk ook bepaald door het geluksgevoel van een samenleving.
Natuurlijk beperk ik met deze uitspraken per definitie het geluksgevoel van het individu en staat dit concept in het huidige tijdperk niet meer in het verlengde van het geluksgevoel van een natie, maar dit is dan ook puur ter representatie van sociologische mechanismen waarin wij worden geleid door de wil om gelukkig te worden en indien een natie als samenleving gelukkig is, dan het individu dan ook een bepaalde mate van geluk ondervindt. Net zoals het omgekeerd ook het geval is, waarin wij in het huidige tijdperk collectief worden beïnvloed door de berichtgeving in de media dat gedeeltelijk bijdraagt aan de ontwikkeling van een abstract collectieve gemoedstoestand.

Afijn, dat was een noodzakelijke zijstap die ik had moeten nemen ter verduidelijking van het volgende onderwerp, namelijk de botsing van culturen. Zoals de inleiding het verwoordde had Friedrich Nietzsche in zijn werk Oneigentijdse beschouwingen al opgemerkt hoe de in zijn ogen trotse duitse cultuur wordt beïnvloed franse cultuur en hoe de assimilatie van de franse cultuur een onlosmakelijk effect teweegbrengt in de totstandkoming van de duitse cultuur.
Ironisch eigenlijk als je nagaat dat de duitsers victorieus waren in de frans-duitse oorlogen die destijds diverse keren zijn gevoerd. In mijn optiek toont dit aan dat de ontwikkeling van cultuur een gegeven is conform menselijke ontwikkelingen en dat de zogenaamde overwinning van een natie op een andere natie geen garantie is voor het behoud van de cultuur, sterker nog het kan zelfs bijdragen aan de verandering van de cultuur, juist doordat mensen gewaar geworden van de verschillen tussen twee culturen. Hierdoor zullen mensen gaan reflecteren op hun eigen individuele normen en waarden en is het mogelijk dat het individu tot een ander inzicht komt door de externe ingeving van andere normen en waarden die op bepaalde niveau's beter aansluiten dan de huidige.

Hoe zit het dan met tolerantie? Wanneer spreek je over assimilatie en wanneer spreek je over tolerantie? Ligt het één wellicht in het verlengde van het ander?
Tolerantie is een typisch fenomeen van menselijke ontwikkeling. In mijn optiek biedt het juist mogelijkheden voor de ontwikkeling van cultuur en in het verlengde van de mens als wezen, als individu. Het zorgt ervoor dat je met behoud van je eigen normen en waarden objectief kan waarnemen hoe een cultuur zich verhoudt tot jouw eigen cultuur. In dit perspectief zou je kunnen veronderstellen dat assimilatie van een andere cultuur in het verlengde ligt van tolerantie, maar is het niet zo dat beiden co-existeren naast elkaar? Door een andere cultuur te respecteren, door diens normen/waarden, gebruiken, en sociale omgangsnormen te respecteren zal de andere cultuur ook dit gedrag vertonen en is het mogelijk dat twee culturen naast elkaar kunnen leven en zal er onlosmakelijk uitwisseling plaatsvinden tussen de twee culturen naarmate ze van elkaar leren. Je zou bijna kunnen veronderstellen dat cultuur bestaat op een metafysisch niveau en dat er op dit onwaarneembaar niveau interacties plaatsvinden tussen deze fenomenen.
Behoud van cultuur impliceert het behoud van een bepaald object dat een representatie is van de desbetreffende cultuur. Maar cultuur als existentieel fenomeen is een dynamisch sociologisch mechanisme dat veranderlijk is en per definitie onmogelijk kan worden behouden. Het existeert in het nu en nu is een ongedefinieerde tijdsperiode dat bestaat tussen het verleden en de toekomst.

Aldus besluiten wij met de wijze woorden van Friedrich Nietzsche - "De mens is iets, dat overtroffen moet worden; en daarom moet gij uw deugden liefhebben -: want gij zult aan hen te gronde gaan" - Aldus sprak Zarathoestra - pagina 44.

Mijn vrienden, ik wens ieder een zeer fijne dag toe!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe