zondag 9 september 2012

Filosofisch intermezzo - Sociale systemen als noodzaak van menselijke existentie

Alle instellingen en regelingen van de samenleving: de standen, het huwelijk, de opvoeding, het recht, dat alles ontleent zijn kracht en duurzaamheid alleen hieraan, dat de gebonden geesten in ze geloven - dus aan de afwezigheid van gronden, of ten minste in de afweer tegen het vragen naar gronden. Dat willen de gebonden geesten niet graag toegeven en ze voelen wel dat het een pudendum is.[...] Dit betekent echter dat uit het persoonlijk voordeel dat een mening oplevert haar waarheid moet worden bewezen, de profijtelijkheid van een leer moet de intellectuele betrouwbaarheid en gegrondheid garanderen.[..] Daar hem echter het tegenovergestelde schijnt te baten van wat zijn land - of standgenoten baat, nemen dezen aan dat zijn principes gevaarlijk voor hen zijn; zij zeggen of voelen: hij mag geen gelijk hebben, want hij is schadelijk voor ons. - Friedrich Nietzsche - Menselijk al te menselijk; pagina 150.

Dit tijdperk beschouw ik als een interessant tijdperk om in te leven. Ik zie een hoop dingen veranderd, als ik mijn leven van nu vergelijk met die van mijn jeugd. Wellicht heeft dit ook te maken met de beperkte mogelijkheden om de wereld te leren kennen als kind zijnde, maar desalniettemin zijn er een hoop veranderingen te lezen in de geschiedenis van de afgelopen decennia.
Zo was er de val van de berlijnse muur, in 1989. Het gevreesde communisme was eindelijk verslagen door de macht van het kapitalisme. Eindelijk kon het individu dat jaren opgesloten was in de bekrompen ideeën van het communisme genieten van de vrijheden die eindeloos zijn binnen een kapitalistisch systeem.
De wereldeconomie kon toen eindelijk gaan floreren en dat deed het dan ook en hoe! De jaren 90 wordt door een hoop mensen beschouwt als de jaren van economische welvaart, tijden waarin landen konden worden geherstructureert op allerlei socio-economische gebieden. Doe een zoektocht op google naar "AEX grafiek historisch" en dan is te zien hoe de economie de afgelopen paar decennia enorm is gegroeid in omvang.

En toen, najaar 2007/begin 2008 deed de kredietcrisis zijn intrede. Het hele kapitalistisch systeem schudde op zijn grondvesten. Vertrouwen is een fundament van de economie en dit verdween langzaam maar zeker. Nog steeds zit de economie in een slop. Het kán maar niet groeien en dat is toch een lastige kwestie, want al onze welvaart is in de huidige constructen onlosmakelijk verbonden met de economie.
Pensioenfondsen en verzekeraars, organisaties die een groot maatschappelijk belang hebben, investeren hun kapitaal in de beursgang, in de veronderstelling enorme winsten te kunnen behalen. De banken idem dito, evenals het individu dat aandelen koopt draagt indirect bij aan de groei van de economie.
Het monetair beleid vertoont scheuren, economen weten niet meer wat wijsheid is om te handelen, gezien de huidige politieke impasse van Europa om op een adequate wijze de economische problematiek op te lossen binnen diverse lidstaten van Europa.

Het individu wordt teruggeworpen op diens maatschappelijk/sociale zekerheden, zoals spaargeld, een baan en natuurlijk sociale cohesie met onze medemens. En dit is het punt waar het afgelopen decennium een hoop om te doen is geweest. De maatschappij is veranderd, onze hele samenleving is veranderd, inclusief diens samenstelling.
Met economische onrust worden culturele verschillen op scherp gesteld, kijk alleen al naar de opkomst van een fascistische partij als de PVV. Hoe dom mensen ook zijn, het ís logisch dat mensen met gelijkwaardige culturele opvattingen (en er dus ook indirect sprake is van gelijkwaardige opvattingen m.b.t. normen en waarden) elkander zullen opzoeken, met als doel het bereiken van sociale cohesie. Groepsvorming op nationale schaal is een onlosmakelijk gevolg van een polariserende samenleving, want elk verschil tussen mensen wordt op een irrationele wijze ongevormd tot een groot punt van kritiek - elke andere denkwijze dat niet conformeert met die van de algehele groep wordt ofwel de kop ingedrukt, of het individu in kwestie wordt buitengesloten van de groep.

Tolerantie is het magische woord, zoals ik al in een andere blog heb beschreven. Dit wordt bewerkstelligt door allerlei verschillende factoren, waaronder een bedrijfscultuur, waarin het voor het individu noodzakelijk is om zich te conformeren naar normen en waarden die gelden binnen het bedrijf.
Op nationale schaal zijn wij echter heden zoekend naar een nieuw sociaal construct. Iedereen is het vertrouwen kwijtgeraakt in het kapitalisme, afgezien van profiteurs die bijna op een hufterige wijze geld hebben verdiend over de ruggen van hardwerkende mensen. En tóch gaan wij door met het kapitalistisch systeem, ondanks de wetenschap dat dit een menselijk construct is dat wij zelf in stand houden, doordat wij er geen enkel alternatief voor hebben. Het énige alternatief tegen het kapitalisme ís het communisme. Ik las niet zo lang geleden een prachtige quote van Martin Luther King op facebook (het is dus twijfelachtig of de bronvermelding correct is). De quote ging als volg:
Capitalism fails to realize that life is social
Communism fails to realize that life is personal
The good and just society is...a socially conscious democracy which reconciles the thruths of individualism and collectivism
Ik vraag mij af, zijn deze twee uiterste sociale systemen eigenlijk niks meer en niks minder dan een menselijk construct? Waarom is het voor mensen onmogelijk om te leven in een wereld dat niet gebonden is aan regels en wetten?
Ik denk dat dit te maken heeft met de chaos van ons bestaan. Wij moeten eerst een fundament creeëren waarop wij ons leven kunnen inrichten cq. structureren. Om ons leven te kunnen structureren, moeten wij onze hele samenleving structureren en om dit te kunnen bewerkstelligen moeten wij dus een sociaal systeem hebben, dat ons als individu de mogelijkheid biedt om op te reflecteren zodat wij de mogelijkheid hebben om ons te leren gedragen conform de sociale normen en waarden dat uiteindelijk leidt tot de vorming van sociale cohesie dat kan worden vormgegeven d.m.v. cultuur.
Het gevaar echter dat hierin kan ontstaan, zijn de ironische werkingen van de democratie. Democratie zou kunnen worden beschouwt als 'de macht van de meerderheid' en toch beschouwen wij dit als de meest eerlijke verdeling van inspraak binnen een groep. Wederom is democratie een menselijk construct dat wij hebben bedacht in onze pogingen om tot sociale cohesie te komen. Wij erkennen de noodzaak van dit sociaal systeem, omdat wij geen alternatief hebben, behalve anarchie waarin wij als het ware worden teruggeworpen op het individuele bewustzijn van ons mens-zijn.
Alle bovenstaande systemen zijn in feite niks meer dan methoden waarmee wij als mensheid onze samenlevingen vormgeven. De vraag is echter: op welke manier zullen wij onze samenleving vormgeven?
Daaropvolgend kunnen we ons afvragen:wat voor alternatief hebben wij voor de sociale systemen waarin wij al onze samenlevingen hebben ingericht? Kunnen wij ons als mensheid ontwikkelingen tot het creëren van een nieuw sociaal systeem waarin er sprake is van een unieke interactie tussen het individu en een groep? Kan non-conformiteit bestaan binnen conformiteit en vice-versa?

Zelfs nu, met het aandragen van economische oplossingen door onze politiek, is onze hele welvaart nog steeds onlosmakelijk verbonden met die van het kapitalisme. Wij erkennen het kapitalisme als de bron van eindeloze mogelijkheden van het invidiu volgens het hedendaagse individualisme, maar tegelijk worden wij geconfronteerd met de tekortkomingen cq. oneindigheden van het kapitalistisch systeem. Ik denk dat wij als maatschappij langzaam maar zeker tot het besef beginnen te komen dat dit niet zo langer kan, dat wij de grenzen van de natuur moeten leren te accepteren. De vraag is echter: hoe kunnen wij dit bewerkstelligen, zonder dat dit ten koste gaat van onze samenlevingen?

Dat mijn vrienden, is een vraagstelling die ik nu open laat staan en waar ik op terug zal komen in een latere blog. Voor hun wens ik iedereen een hele fijne zondag toe, geniet van de laatste warme zondag van het jaar (hoogstwaarschijnlijk)!
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

vrijdag 31 augustus 2012

Psychologisch intermezzo - Aard van het karakter

Had those, who would persuade us, that there are innate principles, not taken them together in gross; but considered separately, the parts, out of which those propositions are made, they would not, perhaps, have been so forward to believe they were innate. Since, if the ideas, which made up those truths, were not, it was impossible, that the propositions, made up of them, should be innate, or our knowledge of them be born with us. For if the ideas be not innate, there was a time, when the mind was without those principles; and then, they will not be innate, but be derived from some other original. For, where the ideas themselves are not, there can be no knowledge, no assent, no mental, or verbal propositions about them - John Locke - An Essay Concerning Human Understanding - pagina 91.

Enkele weken geleden had ik een hele interessante discussie, die begon met de volgende vraagstelling: "waar komt het karakter vandaan?". Ik was vrij stellig, vanaf het begin stelde ik dat het karakter primair wordt gevormd vanuit de genetische opmaak van de hersenen. Anderen waren het wel met mij eens, maar die gingen een stap verder, zij durfden te stellen dat er gedurende de zwangerschap sprake zou zijn van milieuinvloeden die een substantieel effect zouden hebben op het vaststellen van de karakter.
Wij mensen weten natuurlijk nog maar vrij weinig van de ontwikkeling van het menselijk embryo tot aan een menselijk organisme. De medische wetenschap heeft een hoop verklaard, maar alsnog bestaan er raadsels die tot heden onopgelost blijven. Het effect van een substantie op het ongeboren kind is vaak een raadsel, simpel omdat wij niet in staat zijn om er degelijke onderzoeksmethoden voor de ontwikkelen, die zowel makkelijk toepasbaar als ethisch verantwoord zijn. Maar wat wellicht het moeilijkste is het uitsluiten van variabelen.

Geheel volgende de wetenschappelijke methode is het de kunst om alleen onderzoek te doen naar het te onderzoeken fenomeen, binnen een bepaald systeem. Soms is het zo complex om het fenomeen te onderzoeken, dat we gebruik moeten maken van indirecte metingen, waarvan uit eerder onderzoek is aangetoond dat de te onderzoeken variabele een direct meetbaar verband toont met de te meten substantie.
Hierop volgend zouden we direct de volgende vraagstelling kunnen plaatsen: 'is meetbaar een fundamenteel gegeven voor het uitvoeren van onderzoek volgens de wetenschappelijke methode?'. In feite belanden we dan direct bij Immanuel Kant die in zijn hoofdwerk Kritiek van de Zuivere Rede onderzoek heeft gedaan naar de wetmatige denkwijzen van de mens, die hij uiteindelijk heeft ondergedompeld in de categoriën, geheel volgens de denkwijze van Aristoteles die bijna 20 eeuwen voor hem al een systeem had opgezet van de categoriën.
Categoriën kunnen worden geclassificeerd als de elementaire denkwijzen van het menselijk kenvermogen; alles wat wij kennen en kunnen zijn begrippen, deze kunnen worden geabstraheerd tot a-priori wetmatigheden, wetmatigheiden die wij kunnen begrijpen zonder enige vorm van ervaring, deze wetmatigheden zijn de categoriën.

Laten we weer eens teruggaan naar de concepten van karakter met de volgende vraagstelling: wat houdt het karakter in, wat voor begrip vormen wij van 'het karakter'?
Karakter beschouw ik als de som van de genetische aanleg vanuit de neurologische opmaak van onze hersenen, plus levenservaring. Nu is levenservaring natuurlijk weer de som van opvoeding (in onze kindertijd), zelfreflectie en leren kennen van andere mensen. Waarschijnlijk zullen enkele mensen het niet eens zijn met mijn definitie van karakter, maar ik zou deze mensen dit dan ook graag willen verduidelijken.
Ervan uitgaande dat de primaire vorming van ons karakter inderdaad voortkomt uit de genetische opmaak van iedere individuele neuron, dat bij elkaar onze hersenen vormt. Een kind dat weinig zelfbeheersing heeft, zal vaker worden gecorrigeerd dan een kind dat zijn gang gaat. Een kind dat een kind is en de wereld leert kennen, laat hem lekker zijn gang gaan. Maar een kind dat roekeloos is, zal snel tot de orde worden geroepen voordat het kind iets overkomt. Ik durf te stellen dat dit onbewust leidt tot het opstellen van gedragspatronen in onze hersenen. Dat wij op die manier een onbewust denkpatroon ontwikkelen op basis van externe invloeden en welke externe invloed is nou groter dan die van onze opvoeding die wij hebben gekregen van onze ouders?

Maar dan wordt het kind groter en gaat het de wereld verkennen. Het leert andere leeftijdsgenoten kennen, het leert een ander type gezag te kennen van de meester op school en van de docent op de middelbare school. Naar gelang een persoon groeit, zal het zijn gedrag aanpassen. Juist daarom is de puberteit zo belangrijk voor kinderen, tijdens de puberteit zal het kind op zoek gaan naar zijn/haar eigen plaats in het leven, voor het eerst zal het beginnen met nadenken wat het wilt gaan doen met zijn/haar eigen leven, het zal zelf keuzes moeten (leren) maken.
En dan komt het individu op het volgende pad des levens, het individu zal fouten maken en dan zijn de mogelijkheden eindeloos. Of het individu leert hiervan en zal de fout niet meer maken, of het relativeert de fout en dan bestaat er een kans dat de fout opnieuw zal voorvallen in een andere context. Of het maakt de fout nogmaals (misschien zelfs meerdere keren), voordat het eindelijk overgaat in een leerproces dat uitmondt in persoonlijke ontwikkeling.

Victor Lamme had in zijn boek de vrije wil bestaat niet het volgende geschreven:
Het voert misschien wat ver om de mens, die boeken schrijft en naar de maan vliegt, te vergelijken met een naar krekels happende kikker.[...]Het stimulus-responsrepertoire van de mens is dus rijker dan dat van een kikker. Toch is het niet essentieel anders. Een groot van dit repertoire wordt bijvoorbeeld, net als bij de kikker, gestuurd vanuit de omgeving, zoals we zagen bij de patiënten van Lhermitte.

Een kikker heeft een simpele stimulus-responsrepertoire, waardoor het lijkt alsof het in staat is een adequate inschatting te maken van de situatie, maar dat er in de werkelijkheid alleen sprake is van enkele fysiologische systemen binnen de hersenen van de kikker. Wij mensen zijn vanuit dit perspectief bezien niks meer en minder dan een meer gesofisticeerdere kikker; de mens.

Zoals de britse filosoof John Locke had omschreven in zijn werk, er bestaan geen aangeboren principes. Het enige wat bestaat is het gedrag dat staat geschreven in de genen van het individu en de neurologische opmaak van de hersenen. Ieder individu handeld op een unieke wijze, sommigen op een meer algemenere wijze dan anderen, dit is puur het individuele perspectief op een bepaalde situatie en de inschatting die het vormt op basis van diens inzicht, geheel in lijn met de categoriën van het menselijk denkvermogen. Ideeën zou je kunnen beschouwen als een metafysisch fenomeen, een substantie dat a-priori dient als substraat voor het ten uitvoer brengen van handelingen met als doel het bereiken van een vooropgesteld doel: het idee.
Het vaststellen van een karakter is een onmogelijkheid volgens de wetenschappelijke methode d.m.v. het uitvoeren van metingen. Wat wél mogelijk is het ten uitvoer brengen van een wetenschappelijke deductie, iets wat in feite al ten uitvoer is gebracht in deze blog. Allerlei facetten die uiteindelijk uitmonden in het karakter van het individu zijn aan bod gekomen. Ben ik nu in staat om een definitie van het karakter te vormen? Ik denk het wel.

Karakter is de existentiële eenheid van onze individuele denkwijzen, het wordt gevormd door de unieke opmaak van onze hersenen dat de aanleg bevat voor het ten uitvoer brengen van een individuele manier van handelen.

Mijn vrienden, het weekend is aangebroken, dus ik wens jullie allemaal een zeer fijn weekend toe! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

zondag 5 augustus 2012

Memento mori - Vergankelijkheid van het leven

Op het moment van schrijven bevind ik mij op een emotioneel dieptepunt. Niet dat ik depressief ben, integendeel, het zijn dagen als vandaag waardoor ik het leven op een intense manier ervaar, dat ik het leven op allerlei diverse facetten leer mee te maken. Ik ben emotioneel uitgeput, dat is een ding dat zeker is en ik voel de pijn van verlies in de diepte krochten van mijn ziel, terwijl de persoon die heen is gegaan eigenlijk niet eens bijster dicht bij mij stond.

De telefoon ging 's morgens vroeg, toen wij beiden (mijn vriendin Cynthia en ik) nog in bed lagen. Cynthia's tante C had gebeld, haar man R was zojuist overleden in het ziekenhuis. Cynthia kon hem haar hele leven, dus de schok was voor haar des te groter, even werd zij overweldigd door alle emoties. Na haar tot rust te hebben gemaand, gingen we eerst een poging doen om tot rust te komen. Eerst even snel douchen om wakker te worden en daarna nog snel een hapje eten, want het zou weleens heel laat kunnen worden.
Uiteindelijk aangekomen in het ziekenhuis werden we geconfronteerd met het zielloos lichaam van R. Het is een onbeschrijvelijk gevoel wat je op dat moment ervaart. Eigenlijk gingen mijn zorgen voornamelijk uit naar C, want zij heeft alles meegemaakt en zij stond opeens alleen voor alles, omdat iedereen (behalve wij) op vakantie was. Weliswaar in het land, maar dan nog zou het anderhalf uur duren voordat iedereen terug in Den Haag was.

Daar waren we dan, in het ziekenhuis, in een beladen situatie waarin iedereen nog vol emoties was. Langzaam maar zeker druppelden de familieleden binnen en werd iedereen geconfronteerd met het bericht dat de wereld was ingegaan, R was niet meer.
Ik beschouw mijzelf nog als een soort buitenstaander van de familie. Ik vind niet dat ik het recht heb om keihard te stellen dat ik nu al bij de familie hoor, ook al heb ik een relatie met Cynthia en ook al is er sprake van wederzijdse gevoelens van acceptatie en weet ik dat kwa gevoel binnen de familie al ben geaccepteerd als een soort familielid zijnde. Een dag als vandaag is als het ware een soort test voor mij. Niet dat ik handelde alleen maar met de gedachte om dichter bij Cynthia's familie te kunnen komen, nee ik handelde uit onbaatzuchtigheid, uit steun en uit de wetenschap dat ik weet hoe diep het gevoel van verlies kan gaan. Natuurlijk ervaart iedereen het leven op diens individuele manier, maar dat betekent niet dat ik geen begrip kan hebben voor hoe iemand zich in een dergelijke situatie zich voelt, wat voor leegte er ontstaat bij zo een enorm ingrijpende gebeurtenis.

Uiteindelijk begonnen ook bij mij de tranen te stromen, zomaar uit het niets. We waren allang thuis in het huis van C om alle zaken m.b.t. de uitvaart te regelen. Al hoewel ik wel enkele keren een krop in mijn keel kreeg bij het lezen van de verschillende gedichten die boven een rouwkaart staan. Het enige waar ik aan kon denken was 'stel dat ik zou heengaan, of dat iemand van mijn eigen naaste familie komt te overlijden, wat een enorm verdriet zal dat teweegbrengen'.
Eigenlijk is dat een hele rare gedachte, want tegelijk met die gedachte wordt je geconfronteerd met de eindigheid van het leven, er was één term die daarna constant door mijn hoofd zweefde:memento mori - de vergankelijkheid van het leven. Wij gaan allemaal dood, geen enkel levend wezen kan ontsnappen aan het sluitend einde van de rit des levens. Het is best wel bitter om dit te realiseren, dat alles wat wij doen niks zal uitmaken, want ooit is het onze tijd om te gaan. En toch weigeren wij dit te accepteren, of althans, wij weigeren ons allemaal neer te leggen bij het feit dat wij allemaal eens zullen heengaan. Het moment dat je je als individu het handelen laat beperken door deze kennis, is het moment dat het nihilisme zijn intrede doet, dat het leven geen enkele meerwaarde weer heeft.

En dat mijn vrienden is een waarlijk gevaarlijke gedachte. Want iemand die zichzelf dood waant, zal geen waarde hechten aan het leven en is zelfs beter af dood dan levend, dan is het leven voor de persoon in kwestie een ware lijdensweg. En het is op dit punt dat religie en het geloof ons houvast kan bieden, wij willen niet accepteren dat wij leven om te eindigen in het niets, wij willen en kunnen als mensen niet accepteren dat de ziel een substantie is dat mogelijkerwijze een fantast is, een fenomeen dat wij zelf hebben bedacht als een verwezenlijking van het leven dat onlosmakelijk verbonden is met ons zintuigelijk lichaam.
En waarom niet? Ignorance is bliss, het kan de pijn verzachten als je durft te geloven in bovenzintuigelijke fenomenen. En is dat alleen niet de moeite waard om in te geloven als nabestaande zijnde?

Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze persoonlijke blog. Mijn hoofd krijgt momenteel geen rust, hoe hard ik ook mijn best doe. En hopelijk vind ik nu de rust waar ik op het moment bijzonder naar verlang, door al mijn gedachten, mijn gevoelens en mijn verdriet op digitaal papier te zetten.
Een hele dikke knuffel van Halbe, jullie semi-filosoof.

dinsdag 31 juli 2012

Psychologisch intermezzo - Menselijke pretenties over rechtspraak

Wanneer wij, zoals zo vaak het geval is, onze wrevel op anderen afreageren, terwijl wij hem eigenlijk over onszelf voelen, streven we in feite naar een beneveling en misleiding van ons oordeel; we willen deze wreven a posteriori motiveren met de vergissingen en gebreken van de anderen, en onszelf op die manier uit het oog verliezen. [...] De heilige die zichzelf de zonden en de anderen de deugden aanrekent, moet nog geboren worden. - Friedrich Nietzsche - Menselijk al te menselijk - pagina 267, nederlandse vertaling door Thomas Graftdijk.

Mensen zijn eigenlijk hele simpele wezens en toch zijn wij tegelijk bijster complex. Sinds enkele jaren heb ik het idee ontwikkeld waarin ik geheel in de lijn van het cartesiaanse denken de kloof tussen lichaam en geest probeer te overbruggen. Misschien bewandel ik een weg dat al door vele andere denkers is bewandeld, maar dan ben ik tot heden de gewenste kennis nog niet tegengekomen.
Ik beschouw de mens als een organisme waarvan de hersenen de bron zijn van ons mens-zijn. Het is dankzij de complexe werking van onze hersenen dat wij als mens zo ver zijn gekomen in de evolutie, afgezien van de vraagstelling in wat voor wate er sprake is van een natuurlijke doelmatigheid m.b.t. de evolutionaire oorsprong van de mens.
De hersenen beschouw ik als het biologisch component van waaruit het bewustzijn wordt gevormd. Het bewustzijn is echter iets unieks, het is een complex samenspel tussen allerlei processen die gaande zijn in onze hersenen. Het bewustzijn wordt pas compleet indien deze in staat is om contact te maken met de wereld en er interacties kunnen plaatsvinden tussen het individuele bewustzijn en diens omgeving. En dit grijze gebied beschouw ik als de menselijke psyche, dat ik nader definiëer als 'de eenheid van het individuele bewustzijn met diens apprehensie als interacterend element met de omgeving van het individu'.

Laten we het nu eens over een andere boeg gooien, laten we het hebben over rechtspraak! Ik heb er laatst nog een blog over geschreven, waarin ik vanuit een filosofisch perspectief onze steeds intolleranter wordende samenleving onder de loep had genomen. Ik quote het volgende uit deze blog:
De rechtspraak kent geen emoties en gevoelens. Het houdt er wel rekening mee, maar emoties en gevoelens hebben geen meerwaarde bij de uitvoering van rechtspraak, want het is per definitie een subjectief begrip dat geen enkele meerwaarde heeft op de uitvoering van de rechtspraak. Rechtspraak gaat over universele gelijkwaardigheid en niet over het emotionele individu.
Hoe ironisch is het dan wel niet dat het erop lijkt dat iedereen de rechtspraak een zekere vorm van menselijkheid probeert te geven. Ik kan niet ontkennen dat ik deze mensen niet begrijp, in hun vruchteloze pogingen om emoties te herkennen in de genoegdoening dat een slachtoffer krijgt.
Maar wat ik daadwerkelijk niet begrijp is dat ik het idee heb dat in de hedendaagse maatschappij het concept van rechten een vrij betrekkelijk begrip is geworden en dat er een oproep wordt gedaan voor een zogenaamde zero-tollerance samenleving. Het is alsof mensen een individu dat een ernstige misdaad heeft gepleegd dat individu beschouwen als rechten-loos als gevolg van de uitvoering van de ernstige misdaad.

Kan iemand mij uitleggen op wat voor kromme beredenatie dit gedachtengoed is gebaseerd? Sinds wanneer zijn rechten een subjectief oordeel geworden? Rechten zijn een universeel goed van het individu. Ook al heeft het individu een misdaad begaan waarbij het rechten van een ander individu heeft geschonden, betekent dit niet dat het zelf geen rechten meer heeft. Het enige waartoe rechtspraak dient is dat de persoon dat een misdaad heeft begaan moet worden gestraft, naar een dergelijke maat dat past bij de ernst van de misdaad.
En dit is vaak het cruciale element dat een oorzaak is van een hoop onbegrip indien een rechter een uitspraak doet in een zaak, dat naar het oordeel van het individu veel te laag is. Maar we hebben al in mijn vorige blog geconcludeerd dat het emotioneel oordelend individu per definitie een onjuist oordeel uitvoert, omdat emoties het oordeel negatief beïnvloed cq. vertroebeld. En een troebel oordeel is niet realiteitsgetrouw en dus onjuist.
Het probleem zit hem in het individu dat alleen oordeelt op basis van wat de emoties ingeven. Ik mag graag in discussie gaan met mensen, omdat ik graag wil weten wat hun beweegredenen zijn waarom zij een bepaalde mening zijn aangedaan. Maar het is mij tot heden nog steeds niet duidelijk geworden waarom deze mensen van mening zijn dat zodra iemand een misdaad heeft begaan, dat de misdadiger zomaar opeens zijn/haar rechten is kwijtgeraakt.

De enige verklaring die ik zou kunnen geven is dat mensen de misdaad beschouwen als een tekort aan begrip voor andermans rechten en door het tekort aan begrip voor het concept van rechten dat hierdoor mensen de misdadiger in kwestie beschouwen als rechten-loos.
Ik vind dit vrij kortzichtig, want hiermee worden universele rechten van de mens nog altijd gedegradeerd tot een subjectief principe. Het handelen van het individu is niet inherent aan diens zogenaamde 'staat van rechten'. Het handelen van het individu is afhankelijk van een scala een onbekende factoren zoals ik een lange tijd geleden in een andere blog heb geschreven.
Dát is de reden dat een pedofiel niet mag worden gedwongen om castratie te ondergaan en dát is de reden waarom een straf ogenschijnlijk laag is, omdat mensen nou eenmaal niet over de kennis en kunde beschikken waar een rechter wél over beschikt. En dan kunnen wij allemaal pretenties hebben dat wij begrip hebben, maar realistischterwijze hebben wij geen enkel begrip van de desbetreffende zaak, tenzij wij zelf de personen ben die zich in die zaak bevinden. En dan wordt het opeens een hele andere manier van gewaarwording. Het is zo makkelijk om te oordelen over andere mensen, totdat over jou wordt geoordeeld.

Mijn vrienden, bedankt voor het lezen! Zoals enkelen wellicht zijn opgevallen ben ik mijn perspectief eens aan het richten op andere zaken. En toch blijf ik terugvallen op bepaalde elementaire zaken, onbedoeld laat dit zien dat bepaalde thema's universeel zijn als het aankomt op menselijke betrekkingen.
Afijn, ik wens ieder een hele fijne avond toe! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

vrijdag 27 juli 2012

Psychologisch intermezzo - Het oordelend individu

Wanneer gewaarwording, als het reeële in de waarneming, op kennis wordt betrokken, heet ze zintuigelijke gewaarwording. We kunnen haar specifieke kwaliteit alleen als op volstrekt identieke wijze mededeelbaar voorstellen als we aannemen dat iedereen dezelfde zintuigelijkheid heeft als wij; maar dat kan met betrekking tot een zintuigelijke gewaarwording niet in absolute zin worden veronderstelt. Zo kan aan iemand die geen reukzin heeft, dit type gewaarwording niet worden meegedeeld; en zelfs wanneer hij die wel heeft, kunnen we er niet zeker van zijn of hij precies dezelfde gewaarwording van een bloem heeft als wij - Immanuel Kant - Kritiek van het oordeelsvermogen - pagina 186, nederlandse vertaling Boom

Een tijd geleden kwam ik tot een hele bijzonder ontdekking, of althans zo beschouw ik het plotseling verkregen inzicht in ons menselijk handelen. Namelijk dat wij bij het oordelen over iets primair afgaan op het totaal aan kennisfacetten van het object waarover wij oordelen, terwijl wij in concreto soms helemaal geen optimale opvatting kunnen vormen over deze kennis. Zoals in een vorig geschreven blog staat omschreven is kennis de abstractie van begrippen waarlangs wij tot een zekere vorm van kennis omtrent een bepaald object kunnen komen.
Echter is het mogelijk dat wij op dit gebied een misvatting cq. misconceptie in het leven roepen, doordat wij of door een tekort aan zintuigelijke gewaarwording of door een verkeerde interpretatie van informatie dat naar ons wordt overgebracht of algeheel is er sprake van een onjuist associatiepatroon, waarlangs wij d.m.v. causaliteit een begrip pogen te vormen van een waargenomen gebeurtenis cq. situatie.

Laten we eens iedere situatie nauwkeurig analyseren, te beginnen bij een tekort aan zintuigelijke gewaarwording. Binnen de natuurwetenschap hebben wij tegenwoordig weinig meer aan onze zintuigen, eerder is het van belang om abstract te kunnen denken en in een juiste representatie te kunnen opstellen van de gemeten gebeurtenis en wat voor proces wordt onderzocht.
Eigenlijk is het vrij bizar als je nagaat dat hetgeen wij meten een archetype is van de daadwerkelijke onderzochte materie. Omdat onze zintuigen tekort schieten, maken wij gebruik van analogiën en vormen wij het onderzochte object om tot een meetbaar archetype, een materialistische analogie van het onderzochte object, waarvan de meetschalen bruikbaar zijn voor het vormen van een menselijk begrip en waardoor wij kennis kunnen verwerven.
Hoe zit het dan met intermenselijke contacten? Ik ben blind voor lichaamstaal, maar langzaam heb ik wel geleerd een inschatting te maken van de vorm van de persoonlijkheid van een ander persoon op andere methoden. Door te observeren en door te luisteren en conversaties aan te gaan met deze mensen. Hoe meer ik observeer, des te meer raak ik gefascineert door de uitgebreidheid van mensen, maar toch zie ik direct de gelijkenissen tussen mensen.

Zo zijn wij enorm goed in het uitvoeren van een misinterpretatie. Juist wanneer wij de pretenties hebben ergens veel verstand cq. kennis hebben van een bepaald object, dan zijn wij sneller geneigd een oordeel te vormen. Ik vind dit erg interessant, omdat ik dan bij mijzelf de vraag stel:'wanneer beschik je over voldoende kennis over iets om er direct een oordeel over te kunnen vellen?' En het enige antwoord dat ik kan verzinnen is niet!.
En toch hebben wij vaak de illusie dat wij over kennis beschikken, een veel gehoord argument is 'de ervaring leert'. Maar de ervaring is kennis gebaseerd op a posteriori ("kennis afgeleid uit de ervaring") regels en beperkt zich per definitie tot de ervaring an sich. Ervaring is geen representatie van een wetmatigheid. We kunnen wel stellen dat naarmate de ervaring toeneemt en hetzelfde fenomeen wordt waargenomen dat er een verband bestaat, maar een verband is iets dat per definitie bestaat binnen de wetten van ons oordeelsvermogen, dat betekent nog niet dat wij een uitspraak kunnen doen over een zogenaamde wetmatigheid, iets waar wel altijd naar wordt gerefereerd wanneer de uitspraak 'de ervaring leert' wordt gedaan.
Wij kunnen geen wetmatigheden vaststellen op basis van ervaring, daarvoor is een mensenleven te kort. De enige manier om een wetmatigheid vast te stellen is door een adequaat onderzoek te doen en dat houdt in het toetsen van de wetmatigheid aan de variabelen die betrokken zijn bij opstelling van de te onderzoeken wetmatigheid.

Hoe zit het dan met onze associatiepatronen? Zijn deze geen onderdeel van het vastleggen van verbanden d.m.v. ervaring? In feite wel, maar ik beschouw associatiepatronen als een fundamentele mogelijkheid voor het vastleggen van verbanden, vandaar dat ik deze in een eigen alinea wil behandelen. Zo leert de ervaring ons dat wanneer B altijd op A volgt, dat er sprake is van een verband tussen A en B namelijk A --> B. Dit vatten wij op als een causaal begrip, namelijk een vorm van een wetmatigheid, waaruit volgt dat wij op basis van ervaring kunnen stellen dat op A altijd B volgt. Maar wat als wij hebben geleerd dat op B C volgt? En op C D? En dat D weer verbonden is aan A? Dan kom je op het concept van associatiepatronen. Wanneer wij hebben geleerd dat het volgende construct bestaat: A --> B --> C --> D --> A, dan associeren wij ieder element uit dit construct met de ander.
Dit is in feite een theoretische verklaring van een gedragspatroon dat wij dagelijks ten uitvoer brengen. Wij werken omdat wij geld nodig hebben (salaris). Wij hebben de afspraak gemaakt dat wij tussen bepaalde tijden werken, dus heel simpel volgt de werktijden uit het feit dat wij werk hebben. Arbeid kost lichaamlijke inspanning, dus is ontspanning essentieel. Tijdens het moment van ontspanning krijgen we trek, dus eten we om energie te herwinnen. Aan het einde van de werkdag gaan we terug naar huis, waarna de volgende dag hetzelfde patroon herhaald.
Nu is dit een heel simpel voorbeeld, maar in feite vormen wij dagelijks associatiepatronen, waarvan de meest basale al zijn gevormd in onze opvoeding. Zo beschouw ik onbeschoft gedrag als een tekort aan moreel inzicht, dus wanneer ik zie dat iemand onbeschoft gedrag vertoont, dan ga ik ervan uit dat de persoon een tekort aan moreel inzicht heeft.

Dit is de reden dat ik associatiepatronen in een aparte alinea wilde behandelen. Ervaringen kunnen niet bestaan zonder associatiepatronen, je zou ze als het ware kunnen beschouwen als de elementen die bij elkaar een ervaring vormen. Echter is er een fundamenteel verschil dat een associatiepatroon zichzelf reproduceert, terwijl de ervaring an sich een unieke voorgekomen situatie voorstelt.
Dat er binnen die situatie sprake is van het voorkomen van een causaal verband danwel een bevestiging van ons associatiepatroon mondt uit in het vastleggen van de situatie in ons geheugen als een ervaring zijnde, dat ons een zekere vorm van kennis heeft opgeleverd. In feite bestaat een causaal verband volgens natuurwetten, terwijl associatiepatronen worden opgesteld als een verband tussen verschillende elementen volgens regels die ons verstand de rede oplegt.

Dan komen we nu bij de belangrijkste vraagstelling: hoe staat dit allemaal in verband met het oordelend individu?
Wij hebben de illusie dat wij zo simpel een oordeel kunnen vellen, terwijl dit in de werkelijkheid een zeer complexe aanlegenheid is. Ieder element moet worden nagegaan bij het vormen van een oordeel, terwijl wij uit gewoonte eerder afgaan op ervaring, dan een logische voorstelling van hetgeen een oordeel over moet worden geveld.
Wij zoeken eerder naar argumenten om onze ingenomen stelling te verdedigen, zo nodig aangevoerd met emotionele bijstand, dan dat wij op een nuchtere manier en door gebruik te maken van ons rationeel denkvermogen een waarheidsgetrouw oordeel kunnen vormen. Wanneer wij zo ver zijn gekomen dat wij alleen maar denken in vormen van onze emoties, dan zijn wij niet meer voor rede vatbaar en heeft geen enkel logisch argument kracht, maar dat leidt juist tot het vormen van een onwerkelijk oordeel.
Pas wanneer wij leren om tijdens deze momenten onze emoties te reguleren en ons niet laten verblinden hierdoor, maar dat wij op een realistische wijze gebruik maken van ons zintuigelijk waarnemingsvermogen dat ons in staat stelt om een adequaat oordeel te vormen. En pas daarna zullen wij kennis vergaren van hetgeen waarover is geoordeeld. Elke vorm van kennis verkregen via een onwerkelijk oordeel is een onjuiste vorm van kennis en zal eerder bijdragen aan de degradatie van begrippen en het inzicht in het desbetreffend object. En dat kan alleen maar leiden tot een misvorming in de ontwikkeling van het individu en is het niet de bedoeling dat ieder individu zijn/haar eigen talenten ten volste tot ontplooiing kan brengen?

Dat mijn lezers is een vraagstelling die aan jullie laat om te beantwoorden. Bedankt voor het lezen van deze diepgaande blog, waarbij ik allerlei facetten van ons oordeelsvermogen heb besproken.
Ik wens jullie allemaal een heel fijn weekend toe! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

vrijdag 22 juni 2012

Filosofisch intermezzo - De intolerante samenleving

Gegeven onze beschrijving van wat rechtvaardig en wat onrechtvaardig is, handelt iemand onrechtvaardig of rechtvaardig, wanneer hij die dingen vrijwillig verricht. Handelt hij echter onvrijwillig, dan handelt hij onrechtvaardig nocht rechtvaardig, met uitzondering van de mogelijkheid dat dit op bijkomstige wijze gebeurt. Mensen verrichten namelijk wel handelingen die bijkomstig rechtvaardig of onrechtvaardig zijn.[...] Dit betekent dus dat bij het ontbreken van het aspect van vrijwilligheid iets wel onrechtvaardig zal zijn, maar hiermee nog geen voorbeeld is van onrechtvaardig gedrag. - Aristoteles, Ethica Nicomachea; Nederlandse vertaling door Charles Hupperts en Bartel Poortman, pagina 178 - 179.

Ik vraag mij af, lijkt het zo, of is de samenleving het laatste decennium steeds intolleranter geworden? Hiermee doel ik natuurlijk niet op het soort intollerenatie t.o.v. asociaal gedrag. Ieder individu krijgt vanuit diens opvoeding een bepaald gedrag aangeleerd en een fundamenteel onderdeel in de omgang met andere mensen is die van normen en waarden.
Nu valt er natuurlijk vanaf dit punt het één en ander te zeggen over dit concept, hierbij doel ik op culturele verschillen die een onoverkoomlijk effect teweegbrengen op de ontwikkeling van de normen en waarden van het individu, maar dit is al uitgebreid behandeld in andere blog, waarvan een filosofisch intermezzo over het fenomeen van cultuur tot heden het meest volledige persoonlijk onderzoekje is in het kader van dit thema.

Laten we eerst eens kijken naar onze hedendaagse samenleving. Ik durf niet te stellen dat het altijd zo is geweest, gezien het feit dat mijn referentiekader vrij beperkt is, omdat ik vroeger nooit zo vaak naar het nieuws keek of kranten las. Maar ik heb het idee dat onze samenleving veel emotioneler is geworden. Wij handelen tegenwoordig veel meer uit onze emoties en alle onderliggende danwel verbonden psychologische mechanismen dan dat wij daadwerkelijk bewust handelen vanuit een rationeel bewustzijn.
Om de hoogleraar psychologie Frans de Waal te quoten:
We leven in een tijdperk dat het verstandelijke hoog aanslaat en neerkijkt op emoties, die als week en warrig gelden. Erger nog: emoties zijn moeilijk te beheersen, en is zelfbeheersing niet het kenmerk van de mens?
Het lijkt alsof wij collectief falen op het concept van zelfbeheersing. Steeds meer zie ik extreme emotionele uitingen verschijnen als een reactie op een nieuwsbericht waarin diverse gruwelijkheden worden omschreven die een individu heeft uitgevoerd. Ik vraag mij af, waar gaat het naartoe als het monster dat een verschrikkelijke daad heeft begaan wordt overrompeld door een nog groter monster? Staan mensen weleens stil bij de realistische handelingen die zij zouden moeten uitvoeren wanneer zij de daad bij hun woord voegen?

Misschien lijkt het alleen maar zo en is het eerder een vorm van grootpraterij door een individu dat zijn ongenoegen wilt uitten. Dan nog snap ik nog niet dat zodra ik deze mensen confronteer met hun bizarre uitspattingen, dat zij blijven bij hun standpunt en zijn ze heilig ervan overtuigd dat zij hun woorden zullen omzetten in daden. Ik betwijfel dit ten sterkte, ik denk dat een hoop mensen weigeren in te zien dat de gevolgen van hun handelen grote gevolgen kunnen hebben in de breedste zin van het woord. Een integer mens met een degenen geweten zal nooit het leed vergeten dat hij/zij een ander aan doet, ongeacht onder welke omstandigheden het leed is aangedaan.
Iemand die dit wel kan, heeft in mijn optiek te kampen met geheugenverlies (het onderdrukken van gedachten) of moet serieus zorgen maken over zijn/haar persoonlijke moraliteit, want dat betekent dat je niet in staat ben om een adequate inschatting te maken wat het verschil is tussen goed en kwaad.

Wat nog erger is, is dat mensen schijnbaar een beter inzicht hebben in rechtspraak dan degenen die de rechtspraak uitvoeren (rechters). Iedereen heeft een mening, wat het goed recht is van het individu, maar het lijkt wel alsof tegenwoordig iedereen een extremere vorm van rechtspraak wilt zien.
Het zou kunnen dat dit het gevolg is van maatschappelijke verbijstering met zaken waarin er zinloos geweldig is toegepast, door mensen (veelal jongeren) die geen inzicht hebben in hun handelen en de rechtvaardigheid ervan en vanwege de aard van de situatie handelen op een onrechtvaardige manier.
Dan nog blijf ik bij mijn standpunt, wat geeft ons het recht om te handelen zoals het primaire monster heeft gehandeld? Dat is geen rechtspraak meer, rechtspraak is dat degene die onrecht is aangedaan in zijn gelijk moet worden gesteld. Deze gelijkstelling wordt uitgevoerd door degene die het onrecht heeft aangedaan een straf moet uitzitten dat gelijkwaardig is aan de misdaad die de persoon heeft begaan.

Ik vraag mijn lezer de volgende vraag: hoe kan rechtspraak tot recht komen, zolang degene die onrecht is aangedaan nooit genoegdoening zal hebben voor welke straf dan ook? Wij zijn het enige diersoort die een systeem van gelijkwaardigheid hebben ontwikkeld, maar hoe kunnen wij het systeem in stand houden wanneer het individu zichzelf constant in de slachtofferrol plaatst? De rechtspraak kent geen emoties en gevoelens. Het houdt er wel rekening mee, maar emoties en gevoelens hebben geen meerwaarde bij de uitvoering van rechtspraak, want het is per definitie een subjectief begrip dat geen enkele meerwaarde heeft op de uitvoering van de rechtspraak. Rechtspraak gaat over universele gelijkwaardigheid en niet over het emotionele individu.
Eigenlijk is het enigszins paradoxaal, want juist door rechtvaardigheid wordt het individu dat onrecht is aangedaan in zijn gelijk gesteld en dit heeft een effect op onze emotionele gelijkwaardigheid. En juist hier gaat het mis, want het individu dat dat zichzelf in de slachtofferrol plaatst, zal nooit emotionele gelijkwaardigheid ervaren, omdat elke straf die de ander krijgt altijd te laag zal zijn. Dit is een directe ondermijning van de rechtspraak, iets waar de samenleving al sinds enkele jaren probeert te beïnvloeden. Jammer alleen dat de publieke opinie niet over de kennis en inzicht beschikt voor de uitvoering van rechtspraak.
Ik vraag mijn lezer deze allerlaatste vraag: hoe lang gaat het duren voordat onze intollerantie maatschappij zijn beslag zal leggen op de rechtspraak? Waarom dan niet gelijk de sharia invoeren, als we geen waarde meer hechten aan de uitspraken van een rechter, die de belichaaming is van rechtspraak?

Mijn vrienden, bedankt voor het lezer van deze blog, ik zit al veel langer met deze angsten en hoe meer signalen ik opvang, des te groter groeit mijn angst voor onze maatschappij die langzaam maar zeker zijn tollerantie jegens het individu aan het verliezen is. Eer de rechtspraak! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!

woensdag 20 juni 2012

Filosofisch intermezzo - Object/subject relatie

Wat ook de inhoud van onze kennis mag zijn, en hoe die zich ook op het object betrekt, toch is de algemene, zij het alleen negatieve, voorwaarde voor al onze oordelen in het algemeen dat ze zichzelf niet tegenspreken; in het andere geval zijn deze oordelen op zichzelf (ook als we het object buiten beschouwing laten) niet. Maar zelfs als ons oordeel geen tegenspraak bevat, kan het begrippen zo verbinden, dat het object er niet mee overeenkomt, of zo dat we voor die verbinding geen grond hebben, a priori of a posteriori, die dat oordeel rechtvaardigt; en aldus kan een oordeel zonder enige innerlijke tegenspraak toch onwaar of ongegrond zijn - Immanuel Kant - Kritiek van de Zuivere Rede; pagina 234, Nederlandse vertaling Boom

Het menselijk bestaan is een vrij intrigerende aangelegenheid. Wij leven ons leven, niet wetende wat het leven ons gaat brengen. Wij stellen doelen op voor onszelf, hopende dat we deze doelen ooit zullen bereiken. Sinds ik ben begonnen met mijn zoektocht om het pad des levens te ontrafelen, kan ik niet ontkennen dat ik het gevoel heb dat ik bekende paden aan het betreden ben. Of misschien ben ik nooit van het originele pad afgedwaalt, maar heb ik een zijweg genomen om uiteindelijk toch weer op mijn originele pad des levens terecht te komen.

Een fundamenteel onderdeel van mijn zoektocht is het vergaren van kennis. Ik kan geen dag bedenken dat ik niet heb nagedacht over kennis in de breedste zin van het woord. Met kennis komt namelijk begrip, begrip is in feite niks meer dan de toepassing van kennis. Toch is hier al sprake van een verandering van de essentie van de kennisgeving.
Kennis die ik heb vergaard wordt in zijn ruwste vorm opgeslagen in mijn geheugen, toch is deze ruwste vorm niks meer dan de omvorming van kennis naar een begrip. Wij kunnen kennis alleen toepassen als wij er een begrip aan koppelen, want kennis in de concrete zin van het woord is een abstractie dat onze geest niet kan bevatten.
Ik kan kennis vergaren van het object genaamd een televisie, wat levert dit mij op? Dat ik een beeld kan vormen van hoe een televisie eruit ziet, net zoals dat ik kan begrijpen dat het een apparaat is dat werkt op stroom en dat er een diversiteit aan mechanica wordt toegepast voordat er een bewegend beeld verschijnt op mijn beeldscherm, maar wat voor kennis levert mij dit op in de meest concrete zin van het woord? Helemaal niks! De enige vorm van kennis is die van begrippen, langs welke weg ik vervolgens een deductie kan uitvoeren en in staat ben om tot het begrip van een televisie te komen. Maar concrete kennis heeft het mij niks oplevert.

Kennis is een uniek voorbeeld van een object/subject-relatie. Wij zijn het kennend subject, wij als eenheid zijn in staat om een begrip te vormen van de wereld om ons heen d.m.v. ervaring, maar ook door het toepassen van primaire basisvaardigheden die wij als kind hebben geleerd, danwel via onze opvoeding van onze ouders, ofwel op de basisschool. Elk object om ons heen bevat een eigen object/subject-relatie.
Natuurlijk is er sprake van universele overeenkomsten. Een boek is een boek, net zoals een televisie een televisie is en een kast en kast. Maar elk boek kent eigen vormen en eigen inhoud, net zoals een televisie verschillende maten kent en een kast ook vele vormen heeft cq. 'designs'.
Ik vraag mij af, wat is de oorzaak van deze beperkingen? Waarom zijn wij als mens niet in staat om concrete kennis in de zin van het woord op te nemen? Zijn het onze hersenen die niet in staat zijn om de abstractie van kennis uit te voeren? Of is het juist omgekeerd, dat wij alleen een beperkte hoeveelheid van informatie tot ons kunnen nemen en dat juist onze hersenen verder gaan abstraheren van deze informatie?

Wij mensen zijn eigen hele simpele wezens. Wij kunnen zo weinig en toch kunnen wij enorm veel bevaten via onze denkvermogens. Door te abstraheren van de begrippen van de objecten om ons heen, kunnen wij tot een bepaalde vorm van kennis komen. Het leidt tot een groter begrip van de wereld om ons heen, als ik even van de gelegenheid gebruik maak om van het begrip begrip een veelomvattender begrip te maken.
Een zeker iemand heeft het idee dat er mogelijkerwijze vele dimensies bestaan dan de dimensies die wij al kennen (de drie dimenies van universele richtingen plus een vierde dimensie van de ruimte-tijd); haar idee is dat bepaalde relaties zoals de object/subject-relatie ook kan worden beschouwd als een eigen dimensie. Dit is vrij interessant en heeft verregaande gevolgen, omdat de object/subject-relatie inherent is aan de individuele interpretatie van het object door het subject, wat zou kunnen worden omschreven als het perceptievermogen. Terwijl het universele concept van de object/subject-relatie als transcendentie zou kunnen worden omschreven door perceptie.

Zou dit de verklaring kunnen zijn voor de onmogelijkheid van de menselijke geest om de concrete essentie van kennis te kunnen begrijpen? Dat kennis als universeel fenomeen wel kan existeren via de object/subject-relatie als analogie van perceptie, maar dat onze geest alleen in staat is om er een menselijk begrip van om te vormen, al dan wel of niet begeleid via onze zintuigen?

Mijn vrienden, bedankt voor het lezen van deze blog!
Ik wens ieder een hele fijne avond toe, een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe.