zondag 5 augustus 2012
Memento mori - Vergankelijkheid van het leven
Op het moment van schrijven bevind ik mij op een emotioneel dieptepunt. Niet dat ik depressief ben, integendeel, het zijn dagen als vandaag waardoor ik het leven op een intense manier ervaar, dat ik het leven op allerlei diverse facetten leer mee te maken. Ik ben emotioneel uitgeput, dat is een ding dat zeker is en ik voel de pijn van verlies in de diepte krochten van mijn ziel, terwijl de persoon die heen is gegaan eigenlijk niet eens bijster dicht bij mij stond.
De telefoon ging 's morgens vroeg, toen wij beiden (mijn vriendin Cynthia en ik) nog in bed lagen. Cynthia's tante C had gebeld, haar man R was zojuist overleden in het ziekenhuis. Cynthia kon hem haar hele leven, dus de schok was voor haar des te groter, even werd zij overweldigd door alle emoties. Na haar tot rust te hebben gemaand, gingen we eerst een poging doen om tot rust te komen. Eerst even snel douchen om wakker te worden en daarna nog snel een hapje eten, want het zou weleens heel laat kunnen worden.
Uiteindelijk aangekomen in het ziekenhuis werden we geconfronteerd met het zielloos lichaam van R. Het is een onbeschrijvelijk gevoel wat je op dat moment ervaart. Eigenlijk gingen mijn zorgen voornamelijk uit naar C, want zij heeft alles meegemaakt en zij stond opeens alleen voor alles, omdat iedereen (behalve wij) op vakantie was. Weliswaar in het land, maar dan nog zou het anderhalf uur duren voordat iedereen terug in Den Haag was.
Daar waren we dan, in het ziekenhuis, in een beladen situatie waarin iedereen nog vol emoties was. Langzaam maar zeker druppelden de familieleden binnen en werd iedereen geconfronteerd met het bericht dat de wereld was ingegaan, R was niet meer.
Ik beschouw mijzelf nog als een soort buitenstaander van de familie. Ik vind niet dat ik het recht heb om keihard te stellen dat ik nu al bij de familie hoor, ook al heb ik een relatie met Cynthia en ook al is er sprake van wederzijdse gevoelens van acceptatie en weet ik dat kwa gevoel binnen de familie al ben geaccepteerd als een soort familielid zijnde. Een dag als vandaag is als het ware een soort test voor mij. Niet dat ik handelde alleen maar met de gedachte om dichter bij Cynthia's familie te kunnen komen, nee ik handelde uit onbaatzuchtigheid, uit steun en uit de wetenschap dat ik weet hoe diep het gevoel van verlies kan gaan. Natuurlijk ervaart iedereen het leven op diens individuele manier, maar dat betekent niet dat ik geen begrip kan hebben voor hoe iemand zich in een dergelijke situatie zich voelt, wat voor leegte er ontstaat bij zo een enorm ingrijpende gebeurtenis.
Uiteindelijk begonnen ook bij mij de tranen te stromen, zomaar uit het niets. We waren allang thuis in het huis van C om alle zaken m.b.t. de uitvaart te regelen. Al hoewel ik wel enkele keren een krop in mijn keel kreeg bij het lezen van de verschillende gedichten die boven een rouwkaart staan. Het enige waar ik aan kon denken was 'stel dat ik zou heengaan, of dat iemand van mijn eigen naaste familie komt te overlijden, wat een enorm verdriet zal dat teweegbrengen'.
Eigenlijk is dat een hele rare gedachte, want tegelijk met die gedachte wordt je geconfronteerd met de eindigheid van het leven, er was één term die daarna constant door mijn hoofd zweefde:memento mori - de vergankelijkheid van het leven. Wij gaan allemaal dood, geen enkel levend wezen kan ontsnappen aan het sluitend einde van de rit des levens. Het is best wel bitter om dit te realiseren, dat alles wat wij doen niks zal uitmaken, want ooit is het onze tijd om te gaan. En toch weigeren wij dit te accepteren, of althans, wij weigeren ons allemaal neer te leggen bij het feit dat wij allemaal eens zullen heengaan. Het moment dat je je als individu het handelen laat beperken door deze kennis, is het moment dat het nihilisme zijn intrede doet, dat het leven geen enkele meerwaarde weer heeft.
En dat mijn vrienden is een waarlijk gevaarlijke gedachte. Want iemand die zichzelf dood waant, zal geen waarde hechten aan het leven en is zelfs beter af dood dan levend, dan is het leven voor de persoon in kwestie een ware lijdensweg. En het is op dit punt dat religie en het geloof ons houvast kan bieden, wij willen niet accepteren dat wij leven om te eindigen in het niets, wij willen en kunnen als mensen niet accepteren dat de ziel een substantie is dat mogelijkerwijze een fantast is, een fenomeen dat wij zelf hebben bedacht als een verwezenlijking van het leven dat onlosmakelijk verbonden is met ons zintuigelijk lichaam.
En waarom niet? Ignorance is bliss, het kan de pijn verzachten als je durft te geloven in bovenzintuigelijke fenomenen. En is dat alleen niet de moeite waard om in te geloven als nabestaande zijnde?
Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze persoonlijke blog. Mijn hoofd krijgt momenteel geen rust, hoe hard ik ook mijn best doe. En hopelijk vind ik nu de rust waar ik op het moment bijzonder naar verlang, door al mijn gedachten, mijn gevoelens en mijn verdriet op digitaal papier te zetten.
Een hele dikke knuffel van Halbe, jullie semi-filosoof.
dinsdag 31 juli 2012
Psychologisch intermezzo - Menselijke pretenties over rechtspraak
Wanneer wij, zoals zo vaak het geval is, onze wrevel op anderen afreageren, terwijl wij hem eigenlijk over onszelf voelen, streven we in feite naar een beneveling en misleiding van ons oordeel; we willen deze wreven a posteriori motiveren met de vergissingen en gebreken van de anderen, en onszelf op die manier uit het oog verliezen. [...] De heilige die zichzelf de zonden en de anderen de deugden aanrekent, moet nog geboren worden. - Friedrich Nietzsche - Menselijk al te menselijk - pagina 267, nederlandse vertaling door Thomas Graftdijk.
Mensen zijn eigenlijk hele simpele wezens en toch zijn wij tegelijk bijster complex. Sinds enkele jaren heb ik het idee ontwikkeld waarin ik geheel in de lijn van het cartesiaanse denken de kloof tussen lichaam en geest probeer te overbruggen. Misschien bewandel ik een weg dat al door vele andere denkers is bewandeld, maar dan ben ik tot heden de gewenste kennis nog niet tegengekomen.
Ik beschouw de mens als een organisme waarvan de hersenen de bron zijn van ons mens-zijn. Het is dankzij de complexe werking van onze hersenen dat wij als mens zo ver zijn gekomen in de evolutie, afgezien van de vraagstelling in wat voor wate er sprake is van een natuurlijke doelmatigheid m.b.t. de evolutionaire oorsprong van de mens.
De hersenen beschouw ik als het biologisch component van waaruit het bewustzijn wordt gevormd. Het bewustzijn is echter iets unieks, het is een complex samenspel tussen allerlei processen die gaande zijn in onze hersenen. Het bewustzijn wordt pas compleet indien deze in staat is om contact te maken met de wereld en er interacties kunnen plaatsvinden tussen het individuele bewustzijn en diens omgeving. En dit grijze gebied beschouw ik als de menselijke psyche, dat ik nader definiëer als 'de eenheid van het individuele bewustzijn met diens apprehensie als interacterend element met de omgeving van het individu'.
Laten we het nu eens over een andere boeg gooien, laten we het hebben over rechtspraak! Ik heb er laatst nog een blog over geschreven, waarin ik vanuit een filosofisch perspectief onze steeds intolleranter wordende samenleving onder de loep had genomen. Ik quote het volgende uit deze blog:
Maar wat ik daadwerkelijk niet begrijp is dat ik het idee heb dat in de hedendaagse maatschappij het concept van rechten een vrij betrekkelijk begrip is geworden en dat er een oproep wordt gedaan voor een zogenaamde zero-tollerance samenleving. Het is alsof mensen een individu dat een ernstige misdaad heeft gepleegd dat individu beschouwen als rechten-loos als gevolg van de uitvoering van de ernstige misdaad.
Kan iemand mij uitleggen op wat voor kromme beredenatie dit gedachtengoed is gebaseerd? Sinds wanneer zijn rechten een subjectief oordeel geworden? Rechten zijn een universeel goed van het individu. Ook al heeft het individu een misdaad begaan waarbij het rechten van een ander individu heeft geschonden, betekent dit niet dat het zelf geen rechten meer heeft. Het enige waartoe rechtspraak dient is dat de persoon dat een misdaad heeft begaan moet worden gestraft, naar een dergelijke maat dat past bij de ernst van de misdaad.
En dit is vaak het cruciale element dat een oorzaak is van een hoop onbegrip indien een rechter een uitspraak doet in een zaak, dat naar het oordeel van het individu veel te laag is. Maar we hebben al in mijn vorige blog geconcludeerd dat het emotioneel oordelend individu per definitie een onjuist oordeel uitvoert, omdat emoties het oordeel negatief beïnvloed cq. vertroebeld. En een troebel oordeel is niet realiteitsgetrouw en dus onjuist.
Het probleem zit hem in het individu dat alleen oordeelt op basis van wat de emoties ingeven. Ik mag graag in discussie gaan met mensen, omdat ik graag wil weten wat hun beweegredenen zijn waarom zij een bepaalde mening zijn aangedaan. Maar het is mij tot heden nog steeds niet duidelijk geworden waarom deze mensen van mening zijn dat zodra iemand een misdaad heeft begaan, dat de misdadiger zomaar opeens zijn/haar rechten is kwijtgeraakt.
De enige verklaring die ik zou kunnen geven is dat mensen de misdaad beschouwen als een tekort aan begrip voor andermans rechten en door het tekort aan begrip voor het concept van rechten dat hierdoor mensen de misdadiger in kwestie beschouwen als rechten-loos.
Ik vind dit vrij kortzichtig, want hiermee worden universele rechten van de mens nog altijd gedegradeerd tot een subjectief principe. Het handelen van het individu is niet inherent aan diens zogenaamde 'staat van rechten'. Het handelen van het individu is afhankelijk van een scala een onbekende factoren zoals ik een lange tijd geleden in een andere blog heb geschreven.
Dát is de reden dat een pedofiel niet mag worden gedwongen om castratie te ondergaan en dát is de reden waarom een straf ogenschijnlijk laag is, omdat mensen nou eenmaal niet over de kennis en kunde beschikken waar een rechter wél over beschikt. En dan kunnen wij allemaal pretenties hebben dat wij begrip hebben, maar realistischterwijze hebben wij geen enkel begrip van de desbetreffende zaak, tenzij wij zelf de personen ben die zich in die zaak bevinden. En dan wordt het opeens een hele andere manier van gewaarwording. Het is zo makkelijk om te oordelen over andere mensen, totdat over jou wordt geoordeeld.
Mijn vrienden, bedankt voor het lezen! Zoals enkelen wellicht zijn opgevallen ben ik mijn perspectief eens aan het richten op andere zaken. En toch blijf ik terugvallen op bepaalde elementaire zaken, onbedoeld laat dit zien dat bepaalde thema's universeel zijn als het aankomt op menselijke betrekkingen.
Afijn, ik wens ieder een hele fijne avond toe! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!
Mensen zijn eigenlijk hele simpele wezens en toch zijn wij tegelijk bijster complex. Sinds enkele jaren heb ik het idee ontwikkeld waarin ik geheel in de lijn van het cartesiaanse denken de kloof tussen lichaam en geest probeer te overbruggen. Misschien bewandel ik een weg dat al door vele andere denkers is bewandeld, maar dan ben ik tot heden de gewenste kennis nog niet tegengekomen.
Ik beschouw de mens als een organisme waarvan de hersenen de bron zijn van ons mens-zijn. Het is dankzij de complexe werking van onze hersenen dat wij als mens zo ver zijn gekomen in de evolutie, afgezien van de vraagstelling in wat voor wate er sprake is van een natuurlijke doelmatigheid m.b.t. de evolutionaire oorsprong van de mens.
De hersenen beschouw ik als het biologisch component van waaruit het bewustzijn wordt gevormd. Het bewustzijn is echter iets unieks, het is een complex samenspel tussen allerlei processen die gaande zijn in onze hersenen. Het bewustzijn wordt pas compleet indien deze in staat is om contact te maken met de wereld en er interacties kunnen plaatsvinden tussen het individuele bewustzijn en diens omgeving. En dit grijze gebied beschouw ik als de menselijke psyche, dat ik nader definiëer als 'de eenheid van het individuele bewustzijn met diens apprehensie als interacterend element met de omgeving van het individu'.
Laten we het nu eens over een andere boeg gooien, laten we het hebben over rechtspraak! Ik heb er laatst nog een blog over geschreven, waarin ik vanuit een filosofisch perspectief onze steeds intolleranter wordende samenleving onder de loep had genomen. Ik quote het volgende uit deze blog:
De rechtspraak kent geen emoties en gevoelens. Het houdt er wel rekening mee, maar emoties en gevoelens hebben geen meerwaarde bij de uitvoering van rechtspraak, want het is per definitie een subjectief begrip dat geen enkele meerwaarde heeft op de uitvoering van de rechtspraak. Rechtspraak gaat over universele gelijkwaardigheid en niet over het emotionele individu.Hoe ironisch is het dan wel niet dat het erop lijkt dat iedereen de rechtspraak een zekere vorm van menselijkheid probeert te geven. Ik kan niet ontkennen dat ik deze mensen niet begrijp, in hun vruchteloze pogingen om emoties te herkennen in de genoegdoening dat een slachtoffer krijgt.
Maar wat ik daadwerkelijk niet begrijp is dat ik het idee heb dat in de hedendaagse maatschappij het concept van rechten een vrij betrekkelijk begrip is geworden en dat er een oproep wordt gedaan voor een zogenaamde zero-tollerance samenleving. Het is alsof mensen een individu dat een ernstige misdaad heeft gepleegd dat individu beschouwen als rechten-loos als gevolg van de uitvoering van de ernstige misdaad.
Kan iemand mij uitleggen op wat voor kromme beredenatie dit gedachtengoed is gebaseerd? Sinds wanneer zijn rechten een subjectief oordeel geworden? Rechten zijn een universeel goed van het individu. Ook al heeft het individu een misdaad begaan waarbij het rechten van een ander individu heeft geschonden, betekent dit niet dat het zelf geen rechten meer heeft. Het enige waartoe rechtspraak dient is dat de persoon dat een misdaad heeft begaan moet worden gestraft, naar een dergelijke maat dat past bij de ernst van de misdaad.
En dit is vaak het cruciale element dat een oorzaak is van een hoop onbegrip indien een rechter een uitspraak doet in een zaak, dat naar het oordeel van het individu veel te laag is. Maar we hebben al in mijn vorige blog geconcludeerd dat het emotioneel oordelend individu per definitie een onjuist oordeel uitvoert, omdat emoties het oordeel negatief beïnvloed cq. vertroebeld. En een troebel oordeel is niet realiteitsgetrouw en dus onjuist.
Het probleem zit hem in het individu dat alleen oordeelt op basis van wat de emoties ingeven. Ik mag graag in discussie gaan met mensen, omdat ik graag wil weten wat hun beweegredenen zijn waarom zij een bepaalde mening zijn aangedaan. Maar het is mij tot heden nog steeds niet duidelijk geworden waarom deze mensen van mening zijn dat zodra iemand een misdaad heeft begaan, dat de misdadiger zomaar opeens zijn/haar rechten is kwijtgeraakt.
De enige verklaring die ik zou kunnen geven is dat mensen de misdaad beschouwen als een tekort aan begrip voor andermans rechten en door het tekort aan begrip voor het concept van rechten dat hierdoor mensen de misdadiger in kwestie beschouwen als rechten-loos.
Ik vind dit vrij kortzichtig, want hiermee worden universele rechten van de mens nog altijd gedegradeerd tot een subjectief principe. Het handelen van het individu is niet inherent aan diens zogenaamde 'staat van rechten'. Het handelen van het individu is afhankelijk van een scala een onbekende factoren zoals ik een lange tijd geleden in een andere blog heb geschreven.
Dát is de reden dat een pedofiel niet mag worden gedwongen om castratie te ondergaan en dát is de reden waarom een straf ogenschijnlijk laag is, omdat mensen nou eenmaal niet over de kennis en kunde beschikken waar een rechter wél over beschikt. En dan kunnen wij allemaal pretenties hebben dat wij begrip hebben, maar realistischterwijze hebben wij geen enkel begrip van de desbetreffende zaak, tenzij wij zelf de personen ben die zich in die zaak bevinden. En dan wordt het opeens een hele andere manier van gewaarwording. Het is zo makkelijk om te oordelen over andere mensen, totdat over jou wordt geoordeeld.
Mijn vrienden, bedankt voor het lezen! Zoals enkelen wellicht zijn opgevallen ben ik mijn perspectief eens aan het richten op andere zaken. En toch blijf ik terugvallen op bepaalde elementaire zaken, onbedoeld laat dit zien dat bepaalde thema's universeel zijn als het aankomt op menselijke betrekkingen.
Afijn, ik wens ieder een hele fijne avond toe! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!
vrijdag 27 juli 2012
Psychologisch intermezzo - Het oordelend individu
Wanneer gewaarwording, als het reeële in de waarneming, op kennis wordt betrokken, heet ze zintuigelijke gewaarwording. We kunnen haar specifieke kwaliteit alleen als op volstrekt identieke wijze mededeelbaar voorstellen als we aannemen dat iedereen dezelfde zintuigelijkheid heeft als wij; maar dat kan met betrekking tot een zintuigelijke gewaarwording niet in absolute zin worden veronderstelt. Zo kan aan iemand die geen reukzin heeft, dit type gewaarwording niet worden meegedeeld; en zelfs wanneer hij die wel heeft, kunnen we er niet zeker van zijn of hij precies dezelfde gewaarwording van een bloem heeft als wij - Immanuel Kant - Kritiek van het oordeelsvermogen - pagina 186, nederlandse vertaling Boom
Een tijd geleden kwam ik tot een hele bijzonder ontdekking, of althans zo beschouw ik het plotseling verkregen inzicht in ons menselijk handelen. Namelijk dat wij bij het oordelen over iets primair afgaan op het totaal aan kennisfacetten van het object waarover wij oordelen, terwijl wij in concreto soms helemaal geen optimale opvatting kunnen vormen over deze kennis. Zoals in een vorig geschreven blog staat omschreven is kennis de abstractie van begrippen waarlangs wij tot een zekere vorm van kennis omtrent een bepaald object kunnen komen.
Echter is het mogelijk dat wij op dit gebied een misvatting cq. misconceptie in het leven roepen, doordat wij of door een tekort aan zintuigelijke gewaarwording of door een verkeerde interpretatie van informatie dat naar ons wordt overgebracht of algeheel is er sprake van een onjuist associatiepatroon, waarlangs wij d.m.v. causaliteit een begrip pogen te vormen van een waargenomen gebeurtenis cq. situatie.
Laten we eens iedere situatie nauwkeurig analyseren, te beginnen bij een tekort aan zintuigelijke gewaarwording. Binnen de natuurwetenschap hebben wij tegenwoordig weinig meer aan onze zintuigen, eerder is het van belang om abstract te kunnen denken en in een juiste representatie te kunnen opstellen van de gemeten gebeurtenis en wat voor proces wordt onderzocht.
Eigenlijk is het vrij bizar als je nagaat dat hetgeen wij meten een archetype is van de daadwerkelijke onderzochte materie. Omdat onze zintuigen tekort schieten, maken wij gebruik van analogiën en vormen wij het onderzochte object om tot een meetbaar archetype, een materialistische analogie van het onderzochte object, waarvan de meetschalen bruikbaar zijn voor het vormen van een menselijk begrip en waardoor wij kennis kunnen verwerven.
Hoe zit het dan met intermenselijke contacten? Ik ben blind voor lichaamstaal, maar langzaam heb ik wel geleerd een inschatting te maken van de vorm van de persoonlijkheid van een ander persoon op andere methoden. Door te observeren en door te luisteren en conversaties aan te gaan met deze mensen. Hoe meer ik observeer, des te meer raak ik gefascineert door de uitgebreidheid van mensen, maar toch zie ik direct de gelijkenissen tussen mensen.
Zo zijn wij enorm goed in het uitvoeren van een misinterpretatie. Juist wanneer wij de pretenties hebben ergens veel verstand cq. kennis hebben van een bepaald object, dan zijn wij sneller geneigd een oordeel te vormen. Ik vind dit erg interessant, omdat ik dan bij mijzelf de vraag stel:'wanneer beschik je over voldoende kennis over iets om er direct een oordeel over te kunnen vellen?' En het enige antwoord dat ik kan verzinnen is niet!.
En toch hebben wij vaak de illusie dat wij over kennis beschikken, een veel gehoord argument is 'de ervaring leert'. Maar de ervaring is kennis gebaseerd op a posteriori ("kennis afgeleid uit de ervaring") regels en beperkt zich per definitie tot de ervaring an sich. Ervaring is geen representatie van een wetmatigheid. We kunnen wel stellen dat naarmate de ervaring toeneemt en hetzelfde fenomeen wordt waargenomen dat er een verband bestaat, maar een verband is iets dat per definitie bestaat binnen de wetten van ons oordeelsvermogen, dat betekent nog niet dat wij een uitspraak kunnen doen over een zogenaamde wetmatigheid, iets waar wel altijd naar wordt gerefereerd wanneer de uitspraak 'de ervaring leert' wordt gedaan.
Wij kunnen geen wetmatigheden vaststellen op basis van ervaring, daarvoor is een mensenleven te kort. De enige manier om een wetmatigheid vast te stellen is door een adequaat onderzoek te doen en dat houdt in het toetsen van de wetmatigheid aan de variabelen die betrokken zijn bij opstelling van de te onderzoeken wetmatigheid.
Hoe zit het dan met onze associatiepatronen? Zijn deze geen onderdeel van het vastleggen van verbanden d.m.v. ervaring? In feite wel, maar ik beschouw associatiepatronen als een fundamentele mogelijkheid voor het vastleggen van verbanden, vandaar dat ik deze in een eigen alinea wil behandelen. Zo leert de ervaring ons dat wanneer B altijd op A volgt, dat er sprake is van een verband tussen A en B namelijk A --> B. Dit vatten wij op als een causaal begrip, namelijk een vorm van een wetmatigheid, waaruit volgt dat wij op basis van ervaring kunnen stellen dat op A altijd B volgt. Maar wat als wij hebben geleerd dat op B C volgt? En op C D? En dat D weer verbonden is aan A? Dan kom je op het concept van associatiepatronen. Wanneer wij hebben geleerd dat het volgende construct bestaat: A --> B --> C --> D --> A, dan associeren wij ieder element uit dit construct met de ander.
Dit is in feite een theoretische verklaring van een gedragspatroon dat wij dagelijks ten uitvoer brengen. Wij werken omdat wij geld nodig hebben (salaris). Wij hebben de afspraak gemaakt dat wij tussen bepaalde tijden werken, dus heel simpel volgt de werktijden uit het feit dat wij werk hebben. Arbeid kost lichaamlijke inspanning, dus is ontspanning essentieel. Tijdens het moment van ontspanning krijgen we trek, dus eten we om energie te herwinnen. Aan het einde van de werkdag gaan we terug naar huis, waarna de volgende dag hetzelfde patroon herhaald.
Nu is dit een heel simpel voorbeeld, maar in feite vormen wij dagelijks associatiepatronen, waarvan de meest basale al zijn gevormd in onze opvoeding. Zo beschouw ik onbeschoft gedrag als een tekort aan moreel inzicht, dus wanneer ik zie dat iemand onbeschoft gedrag vertoont, dan ga ik ervan uit dat de persoon een tekort aan moreel inzicht heeft.
Dit is de reden dat ik associatiepatronen in een aparte alinea wilde behandelen. Ervaringen kunnen niet bestaan zonder associatiepatronen, je zou ze als het ware kunnen beschouwen als de elementen die bij elkaar een ervaring vormen. Echter is er een fundamenteel verschil dat een associatiepatroon zichzelf reproduceert, terwijl de ervaring an sich een unieke voorgekomen situatie voorstelt.
Dat er binnen die situatie sprake is van het voorkomen van een causaal verband danwel een bevestiging van ons associatiepatroon mondt uit in het vastleggen van de situatie in ons geheugen als een ervaring zijnde, dat ons een zekere vorm van kennis heeft opgeleverd. In feite bestaat een causaal verband volgens natuurwetten, terwijl associatiepatronen worden opgesteld als een verband tussen verschillende elementen volgens regels die ons verstand de rede oplegt.
Dan komen we nu bij de belangrijkste vraagstelling: hoe staat dit allemaal in verband met het oordelend individu?
Wij hebben de illusie dat wij zo simpel een oordeel kunnen vellen, terwijl dit in de werkelijkheid een zeer complexe aanlegenheid is. Ieder element moet worden nagegaan bij het vormen van een oordeel, terwijl wij uit gewoonte eerder afgaan op ervaring, dan een logische voorstelling van hetgeen een oordeel over moet worden geveld.
Wij zoeken eerder naar argumenten om onze ingenomen stelling te verdedigen, zo nodig aangevoerd met emotionele bijstand, dan dat wij op een nuchtere manier en door gebruik te maken van ons rationeel denkvermogen een waarheidsgetrouw oordeel kunnen vormen. Wanneer wij zo ver zijn gekomen dat wij alleen maar denken in vormen van onze emoties, dan zijn wij niet meer voor rede vatbaar en heeft geen enkel logisch argument kracht, maar dat leidt juist tot het vormen van een onwerkelijk oordeel.
Pas wanneer wij leren om tijdens deze momenten onze emoties te reguleren en ons niet laten verblinden hierdoor, maar dat wij op een realistische wijze gebruik maken van ons zintuigelijk waarnemingsvermogen dat ons in staat stelt om een adequaat oordeel te vormen. En pas daarna zullen wij kennis vergaren van hetgeen waarover is geoordeeld. Elke vorm van kennis verkregen via een onwerkelijk oordeel is een onjuiste vorm van kennis en zal eerder bijdragen aan de degradatie van begrippen en het inzicht in het desbetreffend object. En dat kan alleen maar leiden tot een misvorming in de ontwikkeling van het individu en is het niet de bedoeling dat ieder individu zijn/haar eigen talenten ten volste tot ontplooiing kan brengen?
Dat mijn lezers is een vraagstelling die aan jullie laat om te beantwoorden. Bedankt voor het lezen van deze diepgaande blog, waarbij ik allerlei facetten van ons oordeelsvermogen heb besproken.
Ik wens jullie allemaal een heel fijn weekend toe! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!
Een tijd geleden kwam ik tot een hele bijzonder ontdekking, of althans zo beschouw ik het plotseling verkregen inzicht in ons menselijk handelen. Namelijk dat wij bij het oordelen over iets primair afgaan op het totaal aan kennisfacetten van het object waarover wij oordelen, terwijl wij in concreto soms helemaal geen optimale opvatting kunnen vormen over deze kennis. Zoals in een vorig geschreven blog staat omschreven is kennis de abstractie van begrippen waarlangs wij tot een zekere vorm van kennis omtrent een bepaald object kunnen komen.
Echter is het mogelijk dat wij op dit gebied een misvatting cq. misconceptie in het leven roepen, doordat wij of door een tekort aan zintuigelijke gewaarwording of door een verkeerde interpretatie van informatie dat naar ons wordt overgebracht of algeheel is er sprake van een onjuist associatiepatroon, waarlangs wij d.m.v. causaliteit een begrip pogen te vormen van een waargenomen gebeurtenis cq. situatie.
Laten we eens iedere situatie nauwkeurig analyseren, te beginnen bij een tekort aan zintuigelijke gewaarwording. Binnen de natuurwetenschap hebben wij tegenwoordig weinig meer aan onze zintuigen, eerder is het van belang om abstract te kunnen denken en in een juiste representatie te kunnen opstellen van de gemeten gebeurtenis en wat voor proces wordt onderzocht.
Eigenlijk is het vrij bizar als je nagaat dat hetgeen wij meten een archetype is van de daadwerkelijke onderzochte materie. Omdat onze zintuigen tekort schieten, maken wij gebruik van analogiën en vormen wij het onderzochte object om tot een meetbaar archetype, een materialistische analogie van het onderzochte object, waarvan de meetschalen bruikbaar zijn voor het vormen van een menselijk begrip en waardoor wij kennis kunnen verwerven.
Hoe zit het dan met intermenselijke contacten? Ik ben blind voor lichaamstaal, maar langzaam heb ik wel geleerd een inschatting te maken van de vorm van de persoonlijkheid van een ander persoon op andere methoden. Door te observeren en door te luisteren en conversaties aan te gaan met deze mensen. Hoe meer ik observeer, des te meer raak ik gefascineert door de uitgebreidheid van mensen, maar toch zie ik direct de gelijkenissen tussen mensen.
Zo zijn wij enorm goed in het uitvoeren van een misinterpretatie. Juist wanneer wij de pretenties hebben ergens veel verstand cq. kennis hebben van een bepaald object, dan zijn wij sneller geneigd een oordeel te vormen. Ik vind dit erg interessant, omdat ik dan bij mijzelf de vraag stel:'wanneer beschik je over voldoende kennis over iets om er direct een oordeel over te kunnen vellen?' En het enige antwoord dat ik kan verzinnen is niet!.
En toch hebben wij vaak de illusie dat wij over kennis beschikken, een veel gehoord argument is 'de ervaring leert'. Maar de ervaring is kennis gebaseerd op a posteriori ("kennis afgeleid uit de ervaring") regels en beperkt zich per definitie tot de ervaring an sich. Ervaring is geen representatie van een wetmatigheid. We kunnen wel stellen dat naarmate de ervaring toeneemt en hetzelfde fenomeen wordt waargenomen dat er een verband bestaat, maar een verband is iets dat per definitie bestaat binnen de wetten van ons oordeelsvermogen, dat betekent nog niet dat wij een uitspraak kunnen doen over een zogenaamde wetmatigheid, iets waar wel altijd naar wordt gerefereerd wanneer de uitspraak 'de ervaring leert' wordt gedaan.
Wij kunnen geen wetmatigheden vaststellen op basis van ervaring, daarvoor is een mensenleven te kort. De enige manier om een wetmatigheid vast te stellen is door een adequaat onderzoek te doen en dat houdt in het toetsen van de wetmatigheid aan de variabelen die betrokken zijn bij opstelling van de te onderzoeken wetmatigheid.
Hoe zit het dan met onze associatiepatronen? Zijn deze geen onderdeel van het vastleggen van verbanden d.m.v. ervaring? In feite wel, maar ik beschouw associatiepatronen als een fundamentele mogelijkheid voor het vastleggen van verbanden, vandaar dat ik deze in een eigen alinea wil behandelen. Zo leert de ervaring ons dat wanneer B altijd op A volgt, dat er sprake is van een verband tussen A en B namelijk A --> B. Dit vatten wij op als een causaal begrip, namelijk een vorm van een wetmatigheid, waaruit volgt dat wij op basis van ervaring kunnen stellen dat op A altijd B volgt. Maar wat als wij hebben geleerd dat op B C volgt? En op C D? En dat D weer verbonden is aan A? Dan kom je op het concept van associatiepatronen. Wanneer wij hebben geleerd dat het volgende construct bestaat: A --> B --> C --> D --> A, dan associeren wij ieder element uit dit construct met de ander.
Dit is in feite een theoretische verklaring van een gedragspatroon dat wij dagelijks ten uitvoer brengen. Wij werken omdat wij geld nodig hebben (salaris). Wij hebben de afspraak gemaakt dat wij tussen bepaalde tijden werken, dus heel simpel volgt de werktijden uit het feit dat wij werk hebben. Arbeid kost lichaamlijke inspanning, dus is ontspanning essentieel. Tijdens het moment van ontspanning krijgen we trek, dus eten we om energie te herwinnen. Aan het einde van de werkdag gaan we terug naar huis, waarna de volgende dag hetzelfde patroon herhaald.
Nu is dit een heel simpel voorbeeld, maar in feite vormen wij dagelijks associatiepatronen, waarvan de meest basale al zijn gevormd in onze opvoeding. Zo beschouw ik onbeschoft gedrag als een tekort aan moreel inzicht, dus wanneer ik zie dat iemand onbeschoft gedrag vertoont, dan ga ik ervan uit dat de persoon een tekort aan moreel inzicht heeft.
Dit is de reden dat ik associatiepatronen in een aparte alinea wilde behandelen. Ervaringen kunnen niet bestaan zonder associatiepatronen, je zou ze als het ware kunnen beschouwen als de elementen die bij elkaar een ervaring vormen. Echter is er een fundamenteel verschil dat een associatiepatroon zichzelf reproduceert, terwijl de ervaring an sich een unieke voorgekomen situatie voorstelt.
Dat er binnen die situatie sprake is van het voorkomen van een causaal verband danwel een bevestiging van ons associatiepatroon mondt uit in het vastleggen van de situatie in ons geheugen als een ervaring zijnde, dat ons een zekere vorm van kennis heeft opgeleverd. In feite bestaat een causaal verband volgens natuurwetten, terwijl associatiepatronen worden opgesteld als een verband tussen verschillende elementen volgens regels die ons verstand de rede oplegt.
Dan komen we nu bij de belangrijkste vraagstelling: hoe staat dit allemaal in verband met het oordelend individu?
Wij hebben de illusie dat wij zo simpel een oordeel kunnen vellen, terwijl dit in de werkelijkheid een zeer complexe aanlegenheid is. Ieder element moet worden nagegaan bij het vormen van een oordeel, terwijl wij uit gewoonte eerder afgaan op ervaring, dan een logische voorstelling van hetgeen een oordeel over moet worden geveld.
Wij zoeken eerder naar argumenten om onze ingenomen stelling te verdedigen, zo nodig aangevoerd met emotionele bijstand, dan dat wij op een nuchtere manier en door gebruik te maken van ons rationeel denkvermogen een waarheidsgetrouw oordeel kunnen vormen. Wanneer wij zo ver zijn gekomen dat wij alleen maar denken in vormen van onze emoties, dan zijn wij niet meer voor rede vatbaar en heeft geen enkel logisch argument kracht, maar dat leidt juist tot het vormen van een onwerkelijk oordeel.
Pas wanneer wij leren om tijdens deze momenten onze emoties te reguleren en ons niet laten verblinden hierdoor, maar dat wij op een realistische wijze gebruik maken van ons zintuigelijk waarnemingsvermogen dat ons in staat stelt om een adequaat oordeel te vormen. En pas daarna zullen wij kennis vergaren van hetgeen waarover is geoordeeld. Elke vorm van kennis verkregen via een onwerkelijk oordeel is een onjuiste vorm van kennis en zal eerder bijdragen aan de degradatie van begrippen en het inzicht in het desbetreffend object. En dat kan alleen maar leiden tot een misvorming in de ontwikkeling van het individu en is het niet de bedoeling dat ieder individu zijn/haar eigen talenten ten volste tot ontplooiing kan brengen?
Dat mijn lezers is een vraagstelling die aan jullie laat om te beantwoorden. Bedankt voor het lezen van deze diepgaande blog, waarbij ik allerlei facetten van ons oordeelsvermogen heb besproken.
Ik wens jullie allemaal een heel fijn weekend toe! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!
vrijdag 22 juni 2012
Filosofisch intermezzo - De intolerante samenleving
Gegeven onze beschrijving van wat rechtvaardig en wat onrechtvaardig is, handelt iemand onrechtvaardig of rechtvaardig, wanneer hij die dingen vrijwillig verricht. Handelt hij echter onvrijwillig, dan handelt hij onrechtvaardig nocht rechtvaardig, met uitzondering van de mogelijkheid dat dit op bijkomstige wijze gebeurt. Mensen verrichten namelijk wel handelingen die bijkomstig rechtvaardig of onrechtvaardig zijn.[...] Dit betekent dus dat bij het ontbreken van het aspect van vrijwilligheid iets wel onrechtvaardig zal zijn, maar hiermee nog geen voorbeeld is van onrechtvaardig gedrag. - Aristoteles, Ethica Nicomachea; Nederlandse vertaling door Charles Hupperts en Bartel Poortman, pagina 178 - 179.
Ik vraag mij af, lijkt het zo, of is de samenleving het laatste decennium steeds intolleranter geworden? Hiermee doel ik natuurlijk niet op het soort intollerenatie t.o.v. asociaal gedrag. Ieder individu krijgt vanuit diens opvoeding een bepaald gedrag aangeleerd en een fundamenteel onderdeel in de omgang met andere mensen is die van normen en waarden.
Nu valt er natuurlijk vanaf dit punt het één en ander te zeggen over dit concept, hierbij doel ik op culturele verschillen die een onoverkoomlijk effect teweegbrengen op de ontwikkeling van de normen en waarden van het individu, maar dit is al uitgebreid behandeld in andere blog, waarvan een filosofisch intermezzo over het fenomeen van cultuur tot heden het meest volledige persoonlijk onderzoekje is in het kader van dit thema.
Laten we eerst eens kijken naar onze hedendaagse samenleving. Ik durf niet te stellen dat het altijd zo is geweest, gezien het feit dat mijn referentiekader vrij beperkt is, omdat ik vroeger nooit zo vaak naar het nieuws keek of kranten las. Maar ik heb het idee dat onze samenleving veel emotioneler is geworden. Wij handelen tegenwoordig veel meer uit onze emoties en alle onderliggende danwel verbonden psychologische mechanismen dan dat wij daadwerkelijk bewust handelen vanuit een rationeel bewustzijn.
Om de hoogleraar psychologie Frans de Waal te quoten:
Misschien lijkt het alleen maar zo en is het eerder een vorm van grootpraterij door een individu dat zijn ongenoegen wilt uitten. Dan nog snap ik nog niet dat zodra ik deze mensen confronteer met hun bizarre uitspattingen, dat zij blijven bij hun standpunt en zijn ze heilig ervan overtuigd dat zij hun woorden zullen omzetten in daden. Ik betwijfel dit ten sterkte, ik denk dat een hoop mensen weigeren in te zien dat de gevolgen van hun handelen grote gevolgen kunnen hebben in de breedste zin van het woord. Een integer mens met een degenen geweten zal nooit het leed vergeten dat hij/zij een ander aan doet, ongeacht onder welke omstandigheden het leed is aangedaan.
Iemand die dit wel kan, heeft in mijn optiek te kampen met geheugenverlies (het onderdrukken van gedachten) of moet serieus zorgen maken over zijn/haar persoonlijke moraliteit, want dat betekent dat je niet in staat ben om een adequate inschatting te maken wat het verschil is tussen goed en kwaad.
Wat nog erger is, is dat mensen schijnbaar een beter inzicht hebben in rechtspraak dan degenen die de rechtspraak uitvoeren (rechters). Iedereen heeft een mening, wat het goed recht is van het individu, maar het lijkt wel alsof tegenwoordig iedereen een extremere vorm van rechtspraak wilt zien.
Het zou kunnen dat dit het gevolg is van maatschappelijke verbijstering met zaken waarin er zinloos geweldig is toegepast, door mensen (veelal jongeren) die geen inzicht hebben in hun handelen en de rechtvaardigheid ervan en vanwege de aard van de situatie handelen op een onrechtvaardige manier.
Dan nog blijf ik bij mijn standpunt, wat geeft ons het recht om te handelen zoals het primaire monster heeft gehandeld? Dat is geen rechtspraak meer, rechtspraak is dat degene die onrecht is aangedaan in zijn gelijk moet worden gesteld. Deze gelijkstelling wordt uitgevoerd door degene die het onrecht heeft aangedaan een straf moet uitzitten dat gelijkwaardig is aan de misdaad die de persoon heeft begaan.
Ik vraag mijn lezer de volgende vraag: hoe kan rechtspraak tot recht komen, zolang degene die onrecht is aangedaan nooit genoegdoening zal hebben voor welke straf dan ook? Wij zijn het enige diersoort die een systeem van gelijkwaardigheid hebben ontwikkeld, maar hoe kunnen wij het systeem in stand houden wanneer het individu zichzelf constant in de slachtofferrol plaatst? De rechtspraak kent geen emoties en gevoelens. Het houdt er wel rekening mee, maar emoties en gevoelens hebben geen meerwaarde bij de uitvoering van rechtspraak, want het is per definitie een subjectief begrip dat geen enkele meerwaarde heeft op de uitvoering van de rechtspraak. Rechtspraak gaat over universele gelijkwaardigheid en niet over het emotionele individu.
Eigenlijk is het enigszins paradoxaal, want juist door rechtvaardigheid wordt het individu dat onrecht is aangedaan in zijn gelijk gesteld en dit heeft een effect op onze emotionele gelijkwaardigheid. En juist hier gaat het mis, want het individu dat dat zichzelf in de slachtofferrol plaatst, zal nooit emotionele gelijkwaardigheid ervaren, omdat elke straf die de ander krijgt altijd te laag zal zijn. Dit is een directe ondermijning van de rechtspraak, iets waar de samenleving al sinds enkele jaren probeert te beïnvloeden. Jammer alleen dat de publieke opinie niet over de kennis en inzicht beschikt voor de uitvoering van rechtspraak.
Ik vraag mijn lezer deze allerlaatste vraag: hoe lang gaat het duren voordat onze intollerantie maatschappij zijn beslag zal leggen op de rechtspraak? Waarom dan niet gelijk de sharia invoeren, als we geen waarde meer hechten aan de uitspraken van een rechter, die de belichaaming is van rechtspraak?
Mijn vrienden, bedankt voor het lezer van deze blog, ik zit al veel langer met deze angsten en hoe meer signalen ik opvang, des te groter groeit mijn angst voor onze maatschappij die langzaam maar zeker zijn tollerantie jegens het individu aan het verliezen is. Eer de rechtspraak! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!
Ik vraag mij af, lijkt het zo, of is de samenleving het laatste decennium steeds intolleranter geworden? Hiermee doel ik natuurlijk niet op het soort intollerenatie t.o.v. asociaal gedrag. Ieder individu krijgt vanuit diens opvoeding een bepaald gedrag aangeleerd en een fundamenteel onderdeel in de omgang met andere mensen is die van normen en waarden.
Nu valt er natuurlijk vanaf dit punt het één en ander te zeggen over dit concept, hierbij doel ik op culturele verschillen die een onoverkoomlijk effect teweegbrengen op de ontwikkeling van de normen en waarden van het individu, maar dit is al uitgebreid behandeld in andere blog, waarvan een filosofisch intermezzo over het fenomeen van cultuur tot heden het meest volledige persoonlijk onderzoekje is in het kader van dit thema.
Laten we eerst eens kijken naar onze hedendaagse samenleving. Ik durf niet te stellen dat het altijd zo is geweest, gezien het feit dat mijn referentiekader vrij beperkt is, omdat ik vroeger nooit zo vaak naar het nieuws keek of kranten las. Maar ik heb het idee dat onze samenleving veel emotioneler is geworden. Wij handelen tegenwoordig veel meer uit onze emoties en alle onderliggende danwel verbonden psychologische mechanismen dan dat wij daadwerkelijk bewust handelen vanuit een rationeel bewustzijn.
Om de hoogleraar psychologie Frans de Waal te quoten:
We leven in een tijdperk dat het verstandelijke hoog aanslaat en neerkijkt op emoties, die als week en warrig gelden. Erger nog: emoties zijn moeilijk te beheersen, en is zelfbeheersing niet het kenmerk van de mens?Het lijkt alsof wij collectief falen op het concept van zelfbeheersing. Steeds meer zie ik extreme emotionele uitingen verschijnen als een reactie op een nieuwsbericht waarin diverse gruwelijkheden worden omschreven die een individu heeft uitgevoerd. Ik vraag mij af, waar gaat het naartoe als het monster dat een verschrikkelijke daad heeft begaan wordt overrompeld door een nog groter monster? Staan mensen weleens stil bij de realistische handelingen die zij zouden moeten uitvoeren wanneer zij de daad bij hun woord voegen?
Misschien lijkt het alleen maar zo en is het eerder een vorm van grootpraterij door een individu dat zijn ongenoegen wilt uitten. Dan nog snap ik nog niet dat zodra ik deze mensen confronteer met hun bizarre uitspattingen, dat zij blijven bij hun standpunt en zijn ze heilig ervan overtuigd dat zij hun woorden zullen omzetten in daden. Ik betwijfel dit ten sterkte, ik denk dat een hoop mensen weigeren in te zien dat de gevolgen van hun handelen grote gevolgen kunnen hebben in de breedste zin van het woord. Een integer mens met een degenen geweten zal nooit het leed vergeten dat hij/zij een ander aan doet, ongeacht onder welke omstandigheden het leed is aangedaan.
Iemand die dit wel kan, heeft in mijn optiek te kampen met geheugenverlies (het onderdrukken van gedachten) of moet serieus zorgen maken over zijn/haar persoonlijke moraliteit, want dat betekent dat je niet in staat ben om een adequate inschatting te maken wat het verschil is tussen goed en kwaad.
Wat nog erger is, is dat mensen schijnbaar een beter inzicht hebben in rechtspraak dan degenen die de rechtspraak uitvoeren (rechters). Iedereen heeft een mening, wat het goed recht is van het individu, maar het lijkt wel alsof tegenwoordig iedereen een extremere vorm van rechtspraak wilt zien.
Het zou kunnen dat dit het gevolg is van maatschappelijke verbijstering met zaken waarin er zinloos geweldig is toegepast, door mensen (veelal jongeren) die geen inzicht hebben in hun handelen en de rechtvaardigheid ervan en vanwege de aard van de situatie handelen op een onrechtvaardige manier.
Dan nog blijf ik bij mijn standpunt, wat geeft ons het recht om te handelen zoals het primaire monster heeft gehandeld? Dat is geen rechtspraak meer, rechtspraak is dat degene die onrecht is aangedaan in zijn gelijk moet worden gesteld. Deze gelijkstelling wordt uitgevoerd door degene die het onrecht heeft aangedaan een straf moet uitzitten dat gelijkwaardig is aan de misdaad die de persoon heeft begaan.
Ik vraag mijn lezer de volgende vraag: hoe kan rechtspraak tot recht komen, zolang degene die onrecht is aangedaan nooit genoegdoening zal hebben voor welke straf dan ook? Wij zijn het enige diersoort die een systeem van gelijkwaardigheid hebben ontwikkeld, maar hoe kunnen wij het systeem in stand houden wanneer het individu zichzelf constant in de slachtofferrol plaatst? De rechtspraak kent geen emoties en gevoelens. Het houdt er wel rekening mee, maar emoties en gevoelens hebben geen meerwaarde bij de uitvoering van rechtspraak, want het is per definitie een subjectief begrip dat geen enkele meerwaarde heeft op de uitvoering van de rechtspraak. Rechtspraak gaat over universele gelijkwaardigheid en niet over het emotionele individu.
Eigenlijk is het enigszins paradoxaal, want juist door rechtvaardigheid wordt het individu dat onrecht is aangedaan in zijn gelijk gesteld en dit heeft een effect op onze emotionele gelijkwaardigheid. En juist hier gaat het mis, want het individu dat dat zichzelf in de slachtofferrol plaatst, zal nooit emotionele gelijkwaardigheid ervaren, omdat elke straf die de ander krijgt altijd te laag zal zijn. Dit is een directe ondermijning van de rechtspraak, iets waar de samenleving al sinds enkele jaren probeert te beïnvloeden. Jammer alleen dat de publieke opinie niet over de kennis en inzicht beschikt voor de uitvoering van rechtspraak.
Ik vraag mijn lezer deze allerlaatste vraag: hoe lang gaat het duren voordat onze intollerantie maatschappij zijn beslag zal leggen op de rechtspraak? Waarom dan niet gelijk de sharia invoeren, als we geen waarde meer hechten aan de uitspraken van een rechter, die de belichaaming is van rechtspraak?
Mijn vrienden, bedankt voor het lezer van deze blog, ik zit al veel langer met deze angsten en hoe meer signalen ik opvang, des te groter groeit mijn angst voor onze maatschappij die langzaam maar zeker zijn tollerantie jegens het individu aan het verliezen is. Eer de rechtspraak! Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!
Labels:
Filosofie,
rechtspraak,
samenleving,
sociologie,
tollerantie
woensdag 20 juni 2012
Filosofisch intermezzo - Object/subject relatie
Wat ook de inhoud van onze kennis mag zijn, en hoe die zich ook op het object betrekt, toch is de algemene, zij het alleen negatieve, voorwaarde voor al onze oordelen in het algemeen dat ze zichzelf niet tegenspreken; in het andere geval zijn deze oordelen op zichzelf (ook als we het object buiten beschouwing laten) niet. Maar zelfs als ons oordeel geen tegenspraak bevat, kan het begrippen zo verbinden, dat het object er niet mee overeenkomt, of zo dat we voor die verbinding geen grond hebben, a priori of a posteriori, die dat oordeel rechtvaardigt; en aldus kan een oordeel zonder enige innerlijke tegenspraak toch onwaar of ongegrond zijn - Immanuel Kant - Kritiek van de Zuivere Rede; pagina 234, Nederlandse vertaling Boom
Het menselijk bestaan is een vrij intrigerende aangelegenheid. Wij leven ons leven, niet wetende wat het leven ons gaat brengen. Wij stellen doelen op voor onszelf, hopende dat we deze doelen ooit zullen bereiken. Sinds ik ben begonnen met mijn zoektocht om het pad des levens te ontrafelen, kan ik niet ontkennen dat ik het gevoel heb dat ik bekende paden aan het betreden ben. Of misschien ben ik nooit van het originele pad afgedwaalt, maar heb ik een zijweg genomen om uiteindelijk toch weer op mijn originele pad des levens terecht te komen.
Een fundamenteel onderdeel van mijn zoektocht is het vergaren van kennis. Ik kan geen dag bedenken dat ik niet heb nagedacht over kennis in de breedste zin van het woord. Met kennis komt namelijk begrip, begrip is in feite niks meer dan de toepassing van kennis. Toch is hier al sprake van een verandering van de essentie van de kennisgeving.
Kennis die ik heb vergaard wordt in zijn ruwste vorm opgeslagen in mijn geheugen, toch is deze ruwste vorm niks meer dan de omvorming van kennis naar een begrip. Wij kunnen kennis alleen toepassen als wij er een begrip aan koppelen, want kennis in de concrete zin van het woord is een abstractie dat onze geest niet kan bevatten.
Ik kan kennis vergaren van het object genaamd een televisie, wat levert dit mij op? Dat ik een beeld kan vormen van hoe een televisie eruit ziet, net zoals dat ik kan begrijpen dat het een apparaat is dat werkt op stroom en dat er een diversiteit aan mechanica wordt toegepast voordat er een bewegend beeld verschijnt op mijn beeldscherm, maar wat voor kennis levert mij dit op in de meest concrete zin van het woord? Helemaal niks! De enige vorm van kennis is die van begrippen, langs welke weg ik vervolgens een deductie kan uitvoeren en in staat ben om tot het begrip van een televisie te komen. Maar concrete kennis heeft het mij niks oplevert.
Kennis is een uniek voorbeeld van een object/subject-relatie. Wij zijn het kennend subject, wij als eenheid zijn in staat om een begrip te vormen van de wereld om ons heen d.m.v. ervaring, maar ook door het toepassen van primaire basisvaardigheden die wij als kind hebben geleerd, danwel via onze opvoeding van onze ouders, ofwel op de basisschool. Elk object om ons heen bevat een eigen object/subject-relatie.
Natuurlijk is er sprake van universele overeenkomsten. Een boek is een boek, net zoals een televisie een televisie is en een kast en kast. Maar elk boek kent eigen vormen en eigen inhoud, net zoals een televisie verschillende maten kent en een kast ook vele vormen heeft cq. 'designs'.
Ik vraag mij af, wat is de oorzaak van deze beperkingen? Waarom zijn wij als mens niet in staat om concrete kennis in de zin van het woord op te nemen? Zijn het onze hersenen die niet in staat zijn om de abstractie van kennis uit te voeren? Of is het juist omgekeerd, dat wij alleen een beperkte hoeveelheid van informatie tot ons kunnen nemen en dat juist onze hersenen verder gaan abstraheren van deze informatie?
Wij mensen zijn eigen hele simpele wezens. Wij kunnen zo weinig en toch kunnen wij enorm veel bevaten via onze denkvermogens. Door te abstraheren van de begrippen van de objecten om ons heen, kunnen wij tot een bepaalde vorm van kennis komen. Het leidt tot een groter begrip van de wereld om ons heen, als ik even van de gelegenheid gebruik maak om van het begrip begrip een veelomvattender begrip te maken.
Een zeker iemand heeft het idee dat er mogelijkerwijze vele dimensies bestaan dan de dimensies die wij al kennen (de drie dimenies van universele richtingen plus een vierde dimensie van de ruimte-tijd); haar idee is dat bepaalde relaties zoals de object/subject-relatie ook kan worden beschouwd als een eigen dimensie. Dit is vrij interessant en heeft verregaande gevolgen, omdat de object/subject-relatie inherent is aan de individuele interpretatie van het object door het subject, wat zou kunnen worden omschreven als het perceptievermogen. Terwijl het universele concept van de object/subject-relatie als transcendentie zou kunnen worden omschreven door perceptie.
Zou dit de verklaring kunnen zijn voor de onmogelijkheid van de menselijke geest om de concrete essentie van kennis te kunnen begrijpen? Dat kennis als universeel fenomeen wel kan existeren via de object/subject-relatie als analogie van perceptie, maar dat onze geest alleen in staat is om er een menselijk begrip van om te vormen, al dan wel of niet begeleid via onze zintuigen?
Mijn vrienden, bedankt voor het lezen van deze blog!
Ik wens ieder een hele fijne avond toe, een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe.
Het menselijk bestaan is een vrij intrigerende aangelegenheid. Wij leven ons leven, niet wetende wat het leven ons gaat brengen. Wij stellen doelen op voor onszelf, hopende dat we deze doelen ooit zullen bereiken. Sinds ik ben begonnen met mijn zoektocht om het pad des levens te ontrafelen, kan ik niet ontkennen dat ik het gevoel heb dat ik bekende paden aan het betreden ben. Of misschien ben ik nooit van het originele pad afgedwaalt, maar heb ik een zijweg genomen om uiteindelijk toch weer op mijn originele pad des levens terecht te komen.
Een fundamenteel onderdeel van mijn zoektocht is het vergaren van kennis. Ik kan geen dag bedenken dat ik niet heb nagedacht over kennis in de breedste zin van het woord. Met kennis komt namelijk begrip, begrip is in feite niks meer dan de toepassing van kennis. Toch is hier al sprake van een verandering van de essentie van de kennisgeving.
Kennis die ik heb vergaard wordt in zijn ruwste vorm opgeslagen in mijn geheugen, toch is deze ruwste vorm niks meer dan de omvorming van kennis naar een begrip. Wij kunnen kennis alleen toepassen als wij er een begrip aan koppelen, want kennis in de concrete zin van het woord is een abstractie dat onze geest niet kan bevatten.
Ik kan kennis vergaren van het object genaamd een televisie, wat levert dit mij op? Dat ik een beeld kan vormen van hoe een televisie eruit ziet, net zoals dat ik kan begrijpen dat het een apparaat is dat werkt op stroom en dat er een diversiteit aan mechanica wordt toegepast voordat er een bewegend beeld verschijnt op mijn beeldscherm, maar wat voor kennis levert mij dit op in de meest concrete zin van het woord? Helemaal niks! De enige vorm van kennis is die van begrippen, langs welke weg ik vervolgens een deductie kan uitvoeren en in staat ben om tot het begrip van een televisie te komen. Maar concrete kennis heeft het mij niks oplevert.
Kennis is een uniek voorbeeld van een object/subject-relatie. Wij zijn het kennend subject, wij als eenheid zijn in staat om een begrip te vormen van de wereld om ons heen d.m.v. ervaring, maar ook door het toepassen van primaire basisvaardigheden die wij als kind hebben geleerd, danwel via onze opvoeding van onze ouders, ofwel op de basisschool. Elk object om ons heen bevat een eigen object/subject-relatie.
Natuurlijk is er sprake van universele overeenkomsten. Een boek is een boek, net zoals een televisie een televisie is en een kast en kast. Maar elk boek kent eigen vormen en eigen inhoud, net zoals een televisie verschillende maten kent en een kast ook vele vormen heeft cq. 'designs'.
Ik vraag mij af, wat is de oorzaak van deze beperkingen? Waarom zijn wij als mens niet in staat om concrete kennis in de zin van het woord op te nemen? Zijn het onze hersenen die niet in staat zijn om de abstractie van kennis uit te voeren? Of is het juist omgekeerd, dat wij alleen een beperkte hoeveelheid van informatie tot ons kunnen nemen en dat juist onze hersenen verder gaan abstraheren van deze informatie?
Wij mensen zijn eigen hele simpele wezens. Wij kunnen zo weinig en toch kunnen wij enorm veel bevaten via onze denkvermogens. Door te abstraheren van de begrippen van de objecten om ons heen, kunnen wij tot een bepaalde vorm van kennis komen. Het leidt tot een groter begrip van de wereld om ons heen, als ik even van de gelegenheid gebruik maak om van het begrip begrip een veelomvattender begrip te maken.
Een zeker iemand heeft het idee dat er mogelijkerwijze vele dimensies bestaan dan de dimensies die wij al kennen (de drie dimenies van universele richtingen plus een vierde dimensie van de ruimte-tijd); haar idee is dat bepaalde relaties zoals de object/subject-relatie ook kan worden beschouwd als een eigen dimensie. Dit is vrij interessant en heeft verregaande gevolgen, omdat de object/subject-relatie inherent is aan de individuele interpretatie van het object door het subject, wat zou kunnen worden omschreven als het perceptievermogen. Terwijl het universele concept van de object/subject-relatie als transcendentie zou kunnen worden omschreven door perceptie.
Zou dit de verklaring kunnen zijn voor de onmogelijkheid van de menselijke geest om de concrete essentie van kennis te kunnen begrijpen? Dat kennis als universeel fenomeen wel kan existeren via de object/subject-relatie als analogie van perceptie, maar dat onze geest alleen in staat is om er een menselijk begrip van om te vormen, al dan wel of niet begeleid via onze zintuigen?
Mijn vrienden, bedankt voor het lezen van deze blog!
Ik wens ieder een hele fijne avond toe, een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe.
donderdag 31 mei 2012
Filosofisch intermezzo - Nihilistische pretenties
‘Wil tot waarheid’, noemt gij het, gij allerwijsten, dat wat u drijft en bronstig maakt?
Wil tot denkbaarheid van al het zijnde: zo noem ik uw wil!
Al het bestaande wilt gij eerst denkbaar maken: want gij twijfelt met goed wantrouwen eraan, of het al denkbaar is.
Maar het moet zich naar u voegen en buigen! Zo wil het uw wil. Glad moet het worden en de geest onderdanig: zijn spiegel en spiegelbeeld.
Dat is uw gehele wil, gij wijsten, als een wil tot macht; wanneer gij spreekt van goed en kwaad en van waarde-schatttingen. Friedrich Nietzsche - Aldus sprak Zarathoestra - pagina 98
Vanmorgen stond ik op de werkvloer en werd ik spontaan overvallen door een vlaag van nihilisme. Gisteravond had ik al geen zin om te werken, maar toch kwam ik vanmorgen op tijd mijn bed uit en zorgde ik ervoor dat ik op tijd op de werkvloer komt. Hoe vreemd is dit eigenlijk wel niet? Dat wij mensen handelen tegen onze wil in. Ik weet dat ik handel tegen mijn wil in, omdat ik bewust ben van de consequenties als ik niet op mijn werk verschijn. Ik ben een verbond aangegaan met mijn werk en dat is als het ware een tweeledig zwaard. Ik beschik niet over de vrijheid om mijn eigen pad te vormen, want ik ben afhankelijk van mijn werk voor het verkrijgen van de mogelijkheden waarmee ik uiteindelijk mijn eigen pad kan vormen.
Tot heden hou ik nog steeds vast aan mijn eigen conclusies zoals ik die heb getrokken gedurende mijn korte levensbestaan op deze planeet. Ik heb al een bepaald wereldbeeld gevormd op basis van mijn kennis en gepoogd zoveel mogelijk objectief te blijven wanneer ik berichtgeving lees of zie in de media.
Des te groter is mijn verbazing als ik tot de ontdekking kom dat het nihilisme heden ten daagse onbewust grote invloeden vertoont op onze samenlevingen.
Het nihilisme is een typische Nietzscheaanse term, het impliceert de degradatie van elke vorm van waardering of concreter gezegd, het omvat een gedachtengoed waarbij er sprake is van het uitvoeren van een waarneming zonder enige vorm van waardering eraan vast te koppelen.
Hoe triviaal is niet alles wat wij doen? Wij zoeken jaren, zo niet ons hele leven naar de zin van het leven of mooier verwoord in het engels: 'the meaning of life' en nooit hebben wij de oplossing gevonden voor dit vraagstuk. Als alternatief storten wij op ons bestaan, op de diversiteit aan mogelijkheden waarmee wij ons bestaan proberen te bevestigen. In de maalstroom van samenlevingen probeert het indidivu zijn eigen plek te verwerven, op een bijna darwinistische wijze, waarbij het individu zichzelf constant probeert te profileren. Wij hebben de pretenties om vooruit te komen in het leven door de gebruikelijke wegen, door hard te werken. Maar is dat echt de énige manier om vooruit te komen in het leven?
Onze samenlevingen zijn naar mijn weten nog nooit zo complex geweest. Vroeger had je de verschillende klassen waarin je leefde als mens. Iemand van de arbeidersklasse kan nooit iemand van adel worden. Dit maakte sociale omgangsnormen des te makkelijker om aan te houden. Er valt in de hedendaagse samenleving iets te zeggen over het bestaan van deze klassen. Je zou kunnen stellen dat ze nog steeds bestaan, maar dan in een geraffineerde vorm. Vroeger kon je als simpele arbeider niet eens in contact komen met iemand van de adel, tegenwoordig zijn deze sociale omgangsnormen versoepelt. Doch in een bepaalde situatie vertonen wij gedrag zoals dat van ons wordt verwacht. En het mooiste van alles is dat wij dit massaal doen! Wij laten de situatie ons gedrag bepalen, hoe bizar is dat wel niet.
Nog meer bizar is wellicht het feit dat wij collectief deze sociale omgangsnormen in stand houden. Waarom doen wij dit? Houden wij deze sociale omgangsnormen in stand uit angst voor verandering van de verstandhoudingen tussen mensen? Of moet ik eerder denken aan Rousseau's sociaal contract, waarin wij als het ware gebonden zijn aan elkaar en dat wij daarom onbewust danwel bewust regels gaan instellen waardoor wij structuur kunnen ontwikkelen in onze maatschappij/samenleving. Dan nog is dit geen verklaring waarom het praten met een hooggeplaatst persoon zo moeilijk is, of lijkt.
Ik kan hele interessante gesprekken houden met de manager van het laboratorium. Ik heb enorm veel respect voor zijn functie, maar toch beschouw ik mijzelf niet als een lager mens, ondanks zijn hogere plaats t.o.v. mijn plaats binnen de organisatie. Wanneer ik met hem praat, dan praat ik met mijn medemens. Dat hij toevallig ook nog eens binnen de context van de organisatie waar wij beiden werkzaam zijn hoger staat dan mij is een bijzaak.
Misschien is dat wel de crux, dat wij respect hebben voor een hoger geplaatst persoon. Dat wij daarom moeite hebben om onszelf op hetzelfde niveau te brengen als iemand die naar ons gevoel hoger staat dan ons.
Hoe ironisch is het dan wel niet dat wij als mensen ons weigeren te onderwerpen aan de wil van een hogere macht. God is allang geen grootmacht meer in ons leven. Wij pretenderen de macht over ons leven in eigen handen te hebben, door te handelen zoals ons dat goeddunkt of zoals het moraal dat van ons vereist. En masse consumeren wij het scala aan gebruiksvoorwerpen die aan ons worden gepresenteerd in allerlei winkels. Wij zijn bijna verslaafd geworden aan technologie, een natie zonder technologie is geen denkbaar gegeven meer, een natie in het hedendaagse tijdperk kan alleen bestaan d.m.v. technologie.
Andere naties daarentegen verkiezen een hogere macht boven hun eigen bestaan. Daar geld het recht van de religie, rechtspraak staat daar in het teken van de regels en wetten zoals deze zijn opgesteld vanuit de religie. Ik vraag mij altijd af wat de meerwaarde is van dit systeem, heeft het überhaupt enige meerwaarde t.o.v. een technologisch afhankelijke natie?
Een samenleving was vroeger een bijeenraapsel van de 3 klassen, die allemaal werden geleid in hun gezamenlijke visie van een hogere macht. Hedendaagse samenlevingen zijn een complexe eenheid, het is samengesteld uit pluriforme delen, groepen individuen die tezamen gezamenlijke ideeën hebben; die een eigen cultuur i.e. identiteit hebben. Het nihilisme voedt zichzelf met alle conflicten cq. polarisatie tussen de verschillende bevolkingsgroepen en met het groeiende nihilisme verdwijnt evenredig de kern van ons bestaan, namelijk dat wij niet meer leven om te kunnen leven, maar dat wij onbewust gaan leven volgens een doelmatigheid, namelijk de doelmatigheid van het nihilisme.
Mijn vrienden, bedankt voor het lezen van deze diepgaande blog! Ik wens jullie allemaal alvast een heel fijn weekend toe. Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!
Wil tot denkbaarheid van al het zijnde: zo noem ik uw wil!
Al het bestaande wilt gij eerst denkbaar maken: want gij twijfelt met goed wantrouwen eraan, of het al denkbaar is.
Maar het moet zich naar u voegen en buigen! Zo wil het uw wil. Glad moet het worden en de geest onderdanig: zijn spiegel en spiegelbeeld.
Dat is uw gehele wil, gij wijsten, als een wil tot macht; wanneer gij spreekt van goed en kwaad en van waarde-schatttingen. Friedrich Nietzsche - Aldus sprak Zarathoestra - pagina 98
Vanmorgen stond ik op de werkvloer en werd ik spontaan overvallen door een vlaag van nihilisme. Gisteravond had ik al geen zin om te werken, maar toch kwam ik vanmorgen op tijd mijn bed uit en zorgde ik ervoor dat ik op tijd op de werkvloer komt. Hoe vreemd is dit eigenlijk wel niet? Dat wij mensen handelen tegen onze wil in. Ik weet dat ik handel tegen mijn wil in, omdat ik bewust ben van de consequenties als ik niet op mijn werk verschijn. Ik ben een verbond aangegaan met mijn werk en dat is als het ware een tweeledig zwaard. Ik beschik niet over de vrijheid om mijn eigen pad te vormen, want ik ben afhankelijk van mijn werk voor het verkrijgen van de mogelijkheden waarmee ik uiteindelijk mijn eigen pad kan vormen.
Tot heden hou ik nog steeds vast aan mijn eigen conclusies zoals ik die heb getrokken gedurende mijn korte levensbestaan op deze planeet. Ik heb al een bepaald wereldbeeld gevormd op basis van mijn kennis en gepoogd zoveel mogelijk objectief te blijven wanneer ik berichtgeving lees of zie in de media.
Des te groter is mijn verbazing als ik tot de ontdekking kom dat het nihilisme heden ten daagse onbewust grote invloeden vertoont op onze samenlevingen.
Het nihilisme is een typische Nietzscheaanse term, het impliceert de degradatie van elke vorm van waardering of concreter gezegd, het omvat een gedachtengoed waarbij er sprake is van het uitvoeren van een waarneming zonder enige vorm van waardering eraan vast te koppelen.
Hoe triviaal is niet alles wat wij doen? Wij zoeken jaren, zo niet ons hele leven naar de zin van het leven of mooier verwoord in het engels: 'the meaning of life' en nooit hebben wij de oplossing gevonden voor dit vraagstuk. Als alternatief storten wij op ons bestaan, op de diversiteit aan mogelijkheden waarmee wij ons bestaan proberen te bevestigen. In de maalstroom van samenlevingen probeert het indidivu zijn eigen plek te verwerven, op een bijna darwinistische wijze, waarbij het individu zichzelf constant probeert te profileren. Wij hebben de pretenties om vooruit te komen in het leven door de gebruikelijke wegen, door hard te werken. Maar is dat echt de énige manier om vooruit te komen in het leven?
Onze samenlevingen zijn naar mijn weten nog nooit zo complex geweest. Vroeger had je de verschillende klassen waarin je leefde als mens. Iemand van de arbeidersklasse kan nooit iemand van adel worden. Dit maakte sociale omgangsnormen des te makkelijker om aan te houden. Er valt in de hedendaagse samenleving iets te zeggen over het bestaan van deze klassen. Je zou kunnen stellen dat ze nog steeds bestaan, maar dan in een geraffineerde vorm. Vroeger kon je als simpele arbeider niet eens in contact komen met iemand van de adel, tegenwoordig zijn deze sociale omgangsnormen versoepelt. Doch in een bepaalde situatie vertonen wij gedrag zoals dat van ons wordt verwacht. En het mooiste van alles is dat wij dit massaal doen! Wij laten de situatie ons gedrag bepalen, hoe bizar is dat wel niet.
Nog meer bizar is wellicht het feit dat wij collectief deze sociale omgangsnormen in stand houden. Waarom doen wij dit? Houden wij deze sociale omgangsnormen in stand uit angst voor verandering van de verstandhoudingen tussen mensen? Of moet ik eerder denken aan Rousseau's sociaal contract, waarin wij als het ware gebonden zijn aan elkaar en dat wij daarom onbewust danwel bewust regels gaan instellen waardoor wij structuur kunnen ontwikkelen in onze maatschappij/samenleving. Dan nog is dit geen verklaring waarom het praten met een hooggeplaatst persoon zo moeilijk is, of lijkt.
Ik kan hele interessante gesprekken houden met de manager van het laboratorium. Ik heb enorm veel respect voor zijn functie, maar toch beschouw ik mijzelf niet als een lager mens, ondanks zijn hogere plaats t.o.v. mijn plaats binnen de organisatie. Wanneer ik met hem praat, dan praat ik met mijn medemens. Dat hij toevallig ook nog eens binnen de context van de organisatie waar wij beiden werkzaam zijn hoger staat dan mij is een bijzaak.
Misschien is dat wel de crux, dat wij respect hebben voor een hoger geplaatst persoon. Dat wij daarom moeite hebben om onszelf op hetzelfde niveau te brengen als iemand die naar ons gevoel hoger staat dan ons.
Hoe ironisch is het dan wel niet dat wij als mensen ons weigeren te onderwerpen aan de wil van een hogere macht. God is allang geen grootmacht meer in ons leven. Wij pretenderen de macht over ons leven in eigen handen te hebben, door te handelen zoals ons dat goeddunkt of zoals het moraal dat van ons vereist. En masse consumeren wij het scala aan gebruiksvoorwerpen die aan ons worden gepresenteerd in allerlei winkels. Wij zijn bijna verslaafd geworden aan technologie, een natie zonder technologie is geen denkbaar gegeven meer, een natie in het hedendaagse tijdperk kan alleen bestaan d.m.v. technologie.
Andere naties daarentegen verkiezen een hogere macht boven hun eigen bestaan. Daar geld het recht van de religie, rechtspraak staat daar in het teken van de regels en wetten zoals deze zijn opgesteld vanuit de religie. Ik vraag mij altijd af wat de meerwaarde is van dit systeem, heeft het überhaupt enige meerwaarde t.o.v. een technologisch afhankelijke natie?
Een samenleving was vroeger een bijeenraapsel van de 3 klassen, die allemaal werden geleid in hun gezamenlijke visie van een hogere macht. Hedendaagse samenlevingen zijn een complexe eenheid, het is samengesteld uit pluriforme delen, groepen individuen die tezamen gezamenlijke ideeën hebben; die een eigen cultuur i.e. identiteit hebben. Het nihilisme voedt zichzelf met alle conflicten cq. polarisatie tussen de verschillende bevolkingsgroepen en met het groeiende nihilisme verdwijnt evenredig de kern van ons bestaan, namelijk dat wij niet meer leven om te kunnen leven, maar dat wij onbewust gaan leven volgens een doelmatigheid, namelijk de doelmatigheid van het nihilisme.
Mijn vrienden, bedankt voor het lezen van deze diepgaande blog! Ik wens jullie allemaal alvast een heel fijn weekend toe. Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!
Labels:
Existentialisme,
Filosofie,
Nietzsche,
nihilisme
woensdag 9 mei 2012
Filosofisch intermezzo - Wetenschap vs. ethiek
Ethica is een 'praktische' wetenschap: we moeten onderzoeken hoe we moeten handelen. Deugd is een midden tussen twee uitersten: een teveel en een te weinig. De huidige verhandeling is niet zoals de andere takken van de filosofie, gericht op theoretische kennis. We verrrichten immers dit onderzoek niet om te weten te komen wat optimaal functioneren inhoudt, maar om goed te worden, want anders zou onze verhandeling geen enkel nut hebben. Daarom moeten we ons onderzoek verrichten op het terrein van de handelingen en ons afvragen, op welke wijze we moeten handelen. Want zoals we hebben gezegd, bepalen onze handelingen ook de aard van onze disposities - Ethica Nicomachea, Artistoteles, boek 2 - 1103b3-32.
Een zeker persoon zei ooit: is wetenschap eigenlijk niks meer dan het uitvoeren van onderzoek binnen een vastgesteld kader? Ik kan niks anders concluderen dan dat ik het met haar eens ben. Heel simpel gesteld omvat wetenschap niks anders dan het vastleggen van herhalingspatronen die worden omgevormd tot een wetmatigheid, waarbij er op basis van de wet kan worden voorspeld hoe een individuele factor zich zal gedragen. Natuurlijk omvat wetenschap veel meer dan dit en is het de kunst om elke factor te analyseren door het opzetten van experimenten waarbij er constant sprake is van een onafhankelijke en een variabele factor en is het mogelijk om hele complexe experimenten op te zetten waarbij er binnen 1 experiment meerdere onafhankelijke als variabele factoren zijn die de wetenschapper wilt onderzoeken.
Wat ik mij echter afvraag is wanneer de ethiek zijn stempel gaat drukken op wetenschappelijk onderzoek.
Zoals Immanuel Kant had omschreven in zijn Kritiek van de praktische reden: "het gebod om het hoogste goed te bevorderen heeft een objectieve grondslag (in de praktische rede), de mogelijkheid van dat hoogste goed in het algemeen heeft eveneens een objectieve grondslag (in de theoretische rede, die er niets tegen heeft).[...] De enige wijze waarop het voor haar theoretisch mogelijk is om de precieze harmonie van het rijk van de natuur met de rijk van de zeden te denken, als voorwaarde voor de mogelijkheid van het hoogste goed, en tegelijk de enige wijze waarop wordt bijgedragen aan de moraliteit - pagina 196.
Een beladen thema zijn dierproeven. Nog steeds weet ik van mijzelf dat ik het nooit zou aankunnen om experimenten uit te voeren met dieren. Maar ik ontken ook niet de schat aan informatie die wij als mensheid hebben verkregen met het uitvoeren van deze experimenten. Het is een lastige ethische kwestie, die voorlopig nog zeker zal voortborduren en zo mogelijkerwijze nog heftiger gaat worden met het gedachtengoed dat de laatste decennia zeker veranderd is m.b.t. dierproeven.
Mensen begrijpen niet dat dierproeven nog steeds nodig zijn om bepaalde experimenten te kunnen uitvoeren. Zij gaan ervan uit dat er voldoende alternatieven zijn met stamcellen.
Hoe ironisch is het wel niet dat je dan weer een andere groep tegen het zere been gaat schoppen. Onderzoek met humane stamcellen is nog steeds een zeer omstreden thema. Vooral in Amerika zorgt dit nog steeds voor onrust. Niet zo lang geleden was er zelfs nog een wet dat het onmogelijk zou maken om onderzoek uit te voeren op stamcellen. Deze wet is nooit doorgekomen.
Dit toont aan dat onze moraliteit t.a.v. het leven nog steeds vrij hoog is en dat wij als mensheid (gelukkig) nog altijd inzien dat wij respect moeten hebben voor alle scepselen des levens.
Hoe ver wil je als wetenschapper gaan wil je onderzoek uitvoeren?
Ik vraag mij soms af hoe ver wij kunnen gaan. De paradox van wetenschap is dat het vaak meer vragen oplevert, dan antwoorden. En toch blijven we doorgaan, omdat het interessant is. Maar er is geen enkele doelmatigheid die wij nastreven, geen enkele teleologie. Wij bedrijven wetenschap puur om het bedrijven ervan, omdat wij kennis willen verkrijgen.
Kunnen wij ooit alle kennis verkrijgen die wij willen? Zullen wij ooit tevreden zijn met onze verworven kennis? Als ik kijk naar alle kennis die ik opdoe, vind ik het werkelijk magnifiek om te zien hoe complex een cel is. Het is zo simpel, maar tegelijk de kleinste (en meest complexe?) eenheid van leven, als we virussen tenminste voor het gemak buiten beschouwing laten. Het enige waar ik altijd op uitkom is de balans, de homeostase.
Zou dat de crux zijn van het leven? Geheel in de lijn van Ying/Yang? Dat alles in balans moeten zijn?
Stel, er komt een tijd dat wij alles weten over het menselijk lichaam wat maar te weten is. Hoe zal de wereld er dan uitzien? Zal de mensheid nog bestaan, of heeft zij zichzelf ondertussen uitgeroeid? Ik ben bang dat ook ik oorlog zal meemaken en met mij een hele generatie mensen. De mensheid is een parasiet aan het worden van onze planeet en het enige wat wij kunnen doen is elkaar uitmoorden en elkanders leven verzieken. Als westerse wereld kunnen wij alleen maar de derde wereld uitbuiten, totdat wij de laatste druppel geld hebben kunnen verkrijgen.
Ik ben blij dat er langzaam maar zeker een verandering plaatsvind. Dat wij steeds meer bewust worden dat wij als westerse wereld de derde wereld moeten helpen om zichzelf te ontwikkelen. Want uiteindelijk zullen we met z'n allen moeten leven op deze aardbol. Het zou prachtig zijn als wij een medicijn kunnen vinden tegen kanker, maar dan moeten we het individu wel de mogelijkheid bieden om een kwalitatief goed leven te leiden.
Waarom leven in een hel, terwijl de dood zoveel beter is?
Wetenschap kan ons geen verlossing brengen, maar het biedt ons wel kennis. En met deze kennis zijn wij wellicht in staat om de mensheid op een hogere niveau te laten ontwikkelen. Ik denk niet dat het Einsteins intentie was dat wij oorlogvoeren naar een hoger niveau zouden brengen toen wij de atoombom hadden ontdekt ten gevolge van de relativeitstheorie. Maar het bracht ons wel de fundamenten voor de kwantummechanica.
Wie weet wat voor ontdekkingen wij gaan doen? En misschien wel een nog belangrijkere vraag, wat gaan wij doen met de verkregen kennis? Want kennis is macht en met macht moet voorzichtig worden omgegaan, want zodra kennis in verkeerde handen komt kunnen er mogelijkerwijze verstrekkende gevolgen zijn.
Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze afwijkende blog. Ik stel een hoop vragen die mijns inzien bijdragen bij de ontwikkeling van het individu. Ik ben een wereldverbeteraar, dat weet ik. Wat ben jij?
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!
Een zeker persoon zei ooit: is wetenschap eigenlijk niks meer dan het uitvoeren van onderzoek binnen een vastgesteld kader? Ik kan niks anders concluderen dan dat ik het met haar eens ben. Heel simpel gesteld omvat wetenschap niks anders dan het vastleggen van herhalingspatronen die worden omgevormd tot een wetmatigheid, waarbij er op basis van de wet kan worden voorspeld hoe een individuele factor zich zal gedragen. Natuurlijk omvat wetenschap veel meer dan dit en is het de kunst om elke factor te analyseren door het opzetten van experimenten waarbij er constant sprake is van een onafhankelijke en een variabele factor en is het mogelijk om hele complexe experimenten op te zetten waarbij er binnen 1 experiment meerdere onafhankelijke als variabele factoren zijn die de wetenschapper wilt onderzoeken.
Wat ik mij echter afvraag is wanneer de ethiek zijn stempel gaat drukken op wetenschappelijk onderzoek.
Zoals Immanuel Kant had omschreven in zijn Kritiek van de praktische reden: "het gebod om het hoogste goed te bevorderen heeft een objectieve grondslag (in de praktische rede), de mogelijkheid van dat hoogste goed in het algemeen heeft eveneens een objectieve grondslag (in de theoretische rede, die er niets tegen heeft).[...] De enige wijze waarop het voor haar theoretisch mogelijk is om de precieze harmonie van het rijk van de natuur met de rijk van de zeden te denken, als voorwaarde voor de mogelijkheid van het hoogste goed, en tegelijk de enige wijze waarop wordt bijgedragen aan de moraliteit - pagina 196.
Een beladen thema zijn dierproeven. Nog steeds weet ik van mijzelf dat ik het nooit zou aankunnen om experimenten uit te voeren met dieren. Maar ik ontken ook niet de schat aan informatie die wij als mensheid hebben verkregen met het uitvoeren van deze experimenten. Het is een lastige ethische kwestie, die voorlopig nog zeker zal voortborduren en zo mogelijkerwijze nog heftiger gaat worden met het gedachtengoed dat de laatste decennia zeker veranderd is m.b.t. dierproeven.
Mensen begrijpen niet dat dierproeven nog steeds nodig zijn om bepaalde experimenten te kunnen uitvoeren. Zij gaan ervan uit dat er voldoende alternatieven zijn met stamcellen.
Hoe ironisch is het wel niet dat je dan weer een andere groep tegen het zere been gaat schoppen. Onderzoek met humane stamcellen is nog steeds een zeer omstreden thema. Vooral in Amerika zorgt dit nog steeds voor onrust. Niet zo lang geleden was er zelfs nog een wet dat het onmogelijk zou maken om onderzoek uit te voeren op stamcellen. Deze wet is nooit doorgekomen.
Dit toont aan dat onze moraliteit t.a.v. het leven nog steeds vrij hoog is en dat wij als mensheid (gelukkig) nog altijd inzien dat wij respect moeten hebben voor alle scepselen des levens.
Hoe ver wil je als wetenschapper gaan wil je onderzoek uitvoeren?
Ik vraag mij soms af hoe ver wij kunnen gaan. De paradox van wetenschap is dat het vaak meer vragen oplevert, dan antwoorden. En toch blijven we doorgaan, omdat het interessant is. Maar er is geen enkele doelmatigheid die wij nastreven, geen enkele teleologie. Wij bedrijven wetenschap puur om het bedrijven ervan, omdat wij kennis willen verkrijgen.
Kunnen wij ooit alle kennis verkrijgen die wij willen? Zullen wij ooit tevreden zijn met onze verworven kennis? Als ik kijk naar alle kennis die ik opdoe, vind ik het werkelijk magnifiek om te zien hoe complex een cel is. Het is zo simpel, maar tegelijk de kleinste (en meest complexe?) eenheid van leven, als we virussen tenminste voor het gemak buiten beschouwing laten. Het enige waar ik altijd op uitkom is de balans, de homeostase.
Zou dat de crux zijn van het leven? Geheel in de lijn van Ying/Yang? Dat alles in balans moeten zijn?
Stel, er komt een tijd dat wij alles weten over het menselijk lichaam wat maar te weten is. Hoe zal de wereld er dan uitzien? Zal de mensheid nog bestaan, of heeft zij zichzelf ondertussen uitgeroeid? Ik ben bang dat ook ik oorlog zal meemaken en met mij een hele generatie mensen. De mensheid is een parasiet aan het worden van onze planeet en het enige wat wij kunnen doen is elkaar uitmoorden en elkanders leven verzieken. Als westerse wereld kunnen wij alleen maar de derde wereld uitbuiten, totdat wij de laatste druppel geld hebben kunnen verkrijgen.
Ik ben blij dat er langzaam maar zeker een verandering plaatsvind. Dat wij steeds meer bewust worden dat wij als westerse wereld de derde wereld moeten helpen om zichzelf te ontwikkelen. Want uiteindelijk zullen we met z'n allen moeten leven op deze aardbol. Het zou prachtig zijn als wij een medicijn kunnen vinden tegen kanker, maar dan moeten we het individu wel de mogelijkheid bieden om een kwalitatief goed leven te leiden.
Waarom leven in een hel, terwijl de dood zoveel beter is?
Wetenschap kan ons geen verlossing brengen, maar het biedt ons wel kennis. En met deze kennis zijn wij wellicht in staat om de mensheid op een hogere niveau te laten ontwikkelen. Ik denk niet dat het Einsteins intentie was dat wij oorlogvoeren naar een hoger niveau zouden brengen toen wij de atoombom hadden ontdekt ten gevolge van de relativeitstheorie. Maar het bracht ons wel de fundamenten voor de kwantummechanica.
Wie weet wat voor ontdekkingen wij gaan doen? En misschien wel een nog belangrijkere vraag, wat gaan wij doen met de verkregen kennis? Want kennis is macht en met macht moet voorzichtig worden omgegaan, want zodra kennis in verkeerde handen komt kunnen er mogelijkerwijze verstrekkende gevolgen zijn.
Mijn vrienden, dank voor het lezen van deze afwijkende blog. Ik stel een hoop vragen die mijns inzien bijdragen bij de ontwikkeling van het individu. Ik ben een wereldverbeteraar, dat weet ik. Wat ben jij?
Een dikke knuffel van jullie semi-filosoof, Halbe!
Labels:
dierproeven,
ethiek,
Filosofie,
menselijk handelen,
wetenschap
Abonneren op:
Posts (Atom)